5-1991/4

5-1991/4

Belgische Senaat

ZITTING 2012-2013

25 SEPTEMBER 2013


Wetsvoorstel tot wijziging van diverse wetten ten gevolge van de hervorming van de Senaat


AMENDEMENTEN


Nr. 13 VAN DE HEER LAEREMANS

Art. 4

Dit artikel vervangen door wat volgt :

« Art. 4. In artikel 11 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 1 april 1999, 20 juli 2000, 3 mei 2003 en 4 februari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

a) in de inleidende zin worden de woorden « en aan de Senaat » opgeheven;

b) in de bepalingen onder 1º worden de woorden « en van de Senaat » opgeheven;

c) de bepaling onder 1ºbis wordt vervangen als volgt : « 1°bis telkens wanneer het dit nuttig acht of op verzoek van de Kamer van volksvertegenwoordigers, door een tussentijds activiteitenverslag dat, indien nodig, algemene conclusies en voorstellen kan bevatten betreffende een welbepaald onderzoeksdossier. Dat verslag wordt overgezonden aan de voorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers alsmede aan de bevoegde ministers; »;

d) in de bepaling onder 2º worden de woorden « of door de Senaat » opgeheven. »

Verantwoording

Gelet op de algehele visie van de indiener aangaande de volledige opheffing van de Senaat, is het aangewezen elke betrokkenheid van de Senaat in het kader van voordrachten, benoemingen, afvaardigingen en specifieke controleopdrachten die deze instelling momenteel uitoefent volledig af te schaffen.

Nr. 14 VAN DE HEER LAEREMANS

Art. 11

Dit artikel vervangen door wat volgt :

« Art. 11. In artikel 35 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 1 april 1999, 20 juli 2000 en 10 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1º in de inleidende zin van paragraaf 1 worden de woorden « en aan de Senaat » opgeheven;

2º in paragraaf 1, 1º, worden de woorden « en van de Senaat » opgeheven;

3º in paragraaf 1, 2º, worden de woorden « of door de Senaat » opgeheven;

4º in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord « Senaat » vervangen door de woorden « Kamer van volksvertegenwoordigers ». »

Verantwoording

Zie de verantwoording van amendement nr. 13.

Nr. 15 VAN DE HEER LAEREMANS

Art. 17/1 (nieuw)

Een artikel 17/1 invoegen, luidende :

« Art. 17/1. In artikel 10, § 4, van dezelfde wet worden de woorden « wetgevende Kamers » vervangen door de woorden « Kamer van volksvertegenwoordigers ». »

Verantwoording

Zie de verantwoording van amendement nr. 13.

Nr. 16 VAN DE HEER LAEREMANS

Art. 19/1 (nieuw)

Een artikel 19/1 invoegen, luidende :

« Art. 19/1. In artikel 49quater, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 mei 1999, worden de woorden « wetgevende Kamers » vervangen door de woorden « Kamer van volksvertegenwoordigers ». »

Verantwoording

Zie de verantwoording van amendement nr. 13.

Nr. 17 VAN DE HEER LAEREMANS

Art. 20/1 (nieuw)

Een artikel 20/1 invoegen, luidende :

« Art. 20/1. In artikel 9 van dezelfde wet worden in de inleidende zin van het eerste lid de woorden « Wetgevende Kamers » vervangen door de woorden « Kamer van volksvertegenwoordigers ». »

Verantwoording

Zie de verantwoording van amendement nr. 13.

Nr. 18 VAN DE HEER LAEREMANS

Art. 24/1 (nieuw)

Een artikel 24/1 invoegen, luidende :

« Art. 24/1. In artikel 32 van dezelfde wet worden de woorden « Wetgevende Kamers » vervangen door de woorden « Kamer van volksvertegenwoordigers ». »

Verantwoording

Zie de verantwoording van amendement nr. 13.

Nr. 19 VAN DE HEER LAEREMANS

Art. 25/1 (nieuw)

Een artikel 25/1 invoegen, luidende :

« Art. 25/1. In artikel 36 van hetzelfde koninklijk besluit wordt het woord « Kamers » vervangen door de woorden « Kamer van volksvertegenwoordigers ». »

Verantwoording

Zie de verantwoording van amendement nr. 13.

Nr. 20 VAN DE HEER LAEREMANS

Art. 31

Dit artikel vervangen door wat volgt :

« Art. 31. Deze wet treedt in werking op de dag van de verkiezingen voor de eerstkomende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers. »

Verantwoording

Zoals in andere van haar voorstellen laat de institutionele meerderheid deze regeling ingaan in 2014 wanneer er samenvallende verkiezingen voor zowel het deelstatelijke, het federale als het Europese bestuursniveau zullen worden gehouden. De indiener van dit amendement is daar om democratische en autonomistische redenen een principieel tegenstander van. Door op hetzelfde ogenblik verkiezingen voor verschillende bestuursniveaus te organiseren, belet men de kiezer immers zich volmondig uit te spreken over het beleid dat door elk van deze verschillende bestuursniveaus werd gevoerd. In de praktijk zal de kiezer zich in zijn stemgedrag immers laten leiden door het beleid dat door het meest dominante bestuursniveau werd gevoerd. Samenvallende verkiezingen monden derhalve per definitie uit in een verschraling van het democratische gehalte van onze samenleving. Bovendien leiden samenvallende verkiezingen onvermijdelijk tot een feitelijke inperking van de autonomie van de deelstaten, zoals dat in het verleden reeds meermaals werd aangetoond. In de praktijk betekent dit immers dat hierdoor de coalitie- en regeringsvorming op deelstatelijk niveau wordt afgestemd op de coalitie- en regeringsvorming op het federale niveau. Dit brengt op zijn beurt mee dat het beleid van de deelstaatregeringen en -parlementen vaak wordt afgestemd, zeker in cruciale aangelegenheden, op het beleid van het federale niveau. Het ontneemt met andere woorden de facto aan de deelstaten een groot deel van hun zelfstandige dynamiek doordat het hen veel meer onderhorig maakt aan het federale niveau. Voor de indiener van dit amendement, die van oordeel is dat de deelstaten integendeel een zo groot mogelijke zelfstandige dynamiek moeten kunnen ontwikkelen, is dit onaanvaardbaar.

Bart LAEREMANS.