3-28 | Belgische Senaat | 3-28 |
Waarschuwing: de blauwe kleur geeft aan dat het gaat om uit het Frans vertaalde samenvattingen.
Overlijden van een oud-senator
Inoverwegingneming van voorstellen
Inoverwegingneming van voorstellen
In overweging genomen voorstellen
Antwoorden van de regering op aanbevelingen van de Senaat
Voorzitter: de heer Armand De Decker
(De vergadering wordt geopend om 15.10 uur.)
De voorzitter. - De Senaat heeft met groot leedwezen kennis gekregen van het overlijden van generaal-majoor Robert Close, gewezen senator voor het arrondissement Brussel en gewezen provinciaal senator voor Brabant.
Uw voorzitter heeft het rouwbeklag van de vergadering aan de familie van ons betreurd gewezen medelid betuigd.
Mevrouw Anke Van dermeersch (VL. BLOK). - De hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg in Brussel verklaart vandaag dat hij een stapel onbetaalde facturen heeft liggen omdat Justitie al enkele weken de gerechtskosten in strafzaken niet meer betaalt. Hierdoor dreigen rechtbanken en onderzoeken stil te vallen.
In de Kamer werd de minister hierover al geïnterpelleerd, maar zij heeft de problemen geminimaliseerd omdat er geld zou worden gevonden bij een overschotje op de post telefoontap. Nochtans verklaart dezelfde hoofdgriffier dat onder meer experts, tolken en labo-onderzoeken niet meer kunnen worden betaald. Deze toestand zou zelfs aanslepen tot midden februari van volgend jaar. In Het Volk zegt de hoofdgriffier dat hij voor 620.000 euro onbetaalde facturen heeft.
Kloppen de verklaringen dat er te weinig geld is voor de gerechtskosten? Welke maatregelen zal de minister nemen om ervoor te zorgen dat de normale rechtsprocedure niet stil valt?
Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie. - De problemen inzake de betaling van de gerechtskosten zijn in de eerste plaats te wijten aan onvoldoende budgettaire middelen. De minister van Begroting heeft de overdracht toegestaan van een bedrag van 4,8 miljoen euro dat bestemd was voor telefoontap. Die middelen moeten nu in het financiële circuit komen via de kredietopeningsprocedure. Zodra de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor 2003 door de Kamer is goedgekeurd, zal daaraan een bijkomend bedrag van 5,8 miljoen euro worden toegevoegd. Er wordt een inspanning zonder voorgaande geleverd om de achterstand, die al te lang heeft geduurd, in te lopen. Er werd echter geen enkele dringende gerechtelijke actie onmogelijk gemaakt. De uitvoering van zeer dringende uitgaven, zoals de voorfinanciering van rogatoire commissies of opdrachten in het buitenland, zijn het voorwerp van overdracht tussen diverse rekeningen tot het bedrag van de beschikbare provisies en op voorwaarde van regularisatie achteraf.
De problemen hebben ook te maken met de bestaande controlemechanismen die voor dergelijke uitgaven niet voldoen. Ik overweeg dan ook de installatie van een geïnformatiseerd opvolgingssysteem waardoor reeds rekening wordt gehouden met de kosten op het ogenblik van de bestelling. Daardoor kan de verdeling van de beschikbare middelen beter worden beheerd.
Over de gerechtskosten in strafzaken beslissen de magistraten autonoom. De FOD Justitie kan die kosten dus niet controleren. De voortdurende stijging van die kosten gedurende de jongste jaren is een structureel probleem. Ik wil hierover grondig nadenken. De responsabilisering van de korpschefs in het kader van een algemene hervorming van het gerechtelijke apparaat zoals die in mijn beleidsnota beschreven staat, kan een gedeeltelijke oplossing brengen.
Mevrouw Anke Van dermeersch (VL. BLOK). - Uit het antwoord heb ik begrepen dat er inderdaad te weinig middelen zijn en dat er een achterstand is inzake betalingen. Er zijn dringend maatregelen nodig. In strafzaken zijn er heel veel kosten. Er zijn heel wat tolken, meer bepaald tolken Arabisch, nodig. Ook experts, labo-onderzoek en rogatoire commissies zijn onmisbaar. De achterstand in betalingen dreigt niet meer te kunnen worden ingehaald. Dat zal de werking van Justitie niet ten goede komen.
De heer Luc Van den Brande (CD&V). - De bijzondere wet van 12 augustus 2003 draagt de bevoegdheid inzake de in-, uit- en doorvoer van wapens over aan de Gewesten. De praktische uitvoering van die regionalisering heeft belangrijke gevolgen waarvoor noch een overgangsregeling, noch een definitieve regeling werd uitgewerkt.
Er was een voorstel om ontwerpprotocollen tot stand te brengen tussen de Vlaamse administratie en de federale dienst Economie en Buitenlandse Zaken. Die protocollen werden twee keer besproken door het overlegcomité, maar werden niet goedgekeurd. Waarom is er geen akkoord tot stand gekomen? Welke bezwaren van de minister of van andere partners stonden de ondertekening in de weg?
Betekent dat concreet dat er geen adequate informatiedoorstroming is geweest gedurende de voorbije vier maanden? Heeft de FOD Buitenlandse Zaken informatie verstrekt aan het Vlaamse beleidsniveau? Is er daarbij medewerking geweest van de federale ambassades? Is er over gewaakt dat het Vlaamse beleidsniveau de nodige en volledige landenfiches kreeg, dus met inbegrip van de aandachtspunten inzake respect voor de mensenrechten en inzake conflictbeheersing? We willen immers dat die dubbele toetsing in de realiteit ook gebeurt.
Op welke wijze is die informatiedoorstroming geregeld met de andere gewesten?
Uit de antwoorden van de Vlaamse regering heb ik begrepen dat er een overgangsregeling was tot 1 januari 2004. Hoe zal na 1 januari 2004 de informatiedoorstroming naar Vlaanderen geregeld worden? Er zijn immers geen ontwerpovereenkomsten, er is geen eigen instrument. Welke opdracht zal de minister daaromtrent geven aan de federale diensten?
Klopt het dat de minister weigert om mensen ter beschikking te stellen van de gewesten? Hoe zal na 1 januari 2004 de bestaande knowhow bij de FOD Buitenlandse Zaken doorgegeven worden aan de Vlaamse administratie buitenlands beleid?
Kortom, ik wou graag weten hoe het systeem functioneert. Ofwel is dit een echte regionalisering, maar als de instrumenten ontbreken is dat niet mogelijk, ofwel is het een schijnregionalisering en is dus in feite een vrijgeleide op vraag van de PS en van de heer Anciaux.
De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Ingevolge de inwerkingtreding van de bijzondere wet van 12 augustus 2003 met betrekking tot de regionalisering van de bevoegdheid inzake de in-, uit- en doorvoer van materiaal voor militair gebruik en voor de ordehandhaving, werden protocollen onderhandeld tussen de FOD Buitenlandse Zaken en de gewesten teneinde de wederzijdse samenwerkingsmodaliteiten te regelen met betrekking tot de toepassing van de wet van 5 augustus 1991.
Er werd een akkoord bereikt over de tekst van het protocol. De ondertekening ervan werd uitgesteld omdat de gewesten sommige aspecten van het protocol, dat de samenwerking regelt met de FOD Economie, aan het overlegcomité wilden voorleggen.
Ik heb geen bezwaar tegen de bepalingen van het protocol dat nu ter ondertekening aan de gewesten wordt voorgelegd.
Aangezien de bijzondere wet op 1 september in werking trad, heeft de FOD Buitenlandse Zaken niet gewacht op de ondertekening van het protocol om de bepalingen ervan toe te passen; het heeft de nodige informatie aan de drie gewesten overgemaakt zodat de wet kan worden toegepast, terwijl de samenwerking met de ambassades ook verzekerd werd.
Het protocol afgesloten tussen de FOD Buitenlandse Zaken en de gewesten is niet in de tijd beperkt. Het beoogt dus een definitieve samenwerking tussen de FOD Buitenlandse Zaken en de gewesten met betrekking tot de toepassing van de wet van 5 augustus 1991.
Mijn departement staat volledig ter beschikking van de gewesten. Een contactpunt is belast met de betrekkingen met de gewesten voor de toepassing van de bijzondere wet. De ambassades van België blijven instaan voor het echt verklaren van de attesten van eindbestemming. De landenfiches worden aan de gewesten overgemaakt en worden verder geactualiseerd. De gewesten kunnen bij het contactpunt bijkomende inlichtingen inwinnen over de politieke toestand in een bepaald land en in het bijzonder over de situatie van de mensenrechten. Hieromtrent kunnen eveneens vergaderingen georganiseerd worden.
De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Uit het antwoord leid ik af dat de protocollen bestaan, maar nog niet ondertekend zijn. Het gaat hier om een schijnregionalisering en geen gewilde regionalisering om eigen instrumenten tot stand te brengen, zoals de heer Moureaux in de Senaatscommissie verklaarde. Ik stel vast dat zowel vanuit het oogpunt van de economie als vanuit buitenlandse zaken het beleid federaal wordt gestuurd.
Mevrouw Anne-Marie Lizin (PS). - Het definitieve uitstel, zonder beroepsmogelijkheid, van de betaling van de postvergoedingen aan alle statutaire personeelsleden van de buitendiensten heeft veel protest uitgelokt. Als gevolg van die beslissing, die waarschijnlijk door de secretaris-generaal van de overheidsdienst werd genomen, hebben de betrokkenen een maand verloren. Het is een oude techniek, om de begroting van de FOD Buitenlandse Zaken een maand te doen winnen. De onverwachte beslissing kwam zelfs niet ter sprake op de vergadering van het basisoverlegcomité van het departement op 6 november 2003. Ze werd op 14 november 2003 per telegram medegedeeld aan alle diplomatieke en consulaire posten. Daar ze inging op 1 december, was geen reactie mogelijk.
De vriendenkring van het personeel heeft met verbazing kennis genomen van deze beslissing, die verontwaardiging wekt bij haar leden. De vriendenkring zegt dat de betaling van maandelijkse voorschotten één van de basisprincipes is van het systeem van vergoedingen, die het de personeelsleden mogelijk maakt in normale omstandigheden het hoofd te bieden aan hun beroepsverplichtingen en hun ontheemdingskosten. Het uitstel van de betaling tot het einde van de maand is een fundamenteel onaanvaardbare wijziging.
Kan de minister terugkeren naar de betaling van de voorschotten bij het begin van elke maand?
Wenst de minister aan die vraag tegemoet te komen?
Werd de minister vooraf ingelicht?
Heeft de heer Grauls die beslissing in eigen naam genomen?
Hoeveel kosten de kiesverrichtingen van de Belgische kiezers in het buitenland aan het departement in 2003 en 2004? Was dat de enige manier om te besparen op de begroting van het departement?
De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Na de e-mail van 14 november waarnaar mevrouw Lizin verwijst, heeft de voorzitter van de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken tweemaal bijkomende informatie gezonden naar alle personeelsleden van de posten. Sedertdien hebben onderhandelingen plaatsgehad, zowel met de vriendenkring als met de vakbondsorganisaties. Die maatregel is overigens een gevolg van het koninklijk besluit van 30 maart 1984, waarover vooraf sociaal overleg werd gepleegd.
De nota aan onze posten wijst er onder meer op dat 70% van het krediet `postvergoeding' dient voor de betaling van de kosten voor actieve en passieve representatie en 30% voor de kosten voor huisvesting, onderwijs en medische verzorging. Het deficit op die begrotingspost is de laatste jaren voortdurend toegenomen en zal op het einde van het jaar 2003 ongeveer twee miljoen euro bedragen. Dat deficit werd veroorzaakt door verschillende factoren, zoals de stijging van het aantal personeelsleden in de posten, de toename van het totale bedrag van de postvergoedingen, de toename van de terugbetalingen voor gezondheidszorg, de stijging van de huisvestings- en schoolkosten.
In dat verband werd mij voorgesteld bij de toewijzing van de posten rekening te houden met de gezinstoestand van de personeelsleden. Ik had dus alleen ambassadeurs zonder kinderen mogen sturen naar landen waar de schoolkosten hoog oplopen. Ik heb dat voorstel verworpen omdat ik het ongepast vind.
Ik lees verder: "In januari 2004 zult u bij het begin van de maand de postvergoeding voor 2003 ontvangen en aan het einde van de maand de vergoeding voor januari 2004. Daarna zal de postvergoeding op het einde van de maand worden uitbetaald (eind februari de postvergoeding van februari, eind maart de postvergoeding van maart, enzovoort), behalve in december 2004. De postvergoeding voor die maand zal, zoals ook dit jaar het geval is, begin januari 2005 worden betaald.
Het nieuwe systeem voor de betaling van de postvergoedingen wordt dus aangepast aan het systeem voor de betaling van de wedden.
Dit betalingsschema is overigens in overeenstemming met het koninklijk besluit van 30 maart 1984, dat in artikel 2 bepaalt: `De wedde van de in artikel 1 bedoelde ambtenaren wordt vanaf de maand juli 1984 na vervallen termijn betaald, met name op de laatste werkdag van de maand behalve de betaling van de wedde van de maand december die plaats heeft op de eerste werkdag van de maand januari van het volgend jaar. Dit geldt eveneens voor de toelagen alsook voor alle andere elementen van de bezoldiging die tezelfdertijd als de wedde worden betaald.'
De maatregel leidt niet tot een vermindering van het bedrag van de postvergoedingen. Uw vergoeding voor 2003 blijft gelijk. De enige verandering is dat de betaling van de postvergoeding een maand wordt uitgesteld. De vergoeding die begin januari 2004 zal worden betaald, maakt deel uit van het boekjaar 2003.
De maatregel heeft geen invloed op de terugbetaling door het departement van de kosten voor huisvesting, onderwijs en medische verzorging. Aan het bedrag van die tegemoetkoming wordt niet geraakt.
Het betreft alleszins een eenmalige maatregel, die uitsluitend van toepassing is op de statutaire ambtenaren."
Het directiecomité sluit niet uit dat een dergelijke maatregel in een aantal specifieke gevallen aanleiding kan geven tot een acuut tekort aan liquide middelen. Onze FOD is zich als werkgever steeds bewust geweest van zijn sociale verplichtingen en is bereid individuele gevallen grondig te onderzoeken teneinde een oplossing te kunnen bieden.
Op de tweede vraag kan ik antwoorden dat de deelname van de Belgen in het buitenland aan de federale verkiezingen van mei 1,8 miljoen euro heeft gekost.
Aangezien de deelname van de Belgen in het buitenland aan de verkiezingen van volgend jaar nog niet is geregeld, zijn daarvoor op de begroting nog geen middelen uitgetrokken.
Zodra een beslissing wordt genomen, moeten we bijkomende middelen aanvragen. Indien een elektronische stemming kan worden georganiseerd, zullen de kosten alleszins lager liggen dan dit jaar, omdat de stembiljetten dan niet meer naar Brussel moeten worden vervoerd.
Is er een verband tussen uw beide vragen?
Mevrouw Anne-Marie Lizin (PS). - Er is uiteraard geen objectief verband, maar er is slechts één begroting. De bedragen zijn gelijk. Het is dus mogelijk dat sommige ambtenaren van uw departement daarover hebben nagedacht.
De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Op twee brieven na van ambassadeurs, die het overigens niet zo slecht hebben, heb ik geen enkele klacht ontvangen. Twee personen toonden zich opgewonden over de toestand, maar ze moesten toegeven dat ze het systeem aanvankelijk niet zo goed begrepen.
De Comitévoorzitter heeft het voorstel gedaan dat ik heb uiteengezet en dat ik volledig steun: de voorgestelde oplossing is beter dan het verbinden van een bepaalde post aan de gezinstoestand van de betrokkene.
Mevrouw Anne-Marie Lizin (PS). - Ik heb hierover tegenstrijdige gevoelens. Enerzijds verheugt het me dat ik meer contact heb met een bepaald aantal ambassadeurs dan de minister.
De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Volgens mij komt dat omdat u meer welwillendheid betoont.
Mevrouw Anne-Marie Lizin (PS). - Op dit vlak is dat inderdaad het geval!
Anderzijds vreesde ik dat dit een manoeuvre was van het Directiecomité, dat bewust had verzuimd uw aandacht op het probleem te vestigen. Het kan vervelend zijn voor een ambtenaar te moeten vaststellen dat de betaling van zijn wedde met een maand wordt uitgesteld.
De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Het gaat niet om hun wedde.
Mevrouw Anne-Marie Lizin (PS). - Dat weet ik, het gaat om de postvergoeding, die als een aanvulling van de wedde wordt beschouwd.
De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Het is geen aanvulling van de wedde. Gelukkig hoort de minister van Financiën u niet.
Er zijn twee soorten vergoedingen: een passieve en een actieve.
De passieve vergoeding heeft betrekking op alle permanente kosten.
De actieve vergoeding is gebaseerd op twee of drie parameters: de zwaarte van het werk, de ontheemdingsvergoeding en de bijzondere kosten die inherent zijn aan de plaats waar men zich bevindt, bijvoorbeeld de kosten voor onderwijs. Deze vergoeding is een soort mobiliteitspremie. Ik kan aannemen dat u dat in zekere zin als een deel van de wedde beschouwt. Het vrij aanzienlijke bedrag van deze vergoeding verschilt naargelang de post en de parameters waarover ik u heb gesproken.
De betaling van deze actieve vergoeding, waaraan de andere vergoeding die geen deel uitmaakt van de wedde wordt toegevoegd, wordt op het einde van het jaar met een maand uitgesteld.
Een andere formule zou erin bestaan de vergoedingen aan te passen aan de kosten; dat gebeurt overigens om de zes maanden. Tijdens de gevechten in Kigali was de premie hoger dan vandaag omdat de toestand nu stabiel is.
Momenteel ben ik alle gegevens ter zake aan het verzamelen. We kunnen er in alle openheid over debatteren. U zult dan kunnen vaststellen dat alles correct verloopt. Ik heb voor alle posten een gedetailleerd overzicht gevraagd van alle kosten: wedden, ook die voor het lokale personeel, enzovoort. Ik kan u verzekeren dat de mensen worden aangenomen met een statuut dat gelijkwaardig is aan het onze. Ik wacht nog op het antwoord voor vijftien posten. Er is een enorm werk gerealiseerd.
Ik vind de gekozen formule beter dan dat we zouden moeten snoeien in de vergoedingen.
Mevrouw Anne-Marie Lizin (PS). - Uw ministerie levert goed werk. Deze maatregel kan als negatief worden aangevoeld en ik zou graag hebben dat de toestand zo vlug mogelijk wordt rechtgezet.
De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Zoals ik u al heb gezegd, zal dat niet gebeuren.
De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - Het Nederlands regeerakkoord omvat een nota Inburgeringsbeleid. Wie zich duurzaam wil vestigen in Nederland, moet actief aan de samenleving deelnemen en zich de Nederlandse taal eigen maken, zich bewust zijn van de Nederlandse waarden en de normen naleven. Iedere nieuwkomer die op vrijwillige basis naar Nederland komt en valt onder de doelgroepen van de wet `inburgering nieuwkomers', moet eerst in het land waarvan hij afkomstig is, Nederlands leren op basisniveau als voorwaarde voor toelating. Eenmaal in Nederland aangekomen moet hij of zij zich dan nog verdiepen in de Nederlandse maatschappij. Nader af te bakenen groepen `oudkomers', in elk geval zij die het Nederlands onvoldoende beheersen en/of afhankelijk zijn van een uitkering, moeten alsnog een inburgeringsexamen afleggen. Asielzoekers krijgen pas een definitieve verblijfsstatus nadat ze slagen voor een examen.
De migrantengemeenschap in Nederland ondersteunt dit project. Nieuwkomers weten doorgaans niet waar ze terechtkomen; een goede voorbereiding lijkt dus ook voor hen inderdaad zinvol.
Ons land heeft een zeer soepele wetgeving inzake het uitreiken van verblijfsvergunningen en nationaliteitsverwerving. Onlangs bracht ik samen met een notoire staatssecretaris een bezoek aan Libië. De Belgische consul aldaar was vroeger werkzaam in Marokko en hij vertelde ons dat hij ooit verplicht werd tweehonderd studentenvisa uit te reiken aan analfabeten.
Op 28 februari 2003 bekrachtigde de Vlaamse regering het decreet betreffende de Vlaamse inburgering, dat bepaalt dat de nodige taalcursussen moeten worden gevolgd. Onderwijs is echter een gemeenschapsbevoegdheid, terwijl het uitreiken van verblijfsvergunningen een federale materie is. De uitwerking van een dergelijke maatregel zal in ons land dus uiterst complex zijn en zware financiële implicaties met zich meebrengen. Toch kan het resulteren in een sterke sociale winst op korte termijn.
Heeft de regering aandacht voor een inburgeringsbeleid dat het aanleren van de taal van de gemeenschap in het land van herkomst als voorwaarde stelt voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning in België? Zo niet, waarom niet? Zal net als in Nederland hieromtrent een haalbaarheidsstudie worden opgesteld?
De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - In de vreemdelingenwet zijn geen bepalingen inzake talenkennis als een vereiste voor het verwerven van verblijfsrecht opgenomen. Desondanks deel ik de mening dat de kennis van op zijn minst een van de landstalen voor de vreemdeling die een verblijfsrecht in ons land verwerft, een niet te miskennen pluspunt vormt.
Door het aanleren van een van de landstalen komt de integratie in een stroomversnelling. De spreker verwijst terecht naar de bevoegdheden van de gemeenschappen in dit verband. Een vreemdeling heeft er alle belang bij gebruik te maken van de bestaande inburgeringsprogramma's.
In een onlangs door mij gepubliceerd document over de oorzaken van en oplossingen voor migratie heb ik een voorstel van gecontroleerde migratie op Europees vlak geformuleerd. Niet-EU-burgers die kandidaat zijn om via dat systeem naar ons land te komen, zouden in hun land van herkomst reeds de taal aanleren, bijvoorbeeld via een taalcursus van drie maanden. Het lijkt me dan ook niet onzinnig dat de Europese Unie dat samen met het land van herkomst meefinanciert.
De heer Ludwig Vandenhove (SP.A-SPIRIT). - De jongste dagen heb ik al informele gesprekken gevoerd met de vice-eerste minister over het experiment dat reeds enkele jaren loopt om in een vijftal zones een gedetailleerde risicoanalyse te ontwikkelen voor het inzetten van acute en dringende brandweerhulp.
Ik weet wel dat iedereen doet wat hij moet doen, maar er heerst nogal wat ongerustheid op het terrein. Volgens het regeerakkoord zal er eindelijk werk worden gemaakt van de risicoanalyse, maar bij de evaluatie ervan zijn praktische problemen gerezen. Zo is men er in de testzones nog steeds niet in geslaagd de risico's concreet en accuraat aan te duiden en nauwkeurig te beschrijven. Ik denk hierbij onder meer aan het in kaart brengen van de Sevesobedrijven, scholen en rust- en ziekenhuizen. Bovendien zijn de aanrijtijden nog steeds niet vastgelegd, waardoor een gefundeerde basis voor de risicoanalyse ontbreekt.
Vorige week is hierover in Limburg discussie ontstaan. Sommigen zijn nu voorstander van het uitbouwen van voorposten, wat niet alleen de gemeente waar die gelokaliseerd wordt, geld kost, maar, gelet op het bestaande financieringssysteem, eveneens ook alle posten in de desbetreffende provincie.
Zal de vice-eerste minister beleidsmatige beslissingen nemen om de criteria in de testzones snel en eenvormig af te bakenen, zodat op het terrein snel een risicoanalyse kan worden gemaakt? Dat vragen niet alleen de brandweerdiensten, maar eveneens de betrokken gemeentebesturen, opdat situaties als vorige week in Limburg worden vermeden.
De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Het dossier over de uitvoering van de risicoanalyse verwacht ik nog voor het einde van het jaar op mijn bureau. De FOD Binnenlandse Zaken treft immers de laatste voorbereidingen. Begin volgend jaar kan dan de opdracht voor de uitvoering van de analyse op het hele grondgebied worden toegewezen, zoals trouwens in het regeerakkoord is bepaald. In dat verband denk ik onder meer aan samenwerking met de universiteiten.
De risicoanalyse moet ons een model opleveren van een ideale brandweerorganisatie die de dagelijkse risico's en ongevallen efficiënt kan bestrijden. Daarnaast moet de analyse ook duidelijkheid verschaffen over de nodige bijkomende middelen met het oog op bepaalde risico's, zoals overstromingsgevoelige plaatsen of chemische activiteiten.
De risicoanalyse die tot op heden in een vijftal testzones werd uitgevoerd, was beperkt tot een peiling naar de aanrijtijden van de brandweer. Bij de veralgemening zal dat verder worden uitgebreid. Dit initiatief blijft dus allerminst steken in goede bedoelingen en intenties.
Uit de risicoanalyse moeten we een aantal brandweercriteria destilleren. Ik wil ook oog hebben voor de haalbaarheid en de uitvoerbaarheid ervan. Een risicoanalyse is maar één instrument dat ons in staat moet stellen de meest adequate beleidsbeslissingen te nemen die de zorg voor de veiligheid van onze bevolking optimaliseren.
De heer Ludwig Vandenhove (SP.A-SPIRIT). - Ik dank de minister voor zijn antwoord. Hij geeft een precieze timing, maar mij interesseert vooral de concrete timing op het terrein. Als we snel kunnen werken met de risicoanalyse, dan hoeven we geen beslissingen meer te nemen zoals die van vorige week in Limburg. De minister belooft een document vóór het einde van het jaar, maar mijn vraag is eigenlijk wanneer er op het hele terrein - en niet alleen in de vijf zones die nu zijn uitgetekend - concrete resultaten zullen zijn op basis waarvan er kan worden gewerkt.
De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - We moeten een keuze maken. Als we blijven werken op basis van deelprojecten, dan komen we nooit tot een algemeen beeld. We moeten die algemene risicoanalyse uitvoeren en de conclusies implementeren. Ik ben er geen voorstander van dat stukje bij beetje uit te voeren. We volgen het regeerakkoord en laten een algemene risicoanalyse uitvoeren. Ik zal alles doen om dat zo snel mogelijk te laten verlopen en de opdracht voor het jaareinde toe te wijzen. De resultaten van die analyse zijn voor mij determinerend en moeten onder meer aantonen of we voldoende middelen in civiele veiligheid investeren. Ik denk het wel, maar de risicoanalyse zal dat moeten uitwijzen.
Mevrouw Marie-José Laloy (PS). - Vóór de gemeentefusies in 1976 geschiedde de coördinatie en de controle van het werk van de veldwachters door politiemensen die onder het gezag stonden van de gouverneurs en de arrondissementscommissarissen, die zelf ressorteren onder het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Met het oog op het behoud van hun betrekking werden die politiemensen na de gemeentefusies brigadecommissarissen en werden ze ingezet om als ambtenaren van de federale Staat onder de bevoegdheid van de gouverneurs de veiligheidsopdrachten te vervullen. Bij de jongste politiehervorming zijn de brigadecommissarissen verbindingsofficieren geworden voor alle problemen op het vlak van plattelandspolitie.
Aangezien ze nog altijd instonden voor het vervullen van veiligheidsopdrachten voor de gouverneurs, bleef de band met de gouverneurs behouden. Een en ander heeft ertoe geleid dat de provincies moesten opdraaien voor deze uitgaven inzake veiligheid.
De provincie staat in voor de betaling van de wedden en de werkingskosten voor politieagenten die geen taken uitvoeren voor de provincie als juridische instelling.
Wat is het bedrag van de uitgaven per provincie?
Mijnheer de minister, bent u het ermee eens dat de provincies moeten instaan voor kosten op het vlak van de veiligheid, terwijl ze daar bij mijn weten niet meer toe bevoegd zijn?
Welk initiatief zult u nemen om deze budgettaire mistoestand recht te zetten?
De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Er moeten een aantal misverstanden worden rechtgezet.
Sedert de jongste politiehervorming bestaat er geen plattelandspolitie meer en de brigadecommissarissen moeten zich dus niet meer met problemen van die aard bezighouden.
Wel zijn de gouverneurs nog steeds bevoegd voor veiligheid en politie. De wet op de geïntegreerde politie heeft de bevoegdheden van de gouverneurs op dat vlak zelfs uitgebreid. Ik denk in dat verband aan het specifieke toezicht op de lokale politie. Ze zijn uiteraard ook bevoegd voor het handhaven van de openbare orde in hun provincie.
Gelet op de rol van de gouverneurs op het vlak van de veiligheid was er nood aan gespecialiseerd personeel om de gouverneurs bij te staan. De wetgever heeft de mogelijkheid gecreëerd om officiers van de lokale of van de federale politie als verbindingsofficieren naar de diensten van de gouverneur te detacheren. Om verschillende redenen, onder meer van operationele aard, werd die functie opengesteld voor de vroegere brigadecommissarissen van de plattelandspolitie. Die oplossing is in de wet ingeschreven.
Aangezien de brigadecommissarissen die verbindingsofficieren waren geworden hun functie bleven uitoefenen binnen de provincie en aangezien hun rol op het vlak van de veiligheid ten dienste van de gouverneurs behouden bleef, heeft de wetgever bepaald dat de provincie blijft instaan voor de betaling van de wedden van de betrokken personeelsleden.
Gelet op de beperkte tijd waarover ik beschikte om deze mondelinge vraag te beantwoorden, ben ik er niet in geslaagd alle cijfergegevens te verzamelen. Ik zal de administratieve diensten van de provincie vragen mij de gegevens over de precieze kosten voor de betaling van de brigadecommissarissen mee te delen. Ik zal mevrouw Laloy de gegevens dan schriftelijk bezorgen.
De voorzitter. - Mevrouw Sabine Laruelle, minister van Middenstand en Landbouw, antwoordt namens de heer Didier Reynders, minister van Financiën.
Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - De ambtenarenwedden van december worden begin januari uitbetaald. De minister van Financiën heeft reeds meermaals aangekondigd dat er in 2004 een algemene belastingvermindering zal zijn en dat de loontrekkenden dat zouden merken op hun loonbriefje. De nieuwe bedrijfsvoorheffingsschalen voor de berekening van de wedde die begin januari zal worden uitbetaald, werden evenwel nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De weddediensten zitten dus klem en de gewone voorheffing van 2003 zal doorlopen. Dat betekent concreet dat de loontrekkenden de belastingvermindering in januari niet zullen zien op hun loonbriefje, maar ook dat de FOD Financiën de vermindering zal kunnen opsparen tot aan de definitieve aanslag, met al dan niet terugbetaling, in 2005.
Zullen die bedrijfsvoorheffingsschalen nog gepubliceerd worden en zal de belastingverlaging voelbaar zijn?
Mevrouw Sabine Laruelle, minister van Middenstand en Landbouw. - Ingevolge de beslissing van het kernkabinet van 14 oktober jongstleden moet vanaf 2 januari 2004 bedrijfsvoorheffing worden ingehouden voor uitkeringen voor primaire arbeidsongeschiktheid, voor moeder- en vaderschapsverlof en voor loopbaanonderbrekingen. De administratie heeft contacten gelegd met diverse bevoegde instanties, teneinde de reglementaire teksten op te stellen. Gisteren werden de definitieve teksten goedgekeurd. Het ontwerp van koninklijk besluit zal dan ook binnen afzienbare tijd ter ondertekening worden voorgelegd en nog dit jaar in het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd.
De schalen worden opgemaakt aan de hand van een circulaire, `sleutelformule' genaamd. Het ontwerp van deze sleutelformule werd reeds om 27 november jongstleden ter beschikking gesteld van de diverse federale en regionale uitbetalingsinstellingen en van de unie van de sociale secretariaten. De circulaire wordt op maandag 15 december verzonden. De officiële versie zal ten laatste morgen te raadplegen zijn op de website van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit.
Ik kan nagenoeg met zekerheid bevestigen dat bij de regeling van de wedden en andere inkomsten die vanaf 1 januari 2004 worden uitbetaald, reeds rekening is gehouden met de nieuwe regels inzake bedrijfsvoorheffing.
Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Ik kan me voorstellen dat de regering, de bevoegde minister en zijn administratie in de overtuiging leven dat alles op tijd geregeld is, maar ik vrees dat dit niet het geval is voor de wedden die de mensen begin januari zullen ontvangen. Heel wat weddediensten zijn immers, net als de senatoren, graag thuis op 24 december. Als de nieuwe schalen voor de bedrijfsvoorheffing pas morgen gepubliceerd worden, dan zullen heel veel mensen in januari dezelfde wedde krijgen als in december.
De voorzitter. - Ik stel voor deze mondelinge vragen samen te voegen. (Instemming)
De heer Marc Verwilghen, minister van Ontwikkelingssamenwerking, antwoordt namens mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid.
De heer Luc Willems (VLD). - Sinds zijn oprichting is de Raad voor de mededinging altijd een bron van controverse geweest en was er een moeizame samenwerking tussen haar leden. Iedereen vraagt zich af wat daar precies scheelt. Ligt het aan de sfeer in de raad, aan de structuur of aan de context waarin de raad moet functioneren, dat hij er niet in slaagt zijn normale werkzaamheden ernstig aan te vatten?
De voortschrijdende globalisering en monopolievorming hebben nochtans een tegengewicht nodig op het vlak van het toezicht. Een vrije en open markt kan immers maar werken als de actoren de spelregels naleven.
De interne spanningen tussen de leden zorgen voor immobilisme. Belangrijke dossiers op het vlak van liberalisering van de energiemarkt, bankfusies, enzovoorts, dienen nochtans met aandacht en assertiviteit gevolgd te worden.
Daarom wil ik de minister volgende prangende vragen stellen.
Wat is de stand van zaken in de organen van de Raad voor de mededinging?
Hoeveel leden oefenen nog hun mandaat uit?
Worden de dossiers effectief behandeld of is er een belangrijke achterstand?
Welke initiatieven denkt de minister te nemen om de Raad voor de mededinging terug te laten functioneren en dynamisch te maken?
Dient de regelgeving op het vlak van mededinging aangepast te worden, omdat onze wetgeving misschien niet beantwoordt aan de eisen die de markt op het ogenblik stelt?
Biedt het statuut van de Raad en de leden voldoende waarborgen voor een goede werking?
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - In een persbericht van 9 december verklaarde de voorzitter van de Raad voor de mededinging dat ze haar ontslag aanbiedt uit protest `tegen de houding van enkele leden van de raad die het toezichtsorgaan willen destabiliseren'. De voorzitter is ondertussen benoemd tot magistrate bij het Hof van Beroep in Antwerpen.
Het is niet de eerste keer dit jaar dat de Raad voor de mededinging op een negatieve wijze in de actualiteit komt. Zo had een lid eind augustus slechts enkele dagen nodig om zijn biezen te pakken. Een ander lid werd op non-actief gezet, waarbij een tuchtprocedure werd ingesteld. Dat had bovendien tot gevolg dat het betrokken lid de voogdijminister in gebreke stelde.
De ruzie binnen de mededingingsautoriteit tussen de voltijdse leden zou zijn ontstaan naar aanleiding van de behandeling van de eerste meldingen van Electrabel en de gemengde intercommunales dat ze hun belangen in de elektriciteitssector uit elkaar zouden trekken. Electrabel kreeg bij die operatie de stroomverkoopactiviteiten toegeschoven. Ook de zestien niet-voltijdse leden en de voorzitter zouden frontaal met elkaar in aanvaring gekomen zijn in de Algemene Raad.
Graag krijg ik van de minister een antwoord op volgende vragen.
Welke zijn de echte redenen waarom de Raad voor de mededinging reeds jaren niet functioneert?
Welke maatregelen zal de minister onmiddellijk nemen om een einde te maken aan de conflicten binnen de Raad voor de mededing?
Acht de minister het niet wenselijk in de toekomst ingrijpende maatregelen te nemen om de werking van de Raad voor de mededinging te verbeteren of te versterken of op een nieuwe wettelijke leest vorm te geven?
De heer Marc Verwilghen, minister van Ontwikkelingssamenwerking. - De Raad voor de mededinging bestaat uit vier voltijdse leden. De heer Zonnekeyn heeft deze zomer ontslag genomen. De procedure voor vervanging loopt momenteel. Mevrouw Ponet, de voorzitter, heeft recent aan de minister haar ontslag ingediend. De minister houdt het ontslag in beraad.
Er blijft een achterstand bestaan, maar de laatste jaren heeft de Raad duidelijk meer beslissingen genomen: 42 in 2000, 66 in 2001 en 95 in 2002.
De heer Zonnekeyn zal worden vervangen en, indien het ontslag van mevrouw Ponet wordt aanvaard, zal zij eveneens worden vervangen.
De regelgeving op het vlak van de mededinging zal worden aangepast. Dat zal in twee fasen gebeuren. In een eerste fase is er een minimale aanpassing nodig om de regelgeving aan te passen aan de Europese verordening 1/2003. Die verordening wordt van kracht op 1 mei 2004 en de aanpassing gebeurt zeer binnenkort. De capaciteit van de Dienst voor de mededinging wordt daartoe tegen eind april 2004 uitgebreid tot 40 personeelsleden. In een tweede fase zal de regelgeving grondig worden aangepast. Onder meer de vereiste capaciteit van de Raad, het korps en de Dienst worden bekeken. Die hervorming is gepland tegen eind 2005.
Het statuut van de Raad zal in het kader van de tweede fase worden geëvalueerd.
Het is overdreven te stellen dat de Raad voor de mededinging niet zou functioneren. Sedert het aantreden van mevrouw Ponet werd een duidelijke verbetering vastgesteld. Recent wordt de goede werking van de Raad ietwat belemmerd door een persoonlijk conflict tussen een voltijds lid en de rest van de voltijdse leden. Die problematiek moet binnen de Raad worden opgelost en daarvoor zijn er geëigende tuchtrechtelijke kanalen.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Het lijkt er op dat de Raad voor de mededinging een probleem is van ontwikkelingssamenwerking. De aanwezigheid van de minister van Ontwikkelingssamenwerking is dus meer dan symbolisch. Ik zal bij gelegenheid op deze materie terugkomen.
Bij de bespreking van het wetsontwerp en het wetsvoorstel over de Raad voor de mededinging hebben we onze standpunten uiteengezet en onze bezorgdheid geformuleerd. Die bezorgdheid blijft bestaan, want de Raad voor de mededinging heeft in wezen een zeer belangrijke rol te vervullen in de vrije uitoefening van onze commerciële activiteiten.
De voorzitter. - De heer Marc Verwilghen, minister van Ontwikkelingssamenwerking, antwoordt namens mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid.
Mevrouw Sfia Bouarfa (PS). - Er zijn een aantal ondernemingen ontstaan in een vrij bijzondere activiteitssector. Dat geeft aanleiding tot problemen die verontrustende dimensies aannemen.
Amerikaanse sociologen hebben het over de ethnic business. In het bijzonder in het domein van de telefonie worden er ondernemingen opgericht die in feite een reactie zijn op een werkloosheidsprobleem.
Het gebrek aan reglementering in de sector van de commerciële telefoniediensten, de zogenaamde phone shops, doet vragen rijzen.
De meerderheid van de mensen die er werken, hebben weinig of geen opleiding gehad, ze hebben geen diploma en behoren tot minder bevoorrechte sociale klassen. De nieuwe technologieën bieden een uitweg uit de werkloosheid en een kans om op te klimmen op de sociale ladder.
De meerderheid van de betrokken ondernemingen geeft geen betrouwbaar overzicht van de gehanteerde tarieven, waardoor de consument geen enkel zicht heeft op de prijzen en diensten.
De gebrekkige reglementering benadeelt niet alleen de verbruiker maar ook de jonge ondernemer die, zoals iedereen, wil profiteren van de mogelijkheden van de informatiemaatschappij. Deze blijkt enkel toegankelijk te zijn voor degenen die erin slagen munt te slaan uit de gebreken die het gevolg zijn van de structurele veranderingen van de economie.
Welke maatregelen zal de regering nemen om het ontstaan van ondernemingen met een precaire activiteit te bestrijden - reglementering, gedragscode, enzovoort - en een oplossing te vinden voor de rampzalige gevolgen van deze ontwikkeling op sociaal-economisch vlak? Ik denk hierbij aan het probleem van faillissementen, naleving van de sociale wetgeving, registratie in het handelsregister en bij de BTW.
De heer Marc Verwilghen, minister van Ontwikkelingssamenwerking. - Ik lees het antwoord van mevrouw Moerman.
De verplichtingen van de uitbaters van phone shops vloeien voort uit de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. Artikel 90 van die wet bepaalt dat degene die een andere, al dan niet aan het publiek aangeboden telecommunicatiedienst wenst te exploiteren, hiervan bij een ter post aangetekende brief aangifte moet doen bij het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie.
Wat de frauduleuze tarifering betreft, kan ik u meedelen dat ik contact heb opgenomen met het algemeen bestuur controle en bemiddeling van de FOD Economie. Het is mogelijk dat er over dit probleem klachten zijn ingediend, maar blijkbaar zijn ze niet talrijk genoeg om te kunnen spreken van een belangrijk probleem.
Als mocht blijken dat het probleem toch omvangrijker is dan het lijkt, zowel voor de verbruikers als voor de jonge ondernemers die hun geluk beproeven in deze commerciële sector, dan moeten er oplossingen worden gezocht in overleg met de betrokken operatoren. Ik denk in dat verband aan een gedragscode. Die materie behoort tot de bevoegdheid van minister Freya Van den Bossche.
Mijn kabinet onderzoekt welke initiatieven er kunnen worden genomen om het probleem van de faillissementen in België aan te pakken. In die context, mevrouw Bouarfa, zullen we ons ook buigen over het probleem dat u hebt aangehaald.
De voorzitter. - De heer Marc Verwilghen, minister van Ontwikkelingssamenwerking, antwoordt namens mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid.
De heer Frank Creyelman (VL. BLOK). - De verplichte verzekering tegen natuurrampen is één van die dossiers die bij elke watersnood weer opnieuw komt bovendrijven. Wie slachtoffer wordt van grote waterschade of van een natuurlijke catastrofe kan een beroep doen op het Rampenfonds, maar dat fonds komt alleen tussenbeide als de ramp ook officieel erkend is. De algemene, verplichte rampenverzekering zou soelaas moeten bieden, maar wordt al jaren door politieke rampspoed achtervolgd. Tijdens de vorige regeerperiode beloofde premier Guy Verhofstadt meermaals een snelle doorbraak, maar steeds zonder gevolg.
Minister Moerman probeert het nu opnieuw maar stoot blijkbaar opnieuw op verzet bij de SP.A in de persoon van haar Gentse collega Freya Van den Bossche, minister van Leefmilieu, Consumentenzaken en Duurzame Ontwikkeling. Minister Van den Bossche wil niet weten van een algemene, verplichte premie die voor iedereen even hoog ligt, ongeacht het risico. Als socialiste is zij hier dus geen voorstander van het solidariteitsprincipe.
Het ziet er dus naar uit dat de algemene, verplichte rampenverzekering weeral dode letter zal blijven. Als er zich straks alweer waterellende voordoet, zijn het de burgers die het slachtoffer zullen zijn van deze ministeriële onenigheid.
Wat is het standpunt van de regering in verband met de algemene, verplichte rampenverzekering?
De heer Marc Verwilghen, minister van Ontwikkelingssamenwerking. - De wet van 21 mei 2003 betreffende de overstromingsverzekering voor eenvoudige risico's wordt door iedereen, zowel door de verzekeraars, de makelaars als de consumenten, terecht bestempeld als een slechte wet; ze is onwerkbaar en onuitvoerbaar.
Ze is onuitvoerbaar op korte en middellange termijn omdat de risicozones waar de verplichte verzekering geldt, afgebakend moeten worden door de Gewesten en de Gewesten eerst overeenstemming moeten bereiken over de criteria om de risicogebieden in kaart te brengen. Het overleg dat hierover reeds heeft plaatsgevonden op mijn kabinet, wijst uit dat het geen gemakkelijke klus is. Elk Gewest houdt er immers een eigen benadering en basisfilosofie op na. Daarenboven zal het zeker tot eind 2005 duren alvorens de laatste hand wordt gelegd aan de nodige kaarten.
Concreet betekent dit dat de wet niet in werking kan treden vóór eind 2005, omdat de inwerkingtreding ervan met toepassing van artikel 8 afhankelijk is gesteld van de afbakening van de risicozones. De wet is dus wel degelijk onuitvoerbaar.
De wet is eveneens onwerkbaar omdat ze alleen de mensen, die in een risicogebied gevestigd zijn, verplicht een dergelijke verzekering aan te gaan. Alleen wie het meest schrijnend risico loopt, moet zich dus verzekeren. Dat is de zogenaamde antiselectie: alleen de slechte risico's moeten zich verzekeren met als gevolg dat bijzonder hoge, zeg maar onbetaalbare premies zullen worden aangerekend. Een dergelijke regeling is tot mislukken gedoemd. Een verzekering is in wezen gestoeld op een solidariteitsstelsel dat alleen kan voortbestaan indien een voldoende groot aantal en voldoende homogene risico's ter verzekering worden aangeboden, zodat ze compenseerbaar zijn overeenkomstig de statistische wetten.
Men zoekt nu reeds meer dan 10 jaar een oplossing voor het probleem van de rampenverzekering. De jongste 10 jaar hebben stormen, overstromingen en aardbevingen heel wat schade aangericht. Wie van enige goede wil is en aandacht heeft voor zijn schadelijdende medeburgers, zal niet ontkennen dat het nu lang genoeg geduurd heeft en dat er eindelijk een definitieve oplossing moet worden gevonden.
De wet van 21 mei 2003, hoe onvolmaakt ook, kan hieraan ten grondslag liggen. In ieders voordeel wil ik wil de wet aanpassen rekeninghoudend met de belangen van alle betrokkenen zodat ze op korte termijn werkbaar en uitvoerbaar wordt. De oplossing op korte termijn is afhankelijk van de politieke wil in het parlement. Men zal mij in geen geval kunnen verwijten dat ik geen initiatieven neem om het geschetste probleem daadwerkelijk op te lossen! Het ligt in mijn bedoeling de verzekering uit te breiden tot alle natuurrampen: overstromingen, aardbevingen, aardverschuivingen, grondverschuivingen, windhozen, stormen, het overlopen van rioleringen, en deze verzekering te veralgemenen tot elke burger die een brandverzekering aangaat.
Op die manier keren we terug tot een gezonde verzekeringstechnische aanpak van de problematiek.
Iedereen is onderworpen aan de genoemde risico's. De spreiding blijft niet meer beperkt tot 12 à 15% van de bevolking. De verzekering kan op die manier voor iedereen betaalbaar zijn. De premie voor de brandverzekering kan met 3 á 4% stijgen.
Een bijkomend voordeel ten aanzien van de regeling in de huidige wet van 2 mei 2003 is dat de solidariteit in mijn voorstel openlijk gebeurt en dat iedereen voor die solidariteit een bijkomende dekking krijgt. Onder de huidige wet is de solidariteit verdoken via het tariferingsbureau en alleen personen in risicogebieden krijgen een bijkomende dekking, met name de overstromingsdekking aan bovendien torenhoge premies die Jan met de pet niet kan betalen.
Mevrouw Moerman is er dan ook rotsvast van overtuigd dat indien de politieke wil bestaat om de problematiek effectief te regelen, het volgens bovenstaande principes zal moeten gebeuren.
De heer Frank Creyelman (VL. BLOK). - Ik dank de minister voor zijn antwoord, maar het schept geen duidelijkheid voor de nieuwe rampenverzekering. Het ziet ernaar uit dat die verzekering het monster van Loch Ness blijft, zoals premier Verhofstadt haar onlangs heeft voorgesteld.
Ondertussen blijvende potentiële slachtoffers op hun honger. Zij kunnen alleen maar hopen dat er in de nabije toekomst niets gebeurt.
Bovendien is het toch eigenaardig dat de VLD tegenwoordig het solidariteitsprincipe verdedigt en de SP.A de eigen verantwoordelijkheid, tenzij natuurlijk de onenigheid over de essentie het gevolg is van een persoonlijke ruzie tussen Gentse madammen zoals een gezagsgetrouwe krant onlangs schreef.
De voorzitter. - De heer Marc Verwilghen, minister van Ontwikkelingssamenwerking, antwoordt namens mevrouw Fientje Moerman, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid.
Mevrouw Isabelle Durant (ECOLO). - Na de WTO-conferentie in Cancún - die niet heeft geleid tot een akkoord inzake een verdere liberalisering van de wereldhandel - heeft de Europese Commissie in november laatstleden een mededeling goedgekeurd over het beleid dat moet worden gevoerd om de discussies over het ontwikkelingsprogramma van Doha weer op gang te brengen. In dat document stelt de Europese Commissie dat de fundamentele doelstellingen van de Europese Unie in die onderhandelingen dezelfde blijven. Ze beveelt ook een strategische koerswijziging aan teneinde die doelstellingen te bereiken, in de vorm van een geactualiseerde onderhandelingspositie op verschillende terreinen.
Tien dagen geleden hebben de 25 ministers van Handel die uitgangspunten van de Commissie in hun geheel goedgekeurd. Mevrouw Moerman heeft in Le Soir van 3 december laatstleden gezegd dat ze akkoord gaat met de algemene benadering van de Commissie. Ze voegde eraan toe dat België zich moet toeleggen op het dossier dat voor ons land prioritair is en volgens haar is dat het vergemakkelijken van de handel.
Ik ben verbaasd over die uitspraak en over de steun voor de aanpak van de Europese Commissie. De regering en de Europese Commissie hebben blijkbaar geen lessen getrokken uit Cancún, ondanks de verklaringen van Europees commissaris Pascal Lamy.
Het toeval wil dat de minister van ontwikkelingssamenwerking antwoordt namens mevrouw Moerman. Dit onderwerp heeft onrechtstreeks en zelfs rechtstreeks ook met zijn bevoegdheden te maken.
Mijnheer de minister, is het juist dat volgens mevrouw Moerman, uzelf en de regering het dossier over het vergemakkelijken van de handel prioritair is voor België bij de WTO? Hoe staat het bijvoorbeeld met de kwestie van de sociale en de milieuwetgeving of de verspreiding van landbouwmethodes die samengaan met duurzame ontwikkeling? Die punten waren een prioriteit van de vorige regering.
Hoe staat België tegenover de vraag of de Raad een nieuw mandaat aan de Commissie moet toevertrouwen? Het onderhandelingsmandaat van Seattle is vanzelfsprekend vervallen. Is België afgestapt van het idee van een herziening van het mandaat? Dat punt staat nochtans in het regeerakkoord. Indien ja, waarom? Indien niet, wanneer zal de regering de herziening van het mandaat voorstellen?
De heer Marc Verwilghen, minister van Ontwikkelingssamenwerking. - Het vergemakkelijken van de handel is prioritair voor ons land in het kader van de vier vragen van Singapore.
Op het punt van de sociale en milieuwetgeving en de bevordering van de handel in landbouwproducten die bijdragen tot de duurzame ontwikkeling, is het standpunt van de Belgische regering hetzelfde als dat van de vorige regering.
België heeft het voorstel van een nieuw mandaat voorgelegd aan de Lidstaten en aan de Commissie maar heeft hun akkoord nog niet verkregen. De conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 21 juli en van 8 en 9 december bevatten evenwel verschillende punten die ons land heeft opgeworpen. Dat toont aan dat er wellicht binnenkort over die materie zal worden beraadslaagd. We hopen dat er een nieuw mandaat zal komen. We moeten rekening houden met het mislukken van Cancún en met de wil van ons land om te trachten tot een oplossing te komen.
Mevrouw Isabelle Durant (ECOLO). - Ik zal er nauwlettend op toezien of er gevolg wordt gegeven aan het Belgische voorstel om het mandaat van commissaris Lamy te herzien. België kan natuurlijk niet alleen beslissen maar kan wel een leidende rol spelen.
Ik ben blij dat het standpunt van België inzake de sociale en milieunormen niet veranderd is. U zegt dat het vergemakkelijken van de handel een prioriteit van de regering blijft. Volgens mij is de enige handel de handel waarbij rechtvaardige sociale en milieunormen worden gerespecteerd. De twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er kan geen sociale vooruitgang worden geboekt als er op het vlak van het milieu geen vooruitgang plaats vindt. We zullen op die vragen terugkomen na de vergadering van de Raad Algemene Zaken, als de maatregelen van de Raad op dat vlak bekend zullen zijn.
De heer Jacques Devolder (VLD). - Als alles goed gaat, zal Farmanet op 1 januari 2004 van start gaan. Ik ben al sinds 1985 parlementslid en heb al vele plannen hierover horen uiteenzetten, maar deze keer schijnt het toch te zullen lukken. Toch is er in farmaceutische kringen heel wat ongerustheid ontstaan over de toepassing van het nieuwe systeem en vooral over het eventueel aanrekenen van systeemfouten aan de apothekers, zonder dat ze zelf enige controle kunnen uitoefenen of de systeemfouten kunnen ondervangen. In vele gevallen kan de apotheker de patiënt trouwens niet bereiken, aangezien er op de SIS-kaart geen adres staat. Dat schept waarschijnlijk niet veel problemen voor de wijkapotheken, maar wel voor de passageapotheken, wachtdiensten of apotheken aan de kust.
Bij verlies van de SIS-kaart reikt het ziekenfonds een verzekeringsattest uit dat echter niet altijd correct is. Bovendien neemt het verstrekken van een nieuwe SIS-kaart vaak meer tijd in beslag dan de geldigheidsduur van het verzekeringsattest. Wanneer het identificatienummer van de voorschrijver - arts of tandarts - niet juist is, wordt de apotheker gepenaliseerd, hoewel hij die gegevens op geen enkele manier kan controleren.
Het is verre van correct dat de ziekenfondsen zich zulke zaken kunnen permitteren en pas na drie maanden betalen zonder dat ze kunnen bewijzen dat de apotheker in de fout is gegaan.
Misschien gaat het maar om geruchten, maar ik betwijfel dat en ik hoop dat de minister ons kan geruststellen.
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - In de Overeenkomstencommissie apothekers-verzekeringsinstellingen is afgesproken dat de verzekeringsinstellingen en tariferingsdiensten een snelle precontrole zullen doen. Daarna zal er, telefonisch of via e-mail, met de betrokken apothekers contact worden opgenomen om over de vastgestelde betwistingen te overleggen. Dat is een eerste belangrijk principe dat in de controles wordt gevolgd.
Een ander belangrijk principe is dat er een voorschot van 100% wordt uitbetaald. Geen enkele andere zorgverstrekker krijgt 100% voorschot.
Voor betwistingen die niet kunnen worden opgelost, werd er in het RIZIV een arbitrageorgaan opgericht dat een voor beide partijen bindende uitspraak zal doen.
De apotheker heeft een garantie van betaling gedurende het kwartaal waarin de SIS-kaart wordt gelezen. Bij misbruik van de SIS-kaart zal het ziekenfonds de bedragen verhalen op de rechthebbende en niet op de apotheker.
Op de kwalificatiecode van de voorschrijver zal geen blokkerende fout worden toegepast. Als een voorschrijver te vaak foutieve voorschriften gebruikt, wordt de controledienst van het RIZIV op de hoogte gebracht. Die dienst zal dan de nodige maatregelen nemen om de toestand recht te zetten.
Apothekers worden dus in voldoende mate beschermd tegen fouten van anderen. De apotheker moet wel nagaan of het voorschrift correct is ingevuld en correct wordt ingelezen. Hij mag zijn verantwoordelijkheid niet ontvluchten door ze op de voorschrijver af te wentelen.
De heer Jacques Devolder (VLD). - De minister verklaart dat er een voorschot van 100% wordt betaald. Hij is er zich ongetwijfeld van bewust dat de apothekers door het derdebetalersysteem het RIZIV de gelegenheid geven later te betalen. Op dat vlak verlenen wij onze volledige medewerking.
Voorts had ik graag vernomen in hoeverre hierover wordt overlegd met de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Er zijn op dat vlak problemen met betrekking tot het gebruik van de SIS-kaarten en de manier van werken van de controledienst van de verzekeringen. Ik vertrouw erop dat de minister dat zal verhelpen.
Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Sommige ondersteunende teams in de palliatieve zorg worden gebrekkig gefinancierd omdat strikte maatregelen worden toegepast. Door de toepassing van de RIZIV-quota zou de zorg van meer dan de helft van de patiënten van sommige teams niet gedekt zijn. Een aanpassing van de RIZIV-quota vanaf 2004 is absoluut noodzakelijk om het voorbestaan van sommige teams te verzekeren.
Welke regels worden toegepast voor de financiering van de ondersteunende teams in de palliatieve zorg? Waarom worden sommige teams gebrekkig gefinancierd? Worden de quota aangepast in 2004? Hoe groot zal die aanpassing zijn?
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - De financiering van de ondersteunende teams in de palliatieve zorg wordt toegekend op basis van overeenkomsten die worden gesloten tussen de ondersteunende teams en het verzekeringscomité van het RIZIV. Het principe van die overeenkomsten is als volgt: in een zone van 200.000 inwoners beschikt een team over een personeelsbestand van 2,6 voltijdse equivalenten om minstens 100 patiënten te begeleiden.
Die overeenkomsten zijn een onderdeel van de zogenaamde revalidatieovereenkomsten die deel uitmaken van de begroting gezondheidszorg van het RIZIV. In het kader van de begroting voor 2004 werd beslist om een audit uit te voeren in de sector van de palliatieve zorg. Er wordt nagegaan wat de impact van de financiële normen en van de revalidatieovereenkomsten is en of het aanbod afgestemd is op de noden. De eventuele aanpassing van de quota en van de huidige berekening van de financiering zal uiteraard afhangen van de resultaten van de audit. Die resultaten worden verwacht in juli 2004.
Ten slotte is het belangrijk te onderzoeken of de verpleegkundige thuiszorg en de multidisciplinaire ondersteunende teams in de palliatieve zorg elkaar aanvullen. Voor de thuiszorg hanteert het RIZIV een specifieke nomenclatuur.
Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Er zal dus een audit plaatsvinden. Ik ken ondersteunende teams die zich bezighouden met 200 in plaats van met 100 patiënten. De quota zullen bijgevolg moeten worden herzien. Hopelijk zal dat de conclusie zijn van de audit.
De voorzitter. - De lijst van de in overweging te nemen voorstellen werd rondgedeeld.
Leden die opmerkingen mochten hebben, kunnen die vóór het einde van de vergadering mededelen.
Tenzij er afwijkende suggesties zijn, neem ik aan dat die voorstellen in overweging zijn genomen en verzonden naar de commissies die door het Bureau zijn aangewezen. (Instemming)
(De lijst van de in overweging genomen voorstellen wordt in de bijlage opgenomen.)
De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - In maart 2003 drukte Fidel Castro elke hoop op een vreedzame evolutie naar democratie de kop in door tientallen dissidenten aan te houden. De vreedzame schrijvers, journalisten en onderwijzers werden in een schijnproces veroordeeld tot zware gevangenisstraffen tot 28 jaar lang. In een recent interview aan Humo verklaarde Castro dat alle veroordeelden bandieten waren en dat er `slechts' vier echte journalisten tussen zaten.
De Belgische regering heeft snel gereageerd en heeft deze schending van de mensenrechten nadrukkelijk veroordeeld.
In Nederland is sedertdien een discussie ontstaan over ontwikkelingshulp aan Cuba. Zo verklaarde de Nederlandse woordvoerder van Pax Christi terecht dat Castro tal van neporganisaties heeft opgericht die zogezegd los staan van het regime, maar die in feite marionetten van het regime zijn, en dat steun aan die marionetten moet worden stopgezet. "Neporganisaties werden in het leven geroepen om de verloren steun uit de Sovjetunie te compenseren. Castro zag dat in die hoek geld te halen was, maar dan moeten hulporganisaties niet in die val trappen."
Eén van die marionettenorganisaties is de boerenorganisatie ANAP. De voorzitter is lid van het communistische parlement en van de communistische staatsraad en boeren die niet `revolutionair' genoeg zijn worden uitgesloten, waarna ze bijvoorbeeld het recht op onderwijs voor hun kinderen verliezen.
Gerrit Pruim, woordvoerder van de Nederlandse vakbond CNV, zegt over ANAP: "Het kenmerkende van dergelijke organisaties is dat ze zich richten op het maatschappelijke middenveld. In Cuba zitten ze zeer nauw tegen de regering aan. Dat de boerenorganisatie ANAP democratisch zou zijn is grote onzin. Het is een klap in het gezicht van de dissidenten die gevangen zitten."
Elk jaar geeft de overheid een enorme dotatie aan 11.11.11 en aan de lidorganisaties ervan voor tal van projecten. In het overzicht van de projecten die 11.11.11 in 2003 wil gaan steunen, vinden we deze ANAP terug voor een bedrag van 15.000 euro. Mijn vraag om uitleg werd op 4 november ingediend, met de bedoeling om de acties van 11.11.11 voor te zijn, het is mijn schuld niet dat ze pas nu aan bod kan komen. Ook in het jaarverslag van Oxfam 2001, één van de deelorganisaties van 11.11.11 staat steun voor ANAP vermeld, dit keer voor 15.830 euro eigen middelen, aangevuld met een subsidie van 70.599 euro via DGOS, de federale dienst voor ontwikkelingshulp.
Het lijkt me ontoelaatbaar dat op die manier belastinggeld wordt besteed aan steun aan marionettenorganisaties van de Cubaanse communistische dictatuur.
Kan de minister me zeggen welke houding hij aanneemt tegenover dergelijke pseudo-onafhankelijke organisaties?
Hoe wordt de doorlichting georganiseerd van projecten die aanvragen voor subsidies indienen?
Worden de projecten van 11.11.11 en Oxfam `gescreend' opdat zij niet zouden dienen om verkapte steun aan dictaturen te verlenen?
Zal de minister de overheidsbijdrage verminderen wanneer organisaties, zoals het gewraakte ANAP, op een projectenlijst voorkomen?
De heer Marc Verwilghen, minister van Ontwikkelingssamenwerking. - De boerenorganisatie ANAP in Cuba is inderdaad een partnerorganisatie van verschillende NGO's, waaronder 11.11.11. en Oxfam-Solidariteit. Deze organisatie verenigt de kleine privé-boeren, georganiseerd in coöperaties. Ze is in het hele land actief en is een dynamische kracht in de evolutie naar meer voedselsoevereiniteit en een duurzaam landbouwbeleid. Verschillende onafhankelijke evaluatierapporten over de samenwerking met deze partner bevestigen de gegrondheid en de sérieux waarop de samenwerking is gebaseerd.
Via de organisatie 11.11.11. cofinanciert de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking inderdaad een uitwisselingsprogramma ter versteviging van de coöperatieven, voor een bedrag van 148.633 euro. Daarbij kan worden opgemerkt dat 11.11.11. geen NGO is die haar verantwoordelijkheid niet neemt. Bij lastige situaties rapporteert zij de moeilijkheden aan de Federale Overheidsdienst. Zij beschrijft op adequate wijze wat de contextfactoren zijn van haar acties.
Oxfam heeft in Cuba partnerwerking met ANAP sinds 1998. In 2003 omvat deze samenwerking agro-ecologische technieken, cofinanciering 90.000 euro, en productie en verbetering van lokale groenten en zaden, cofinanciering 38.480 euro.
In april 2003 werd door de dossierbeheerder van DGOS samen met een onafhankelijk expert een evaluatiezending naar Cuba ondernomen waarbij de door Oxfam ondersteunde acties van ANAP werden bezocht. Het evaluatieteam besloot dat "ANAP een erkende, belangrijke, goed georganiseerde en dynamische lokale partner is" en dat het gaat om "goed geïdentificeerde acties die, ondersteund door Belgische NGO's en uitgevoerd via ANAP, een reële slaagkans hebben ten voordele van de lokale bevolking".
ANAP komt niet voor op de zwarte lijst van Cubaanse sociale organisaties waarmee privé-organisaties in de VS niet mogen samenwerken. De Amerikaanse regering heeft zelfs samenwerking met ANAP toegestaan.
De Belgische NGO's, hoewel erkend door de officiële instanties als samenwerkingsorganisatie, zijn autonoom wat hun werking betreft. Ze kunnen actief zijn in landen waar de officiële instanties niet rechtstreeks opereren. Door hun aanwezigheid op het terrein is het mogelijk een band te onderhouden met de plaatselijke bevolking en tegelijk als informatiebron te fungeren voor de rest van de wereld.
De NGO's zijn uitingen van de civil society van ons land. Het volledige spectrum van filosofische, religieuze en politieke overtuigingen komt bij hen aan bod. De acties welke zij voorstellen, worden bijgevolg uitsluitend beoordeeld op hun intrinsieke kwaliteit, rekening houdend met de volgende criteria: coherentie, ontwikkelingsrelevantie, duurzaamheid, methodologische aanpak, doelmatigheid, doeltreffendheid, beheerscapaciteit van de organisatie, partnerschap en synergie/complementariteit met andere acties.
Op grond van deze evaluatie en rekening houdend met de houding van de VS tegenover ANAP besluit ik dat de ingenomen standpunten geen steun vinden in de onafhankelijke rapporten van DGOS.
De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Sommige bronnen wijzen toch op ernstige anomalieën. Dat ANAP een gewone organisatie zou zijn die niet voorkomt op de zwarte lijst, wordt tegengesproken door de woordvoerder van de Latijns-Amerikaanse vakbond CLAT, Ernst Roemers. Volgens hem bieden Novib, Hivos en ANAP steun aan één van de laatste communistische dictaturen die de wereld nog kent. De ANAP, `Casas de las Americas' en het Martin Luther King-centrum zijn onderdeel van het repressieve apparaat van het regime, zegt Carlos Payá, de woordvoerder van het Varela-project, een initiatief van een van de meeste gematigde dissidenten op Cuba. Het project verzamelde onlangs 11.000 handtekeningen in Cuba voor een referendum over politieke hervorming.
Payá vindt dat Cuba de belangengroepen van bijvoorbeeld vrouwen, jongeren, boeren of kunstenaars als instrument gebruiken om de bevolking te controleren.
Dit zijn niet mijn woorden, maar die van Cubaanse dissidenten. De minister heeft net aangegeven welke normen worden gehanteerd bij de screening van dergelijke organisaties. Ik betreur dat hij zich niet houdt aan de normen die in zijn eigen beleidsnota staan en waarin staat dat België ijvert voor hetzelfde doel: vrede, rechtvaardigheid, democratie en ontwikkeling. Mochten deze normen bij de screening worden gehanteerd, dan zou een dergelijke organisatie waarschijnlijk uit de boot vallen.
We geven dus geld aan een dictatuur en we houden de onderdrukking van de Cubanen die naar vrijheid streven mee in stand met het geld van Oxfam, van 11.11.11 en met het geld dat we bijkomend aan bepaalde projecten geven.
De heer Marc Verwilghen, minister van Ontwikkelingssamenwerking. - De heer Verreycken verwijst naar de criteria uit de beleidsnota die België hanteert voor de bilaterale hulp. Cuba behoort niet tot de partnerlanden waaraan België bilaterale hulp verleent.
Ik neem aan de heer Verreycken een correct beeld geeft van de relatie die sommige dissidenten onderhouden met het regime. Ik baseer me liever op andere instanties, zoals de Amerikaanse overheid, waarvan niet echt kan worden gezegd dat ze dicht bij het Cubaanse regime staat. Welnu, ANAP komt niet voor op de Amerikaanse zwarte lijst; de Amerikaanse regering staat integendeel toe dat met deze organisatie wordt gewerkt. Ik zeg dit maar om aan te tonen dat voorzichtig moet worden omgesprongen met wat dissidenten beweren.
Mocht uit onafhankelijke verslagen gebleken zijn dat er een probleem bestaat, dan had ik de zaak onderzocht en desgevallend maatregelen genomen. Dit bleek echter niet nodig.
De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Ik begrijp dat de minister zich moet baseren op bronnen en moeilijk zelf ter plaatse een afweging kan gaan maken.
Echte dissidenten krijgen in Cuba tot 28 jaar gevangenisstraf. De stemmen die de minister hoort, zijn dus niet onbevooroordeeld; het gaat om personen die zijn vrijgelaten door het regime.
De heer Marc Verwilghen, minister van Ontwikkelingssamenwerking. - Betekent dit dat we ontwikkelingssamenwerking met een bevolking moeten stoppen vanwege het regerende regime?
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Uit een in december 2003 verschenen studie van de verbruikersorganisatie Test Aankoop blijkt dat de brandveiligheid in vele bioscoopzalen te wensen overlaat. Test Aankoop spreekt zelfs van een rampscenario in de toekomst indien de brandveiligheid niet sterk wordt verbeterd. Ook de gebrekkige toegang voor personen met een verminderde mobiliteit en hun veiligheid bij een evacuatie bleek een teleurstellend minpunt te zijn. Voor de regelgeving dienaangaande zijn zowel de federale als de gewestelijke en gemeentelijke instanties bevoegd.
De problematiek is alleszins verontrustend, aangezien de onderzoeken van Test Aankoop gewoonlijk kwaliteitsvol zijn. Hierop moet dus door het beleid worden gereageerd. Test Aankoop onderzocht veertien zalen en maar vijf daarvan kregen een redelijke eindbeoordeling. Zes behaalden zelfs een negatieve score wegens ernstige tekortkomingen op de bestaande veiligheidsvoorschriften. Met andere woorden, in meer dan de helft van de geteste zalen worden de veiligheidsvoorschriften niet gerespecteerd. Hierbij gaat het onder meer over onvoldoende en versperde nooduitgangen, de slechte staat van de trappen, de onleesbaarheid of zelfs het ontbreken van het evacuatieplan, onvoldoende brede evacuatiewegen, de afwezigheid van branddetectiesystemen en brandblusapparaten, het ontbreken van een systeem voor rook- of warmteafvoer in de zaal, de onbruikbaarheid van de nooduitgangen voor personen met een verminderde mobiliteit.
Test Aankoop stelt vast dat de bestaande veiligheidsvoorschriften onvoldoende streng zijn en de veiligheid niet waarborgen in geval van brand. Daarom moet ook een onderzoek gebeuren naar de bestaande criteria en wetgeving. Een aantal veiligheidsvoorschriften behoren tot de federale bevoegdheid, de controle en preventie daarentegen tot deze van de gemeenschappen en de gemeenten behoren. De federale overheid is bevoegd voor de basisnormen voor de veiligheid van gebouwen. In dit verband verwijs ik naar een koninklijk besluit van 1997 van meer dan honderd bladzijden, maar de vraag is of de bepalingen de toets van een onderzoek naar de kwaliteitsnormen en de tests van Test Aankoop doorstaan.
Van de vice-eerste minister had ik graag vernomen welk standpunt hij inneemt met betrekking tot dit onderzoek van Test Aankoop. Is hij bereid dit punt te agenderen op de interministeriële conferentie met zijn collega's van de gemeenschappen en gewesten? Zullen de regels inzake de brandveiligheid van bioscoopzalen in het licht van deze studie worden getoetst en herzien, met het oog op een eenduidige en veilige regelgeving? Zal de regelgeving worden aangepast aan de toegankelijkheid voor en de veiligheid van personen met een verminderde mobiliteit? Test Aankoop vreest immers dat deze mensen in heel wat gevallen niet tijdig zullen kunnen ontkomen.
De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - In het geheel van de brandvoorkoming is de minister van Binnenlandse Zaken alleen bevoegd voor het uitwerken van basisnormen, los van de bestemming of functie van de gebouwen. Vanwege deze beperkte bevoegdheid onthoud ik me liever van verdere commentaren op het studie van Test Aankoop. Ik stel enkel vast dat Test Aankoop bijkomende criteria in het onderzoek heeft meegenomen en daardoor strengere voorwaarden hanteerde dan de puur wettelijke.
De gewesten zijn bevoegd voor het uitwerken van de specifieke brandveiligheidsvoorschriften voor specifieke gebouwen, zoals bijvoorbeeld bioscoopzalen. Wel ben ik me bewust van de noodzaak van een coördinatie en een betere afstemming van de normen op elkaar. Daarom heb ik het nodige gedaan om de Hoge Raad voor de beveiliging tegen brand en ontploffing uit te breiden met vertegenwoordigers van gewesten en gemeenschappen, zodat deze materie op een gemeenschappelijk forum kan worden besproken.
De toekenning van een exploitatievergunning voor een bioscoop valt onder de bevoegdheid van de burgemeester, net zoals de controle op de naleving van de voorschriften. Dit laatste moet de burgemeester toevertrouwen aan de brandweer. Ik heb mijn diensten de opdracht gegeven een omzendbrief voor te bereiden om de burgemeesters te herinneren aan hun verplichtingen inzake brandvoorkoming op basis van de gemeentewet en op basis van de wet van 30 juli 1979 betreffende preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijk aansprakelijkheid in dergelijke gevallen. Ik wil de burgemeesters er in deze omzendbrief ook op wijzen dat de inspectie van sommige grotere, publiek toegankelijke gebouwen regelmatig moet worden uitgevoerd en dat gebeurt nu onvoldoende.
Ik ben niet bevoegd voor de regelgeving inzake de toegankelijkheid voor en de veiligheid van personen met een verminderde mobiliteit. Ook hier moet ik naar de gewesten verwijzen, maar dit punt kan wellicht aan bod komen in een vergadering van de Hoge Raad waar gewesten en gemeenschappen deel van uitmaken, zoals ik al aanhaalde.
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Ik dank de minister uiteraard voor zijn antwoord. Een omzendbrief lijkt me inderdaad een goed initiatief om de gemeenten aan hun verantwoordelijkheid te herinneren. Toch pleit ik er eveneens voor dat de minister de basiswet toetst aan de kwaliteitsvoorwaarden die Test Aankoop vooropstelt en die inderdaad verder gaan dan de bestaande wetgeving. Het lijkt me een goed idee die oefening ook eens te maken. Ik vind het ook een goede zaak het overleg met de gemeenschappen en gewesten hierover te organiseren. Heb ik het goed begrepen dat daarvoor een nieuw forum wordt georganiseerd of gaat het om een bestaand orgaan dat wordt geactiveerd?
De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - De Hoge Raad voor de beveiliging tegen brand en ontploffing bestaat reeds en het lijkt me aangewezen dat gewesten en gemeenschappen daar deel van uitmaken, gelet op hun specifieke bevoegdheden. Ik zal hen daartoe dan ook uitnodigen.
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Komt de problematiek van de bioscopen dan in het bijzonder aan bod?
De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Dat is de bedoeling.
De heer René Thissen (CDH). - Het is niet gebruikelijk dat iemand het woord vraagt bij de inoverwegingneming. Vandaag is het evenwel een buitengewone dag omdat we straks stemmen over een voorstel met een zeer grote symbolische draagwijdte. Een voorstel aanvaarden dat volledig indruist tegen wat we straks zullen doen, zou een schok kunnen teweegbrengen en dat wil ik voorkomen.
Wetsvoorstel 3-379 dat we in overweging zouden moeten nemen, heeft de volgende titel: "Wetsvoorstel tot opheffing van de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding" en werd ingediend door het FN.
Ik roep alle democratische partijen van deze assemblee op om uitzonderlijk een voorstel niet in overweging te nemen. Dit voorstel getuigt immers van racisme.
De heer Michel Delacroix (FN). - Ik had reacties op dit wetsvoorstel verwacht. Op het eerste gezicht kan dit wetsvoorstel grof en ongegrond lijken. Ik vraag de leden van deze assemblee die de tekst van het wetsvoorstel zouden hebben gelezen, hem nog eens te lezen. Ik denk niet dat de tekst lichtzinnig is. Mijn beroepservaring brengt me tot ernstige kritiek op het bestaan van dit Centrum en op de tegenstellingen die het veroorzaakt in zijn relaties met de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Het Centrum kost de belastingbetaler een fortuin maar het dient tot niets: het oefent een dubbele functie uit ten opzichte van het parket en ten opzichte van verenigingen die hun werk goed doen.
Ik vraag de collega's gewoon mijn tekst te herlezen. Hij is niet belachelijk of grof.
Mevrouw Isabelle Durant (ECOLO). - De heer Thissen heeft terecht onze aandacht gevestigd op een tekst die onwaardig en beledigend is voor een instelling die zeer nuttig werk verricht. Ik hoop dat velen onder ons niet zullen instemmen met de inoverwegingneming van dit wetsvoorstel.
De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Er ontgaat mij iets. Tijdens de vorige legislatuur heb ik een analoog voorstel ingediend met identiek dezelfde hoofding. Dat werd zonder problemen in overweging genomen. Het voorstel werd in deze legislatuur opnieuw ingediend en ik heb er geen enkele opmerking over gehoord. In dit geval wordt honderd procent gespeeld op de indiener en niet op het thema van het voorstel en dat verbaast me.
Vroeger lazen we de teksten en spraken ons alleen maar uit gewoonte en uit principe uit over de inoverwegingneming en werd er nooit over gediscussieerd. Ik heb er problemen mee dat het voorstel wordt gewraakt omdat het door een bepaald persoon werd ingediend.
De heer Hugo Coveliers (VLD). - Het is een goed gebruik in de democratie om alle voorstellen, hoe sterk ze ook worden afgekeurd, in overweging te nemen. Het is een gevaarlijk principe om een voorstel niet in overweging te nemen vooraleer men kennis heeft genomen van de grond van de zaak.
De VLD-fractie wenst dat het voorstel in overweging wordt genomen en dat ten gronde en op een correcte manier argumenten naar voren worden gebracht. Ik ben ervan overtuigd dat die argumenten sterk genoeg zullen zijn om het voorstel niet aan te nemen, maar we wensen het in ieder geval in overweging te nemen.
De heer Philippe Mahoux (PS). - De inhoud van dit voorstel is zeer duidelijk. Het vertolkt de wil van de indiener om een orgaan af te schaffen dat het mogelijk maakt in ons land een beleid te hebben dat eerbied heeft voor verschillen en dat gericht is op integratie en op de strijd tegen discriminatie. Het spreekt vanzelf dat we tegen de inoverwegingneming zullen stemmen.
Mevrouw Christine Defraigne (MR). - Wij zullen eveneens tegen de inoverwegingneming stemmen, want de inhoud van het voorstel laat geen enkele twijfel bestaan omtrent de bedoelingen van de indiener.
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Het standpunt van de CD&V is altijd voor een inoverwegingneming te stemmen. De inhoud van het voorstel is een totaal andere zaak. Ten gronde zijn we het natuurlijk oneens.
Mevrouw Myriam Vanlerberghe (SP.A-SPIRIT). - Het is zodanig duidelijk waarover het voorstel zal gaan dat we het tijdsverlies vinden om het op de agenda te plaatsen. (Protest van verschillende leden)
We willen daar geen energie in steken en we zullen tegen de inoverwegingneming stemmen.
De voorzitter. - We stemmen over de inoverwegingneming van het wetsvoorstel Stuk 3-379.
Stemming 1
Aanwezig: 70
Voor: 31
Tegen: 38
Onthoudingen: 1
-Het wetsvoorstel is niet in overweging genomen.
(De naamlijsten worden in de bijlage opgenomen.)
De voorzitter. - We stemmen eerst over amendement 211 van de heer Vanhecke c.s.
Stemming 2
Aanwezig: 70
Voor: 16
Tegen: 42
Onthoudingen: 12
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 18 van de heer Vanhecke c.s.
Stemming 3
Aanwezig: 69
Voor: 10
Tegen: 50
Onthoudingen: 9
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 16 van de heer Vanhecke c.s.
Stemming 4
Aanwezig: 70
Voor: 10
Tegen: 60
Onthoudingen: 0
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 175 van de heer Delacroix.
Stemming 5
Aanwezig: 70
Voor: 10
Tegen: 51
Onthoudingen: 9
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 176 van de heer Delacroix.
Stemming 6
Aanwezig: 69
Voor: 2
Tegen: 59
Onthoudingen: 8
-Het amendement is niet aangenomen.
-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 177 van de heer Delacroix. Dit amendement is dus niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 219 van de heren Ramoudt en Coveliers.
Stemming 7
Aanwezig: 70
Voor: 22
Tegen: 39
Onthoudingen: 9
-Het amendement is niet aangenomen.
-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 214 van de heren Ramoudt en Coveliers. Het amendement is dus niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 178 van de heer Delacroix.
Stemming 8
Aanwezig: 70
Voor: 2
Tegen: 60
Onthoudingen: 8
-Het amendement is niet aangenomen.
-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 179 van de heer Delacroix. Dit amendement is dus niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 180 van de heer Delacroix.
Stemming 9
Aanwezig: 69
Voor: 10
Tegen: 59
Onthoudingen: 0
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over de amendementen 181 tot 205 van de heer Delacroix.
Stemming 10
Aanwezig: 70
Voor: 10
Tegen: 60
Onthoudingen: 0
-De amendementen zijn niet aangenomen.
-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 206 van de heer Delacroix. Dit amendement is dus niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 213 van de heer Vanhecke c.s.
Stemming 11
Aanwezig: 70
Voor: 10
Tegen: 51
Onthoudingen: 9
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 216 van mevrouw Leduc.
Stemming 12
Aanwezig: 70
Voor: 31
Tegen: 39
Onthoudingen: 0
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 217 van de heer Hugo Vandenberghe c.s.
Stemming 13
Aanwezig: 70
Voor: 28
Tegen: 40
Onthoudingen: 2
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 207 van de heer Delacroix.
Stemming 14
Aanwezig: 70
Voor: 10
Tegen: 60
Onthoudingen: 0
-Het amendement is niet aangenomen.
-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de amendementen 208 tot 210 van de heer Delacroix. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen nu over artikel 2.
Stemming 15
Aanwezig: 70
Voor: 41
Tegen: 29
Onthoudingen: 0
-Artikel 2 is aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 215 van de heer Verreycken.
Stemming 16
Aanwezig: 70
Voor: 22
Tegen: 39
Onthoudingen: 9
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen nu over artikel 3.
Stemming 17
Aanwezig: 70
Voor: 41
Tegen: 29
Onthoudingen: 0
-Artikel 3 is aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen nu over artikel 4.
Stemming 18
Aanwezig: 70
Voor: 41
Tegen: 29
Onthoudingen: 0
-Artikel 4 is aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 55 van de heer Vanhecke c.s.
Stemming 19
Aanwezig: 70
Voor: 11
Tegen: 59
Onthoudingen: 0
-Het amendement is niet aangenomen.
Mevrouw Amina Derbaki Sbaï (MR). - Ik wilde tegen stemmen.
-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor amendement 54 van de heer Vanhecke c.s. Het amendement is dus niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 218 van de heer Hugo Vandenberghe c.s.
Stemming 20
Aanwezig: 69
Voor: 28
Tegen: 39
Onthoudingen: 2
-Het amendement is niet aangenomen.
De voorzitter. - We stemmen over amendement 59 van de heer Delacroix.
Stemming 21
Aanwezig: 70
Voor: 10
Tegen: 60
Onthoudingen: 0
-Het amendement is niet aangenomen.
-Dezelfde stemuitslag 60 tot 159 van de heer Delacroix. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.
(Stemming 22 werd geannuleerd.)
De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsvoorstel in zijn geheel.
De heer Hugo Coveliers (VLD). - De VLD-fractie probeert al zeer lang alle senatoren te overtuigen dat dit een zeer slecht voorstel is. Ten eerste, heeft de nieuwe meerderheid dat zelf bewezen door het vlug-vlug te willen laten goedkeuren in de hoop dat de kiezer dat in 2004 zou vergeten zijn.
Ten tweede, houdt het voorstel een discriminatie in. De Raad van State heeft dat eigenlijk bevestigd door niet te willen antwoorden op de amendementen over de wederkerigheid van collega Vandenberghe en van mijzelf. Naast de discriminatie tussen stemgerechtigden en stemplichtigen, voert het voorstel immers ook een discriminatie in daar vreemdelingen die hier vijf jaar verblijven maar de Belgische nationaliteit weigeren, wel mogen stemmen, terwijl Belgen die vijf jaar in het land van die vreemdelingen verblijven, dat daar niet mogen. Dat is duidelijk gezegd in onze amendementen en de Raad van State heeft daar niets op geantwoord. Nu bestaat er een rechtsspreuk die zegt `Qui ne dit mot consent'. De Raad van State gaat dus duidelijk akkoord dat hier sprake is van discriminatie. Daarover zal zeker nog worden gediscussieerd als de VLD-voorzitter de zaak aanhangig maakt bij het Arbitragehof.
Ook legistiek is dit een bijzonder slecht voorstel en dan heb ik het nog niet eens over de gebruikte techniek, maar over het feit dat de norm die wordt ingevoerd, bijzonder ver ligt van de norm die de burger zelf hanteert. De meerderheid heeft een volksraadpleging geweigerd. Er zijn opiniepeilingen geweest. Collega Jean-Marie Dedecker heeft zelf ook een inspanning geleverd om een opiniepeiling te laten doorgaan. Niemand kan ontkennen dat twee derden in Vlaanderen en wellicht ook in Wallonië, niet akkoord gaan met de norm die de meerderheid invoert. Twee derden van de bevolking zal dus een grotere impuls tot normvervaging krijgen. Twee derden van de Vlaamse bevolking zal gefrustreerd zijn, omdat die norm hen door de strot is geduwd door de Franstaligen, met de collaboratie van de socialisten.
Indien de tekst enig effect zou hebben, zou ik me daarmee nog enigszins kunnen troosten, maar zelfs dat is niet het geval. Ik heb de vertegenwoordigers van de allochtone gemeenschap horen verklaren dat het stemrecht dat ze nu krijgen, eigenlijk niets voorstelt. Ik heb ook leden van de meerderheid horen zeggen dat dit stemrecht niets bijdraagt aan de integratie en aan het samenleven van de bevolkingsgroepen.
Het voorstel is inhoudelijk en naar vorm slecht en het hangt legistiek met haken en ogen aan elkaar. Bovendien bevestigt het de normvervaging.
Aan de leden van de fractie van SP.A-SPIRIT wil ik vragen grondig na te denken. Zoals uw voorzitter gezegd heeft, zult u met deze wet zeker geen stemmen winnen. Of wij met ons verzet stemmen zullen winnen moet nog blijken. Maar van één groep staat nu al vast dat hij bij de nieuwe wet wel veel stemmen zal winnen. Kom alstublieft op 14 juni 2004 niet janken over een zoveelste zwarte zondag, waaraan u vandaag bijdraagt.
De heer Marc Van Peel (CD&V). - Dit voorstel is belangrijk omdat het zeer dringend de organisatie van de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 regelt, terwijl we in Vlaanderen nog niet weten hoe we over zes maanden de verkiezingen zullen organiseren!
De CD&V is tegen dit voorstel. Hiervoor zijn drie redenen.
Ten eerste zijn wij zijn vóór de deelname van migranten aan het politieke leven in België, inclusief de gemeenten, als het gebeurt via het verwerven van de nationaliteit.
Ten tweede is het onmogelijk aan de bevolking uit te leggen hoe het komt dat mensen die gemakkelijk Belg kunnen worden, maar dat weigeren - wat hun goed recht is -, toch stemrecht krijgen op lokaal vlak. De meeste onder hen kunnen probleemloos de dubbele nationaliteit verwerven. Het argument dat mensen worden verplicht hun identiteit op te geven om deel te nemen aan het politieke leven, gaat dus niet op.
Ons belangrijkste argument tegen dit voorstel is dat de verdraagzaamheid er niet door wordt bevorderd en de xenofobie er niet door wordt tegengewerkt, maar er integendeel door wordt bevorderd. Dat is bewezen door het verloop van dit debat.
Het is onbegrijpelijk dat de VLD toelaat dat dit gebeurt, dat de VLD toelaat dat door toedoen van een coalitie van Franstaligen, `weldenkende' journalisten en SP.A'ers het gemeentelijk stemrecht voor niet-EU-burgers in Vlaanderen wordt ingevoerd.
De heer Verhofstadt zei op 15 mei 2003, drie dagen voor de verkiezingen, als uittredend premier in het in Vlaanderen beroemde programma Polspoel en Desmet: "De nationaliteit is een opstap voor integratie en niet het opnieuw de discussie openen van stemrecht voor migranten, dat volgens mij in onze samenleving autochtonen en allochtonen tegen elkaar opzet." Hij had gelijk. De electorale tegenstrever Stevaert, die zich toen nog in het debat mengde, maar nu niet meer, vroeg daarop: "En hoe gaat u dat tegenhouden?" Verhofstadt: "Omdat ik denk dat er betere wegen zijn om mensen te integreren dan ze stemrecht te geven. Dit is vooral een discussie die een splijtzwam is in onze maatschappij. Het is in se vandaag ook geen probleem. De meeste migranten die ingeburgerd en geïntegreerd zijn, kunnen Belg worden en als ze Belg worden krijgen ze stemrecht en kunnen ze zich zelfs verkiesbaar stellen." De journalist drong aan: "Hoe gaat u dat tegenhouden, mijnheer Verhofstadt?" Verhofstadt antwoordde: "Wij zullen de MR overtuigen geen meerderheid te leveren. Net als in de voorbije legislatuur zal ik ervoor zorgen dat er in het parlement geen meerderheid is."
Wij zien wat er vandaag gebeurt. Er is wel een meerderheid in het parlement en het gros van de MR-leden in Brussel wordt VLD-lid.
De houding van de VLD is absoluut dubbelzinnig. De VLD voert een gigantische strijd tegen het stemrecht en wil zelfs naar het Arbitragehof trekken, maar in het regeerakkoord heeft zij dit dossier al lang verkocht en heeft ze haar fiat gegeven.
Als de eerste minister, de minister van Binnenlandse Zaken, de Vlaamse minister-president samen met hun partij verklaren dat het hen menens is met de afkeuring van dit stemrecht, dan kunnen zij ervoor zorgen dat er een ernstig gesprek plaatsvindt tussen de meerderheidspartijen en dan houden zij dit stemrecht tegen.
Collega's van de VLD, staak de schijngevechten. U weet net zo goed als ik dat het stemrecht hier en in de Kamer zal worden goedgekeurd. Al het overige is schijnheiligheid, een ondeugd die ons ooit werd aangewreven, maar zo groot als ze hier wordt bedreven, dat hebben wij zelden meegemaakt in dit land.
De heer Philippe Mahoux (PS). - Wij zijn voor dit wetsvoorstel dat symbolisch en concreet een teken van integratie is. Het vertolkt de wil van een samenleving die gebaseerd is op de erkenning van verschillen en op pluralisme.
We betreuren evenwel dat er in deze assemblee geen meerderheid is voor het recht om verkozen te worden. We zijn ervan overtuigd dat zij die binnenkort het recht zullen hebben om te kiezen weldra ook het recht zullen hebben verkozen te worden.
Ons debat is af en toe gevaarlijk afgegleden. Het is gerechtvaardigd afwijkende opvattingen te uiten, maar ik verzoek de leden van de democratische partijen met aandrang niet dezelfde argumenten aan te voeren als de partijen die de uitsluiting en de haat prediken en die de verschillen afwijzen. Sluit u niet bij hen aan, vergis u niet van strijd. Laat ons samen het democratisch debat voeren.
Deze wet zal de contacten binnen de bevolking verbeteren voor degenen die het wensen. Deze wet zal natuurlijk ook argumenten geven aan degenen die de uitsluiting voorstaan en een communautaire tactiek voeren.
Voor ons is deze wet een fundamentele vooruitgang op het vlak van verdraagzaamheid en democratie.
De heer Frank Vanhecke (VL. BLOK). - (Vele PS-senatoren verlaten de zaal.) Een communautair zeer zwaar geladen politieke meerderheid zal het vreemdelingenstemrecht straks goedkeuren. Die meerderheid bestaat uit een nagenoeg unanieme groep Franstalige senatoren aangevuld met een politiek zeer minoritair aantal Nederlandstaligen. Dit kan door geen zinnig mens beschouwd worden als een democratische besluitvorming in een federaal of confederaal land. Het vreemdelingenstemrecht is een Franstalig, Waals, Belgisch dictaat tegen Vlaanderen en tegen de Vlamingen. Er kan niet genoeg worden benadrukt dat de partijen die ons dit vreemdelingenstemrecht opdringen, met name de Franstaligen en de SP.A dat niet doen vanwege grote principes of om de integratie te bevorderen of een einde te maken aan de enorme samenlevingsproblemen tussen autochtonen en allochtonen, maar wel uit goed begrepen politiek en electoraal eigenbelang.
De Franstaligen kennen hun dossier. Zij weten dat er in Brussel bij de komende gemeenteraadsverkiezingen tienduizenden exclusief Franstalige kiezers bijkomen, meer dan er de jongste gemeenteraadsverkiezingen voor alle Vlaamstalige lijsten samen kiezers hebben gestemd.
De positie van de Vlamingen in Brussel wordt na 2006 dramatischer dan ooit voorheen. In heel de Europese geschiedenis is er geen enkel ander voorbeeld bekend of zelfs maar denkbaar van een hoofdstad die op een zo efficiënte wijze een politieke genocide tegen de cultuur van haar oorspronkelijke bevolking ondergaat.
De Vlaamse socialisten, in tegenstelling tot wat collega Coveliers denkt, is het vanzelfsprekend om stemmenwinst te doen. Ze rekenen op een flink deel van de op drift geslagen ex-Agalev-kiezers en op een groot deel van de nieuwe allochtone kiezers die vanzelfsprekend voor de meest allochtoonvriendelijke partij zullen stemmen en op een groot deel van de honderdduizenden allochtone kiezers die al stemrecht hebben verworven op basis van de Belgische nationaliteit. Het is hen te doen om stemmen en om politieke macht.
Tot slot wil ik ook de houding van de regeringspartij VLD aanklagen. Er is geen enkele Waalse partij die in een bij uitstek communautair geladen dossier zou aanvaarden dat een zaak waarover in Wallonië grote commotie bestaat, in een parlement door een overweldigende Vlaamse meerderheid zou worden doorgedrukt.
Als de VLD duldt dat dit voorstel met een bijna exclusief Franstalige meerderheid wordt goedgekeurd, moet ik besluiten dat al het luide VLD-protest van de afgelopen weken eigenlijk alleen maar diende om de Vlaamsgezinde en rechtse kiezers koest te houden.
Dat doet niets af van de verdiensten en oprechte overtuiging en inzet tegen het vreemdelingenstemrecht van een aantal collega's in dit halfrond. Het zegt echter alles over het brutale cynisme van hun partij, die de Vlaamse kiezers bedriegt.
Het vreemdelingenstemrecht is immers een fundamentele zaak. Als de sigarettenreclame in Francorchamps en de wapenuitvoerlicenties voor FN voor de Franstaligen in dit land een regeringscrisis waard zijn, vraag ik mij af waarom de VLD van het vreemdelingenstemrecht geen regeringszaak maakt. De grote meerderheid van de Vlamingen wil van het vreemdelingenstemrecht immers niet weten. Het is absurd te denken dat dit vreemdelingenstemrecht, bovenop de meest soepele nationaliteitswet ter wereld, de grote samenlevingsproblemen die een deel van de allochtone gemeenschap in dit land veroorzaakt, op enige wijze zal helpen oplossen, integendeel. Het laatste beetje aansporing dat er voor die mensen nog was om zich te assimileren, om een integratieproces te doorlopen is daarmee weggenomen. Wie straks om de reeds genoemde redenen van kortzichtig politiek eigenbelang het ondemocratische en potentieel gevaarlijke vreemdelingenstemrecht goedkeurt en bovendien weigert om eerst in een democratisch referendum de menig van de burgers te vragen, laadt een verpletterende verantwoordelijkheid op zich. Ik zeg u, na deze stemming zal de reeds bestaande vertrouwenskloof tussen de overgrote meerderheid van de burgers in Vlaanderen en de meerderheid van de Belgische politieke kaste nog nooit zo groot zijn geweest.
Dit is een nieuwe stap in de discriminatiepolitiek tegen het eigen volk. Dit is erger dan een politieke fout. Dit is een politieke misdaad tegen het eigen volk.
Mevrouw Christine Defraigne (MR). - De commissie heeft zich aangesloten bij het voorstel van de MR. Als ons voorstel algemene instemming verkreeg, dan is het omdat het de meest evenwichtige keuze was uit het oogpunt van menselijke en humanistische beweegredenen en van politiek realisme.
We hebben altijd gewenst dat het debat in kalmte en sereniteit zou worden gevoerd. Ik ben verontwaardigd als ik de bijzonder heftige uitlatingen hoor. Laten we weer tot rust komen. De Raad van State heeft over ons voorstel een gunstig advies geformuleerd. Of we het nu willen of niet, hij heeft een negatief advies uitgebracht over de voorgestelde amendementen. Dat is een feit. Sommigen beweren hun politieke verantwoordelijkheid op te nemen met behulp van opiniepeilingen. Ik denk niet dat men op deze manier zijn politieke verantwoordelijkheid opneemt. De publieke opinie werd jammer genoeg gemanipuleerd, waardoor ons debat onnodig als passioneel overkwam, terwijl we de zaken rustig hadden kunnen behandelen en zeggen wat de realiteit is. De realiteit is dat deze democratische vooruitgang onze fundamentele evenwichten in geen enkel opzicht zal bedreigen en de waarden waarop onze Westerse samenleving in de loop der tijd werd gebouwd niet zal destabiliseren. Het is een vooruitgang en laten we het dan ook als zodanig beschouwen. Het gaat om 120.000 personen, vaak immigranten van de eerste generatie die al lang in ons land verblijven en die de Belgische nationaliteit niet konden of wilden verkrijgen, om persoonlijke redenen, omwille van de gehechtheid aan hun oorsprong, terwijl ze toch volledig geïntegreerd zijn in onze samenleving. Zeggen dat nationaliteit en staatsburgerschap geen verschillende betekenissen mogen hebben, is volgens mij een traditionalistische opvatting. Ik heb de buitenlandse bevolking vergeleken met een mozaïek, een patchwork. Het zijn mensen met verschillende opvattingen. Zij vormen geen monolithisch blok.
Sommigen wilden misbruik maken van de angst. Ik wens echt dat de keuze die we vandaag maken niet afhangt van partijdige beweegredenen. Ik wil dat we alle angsten wegnemen. We zullen deze tekst sereen stemmen en ons laten leiden door de enige beweegredenen die ons van het begin tot het einde hebben bezield: respect voor de andere, voor de vreemdeling, maar ook respect voor onze waarden en onze instellingen.
Mevrouw Myriam Vanlerberghe (SP.A-SPIRIT). - Wie nog mocht twijfelen, wij zullen deze wet allemaal samen goedkeuren.
Wij stemmen voor omdat we vinden dat alle inwoners van dit land, de mensen die al minstens vijf jaar hier met ons samenleven moeten meetellen. Wij stemmen voor omdat wij heel goed beseffen dat het grote aantal nationaliteiten in ons land nooit zal verminderen, integendeel, dat er nog veel zullen bijkomen. We zullen met steeds meer nationaliteiten onder één dak, op één plaats samenleven. Als we die samenleving op een deftige manier willen organiseren, moeten we elkaar de hand reiken. Voor ons is deze wet een signaal waarbij we de vreemdelingen duidelijk maken dat we hen respecteren en waarbij we hen vragen om zich ook aan onze democratie te interesseren.
Laat iedereen die hier permanent woont, proeven van onze democratie en zorg ervoor dat onze kinderen niet in een conflictueuze samenleving moeten leven, maar integendeel in een samenleving waar verschillende nationaliteiten elkaar aanvullen en verrijken.
De heer René Thissen (CDH). - Nog niet zo lang geleden was het stemrecht niet zo vanzelfsprekend voor de helft van de mensheid: de vrouwen. Victor Hugo was er voorstander van en schreef: "In onze huidige wetgeving bezit de vrouw niet, ze kan geen zaak aanspannen voor het gerecht, ze stemt niet, ze telt niet mee, ze bestaat niet. Alleen mannen zijn burgers, vrouwen niet. Dat moet ophouden."
In onze wetgeving aan het begin van de eenentwintigste eeuw mag de niet-Europese vreemdeling die sedert ten minste vijf jaar in alle wettelijkheid in onze gemeenten leeft niet stemmen, hij telt niet mee, hij bestaat niet. Deze vreemdeling is geen burger. Dat moet ophouden.
Natuurlijk stoort dit debat sommige mensen. Er zijn er zelfs die schrik hebben. Ze willen niet dat hen vragen worden gesteld over onze multiculturele samenleving en over de integratie van de vreemdelingen.
Er zijn er ook die politieke berekeningen maken en bang zijn voor een politieke aardverschuiving. Dat is daarnet nog gezegd.
Er zijn ten slotte diegenen die zich duidelijk ergeren aan deze wet. Op enkele uitzonderingen na durven ze niet openlijk te zeggen dat deze kiezers volgens hen minder burger zijn dan de anderen. Ze verschuilen zich achter andere argumenten maar weigeren hen het stemrecht, gewoon omdat ze vinden dat ze niet meetellen.
Al die mensen zullen we herkennen bij de stemming, maar diegenen die bang zijn willen we niet over dezelfde kam scheren als de voorstanders van de uitsluiting.
Ondanks de meningsverschillen is het debat vrij sereen verlopen.
Voor de CDH is dit wetsvoorstel een stap in de goede richting. Wat de tegenstanders er ook mogen van denken, in de toekomst moeten we op die weg voortgaan. Net als vandaag zullen wij die stappen zetten.
Op een ogenblik dat men nog naar de wapens moest grijpen om het stemrecht te veroveren, zei de grote humanist Abraham Lincoln: `The ballot is stronger than the bullet.' (Stembiljetten zijn sterker dan kogels.)
De CDH heeft een diep geloof in de democratie. De CDH-senatoren geloven in de buitengewone kracht van het stembriefje. Daarom durven we vandaag openlijk pleiten voor het verlenen van stemrecht aan de buitenlanders bij de eerstvolgende gemeenteraadsverkiezingen. Omdat de vreemdelingen die hier wonen ook burgers zijn. Opdat ze zouden meetellen. Opdat ze zouden bestaan!
Mevrouw Jeannine Leduc (VLD). - Onlangs las ik in een artikel van Derk Jan Eppink dat wij moeten leren uit de fouten die elders zijn gemaakt. In Nederland werd het stemrecht voor allochtonen in de helft van de jaren '80 ingevoerd. Toch is de kloof tussen autochtonen en allochtonen nergens zo groot als in Nederland. Nergens zijn de samenlevingsproblemen zo schrijnend. Dat is het bewijs dat stemrecht niet de sleutel is om de samenlevingsproblemen op te lossen.
Wij moeten leren uit de fouten van onze noorderburen. In haar pleidooi heeft de VLD gepleit voor het aannemen van de Belgische nationaliteit. Heel wat allochtonen die Belg zijn geworden en die hun weg in onze maatschappij hebben gevonden, zijn modelvoorbeelden voor de allochtone bevolking. De keuze voor het aannemen van de Belgische nationaliteit zal worden gewaardeerd en de nieuwe Belgen zullen het actief en het passief kiesrecht op alle niveaus kunnen uitoefenen.
Wij hebben voortdurend gepleit voor integratie. De toekenning van het stemrecht op het niveau van de gemeenten is een symbolische handeling. Nochtans verklaren alle allochtonenverenigingen dat ze dit als een eerste stap beschouwen en dat ze stemrecht op alle niveaus wensen. Daar is maar één oplossing voor: naturalisatie.
Er wordt beweerd dat sommige allochtonen moeilijkheden ervaren bij de naturalisatieprocedure. We hebben de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie gevraagd hoeveel allochtonen van niet-Europese origine een aanvraag hebben ingediend tot het verwerven van de Belgische nationaliteit. Tot nu toe zijn die vragen nog niet beantwoord. Graag zou ik vernemen hoeveel mensen effectief de stap hebben gedaan om zich in onze maatschappij te integreren. Hoeveel aanvragen werden afgewezen? Als die afwijzing te maken heeft met problemen in verband met het dossier, moet daarvoor een oplossing worden gezocht.
De afwijzing kan evenwel ook het gevolg zijn van problemen van juridische aard. De goedkeuring van dit wetsvoorstel heeft tot gevolg dat allochtonen aan wie de Belgische nationaliteit wegens juridische problemen is geweigerd, stemrecht verwerven. Dat is een kaakslag voor de Vlamingen, van wie de meerderheid tegen de toekenning van het kiesrecht aan niet-Europese vreemdelingen gekant is.
Mevrouw Isabelle Durant (ECOLO). - Ik steun deze tekst met enige emotie. In de jaren zeventig, in de gemeente Schaarbeek van Roger Nols onzaliger gedachtenis, brachten integratie en stemrecht voor vreemdelingen me ertoe aan politiek te doen.
Dit is een moedige wet. Ze gaat in tegen bepaalde angsten. Zoals dat in het verleden het geval was met het stemrecht voor vrouwen en voor Europeanen wedden we op de democratie, haar verruiming, het verstand, de verdraagzaamheid, de openheid, de gehechtheid van sommige mensen aan hun geschiedenis en afkomst die hun wil tot deelname aan het plaatselijk leven niet in de weg staat.
Deze wet is echter onvolmaakt en wel om twee redenen.
Vooreerst, mevrouw Leduc, zal deze wet niet alle integratieproblemen oplossen. Maar dat is ook niet haar doel. De integratie is een veel ingewikkelder proces waarvoor een hele reeks andere maatregelen nodig zijn.
Op de tweede plaats is deze wet onvolledig. Zelfs al gaat het maar om een uitstel en zelfs al wil men pedagogisch te werk gaan, de wet ontzegt de verkiesbaarheid. Bovendien behandelt ze de burgers niet op gelijke voet. Sommigen moeten een verklaring afleggen, anderen niet. Ik vind die verklaring tergend.
Sommigen plaatsten deze wet in het teken van de onverdraagzaamheid en van communautaire tegenstellingen. Dat betreur ik ten zeerste. We zullen pedagogisch te werk moeten gaan om de verdiensten en de beperkingen van deze wet uit te leggen, om het treurig schouwspel dat in de commissie werd opgevoerd op een hoger niveau te tillen en om recht te doen aan het moedige werk dat we hebben verricht.
Sommigen staan een beetje huiverig en willen niet tot het einde gaan, bijvoorbeeld door de verkiesbaarheid toe te staan. Ze durven het niet aan om van de angst een troef te maken. Het stemrecht, de stemplicht is belangrijk, niet alleen voor de allochtonen of de Europeanen maar voor alle burgers van ons land. Het is spijtig dat deze kans niet werd gegrepen om iets te doen dat de democratie en alle kiezers ten goede komt. Van een angst, die ik in zekere mate begrijp, had men een troef kunnen maken. Maar men heeft het niet gewild en dat is spijtig.
Desalniettemin zal ik dit voorstel met kracht en overtuiging steunen. Het zal van ons een pedagogische aanpak vergen om het beeld van communautaire verdeeldheid weg te werken en om bij te dragen tot iets wat ons allen na aan het hart ligt: het samenleven van verschillende gemeenschappen. Wij dragen ons steentje bij.
Mevrouw Jeannine Leduc (VLD). - Ik wil reageren op de uitspraak van mevrouw Durant over le triste spectacle que l'on a vu en commission. We hebben al onze argumenten op afdoende wijze naar voren gebracht. Ik verwacht dat ze, wat de VLD betreft, die woorden terugneemt.
De heer Philippe Moureaux (PS). - Waar is uw spiegel?
De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - Ik weet dat sommigen vinden dat wat ik hier ook zeg, alleen tijdverlies is; er is eigenlijk geen debat geweest over dit voorstel, het was een beetje als de kroniek van een aangekondigde nederlaag.
Ik heb al de naam van Victor Hugo gehoord, ik wil u nog even vragen te beseffen wie Voltaire was. Hij zei: "Ik zal altijd blijven vechten opdat u uw ideeën kunt blijven verdedigen, ook al verfoei ik uw ideeën." Men drijft de zaken hier zover dat men niet alleen niet luistert tijdens het debat, maar dat men zelfs weigert bepaalde wetsvoorstellen in overweging te nemen. Daarmee kom ik tot de kern van mijn betoog: we zijn senatoren, vertegenwoordigers van het volk. We leven in een representatieve democratie, we koesteren enige angst voor de directe democratie, want op deze manier kunnen we hier vier jaar blijven zitten in de hoop dat het kortetermijngeheugen van de bevolking zal spreken bij de volgende verkiezingen. Sommigen onder ons leggen evenwel soms eens hun oor te luisteren bij het volk. Ik ben gaan luisteren, aangezien u mijn wetsvoorstel over de organisatie van een volksraadpleging heeft afgewezen. Ik ben op eigen kosten het volk gaan ondervragen.
Mijnheer de voorzitter, ik heb voor u een kerstcadeau meegebracht. (Spreker overhandigt de enquête aan de voorzitter.)
Het is de bevraging van 3000 mensen, terwijl een normale opiniepeiling gaat van 250 tot 750 mensen. Vrees niet, want de enquête werd gevoerd door een vennootschap die geleid wordt door een allochtoon, Hakim Zemni. Ik ga u het resultaat meedelen, jammer genoeg gaat het alleen over Vlaanderen, maar de enquête werd ook in Brabant gevoerd en daar was 68% van de bevolking tegen het migrantenstemrecht. In heel Vlaanderen was 62% van de bevolking tegen het migrantenstemrecht, 12% onbeslist en 26% voor. Eén op vier mensen steunt wat hier vandaag beslist wordt. Een paar maanden geleden werd hier gezegd dat 25% van de mensen nog roken en dat die moeten geëlimineerd worden. Welnu, het zelfde aantal mensen is voor stemrecht en die moeten het krijgen. Als democraat heb ik het daar moeilijk mee. We leven in een democratie en dat betekent dat het volk soeverein is. Als we dat vergeten, moet ik hier misschien nog Jean-Jacques Rousseau citeren ook.
Collega's, en vooral de mensen van de SP.A, die hier het ganse Vlaamse volk gijzelen - er werd al gezegd dat ze collaboreren, maar dat woord durf ik niet meer te gebruiken -, ik reken op uw verantwoordelijkheidszin en zeker op die van degenen die zich een paar maanden geleden nog Vlaming verklaarden. Ik doe nog een oproep om in eer en geweten te stemmen, ondanks de marsorders van de partijbonzen. Ik roep u op om erover na te denken dat deze Senaat hier vandaag niet meer ons volk vertegenwoordigt en dat we vroeg of laat hiervoor de prijs zullen betalen.
De heer Philippe Mahoux (PS). - Iedereen stemt in eer en geweten. Ik vind overigens dat de heer Dedecker goed op de hoogte is van de intenties van al onze collega's en goed geïnformeerd is over de mening van de bevolking dankzij opiniepeilingen...
De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - Ik heb navraag gedaan bij specialisten. (Samenspraak)
De heer Didier Ramoudt (VLD). - Ik zal tegen het wetsvoorstel stemmen omdat mijn amendementen die ertoe strekken dat de potentiële kiezer minstens één van de drie landstalen moet begrijpen, niet zijn aangenomen.
Ik zal tegenstemmen omdat ik niet zal kunnen communiceren met de buitenlandse kiezers, daar het merendeel mijn taal niet spreekt, begrijpt, leest of schrijft.
Ik zal tegenstemmen omdat ik me electoraal benadeeld zal voelen omdat buitenlanders heel waarschijnlijk voor hun soortgenoten zullen kiezen.
Ik zal tegenstemmen omdat het voorstel de buitenlandse kiezer verplicht een verklaring af te leggen over de naleving van de Grondwet, de wetten van het Belgische volk enzovoorts, teksten die het merendeel van de stemmers niet kan lezen of begrijpen, wat neerkomt op een verplichting een valse verklaring af te leggen.
Om deze redenen, die niet de redenen zijn van het Vlaams Blok, zullen ik en het merendeel van de VLD-fractie het wetsvoorstel niet goedkeuren.
De heer Marc Van Peel (CD&V). - Dat is nu al de vierde liberaal die komt zeggen dat hij tegen het wetsvoorstel is. Toch houden ze het niet tegen waar ze dat wel zouden kunnen.
Mevrouw Fatma Pehlivan (SP.A-SPIRIT). - Over migrantenstemrecht is lang en hard gediscussieerd, zowel binnen als buiten het parlement. Laat ons nu democratisch stemmen, de uitslag van die stemming aanvaarden en in het zicht van een vredevol kerstfeest, de strijdbijl begraven. We moeten met z'n allen werk maken van een verdraagzame samenleving, waar allochtonen en autochtonen in wederzijds respect leren leven. In naam van al mijn soortgenoten dank ik alle voorstanders van het migrantenstemrecht.
De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsvoorstel in zijn geheel.
Stemming 23
Aanwezig: 70
Voor: 41
Tegen: 29
Onthoudingen: 0
(Applaus bij PS, SP.A-SPIRIT, MR en Ecolo)
-Het wetsvoorstel is aangenomen.
-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.
-De goedkeuring van dit wetsvoorstel impliceert dat volgende wetsvoorstellen vervallen:
Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Deze motie is voor ons een G-test, een geloofwaardigheidstest. We hebben als fractie de opdracht gekregen om de geloofwaardigheid te testen van uitspraken in de media door vooraanstaande leden van de meerderheid. We moeten die uitspraken testen in het parlement, zodat de politiek opnieuw in het parlement wordt bedreven.
We willen vooral de uitspraak van de SP.A-voorzitter testen die onlangs verklaarde liever volle kerken te zien dan lege. We gaan redelijk akkoord met die uitspraak. De vraag rijst echter of de SP.A ook bereid is de kerken en de levensbeschouwelijke organisaties spreekrecht te geven op Europees vlak. De vertegenwoordigers van de Belgische regering willen dat immers niet. In de IGC is België de enige lidstaat die artikel 51 van de ontwerpgrondwet wil schrappen. Artikel 51 voorziet in een statuut voor kerken, religies en levensbeschouwelijke organisaties en roept op tot een open en transparante dialoog. Wij zijn voorstander van een open laïciteit waarin de overheid zich onpartijdig opstelt, maar wel de positieve rol erkent van religies en zingeving.
We vragen de enge opvatting van de regering te verwerpen en kijken met belangstelling uit naar de houding van SP.A-fractie.
De heer Philippe Mahoux (PS). - Men moet de zaken niet omkeren. Het gaat niet op de tegenstanders van het dogmatisme voor dogmatici uit te schelden, of de verdedigers van de rede voor onredelijken.
De filosofische vrijheid en de vrijheid van godsdienst is duidelijk opgenomen in de preambule. Artikel 51 kan een inbreuk zijn op de scheiding tussen de kerken en de Staat. Dat artikel is overbodig want artikel 47 is een waarborg voor het contact en de dialoog met alle leden van de burgermaatschappij.
Wij zijn overtuigde voorstanders van de scheiding van Kerk en Staat. Daarom dienden we een gewone motie in.
De heer Staf Nimmegeers (SP.A-SPIRIT). - Ik zal mij bij de stemming onthouden. Enerzijds hecht ik veel waarde aan het christendom en religies in het algemeen. Anderzijds wil ik niet in slecht gezelschap verkeren, als ik zie wie deze motie zal goedkeuren in de Kamer. Ik wens mij evenmin te associëren met buitenlandse politici als de heer Aznar, die een uitgesproken voorstander van deze motie is. We zullen dit weekeinde op de Europese top zien hoe deze motie zal worden gebruikt als pasgeld om Polen en Spanje over de streep te trekken. Ze heeft niets te maken met de erkenning van het christendom, dat mij zeer dierbaar is, maar wel met een politieke zet, die misschien zelfs afkomstig is van een geleding binnen de Kerk waarbinnen ik mij niet beken.
De heer Pierre Chevalier (VLD). - Ik wens enkele zaken te verduidelijken.
Tegen de heer Nimmegeers wil ik zeggen dat er twee discussies worden gevoerd. Ten eerste is binnen de intergouvernementele conferentie gediscussieerd over de verwijzing naar God en naar de joods-christelijke traditie. België is zeker niet de enige lidstaat die vindt dat deze verwijzing niet in het grondwettelijk verdrag hoeft te staan.
Ten tweede is er de discussie over artikel 51. De Belgische regering heeft zich niet ingespannen om dit artikel te doen schrappen. Ze heeft wel gesteld dat de bevoorrechte relatie met de kerk en de relatie met niet-confessionele organisaties afbreuk doet aan de verdiensten van andere maatschappelijke organisaties. Het verwondert mij een beetje dat mevrouw De Schamphelaere en haar partij tegen een bevoorrechte relatie met het middenveld zouden zijn.
De Belgische regering heeft dus nooit gevraagd artikel 51 te schrappen, maar wel om eraan toe te voegen dat andere maatschappelijke organisaties ook een belangrijke rol spelen. Uit de verschillende diplomatieke mails heb ik opgemaakt dat vooral het Vaticaan erg boos is op België. Ik begrijp dat dit een bekommernis is voor mevrouw De Schamphelaere, maar de Belgische regering zal er niet van wakker liggen.
Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Onze fractie zal uiteraard voor de motie van mevrouw De Schamphelaere stemmen. Enkel België staat weigerachtig tegenover de formulering van artikel 51. Al de andere Europese landen zijn voorstander van het behoud van de huidige tekst. Ik begrijp niet waarom ons land als enige een andere houding aanneemt.
Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Sta me toe even te reageren op de opmerking over het verkeerd voorlichten van deze assemblee. Ik weet niet aan welke kant de heer Chevalier zich bevindt: aan deze van de uitvoerende of van de wetgevende macht. De minister van Buitenlandse Zaken heeft op mijn vraag alleszins uitdrukkelijk geantwoord dat het amendement tot schrapping werd ingediend en verdedigd door de Belgische vertegenwoordigers. België staat hierin helemaal alleen, als enige van de 25 toekomstige Europese landen. Wie zijn dan de dogmatici?
(Applaus bij CD&V en Vlaams Blok)
De voorzitter. - We stemmen over de gewone motie die voorrang heeft.
Stemming 24
Aanwezig: 66
Voor: 42
Tegen: 23
Onthoudingen: 1
-De gewone motie is aangenomen.
De heer Luc Paque (CDH). - In mei laatstleden besliste het Federaal voedselagentschap (FAVV) bijna 16.000 ton aardappelen en pootappelen te vernietigen omdat ze bacterieel besmet waren, onder meer met ringrot. De schade voor de betrokken landbouwers wordt op meer dan 3,5 miljoen euro geraamd. Ze krijgen het daardoor financieel erg moeilijk temeer omdat sommigen onder hen financiële verplichtingen hebben tegenover banken, leveranciers en zo meer.
Tijdens de vergadering van 23 mei 2003 van het Plantenfonds heeft de FOD Volksgezondheid de oprichting goedgekeurd van een verzekeringsfonds voor de aardappelen. Dit fonds zal echter pas over enkele jaren operationeel zijn, nadat bijdragen zijn gestort. De schadeloosstelling van de aardappelproducenten na de door het FAVV besliste vernietiging is echter dringend.
Ik veronderstel dat de aangekochte partijen door het Voedselagentschap werden gecertificeerd. De voortbrengers kunnen dus geenszins aansprakelijk worden gesteld voor de besmetting.
Welke maatregelen heeft de regering genomen om de sector zo spoedig mogelijk schadeloos te stellen? Hoever staat het met de oprichting van het verzekeringsfonds? Ik meen te weten dat een koninklijk besluit wordt voorbereid. Werd het besluit al opgesteld en goedgekeurd?
Naar verluidt zou de besmetting al jaren bestaan, maar zou ze pas in 2003 zijn ontdekt. Kan de minister hierover meer informatie verstrekken? Heeft het FAVV indertijd maatregelen genomen?
(Voorzitter: de heer Staf Nimmegeers, eerste ondervoorzitter.)
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - De Europese wetgeving in verband met de bestrijding van ringrot en bruinrot is erg strikt. Vanaf het ogenblik dat een mogelijke besmetting van een partij aardappelen wordt ontdekt, moeten alle maatregelen worden genomen om een verspreiding van de schadelijke organismen te bestrijden: vernietiging, thermische behandeling of transformatie van de partij.
De bacteriën van ringrot en bruinrot werden niet ontdekt in klonaal verwante partijen die de voorgaande jaren werden onderzocht. Dat is mogelijk als de bacterie slechts in geringe hoeveelheden in het pootgoed aanwezig is. De stalen bestonden uit slechts 200 knolletjes, net als in de meeste EU-lidstaten. De gebruikte analysemethode, die internationaal erkend is en opgelegd wordt door de Europese Unie, verschaft geen 100 procent zekerheid. De certificatie van de partijen pootappelen en de aflevering van paspoorten en fytosanitaire certificaten gebeurt overeenkomstig de Europese richtlijnen betreffende de strijd tegen schadelijke organismen en de aflevering van fytosanitaire paspoorten na negatieve analyseresultaten.
Door het monitoringprogramma kan het FAVV de oogst van 2003 beter controleren, ook al legt de Europese Unie dat niet op. De productie van pootaardappelen wordt gecontroleerd uitgaand van 2.000 of 1.000 knolletjes per partij. Een Canadese studie heeft aangetoond dat hierdoor het opsporen van schadelijke organismen aanzienlijk wordt verbeterd.
De ontwerp-programmawet die op dit ogenblik in het Parlement wordt besproken, wijzigt de wet van 17 maart 1993 die een zogenaamd plantenfonds opricht, om de oprichting van een solidariteitsfonds mogelijk te maken.
Wat betreft de schadeloosstelling van de producenten van pootgoed en consumptieaardappelen is een koninklijk besluit in voorbereiding dat een solidariteitsfonds zal oprichten waarvoor de producenten zullen moeten bijdragen. In afwachting van de publicatie zal de schadevergoeding aan de producenten worden geprefinancierd door de reserves van het Begrotingsfonds voor de productie en de bescherming van planten en plantaardige producten. Die prefinanciering zal zo snel mogelijk worden doorgevoerd.
De heer Luc Paque (CDH). - De crisis deed zich begin dit jaar voor. Ik hoop dat de prefinanciering spoedig een feit zal zijn.
De aangekochte partijen waren gecertificeerd zodat de besmetting in geen geval aan een fout van de producent kan worden toegeschreven. De pootaardappelen werden vernietigd, maar ook quarantainemaatregelen waren mogelijk geweest. De Europese richtlijnen verbieden de quarantaine niet, althans niet voor bieten. In Duitsland en Nederland werd de teelt van suikerbieten afgeraden, maar niet verboden. We moeten ons daarover beraden.
De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - In 2004 wordt de EU uitgebreid met acht Oost-Europese landen. Het Federaal Planbureau meent dat de impact van deze uitbreiding op de bevolkings- en werknemersmigraties in België beperkt zal zijn.
De Nederlandse staatssecretaris voor Sociale Zaken vreest daarentegen dat vrij verkeer van werknemers vanaf mei 2004 jaarlijks zo'n honderd miljoen euro aan bijkomende bijstandsuitkeringen zal kosten omdat Nederlandse werknemers van de arbeidsmarkt zullen worden verdrongen. Het Nederlands kabinet wil dan ook dat alle EU-landen op hetzelfde ogenblik hun grenzen openen voor werknemers uit de nieuwe lidstaten. Op die manier kan voorkomen worden dat veel goedkope Oost-Europese werkkrachten naar Nederland komen omdat ze elders geen toegang krijgen.
Hoe lang zal de overgangsperiode zijn die ons land zal hanteren inzake vrij verkeer van werknemers? Zal er overleg komen met de huidige 15 EU-landen om samen een overgangsperiode vast te stellen? Als ik me niet vergis is er momenteel sprake van een periode van zeven jaar. Welke netto toestroom op de arbeidsmarkt verwacht de regering na de eventuele overgangsperiode, rekening houdend met een beleid van beheersing van de migratiestromen?
Verwacht de regering dat de lonen door de migratie van Oost-Europese werknemers onder druk kunnen komen te staan, en zo ja, in welke mate en voor welke segmenten van de arbeidsmarkt? Welke sectoren zijn op dit vlak het meest gevoelig? In welke mate kan de huidige werknemerspopulatie verdrongen worden door Oost-Europese werknemers? Welke gevolgen kunnen we verwachten voor de uitgaven voor de sociale zekerheid? Houdt de regering er rekening mee dat prognoses optimistisch kunnen zijn en zal ze zich indekken tegen het risico van een hoger dan verwachte instroom van werkzoekenden uit Oost-Europa als gevolg van negatieve economische omstandigheden? Zo ja, op welke manier?
De heer Frank Vandenbroucke, minister van Werk en Pensioenen. - België zal zoals de meeste Europese lidstaten een overgangsperiode van minimum twee jaar in acht nemen. Concreet blijft tussen mei 2004 - het ogenblik waarop de tien nieuwe lidstaten toetreden - en eind 2006 de huidige nationale wetgeving van kracht. Voor België betekent dit onder meer dat de toegang tot ons grondgebied verder wordt geregeld met een systeem van arbeidskaarten dat streng gereglementeerd is. Na deze eerste overgangsperiode van twee jaar zal het principe van het vrije verkeer van werknemers van toepassing zijn, tenzij de lidstaten expliciet laten weten dat ze dat niet wensen.
Een notificatie aan de Europese Commissie volstaat dan om een bijkomende overgangsperiode te bekomen. Concreet kan de overgangsperiode met drie jaar worden verlengd, dus van begin 2007 tot eind 2009. Van 2010 tot eind 2011 ten slotte kan de overgangsperiode uitzonderlijk en mits een grondige motivatie nog eens met twee jaar worden verlengd. Dit kan alleen indien kan worden aangetoond dat de arbeidsmarkt ernstig verstoord is of dreigt te worden. Hiervoor geldt een strenge procedure via de Europese Commissie en met een beslissing van de Europese Ministerraad. Samengevat betekent dit alles dat België zijn arbeidsmarkt ten minste twee jaar na de uitbreiding zal beschermen - dat heeft de regering al beslist - en dat we die bescherming in principe kunnen verlengen tot vijf en eventueel zelfs zeven jaar na de uitbreiding.
Ik wijs erop dat bepaalde andere landen, zoals Italië, het Verenigd Koninkrijk en voorlopig ook Nederland, geen overgangsperiode zullen toepassen. In deze landen zal het vrije verkeer van werknemers in principe gelden vanaf mei volgend jaar. Landen als Duitsland en Oostenrijk overwegen dan weer nu reeds de volledige zeven jaar op te nemen. Spanje neemt dezelfde houding aan als ons land.
Tot op heden is de houding van de lidstaten dus nogal uiteenlopend en dat maakt het moeilijk om op de andere vragen van de heer Dedecker precies te antwoorden. Het hangt er immers van af wat ze gaan doen. De alarmerende signalen uit Nederland hebben natuurlijk iets te maken met het beleid dat het wil voeren, namelijk meteen overgaan tot het vrij verkeer van werknemers.
Welke netto toestroom we kunnen verwachten is heel moeilijk te becijferen. België, de andere lidstaten of de nieuwe lidstaten hebben geen betrouwbare en precieze gegevens om geloofwaardige prognoses op te maken. De meeste studies tonen aan dat er geen sprake zal zijn van een toevloed. De parallel wordt getrokken met de eerdere uitbreiding van de Unie, meer bepaald de uitbreiding met zuidelijke lidstaten als Spanje en Griekenland. Deze uitbreiding ging gepaard met een significante, maar geen massale of onbeheersbare arbeidsmigratie. De migratie viel overigens na korte tijd terug naar een normaal niveau.
Het Planbureau heeft waarschijnlijk gelijk wanneer het stelt dat de impact van de arbeidsmigratie eerder beperkt zal zijn voor ons land en dat deze arbeidsmigratie vooral geconcentreerd zal zijn in een beperkt aantal landen die geografisch heel toegankelijk zijn. Oostenrijk heeft 1.300 kilometer grenzen met niet minder dan vier nieuwe lidstaten. Zestig procent van de Oostenrijkers leeft op honderd kilometer van de grens met nieuwe lidstaten. Dat is natuurlijk een heel andere situatie. De migratie zal ongetwijfeld ook afhankelijk zijn van de vraag naar arbeidsmigranten en die is in sommige landen uitdrukkelijker is dan in andere.
Wanneer er vrij verkeer ontstaat, is het theoretisch aanneembaar dat er in bepaalde segmenten van de arbeidsmarkt een zekere druk ontstaat op de lonen. Die druk is er echter nu ook al door van de illegale migratie. In de bouwsector bestaat er ongetwijfeld een concurrentie met illegale migratie. Zo lang mogelijk de grens afsluiten is niet echt een optie als we in de praktijk met illegale migratie worden geconfronteerd.
Ook het verdringingseffect is moeilijk te voorspellen. Eigenlijk moeten we inzake de uitbreiding van de Europese Unie niet louter redeneren in termen van arbeidsmigratie, maar ook in termen van pure economische concurrentie en mogelijke delokalisatie van bedrijven. Persoonlijk denk ik dat de arbeidsmigratie niet zo zeer de belangrijkste uitdaging is, maar wel dat in deze landen een stabiel politiek en economisch kader ontstaat dat een grote aantrekkingskracht uitoefent op investeerders. We zullen dus toch meer met delokalisatie te maken hebben of met nieuwe investeringen die veeleer de weg vinden naar Centraal- of Oost-Europa dan naar België. Daar ben ik persoonlijk nogal ongerust over.
De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - Is daarvoor in een overgangsperiode voorzien?
De heer Frank Vandenbroucke, minister van Werk en Pensioenen. - Neen, maar het feit dat deze landen nu al een stabiel politiek en economisch kader aan het krijgen zijn, betekent dat hun concurrentiedruk op ons aan het vergroten is. Niet in termen van arbeidsmigratie, maar in termen van investeerders die keuzes maken over waar ze gaan investeren. Eigenlijk moeten we haast maken met het aanpassen van onze economie en onze arbeidsmarkten.
We dekken ons in tegen een hoger dan verwachte instroom van werkzoekenden uit Oost-Europa. De beslissing over de overgangsperiode hebben we nog niet definitief genomen. We zullen kijken wat er in andere landen gebeurt. We zijn voorzichtig en nemen geen risico's aangaande het arbeidsmarktbeleid.
De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - De regering denkt nog niet aan een vrijwaringclausule?
De heer Frank Vandenbroucke, minister van Werk en Pensioenen. - Dat kunnen we niet. Er is een toetredingsverdrag met de mogelijkheid om gedurende een langere periode het vrij verkeer tegen te houden. Theoretisch kan dat tot 2011. Dat is een hele lange periode. Daarom is het begrijpelijk dat er daarbuiten in Europa geen vrijwaringsclausules zijn uitgewerkt. Eigenlijk is die laatste verlengingsmogelijkheid trouwens al een soort vrijwaringsclausule.
Persoonlijk denk ik dat we er in de eerste plaats voor moeten zorgen dat onze arbeidsmarkt goed functioneert en dat de werklozen in ons land vlot aan werk geraken. Als we daarin slagen, kunnen we onze arbeidsmarkt ook openstellen voor de rest van Europa. Maar nogmaals, de regering heeft buiten de overgangsperiode tot 2006 nog geen beslissingen genomen. Ze zal de situatie evalueren op het ogenblik dat nieuwe beslissingen moeten worden getroffen.
De heer Patrick Hostekint (SP.A-SPIRIT). - Begin 1998 zette het ministerie van Economische Zaken het licht op groen voor de vrije verkoop van contactlenzen. Dit kon omdat contactlenzen in strikte zin geen geneesmiddelen, maar medische hulpmiddelen zijn.
Sindsdien verkopen een aantal supermarkten en drogisterijketens, in navolging van plastiek leesbrilletjes, ook vrij contactlenzen. Die zijn vooral gegeerd door jongeren, die in contactlenzen een uitstekend alternatief zien voor een bril. Het gaat hier zowel om optische lenzen voor oogcorrecties als om fantasielenzen die de ogen een andere kleur geven. Het gaat echter ook om lenzen die men zogenaamd permanent kan dragen, ook als men slaapt.
In tegenstelling tot bij oogartsen en gekwalificeerde opticiens, is de drempel in supermarkten laag en zijn de contactlenzen er relatief goedkoop. Die voordelen wegen echter niet op tegen de schadelijke gevolgen. De lenzen zijn weliswaar van goede kwaliteit, maar grootwarenhuizen kunnen geen garanties of passend advies bieden. Er is geen enkele medische controle en de instructies op de verpakking bieden onvoldoende informatie inzake onderhoud en steriele bewaring. Nochtans kan schadelijke kiemvorming ernstige infecties, oogcomplicaties en zelfs blijvende gezichtsproblemen veroorzaken. Specialisten spreken zelfs van een gevaar voor blindheid.
Op haar jongste jaarlijkse congres wezen de verenigingen van Belgische oogheelkundigen onlangs op de gevaren van onoordeelkundig gebruik van lenzen. Ze vragen dat er een verbod zou komen op de verkoop van contactlenzen in supermarkten en warenhuizen. De oogklinieken en universitaire centra kregen de voorbije vijf jaar namelijk steeds meer te maken met jongeren met beschadigde ogen als gevolg van onoordeelkundig gebruik van contactlenzen die ze in een grootwarenhuis hebben gekocht. Jaarlijks zouden honderden jongeren zware infecties oplopen, zo menen de oogartsen.
Op een mondelinge vraag die ik over dit onderwerp in de plenaire vergadering van de Senaat van 8 december 1998 aan de minister van Volksgezondheid stelde, antwoordde toenmalig minister van Volksgezondheid Colla dat er geen reglementering bestond die dergelijke verkoop verbiedt of aan banden legt. Inmiddels blijkt dat er wel degelijk een Europese richtlijn bestaat die de handel in medische materialen, alsook een aantal veiligheidsaspecten, regelt. Het kabinet van Volksgezondheid liet verstaan dat de vrije verkoop van contactlenzen volledig in overeenkomst is met de Europese richtlijn.
Door de verkoop van lenzen volledig aan de vrije markt over te laten, zodat iedere vorm van controle door een oogarts of een andere gekwalificeerde persoon wegvalt, komt naar mijn oordeel de volksgezondheid in het gedrang. Bestaat er een koninklijk besluit in uitvoering van de Europese richtlijn die de controle op de kwaliteit van contactlenzen die vrij te koop zijn regelt?
Eind 1998 suggereerde minister Colla de oprichting van een adviesgroep bestaande uit oogartsen, opticiens en vertegenwoordigers van Volksgezondheid, Economische Zaken en Middenstand, om na te gaan welke medische hulpmiddelen vrij kunnen worden verkocht, welke alleen door opticiens kunnen worden verhandeld, voor welke hulpmiddelen een voorschrift nodig is en voor welke gevallen de opticien alleen kan optreden. Zijn de adviezen van de werkgroep opgenomen in de eventuele regelgeving? Welke passende maatregelen, overeenkomstig de Europese richtlijn, overweegt de minister, bijvoorbeeld inzake bijkomende informatie en veiligheidsaspecten bij het gebruik van contactlenzen, teneinde de bevindingen van de oogheelkundigen met betrekking tot de volksgezondheid tegemoet te komen?
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - In verband met de gezondheidsaspecten ga ik volledig akkoord met de heer Hostekint. Het is niet goed dat mensen lenzen in slechte omstandigheden dragen. Dat kan schade veroorzaken.
Wat het technische aspect betreft, zijn er twee punten te vermelden: ten eerste, lenzen worden beschouwd als `medical device'. Ze moeten wel beantwoorden aan veiligheidsnormen die op Europees niveau worden uitgevaardigd. De verkoop van lenzen is in België niet gereglementeerd. De Europese richtlijn is dus de algemene richtlijn in België.
Ten tweede, de opticiens worden niet erkend als gezondheidsberoepsbeoefenaars. Zij moeten dus niet beantwoorden aan regels van de Volksgezondheid. Ze wensen deze erkenning niet omdat ze hun beroep beschouwen als een vrij beroep met commerciële belangen die niet verenigbaar zijn met de verplichtingen van een gezondheidsberoep. Daarom is het onmogelijk de verkoop van lenzen voor te behouden aan een beroep dat niet behoort tot de gereglementeerde gezondheidsberoepen. Ik neem mij wel voor om, in samenspraak met mijn administratie, na te gaan of er al dan niet iets aan de situatie kan worden veranderd.
De heer Patrick Hostekint (SP.A-SPIRIT). - Ik dank de minister voor zijn antwoord. Zoals ik al in mijn vraag heb beklemtoond, wordt dit op Europees niveau als een economisch probleem beschouwd. Zoals voor vele andere producten, is ook voor contactlenzen de gezondheid ondergeschikt aan de vrije verkoop ervan. Ik wist niet dat opticiens geen gezondheidswerkers zijn en dat ook niet wensen te worden. Het gaat om een vrij beroep. Zelf heb ik gedurende enkele maanden geprobeerd om contactlenzen te dragen en dit op medische voorschrift en onder medisch toezicht. Ondanks alle voorzorgen was het dragen van contactlenzen schadelijk voor mijn gezondheid.
Het probleem mag zeker niet worden onderschat. Bij een opticien kosten daglenzen 2000 frank per maand, maar in het grootwarenhuis volstaat 200 frank. Dat is verleidelijk, vooral voor jongeren, maar een grootwarenhuis biedt niet dezelfde kwaliteitswaarborgen als een opticien. Er spelen natuurlijk ook modetrends mee, zoals contactlenzen die de kleur van de iris veranderen. Ik begrijp dat jongeren zich hierdoor laten verleiden. Oogartsen en wetenschappers zijn echter tot het besluit gekomen dat het dragen van contactlenzen zonder voldoende voorzorgen op termijn ernstige gezondheidsproblemen en zelfs blindheid kan veroorzaken. Het gezicht heet nochtans het kostbaarste bezit van een mens te zijn.
Mijnheer de minister, u bent weliswaar gebonden door de regelgeving, maar ik zou u toch willen vragen om nog eens contact op te nemen met de wetenschappers. Ik vraag niet dat u de contactlenzen uit de rekken van de grootwarenhuizen laat halen. Zo ver ga ik niet. Ik vraag wel dat betere gezondheidsvoorlichting van de klanten via goed opgeleid personeel en aangepaste bijsluiters zou worden verstrekt.
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik beweer niet dat wij niet moeten optreden. Ik erken dat de mensen bij gebrek aan voorlichting risico's nemen. Sommigen denken inderdaad dat ze contactlenzen kunnen kopen als een stuk zeep.
De heer Patrick Hostekint (SP.A-SPIRIT). - Correcte voorlichting kan veel problemen voorkomen. Ik pleit dus voor bijkomende maatregelen.
De voorzitter. - Ik stel voor deze vragen om uitleg samen te voegen. (Instemming)
De heer Christian Brotcorne (CDH). - In een recent gepubliceerd boek `Démocratie ou particratie', hebben de auteurs, waaronder een van onze collega's, de toenemende politisering van de administratie aangeklaagd, meer bepaald via de massale aanwerving van contractuelen door de overheid. Hoewel de aanwerving van statutaire ambtenaren de regel zou moeten zijn, stelt men vast dat contractuelen steeds vlotter worden aangeworven.
De federale administratie kan ambtenaren aanwerven, niet alleen voor vervangingen - zwangerschap, loopbaanonderbreking, ziekte -, in uitzonderlijke en tijdelijke omstandigheden - natuurrampen - of voor bijkomende en specifieke noodwendigheden - onderhoud en restaurant -, maar beschikt ook over de mogelijkheid om hoog gekwalificeerde experts contractueel aan te werven.
Ik verneem dat veel contractuelen worden aangeworven voor de hoogste rangen van niveau 1. De contracten waaraan een salarisschaal verbonden is van de rangen 13, 15, 16 en 17, worden steeds talrijker en dan vooral binnen SELOR. Druist deze praktijk niet in tegen de regel volgens dewelke voorrang moet worden gegeven aan de aanwerving van statutaire ambtenaren?
Overeenkomstig het koninklijk besluit van 13 maart 2002 kunnen contractuele ambtenaren voortaan aangeworven worden zonder een objectieve selectie door SELOR. Als SELOR geen kandidaat kan voorstellen, kunnen de FOD's zelf contractuelen aanwerven.
Ik verneem dat nagenoeg geen selectieproeven meer worden georganiseerd en dat de aanwervingen hoofdzakelijk via een interne procedure verlopen, uitsluitend op basis van het curriculum vitæ. Denkt de minister niet dat deze manier van werken een niet te verwaarlozen risico voor politisering inhoudt? Kan ze preciseren welke criteria en selectiemethodes door de FOD's worden aangewend?
Mijn tweede vraag om uitleg betreft de verenigbaarheid van een politiek mandaat voor ambtenaren met een managementfunctie. Overeenkomstig het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 moet de houder van een managementfunctie zijn taak voltijds uitoefenen.
Ik verneem nu dat sommige ambtenaren met een managementfunctie hun functie cumuleren met het mandaat van bestuurder van intercommunales of vennootschappen, burgemeester of schepen. De wet van 18 september 1986 dat het politiek verlof instelt voor het personeel van de overheidsdiensten, bepaalt in artikel 6 dat ambtenaren met politiek verlof van ambtswege kunnen worden gezonden als ze een politiek mandaat van schepen of burgemeester willen uitoefenen. Tijdens het politiek verlof ontvangen ze bovendien geen bezoldiging.
Is een politiek mandaat op lokaal niveau verenigbaar met een managementfunctie? De minister zal wellicht antwoorden dat dit strikt juridisch wel kan. Zijn de bepalingen van de wet van 18 september 1986 van toepassing op dergelijke functies? Is de toepassing van artikel 6 van deze wet verenigbaar met de vereiste dat men zijn functie voltijds dient uit te oefenen en met de overeenkomstige bezoldiging?
Ten gronde, vindt de minister dat het cumuleren van een managementfunctie met de uitoefening van een politiek mandaat op lokaal niveau of met een mandaat van bestuurder van vennootschappen of van intercommunales redelijk is? Vindt ze niet dat zekere onverenigbaarheden moeten worden ingevoerd voor managementfuncties? Moet ook niet in regels worden voorzien wat betreft de cumulatie?
Mevrouw Marie Arena, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen. - Ik sta volledig achter het basisprincipe dat de aanwervingen voor de federale overheidsdiensten op statutaire basis moeten gebeuren, via selectieproeven van SELOR.
Nochtans is het mogelijk contractuelen aan te werven en is dat in een aantal gevallen zelfs nodig. Deze gevallen staan duidelijk vermeld in de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken. De voorwaarden voor contractuele tewerkstelling worden omschreven in een reglementering die een modern personeelsbeleid mogelijk moet maken. Het betreft het koninklijk besluit van 13 maart 2002 dat de voorwaarden voor indienstneming bij arbeidsovereenkomst regelt in sommige openbare diensten.
Hoewel de federale overheidsdiensten zelf instaan voor de selecties op basis van een functieprofiel, krijgt SELOR een ondersteunende rol en kan hij door de overheidsdiensten verzocht worden deze selecties te organiseren. Als SELOR er niet in slaagt contractueel personeel te selecteren, kunnen de overheidsdiensten zelf rekruteren. Daarbij moeten ze rekening houden met het koninklijk besluit van 13 maart 2002 dat het mogelijk maakt het hoofd te bieden aan uitzonderlijke omstandigheden.
Zoals vermeld in de regeerverklaring zal de aanwerving van experts geobjectiveerd worden door een beroep te doen op SELOR, zoals dat nu al het geval is. Ingeval van contractuele tewerkstelling zal ik ook voorrang geven aan de laureaten van een vergelijkende selectie als ze zich kandidaat hebben gesteld. Ik zal ook vragen dat beter gecontroleerd wordt of een salaris wordt toegekend dat hoger is dan dat van statutaire ambtenaren. De motivering is erg belangrijk als een beroep wordt gedaan op experts. Voor bepaalde functies van informatici bijvoorbeeld, waarnaar op bepaalde ogenblikken veel vraag is op de arbeidsmarkt, moet het mogelijk zijn hogere salarissen te betalen dan de salarisschalen die aanvankelijk waren voorzien. Om te kunnen werken, moet de overheid een zekere soepelheid aan de dag kunnen leggen.
Minder dan 20 procent van het personeel van SELOR is contractueel, wat lager is dan het gemiddelde voor de federale overheid. De situatie van SELOR is dus niet abnormaal.
Ik heb mijn diensten gevraagd een circulaire voor te bereiden waarin de federale overheidsdiensten herinnerd worden aan de basisregels voor de aanwerving van contractueel personeel, meer bepaald het feit dat de aanwerving van contractuelen afwijkt van het principe van de statutaire aanwervingen. We willen de contractuele aanwervingen binnen de perken houden, maar ze niettemin behouden omdat ze de overheid de mogelijkheid bieden haar doelstellingen te bereiken.
Wat de tweede vraag betreft, is het helemaal juist dat artikel 14 van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten, oplegt dat de houder van een managementfunctie zijn taak voltijds uitoefent. Het artikel somt een groot aantal verloven op die houders van een managementfunctie niet kunnen krijgen.
Het politiek verlof conform de wet van 18 september 1986 dat het politiek verlof instelt voor de personeelsleden van de overheidsdiensten, maakt echter geen deel uit van die opsomming. Terecht, daar dit recht gebaseerd is op een wet waarvan niet afgeweken mag worden bij koninklijk besluit. De bepalingen van de wet van 18 september 1986 zijn bijgevolg volledig van toepassing op houders van managementfuncties en dus ook op hun salarissen.
Wat betreft het mandaat van bestuurder van intercommunales of vennootschappen zijn de houders van managementfuncties, net als alle andere ambtenaren, onderworpen aan de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 46 van 10 juni 1982 betreffende de cumulaties van beroepsactiviteiten in sommige openbare diensten. Overeenkomstig dit besluit kan de minister of het bestuursorgaan in parastatalen en andere instellingen van openbaar nut, op schriftelijk en voorafgaand verzoek van een personeelslid en na gemotiveerd advies van de directieraad of het orgaan dat als zodanig optreedt, een machtiging verlenen tot cumulatie buiten de diensturen van beroepsactiviteiten die verenigbaar zijn met de hoedanigheid van het personeelslid en zonder nadeel voor de dienst of voor het publiek kunnen worden uitgeoefend. We passen hier dus een regel van het openbaar ambt toe.
De programmawet van 24 december 2002 schept de mogelijkheid het koninklijk besluit over de cumulaties te herzien. Op dat ogenblik zullen we nagaan in welke mate managementfuncties al dan niet gecumuleerd kunnen worden met andere functies. Het zal dan nodig zijn de toestand te evalueren van de mandaten, van bepaalde cumulaties en van de mogelijke onverenigbaarheid tussen bepaalde functies met deze mandaten.
De heer Christian Brotcorne (CDH). - Ik stel met genoegen vast dat de minister zich niet beperkt heeft tot een louter juridisch antwoord. Ik was al bang dat ze zou zeggen dat alles geregeld is bij wet of besluit. Haar laatste zin laat vermoeden dat de toestand haar niet ideaal lijkt en dat binnenkort wellicht striktere regels zullen gelden.
(De vergadering wordt gesloten om 19.10 uur.)
-De Senaat gaat tot nadere bijeenroeping uiteen.
Stemming 1
Aanwezig: 70
Voor: 31
Tegen: 38
Onthoudingen: 1
Voor
Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Jean-Marie Dedecker, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Jacques Devolder, Jacques Germeaux, Jeannine Leduc, Stefaan Noreilde, Didier Ramoudt, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Patrik Vankrunkelsven, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, René Thissen, Jacques Timmermans, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Onthoudingen
Armand De Decker.
Stemming 2
Aanwezig: 70
Voor: 16
Tegen: 42
Onthoudingen: 12
Voor
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Jean-Marie Dedecker, Michel Delacroix, Francis Detraux, Jacques Devolder, Jeannine Leduc, Didier Ramoudt, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, René Thissen, Jacques Timmermans, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Onthoudingen
Ludwig Caluwé, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Stefaan Noreilde, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Patrik Vankrunkelsven, Marc Van Peel.
Stemming 3
Aanwezig: 69
Voor: 10
Tegen: 50
Onthoudingen: 9
Voor
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Onthoudingen
Ludwig Caluwé, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.
Stemming 4
Aanwezig: 70
Voor: 10
Tegen: 60
Onthoudingen: 0
Voor
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Ludwig Caluwé, Pierre Chevalier, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Erika Thijs, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Marc Van Peel, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Stemming 5
Aanwezig: 70
Voor: 10
Tegen: 51
Onthoudingen: 9
Voor
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Onthoudingen
Ludwig Caluwé, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.
Stemming 6
Aanwezig: 69
Voor: 2
Tegen: 59
Onthoudingen: 8
Voor
Michel Delacroix, Francis Detraux.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Ludwig Caluwé, Pierre Chevalier, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Erika Thijs, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Marc Van Peel, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Onthoudingen
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.
Stemming 7
Aanwezig: 70
Voor: 22
Tegen: 39
Onthoudingen: 9
Voor
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Jean-Marie Dedecker, Michel Delacroix, Francis Detraux, Jacques Devolder, Jacques Germeaux, Jeannine Leduc, Stefaan Noreilde, Didier Ramoudt, Annemie Van de Casteele, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Patrik Vankrunkelsven, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, René Thissen, Jacques Timmermans, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Onthoudingen
Ludwig Caluwé, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.
Stemming 8
Aanwezig: 70
Voor: 2
Tegen: 60
Onthoudingen: 8
Voor
Michel Delacroix, Francis Detraux.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Ludwig Caluwé, Pierre Chevalier, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Erika Thijs, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Marc Van Peel, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Onthoudingen
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.
Stemming 9
Aanwezig: 69
Voor: 10
Tegen: 59
Onthoudingen: 0
Voor
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Ludwig Caluwé, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Erika Thijs, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Marc Van Peel, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Stemming 10
Aanwezig: 70
Voor: 10
Tegen: 60
Onthoudingen: 0
Voor
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Ludwig Caluwé, Pierre Chevalier, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Erika Thijs, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Marc Van Peel, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Stemming 11
Aanwezig: 70
Voor: 10
Tegen: 51
Onthoudingen: 9
Voor
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Onthoudingen
Ludwig Caluwé, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.
Stemming 12
Aanwezig: 70
Voor: 31
Tegen: 39
Onthoudingen: 0
Voor
Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Jean-Marie Dedecker, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Jacques Devolder, Jacques Germeaux, Jeannine Leduc, Stefaan Noreilde, Didier Ramoudt, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Patrik Vankrunkelsven, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, René Thissen, Jacques Timmermans, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Stemming 13
Aanwezig: 70
Voor: 28
Tegen: 40
Onthoudingen: 2
Voor
Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Jean-Marie Dedecker, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Jacques Devolder, Jacques Germeaux, Jeannine Leduc, Stefaan Noreilde, Didier Ramoudt, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, René Thissen, Jacques Timmermans, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Onthoudingen
Annemie Van de Casteele, Patrik Vankrunkelsven.
Stemming 14
Aanwezig: 70
Voor: 10
Tegen: 60
Onthoudingen: 0
Voor
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Ludwig Caluwé, Pierre Chevalier, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Erika Thijs, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Marc Van Peel, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Stemming 15
Aanwezig: 70
Voor: 41
Tegen: 29
Onthoudingen: 0
Voor
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Tegen
Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Jean-Marie Dedecker, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Jacques Devolder, Jacques Germeaux, Jeannine Leduc, Stefaan Noreilde, Didier Ramoudt, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille.
Stemming 16
Aanwezig: 70
Voor: 22
Tegen: 39
Onthoudingen: 9
Voor
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Jean-Marie Dedecker, Michel Delacroix, Francis Detraux, Jacques Devolder, Jacques Germeaux, Jeannine Leduc, Stefaan Noreilde, Didier Ramoudt, Annemie Van de Casteele, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Patrik Vankrunkelsven, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, René Thissen, Jacques Timmermans, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Onthoudingen
Ludwig Caluwé, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Marc Van Peel.
Stemming 17
Aanwezig: 70
Voor: 41
Tegen: 29
Onthoudingen: 0
Voor
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Tegen
Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Jean-Marie Dedecker, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Jacques Devolder, Jacques Germeaux, Jeannine Leduc, Stefaan Noreilde, Didier Ramoudt, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille.
Stemming 18
Aanwezig: 70
Voor: 41
Tegen: 29
Onthoudingen: 0
Voor
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Tegen
Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Jean-Marie Dedecker, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Jacques Devolder, Jacques Germeaux, Jeannine Leduc, Stefaan Noreilde, Didier Ramoudt, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille.
Stemming 19
Aanwezig: 70
Voor: 11
Tegen: 59
Onthoudingen: 0
Voor
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Amina Derbaki Sbaï, Francis Detraux, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Ludwig Caluwé, Pierre Chevalier, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Erika Thijs, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Marc Van Peel, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Stemming 20
Aanwezig: 69
Voor: 28
Tegen: 39
Onthoudingen: 2
Voor
Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Jean-Marie Dedecker, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Jacques Devolder, Jacques Germeaux, Jeannine Leduc, Stefaan Noreilde, Didier Ramoudt, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, René Thissen, Jacques Timmermans, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Onthoudingen
Annemie Van de Casteele, Patrik Vankrunkelsven.
Stemming 21
Aanwezig: 70
Voor: 10
Tegen: 60
Onthoudingen: 0
Voor
Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Detraux, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Wim Verreycken.
Tegen
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Ludwig Caluwé, Pierre Chevalier, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Erika Thijs, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Marc Van Peel, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.
(Stemming 22 werd geannuleerd.)
Stemming 23
Aanwezig: 70
Voor: 41
Tegen: 29
Onthoudingen: 0
Voor
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Christian Brotcorne, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Alain Destexhe, Nathalie de T' Serclaes, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Francis Poty, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, René Thissen, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Tegen
Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Jean-Marie Dedecker, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Jacques Devolder, Jacques Germeaux, Jeannine Leduc, Stefaan Noreilde, Didier Ramoudt, Etienne Schouppe, Erika Thijs, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken, Luc Willems, Paul Wille.
Stemming 24
Aanwezig: 66
Voor: 42
Tegen: 23
Onthoudingen: 1
Voor
Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Pierre Chevalier, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Marie-Hélène Crombé-Berton, Armand De Decker, Jean-Marie Dedecker, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Alain Destexhe, Jacques Devolder, Antoine Duquesne, Isabelle Durant, Christel Geerts, Caroline Gennez, Jacques Germeaux, Michel Guilbert, Jean-Marie Happart, Jean François Istasse, Marie-José Laloy, Jeannine Leduc, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Stefaan Noreilde, Fatma Pehlivan, Francis Poty, Didier Ramoudt, François Roelants du Vivier, Louis Siquet, Jacques Timmermans, Annemie Van de Casteele, Lionel Vandenberghe, Ludwig Vandenhove, Jan Van Duppen, Patrik Vankrunkelsven, Myriam Vanlerberghe, Christiane Vienne, Luc Willems, Paul Wille, Marc Wilmots, Alain Zenner.
Tegen
Christian Brotcorne, Yves Buysse, Ludwig Caluwé, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Stefaan De Clerck, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Francis Detraux, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Etienne Schouppe, Erika Thijs, René Thissen, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Frank Vanhecke, Karim Van Overmeire, Marc Van Peel, Wim Verreycken.
Onthoudingen
Staf Nimmegeers.
Wetsvoorstellen
Artikel 77 van de Grondwet
Wetsvoorstel houdende verticale integratie van het openbaar ministerie (van de heer Hugo Coveliers; Stuk 3-369/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 23 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit met het oog op de strafbaarstelling van het schijnhuwelijk (van mevrouw Mia De Schamphelaere c.s.; Stuk 3-383/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek (van mevrouw Clotilde Nyssens; Stuk 3-394/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Artikel 81 van de Grondwet
Wetsvoorstel betreffende de invoering van een regeling voor medewerkers met het gerecht (van de heer Hugo Coveliers; Stuk 3-370/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte en de wet van 17 april 1835 op de onteigening ten algemenen nutte (van de heer Hugo Coveliers; Stuk 3-371/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Wetsvoorstel tot hervorming van het echtscheidingsrecht en invoering van de foutloze echtscheiding (van de heer Hugo Coveliers; Stuk 3-372/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 44 van het BTW-Wetboek (van de heer Didier Ramoudt; Stuk 3-376/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.
Wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten (van de heer Luc Willems; Stuk 3-377/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.
Wetsvoorstel tot instelling van een BTW-tarief van 6% voor het bouwen en renoveren van privé-woningen (van de heer Frank Creyelman c.s.; Stuk 3-378/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.
Wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 321bis in het Strafwetboek met het oog op de strafbaarstelling van het schijnhuwelijk (van mevrouw Mia De Schamphelaere c.s.; Stuk 3-382/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Wetsvoorstel betreffende de uitkering van een inkomenscompensatievergoeding aan zelfstandigen voor hinder ten gevolge van werken op het openbaar domein (van de heer Jean-Marie Dedecker; Stuk 3-386/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.
Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen, alsmede van artikel 1 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen (van de heer Jean-Marie Dedecker; Stuk 3-387/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.
Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met het oog op het toekennen van een fiscale tegemoetkoming aan studenten en aan ouders van studenten (van de heer Jean-Marie Dedecker; Stuk 3-388/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.
Wetsvoorstel tot wijziging van de artikelen 52 en 53 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (van de heer Jean-Marie Dedecker; Stuk 3-389/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.
Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 44 van het BTW-Wetboek (van de heer Jean-Marie Dedecker; Stuk 3-390/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.
Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 115 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (van de heer Jean-Marie Dedecker; Stuk 3-391/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.
Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met het oog op de vermindering van de fiscale lasten op het onroerend goed (van de heer Jean-Marie Dedecker; Stuk 3-392/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.
Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 38 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (van de heer Jean-Marie Dedecker; Stuk 3-393/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.
Voorstel van resolutie
Voorstel van resolutie betreffende de Akkoorden van Genève (van de heren Pierre Galand en Philippe Mahoux; Stuk 3-384/1).
-Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging.
Voorstel tot herziening van het Reglement
Voorstel tot aanvulling van artikel 22 van het reglement van de Senaat teneinde de follow-up van de voorstellen de lege ferenda van het parket van het Hof van Cassatie te organiseren (van mevrouw Clotilde Nyssens; Stuk 3-381/1).
-Verzonden naar het Bureau.
Het Bureau heeft volgende vragen om uitleg ontvangen:
van mevrouw Sabine de Bethune aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid over "de mogelijke rol van het Nationaal Contactpunt in het onderzoek naar de activiteiten van Belgische bedrijven in Oost-Congo en de rapporten van de Verenigde Naties terzake" (nr. 3-78)
van mevrouw Sabine de Bethune aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid over "de werking van het Nationaal Contactpunt waarin de overheid, de sociale organisaties en de NGO's samen toekijken op de naleving van de richtlijnen van de OESO voor multinationale ondernemingen" (nr. 3-79)
van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "het onderbrengen van illegale immigranten in infrastructuur van de provinciale verkeerseenheden van de federale politie" (nr. 3-81)
van mevrouw Erika Thijs aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over "de infiltratie van de maffia in het Belgisch overheidsbestel in zaken van mensenhandel" (nr. 3-82)
-Deze vragen worden naar de plenaire vergadering verzonden.
De Senaat heeft bij boodschap van 10 december 2003 aan de Kamer van volksvertegenwoordigers ter kennis gebracht dat tot evocatie is overgegaan, op die datum, van:
Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 22 maart 1995 tot instelling van federale ombudsmannen (Stuk 3-385/1).
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.
Bij boodschap van 9 december 2003 heeft de Senaat aan de Kamer van volksvertegenwoordigers terugbezorgd, met het oog op de bekrachtiging door de Koning, het volgende niet geëvoceerde wetsontwerp:
Wetsontwerp tot wijziging van artikel 2 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het "handvest van de sociaal verzekerde" (Stuk 3-362/1).
-Voor kennisgeving aangenomen.
Bij boodschappen van 4 december 2003 heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers aan de Senaat overgezonden, zoals ze ter vergadering van dezelfde dag werden aangenomen:
Artikel 77 van de Grondwet
Wetsontwerp betreffende het Europees aanhoudingsbevel (Stuk 3-395/1).
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Justitie.
Wetsontwerp tot wijziging van artikel 627, 6º, van het Gerechtelijk Wetboek (Stuk 3-396/1).
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Justitie.
De Regering heeft volgende wetsontwerpen ingediend:
Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van misdrijven tegen internationaal beschermde personen, met inbegrip van diplomaten, gedaan te New York op 14 december 1973 (Stuk 3-397/1).
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en de Landsverdediging.
Wetsontwerp houdende instemming met de volgende Internationale Akten:
1º Eerste Protocol betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, voor ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980, en Gemeenschappelijke Verklaringen;
2º Tweede Protocol waarbij aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen bepaalde bevoegdheden worden toegekend inzake de uitlegging van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, voor ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980,
gedaan te Brussel op 19 december 1988 (Stuk 3-398/1).
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en de Landsverdediging.
Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regeringen van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, enerzijds, en de Regering van de Republiek Slovenië, anderzijds, betreffende de overname van onregelmatig binnengekomen of verblijvende personen, gedaan te Wenen op 16 november 1992 (Stuk 3-399/1).
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en de Landsverdediging.
Wetsontwerp houdende instemming met de volgende Internationale Akten:
1º Aanvullende Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Franse Republiek betreffende de gezamenlijke uitvoering van een programma voor de observatie van de aarde, en Bijlage, ondertekend te Parijs op 13 november 1984;
2º Aanvullende Overeenkomst nr. 2 tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Franse Republiek betreffende de gezamenlijke uitvoering van een programma voor de observatie van de aarde, en Bijlage, ondertekend te Parijs op 23 oktober 1991;
3º Aanvullende Overeenkomst nr. 3 tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Franse Republiek betreffende de gezamenlijke uitvoering van een programma voor de observatie van de aarde, en Bijlage, ondertekend te Parijs op 20 december 1994;
4º Aanvullende Overeenkomst nr. 4 tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Franse Republiek betreffende de gezamenlijke uitvoering van een programma voor de observatie van de aarde, en Bijlagen,
ondertekend te Parijs op 9 januari 1996 (Stuk 3-401/1).
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en de Landsverdediging.
Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag inzake de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980, en tot het Eerste en Tweede Protocol betreffende de uitlegging ervan door het Hof van Justitie, en met de Gemeenschappelijke Verklaring, gedaan te Brussel op 29 november 1996 (Stuk 3-402/1).
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en de Landsverdediging.
Wetsontwerp houdende instemming met de Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds, en met de Slotakte, gedaan te Luxemburg op 17 juni 2002 (Stuk 3-403/1).
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en de Landsverdediging.
Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van het Groothertogdom Luxemburg en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Federale Regering van de Federale Republiek Joegoslavië betreffende de terug- en overname van personen die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat, en met het Uitvoeringsprotocol en zijn Bijlagen 1 tot 8, gedaan te Belgrado op 19 juli 2002 (Stuk 3-404/1).
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en de Landsverdediging.
Wetsontwerp houdende instemming met het Akkoord tussen de Regering van het Koninkrijk België, de Vlaamse Regering, de Regering van de Franse Gemeenschap en de Regering van het Waalse Gewest, enerzijds, en de Regering van de Franse Republiek, anderzijds, inzake de grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale gemeenschappen en lokale openbare lichamen, ondertekend te Brussel op 16 september 2002 (Stuk 3-405/1).
-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en de Landsverdediging.
Bij brief van 3 december 2003 heeft de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken aan de Senaat overgezonden, zijn antwoord op de aanbevelingen van de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden in zijn verslag over de "Mensenhandel en de visafraude" (Stuk Senaat 2-1018/3).
-Verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.
Met toepassing van artikel 77 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof aan de voorzitter van de Senaat kennis van:
-Voor kennisgeving aangenomen.
Bij brief van 3 december 2003, heeft de voorzitster van de Hoge Raad voor de Justitie, overeenkomstig de artikelen 259bis-12, §1, en 259bis-18 van het Gerechtelijk Wetboek, aan de Senaat overgezonden een advies over de plaats van het openbaar ministerie ter terechtzitting in strafzaken, goedgekeurd tijdens de algemene vergadering van de Hoge Raad voor de Justitie van 26 november 2003.
-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.