5-1991/6 | 5-1991/6 |
19 NOVEMBER 2013
TITEL I
Algemene bepaling
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
TITEL II
Wijzigingen inzake voordrachten, benoemingen, afvaardigingen en specifieke controletaken van de Senaat
HOOFDSTUK 1
Wijzigingen van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten en op het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse
Art. 2
In artikel 8, eerste lid, van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten en op het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse, gewijzigd bij de wet van 4 februari 2010, worden de woorden « , van de Senaat » opgeheven.
Art. 3
In artikel 9, zevende lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 1 april 1999, worden de woorden « , van de Senaat » opgeheven.
Art. 4
In artikel 11 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 1 april 1999, 20 juli 2000, 3 mei 2003 en 4 februari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1º de bepaling onder 1ºbis wordt vervangen als volgt : « telkens wanneer het dit nuttig acht of op verzoek van de Kamer van volksvertegenwoordigers, door een tussentijds activiteitenverslag dat, indien nodig, algemene conclusies en voorstellen kan bevatten betreffende een welbepaald onderzoeksdossier. Dat verslag wordt overgezonden aan de voorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de Senaat alsmede aan de bevoegde ministers; »;
2º in de bepaling onder 2º worden de woorden « of door de Senaat » opgeheven.
Art. 5
In artikel 12 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 april 1999, wordt de eerste zin vervangen als volgt : « Teneinde haar besluiten van algemene aard voor te bereiden, kan de Kamer van volksvertegenwoordigers zich door het Vast Comité P elk onderzoeksdossier laten overzenden volgens de regels en onder de voorwaarden die zij bepaalt en die er onder meer op gericht zijn de vertrouwelijke aard van de dossiers veilig te stellen en het privéleven van personen te beschermen. »
Art. 6
In artikel 28, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 1 april 1999, 20 juli 2000 en 18 april 2010, wordt het woord « Senaat » vervangen door de woorden « Kamer van volksvertegenwoordigers ».
Art. 7
In artikel 29 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 april 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1º in het eerste lid wordt het woord « Senaat » vervangen door de woorden « Kamer van volksvertegenwoordigers »;
2º in het tweede lid wordt het woord « Senaat » vervangen door de woorden « Kamer van volksvertegenwoordigers ».
Art. 8
In artikel 30 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 1 april 1999 en 18 april 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1º in het derde lid wordt het woord « Senaat » vervangen door de woorden « Kamer van volksvertegenwoordigers »;
2º in het vierde lid wordt het woord « Senaat » vervangen door de woorden « Kamer van volksvertegenwoordigers »;
3º in het vijfde lid wordt het woord « Senaat » vervangen door de woorden « Kamer van volksvertegenwoordigers ».
Art. 9
In artikel 32 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 april 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1º in het eerste lid worden de woorden « van de Senaat, » opgeheven;
2º in het tweede lid wordt het woord « Senaat » vervangen door de woorden « Kamer van volksvertegenwoordigers ».
Art. 10
In artikel 33 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 1 april 1999, 20 juli 2000 en 10 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1º het derde lid wordt vervangen als volgt : « Het Vast Comité I zendt aan de bevoegde minister of de bevoegde overheid, alsmede aan de Kamer van volksvertegenwoordigers een verslag over betreffende elke opdracht. Dit verslag is vertrouwelijk tot bij de mededeling aan de Kamer van volksvertegenwoordigers, overeenkomstig artikel 35. »;
2º in het zevende lid worden de woorden « , van de Senaat » opgeheven;
3º in het achtste lid wordt het woord « Senaat » vervangen door de woorden « Kamer van volksvertegenwoordigers ».
Art. 11
In artikel 35 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 1 april 1999, 20 juli 2000 en 10 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1º in paragraaf 1, 2º, worden de woorden « of door de Senaat » opgeheven;
2º in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord « Senaat » vervangen door de woorden « Kamer van volksvertegenwoordigers ».
Art. 12
In artikel 36 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 1 april 1999 en 4 februari 2010, wordt de eerste zin vervangen als volgt :
« Teneinde haar besluiten van algemene aard voor te bereiden, kan de Kamer van volksvertegenwoordigers zich door het Vast Comité I elk onderzoeksdossier laten overzenden volgens de regels en onder de voorwaarden die zij bepaalt en die er onder meer op gericht zijn de vertrouwelijke aard van de dossiers veilig te stellen en het privéleven van personen te beschermen. ».
Art. 13
In artikel 53, eerste lid, 3º, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2006, worden de woorden « of van de Senaat » opgeheven.
Art. 14
In artikel 60 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 april 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1º het tweede lid wordt vervangen als volgt : « De huishoudelijke reglementen van de Vaste Comités en het huishoudelijk reglement voor de gezamenlijke vergaderingen worden goedgekeurd door de Kamer van volksvertegenwoordigers. »;
2º het derde lid wordt opgeheven;
3º in het vroegere vierde lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden « Conform het tweede en derde lid kunnen de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat » vervangen door de woorden « Conform het tweede lid kan de Kamer van volksvertegenwoordigers ».
Art. 15
Artikel 66bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 1 april 1999 en gewijzigd bij de wet van 3 mei 2003, wordt vervangen als volgt :
« Art. 66bis. § 1. De Kamer van volksvertegenwoordigers stelt een vaste commissie in, belast met de begeleiding van het Vast Comité P en het Vast Comité I.
De Kamer van volksvertegenwoordigers bepaalt de regels inzake de samenstelling en de werkwijze van de commissie in haar reglement.
§ 2 De commissie oefent de uiteindelijke controle uit op de werking van de Vaste Comités, ziet toe op de inachtneming van de bepalingen van deze wet en van de huishoudelijke reglementen.
De commissie oefent bovendien de opdrachten uit waarmee de Kamer van volksvertegenwoordigers is belast bij de artikelen 8, 9, 11, 1ºbis, 2º en 3º, 12, 32, 33, 35, § 1, 2º en 3º en § 2, 36 en 60.
§ 3. De commissie vergadert minstens eenmaal per kwartaal met de voorzitter of de leden van elk Vast Comité. Bovendien kan ze vergaderen, ofwel op verzoek van de meerderheid van de leden van de commissie, ofwel op verzoek van de voorzitter van een Vast Comité, ofwel op verzoek van de meerderheid van de leden van een Vast Comité.
Elke aangifte die door een lid van een Vast Comité wordt gedaan over het gebrekkig functioneren van dat Comité of over de niet-naleving van deze wet of van het huishoudelijk reglement, kan bij de commissie aanhangig worden gemaakt.
De commissie kan aan elk Vast Comité of aan elk lid ervan aanbevelingen doen betreffende de werking van het Vast Comité, de naleving van deze wet of van het huishoudelijk reglement.
§ 4. De leden van de commissie nemen de noodzakelijke maatregelen om de vertrouwelijke aard te waarborgen van de feiten, handelingen of inlichtingen waarvan zij wegens hun functie kennis krijgen en zijn verplicht het vertrouwelijk karakter ervan te bewaren. Zij moeten de geheimen waarvan zij kennis krijgen tijdens de uitoefening van het mandaat, bewaren, zelfs wanneer zij hun functie hebben beëindigd. Elke schending van die verplichting tot vertrouwelijkheid en van die geheimhouding wordt gestraft met de sanctie bepaald in het reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers. ».
HOOFDSTUK 2
Wijzigingen van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen-en veiligheidsdiensten
Art. 16
In artikel 43/1, § 1, tweede lid, van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst, ingevoegd bij de wet van 2 april 2010, wordt het woord « Senaat » vervangen door de woorden « Kamer van volksvertegenwoordigers ».
HOOFDSTUK 3
Wijziging van de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro
Art. 17
In artikel 9, § 3, eerste lid, van de wet van 11 mei 2003 betreffende het onderzoek op embryo's in vitro, wordt het woord « Senaat » vervangen door de woorden « Kamer van volksvertegenwoordigers ».
HOOFDSTUK 4
Wijziging van de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming
Art. 18
Artikel 7, § 2, van de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming, laatst gewijzigd bij de wet van 13 december 2002 en gedeeltelijk vernietigd bij arrest nr. 73/2003 van het Grondwettelijk Hof, wordt aangevuld met een lid, luidende :
« Voor de verkiezing van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers in het kieskanton Sint-Genesius-Rode, kiest de kiezer eerst tussen de kieskring Vlaams-Brabant en de kieskring Brussel-Hoofdstad. Op dezelfde manier kiest de kiezer, voor de verkiezing van de leden van het Europese Parlement in de gemeenten van dat kieskanton, eerst tussen het Nederlandse kiescollege en het Franse kiescollege. Alleen de lijsten die voorgedragen werden voor de gekozen kieskring of het gekozen kiescollege worden vervolgens getoond. ».
Art. 19
Artikel 20 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 13 december 2002 en gedeeltelijk vernietigd bij arrest nr. 73/2003 van het Grondwettelijk Hof, wordt aangevuld met een lid, luidende :
« In het kieskanton Sint-Genesius-Rode drukt de voorzitter van het kantonhoofdbureau bij de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers twee stemopnemingstabellen af die in het Nederlands worden opgesteld : de ene bevat de uitslag van de stemmen uitgebracht voor lijsten van de kieskring Vlaams-Brabant en de andere bevat de uitslag van de stemmen uitgebracht voor lijsten van de kieskring Brussel-Hoofdstad. Op dezelfde wijze drukt de voorzitter van het kantonhoofdbureau in dit kieskanton, bij de verkiezing van het Europese Parlement, twee stemopnemingstabellen af die in het Nederlands worden opgesteld : de ene bevat de uitslag van de stemmen uitgebracht voor lijsten van het Franse kiescollege, de andere bevat de uitslag van de stemmen uitgebracht voor de lijsten van het Nederlandse kiescollege. ».
HOOFDSTUK 5
Wijziging van de wet van 16 maart 1803 (25 ventôse jaar XI)
Art. 20
In artikel 38, § 5, derde lid, van de wet van 16 maart 1803 (25 ventôse jaar XI), hersteld bij wet van 4 mei 1999, worden de woorden « , afwisselend door de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat » vervangen door de woorden « door de Kamer van volksvertegenwoordigers ».
HOOFDSTUK 6
Wijzigingen van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie
Art. 21
In artikel 6, § 2, derde lid, van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie wordt het woord « Senaat » vervangen door de woorden « Kamer van volksvertegenwoordigers ».
Art. 22
Artikel 13 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
« Art. 13. Binnen zes maanden na het indienen van het eerste verslag en, in voorkomend geval, van de aanbevelingen van de commissie, bedoeld in artikel 9, vindt hierover een debat plaats in de Kamer van volksvertegenwoordigers. Die termijn van zes maanden wordt geschorst gedurende de periode dat de Kamer van volksvertegenwoordigers is ontbonden en/of dat er geen Regering is die het vertrouwen heeft van de Kamer van volksvertegenwoordigers. ».
HOOFDSTUK 7
Wijzigingen van de wet van 13 augustus 1990 houdende oprichting van een commissie voor de evaluatie van de wet van 3 april 1990 betreffende de zwangerschapsafbreking, tot wijziging van de artikelen 348, 350, 351 en 352 van het Strafwetboek en tot opheffing van artikel 353 van hetzelfde Wetboek
Art. 23
In artikel 1, § 2, derde lid, van de wet van 13 augustus 1990 houdende oprichting van een commissie voor de evaluatie van de wet van 3 april 1990 betreffende de zwangerschapsafbreking, tot wijziging van de artikelen 348, 350, 351 en 352 van het Strafwetboek en tot opheffing van artikel 353 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, wordt het woord « Senaat » vervangen door de woorden « Kamer van volksvertegenwoordigers ».
Art. 24
Artikel 8 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
« Art. 8. Binnen zes maanden na de indiening van de eerste verslagen, en in voorkomend geval van de aanbevelingen van de Evaluatiecommissie bedoeld in artikel 1, § 3, heeft er hierover een debat plaats in de Kamer van volksvertegenwoordigers. Die termijn van zes maanden wordt geschorst gedurende de periode dat de Kamer van volksvertegenwoordigers is ontbonden en/of dat er geen Regering is die het vertrouwen heeft van de Kamer van volksvertegenwoordigers. ».
HOOFDSTUK 8
Wijziging van de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger
Art. 25
Artikel 31bis, derde lid, van de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger, ingevoegd bij de wet van 30 juli 1955 en gewijzigd bij de wet van 16 juli 2005, wordt vervangen als volgt :
« De voorzitter, de ondervoorzitter en vier leden worden gekozen onder de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers die deel uitmaken van de Commissie voor de Landsverdediging. ».
HOOFDSTUK 9
Wijziging van het koninklijk besluit nr. 150 van 18 maart 1935 tot samenschakeling van de wetten betreffende de inrichting en de werking van de Deposito- en Consignatiekas
Art. 26
In artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 150 van 18 maart 1935 tot samenschakeling van de wetten betreffende de inrichting en de werking van de Deposito- en Consignatiekas en tot aanbrenging van wijzigingen daarin krachtens de wet van 31 juli 1934 wordt het tweede lid vervangen als volgt :
« Deze commissie is samengesteld uit de eerste voorzitter van het Rekenhof, die er het voorzitterschap van waarneemt, twee volksvertegenwoordigers gekozen door de Kamer van volksvertegenwoordigers en twee leden benoemd door de Koning. ».
TITEL III
Wijzigingen van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europese Parlement
Art. 27
In artikel 22 van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europese Parlement, laatst gewijzigd bij de wet van 25 april 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1o de bepaling onder 1º wordt vervangen als volgt :
« 1º a) in de artikelen 119, 119bis tot 119sexies, 120 tot 125, 125ter en 126 dienen de woorden « hoofdbureau van de kieskring » te worden gelezen als « collegehoofdbureau »;
b) in artikel 125bis dienen de woorden « hoofdbureaus van de kieskring » te worden gelezen als « collegehoofdbureaus »;
2º in het tweede lid, 2º, worden de woorden « of senator » opgeheven;
3º in het tweede lid, 3º, wordt het woord « twintigste » vervangen door het woord « zevenentwintigste »;
4º in het tweede lid, 5º, a), wordt het woord « negentiende » vervangen door het woord « zesentwintigste »;
5º in het tweede lid, 6º, wordt het woord « zeventiende » vervangen door het woord « vierentwintigste »;
6º in het tweede lid, 7º, wordt het woord « zeventiende » vervangen door het woord « vierentwintigste »;
7º in het tweede lid, 10º, wordt het woord « dertiende » vervangen door het woord « twintigste ».
Art. 28
In artikel 27, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 16 juli 1993, worden de tweede en de derde zin vervangen door wat volgt :
« De stembiljetten worden gedrukt op papier waarvan de Koning de kleur en de afmetingen bepaalt. »
Art. 29
In artikel 29, tweede lid, van dezelfde wet, wordt de bepaling onder 3º opgeheven.
Art. 30
In artikel 36 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 11 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1º in het tweede lid, 1º, wordt het woord « of » opgeheven;
2º in het tweede lid, 3º, worden de woorden « de woorden « hoofdbureau van de kieskring of het » worden geschrapt » vervangen door de woorden « de woorden « van de kieskring » vervangen worden door de woorden « van het college » »;
3º in het tweede lid, 4º worden de woorden « de woorden « kieskring- of » worden geschrapt » vervangen door de woorden « het woord « kieskringhoofdbureau » vervangen worden door het woord « collegehoofdbureau » ».
TITEL IV
Wijzigingen van de wet van 18 december 1998 tot regeling van de gelijktijdige of kort opeenvolgende verkiezingen voor de federale Wetgevende Kamers, het Europees Parlement en de Gemeenschaps- en Gewestparlementen
Art. 31
Artikel 47, § 4, van de wet van 18 december 1998 tot regeling van de gelijktijdige of kort opeenvolgende verkiezingen voor de federale Wetgevende Kamers, het Europees Parlement en de Gemeenschaps-en Gewestparlementen, laatst gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, wordt aangevuld met twee leden, luidende :
« De voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Hoofdstad stuurt onmiddellijk, voor het drukken ervan, een afschrift van het stembiljet naar de voorzitter van het provinciehoofdbureau van de provincie Vlaams-Brabant.
Deze laatste doet op de stembiljetten die bestemd zijn voor het kieskanton Sint-Genesius-Rode de kandidatenlijsten van het Nederlandse kiescollege en de kandidatenlijsten van het Franse kiescollege vermelden. Hiertoe wordt het stembiljet opgesteld overeenkomstig het model II, e), dat bij de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement gevoegd is. ».
Art. 32
Artikel 48, § 6, van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, wordt aangevuld met twee leden, luidende :
« De voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Hoofdstad stuurt onmiddellijk, voor het drukken ervan, een afschrift van het stembiljet naar de voorzitter van het provinciehoofdbureau van de provincie Vlaams-Brabant.
Deze laatste doet op de stembiljetten die bestemd zijn voor het kieskanton Sint-Genesius-Rode de kandidatenlijsten van het Nederlandse kiescollege en de kandidatenlijsten van het Franse kiescollege vermelden. Hiertoe wordt het stembiljet opgesteld overeenkomstig het model II, e) dat bij de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement gevoegd is. ».
TITEL V
Inwerkingtreding
Art. 33
De artikelen 18, 19, 31 en 32 van deze wet treden in werking op de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
De overige artikelen van deze wet treden in werking op de dag van de verkiezingen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers die zullen worden gehouden op dezelfde dag als de verkiezingen voor de Gemeenschaps-en Gewestparlementen in 2014.