5-104

5-104

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 23 MEI 2013 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Jurgen Ceder aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken over «de versoepeling van het olie-embargo tegen Syrië en de potentiële voordelen voor al-Nusra en andere jihadistische groepen» (nr. 5-993)

De heer Jurgen Ceder (Onafhankelijke). - Op 22 april jongstleden hief de EU haar olie-embargo tegen Syrië gedeeltelijk op. De bedoeling is om voortaan de olieverkoop door de rebellen toe te laten en hen aldus te steunen in de opstand tegen het regime van Assad.

Het is zeer de vraag of dit een goede beslissing zal blijken. Dit weekend meldden enkele Britse kranten, waaronder The Guardian en The Telegraph, dat de meeste Syrische oliebronnen, met name die in de provincies Deir ez-Zor, al-Hasakah en ar-Raqqah, in handen zijn van al-Nusra of andere radicaal-jihadistische strijders. Het blijkt dat die groepen een groot deel of zelfs het overgrote deel van de olie van Syrië in handen hebben.

Sommige experts vrezen daarom dat vooral de radicale organisaties zullen profiteren van de versoepeling van het embargo. The Guardian kopte dit weekend: "EU decision to lift Syrian oil sanctions boosts jihadist groups".

Bij de beslissing van de EU van 22 april werd weliswaar een voorwaarde afgesproken: "Before approving any such transaction, competent authorities will consult with the Syrian National Coalition for Opposition and Revolutionary Forces and ensure that the transactions do not circumvent EU sanctions against Syria". Met andere woorden, het is blijkbaar de bedoeling dat de olieverkoop enkel kan doorgaan indien er een akkoord is van de Nationale Coalitie - zo heb ik het althans begrepen. Wat is die bepaling echter waard als op het terrein blijkt dat de Syrische Nationale Coalitie in feite nauwelijks oliebronnen in handen heeft? Volgens mijn informatie hadden ze immers maar één bron in handen maar mogelijk is die misschien ook al in handen gevallen van al-Nusra. Op het terrein blijkt dat al-Nusra de olie kan laten raffineren, transporteren en verkopen via neutrale tussenpersonen, die op hun beurt zelfs afspraken maken met het regeringsleger. Hoe zal kunnen verhinderd worden dat de EU rechtstreeks of onrechtstreeks financiering verleent aan al-Nusra en aanverwanten?

Bij mijn weten is de beslissing van de EU nog niet van kracht en moeten eerst nog implementeringsmaatregelen genomen worden.

Is het niet raadzaam op zijn minst die implementeringsmaatregelen uit te stellen tot groepen die verbonden zijn met de Syrische Nationale Coalitie een groter deel van de olieproductie van Syrië in handen hebben?

Indien niet, welke waarborgen zullen er in de implementeringsmaatregelen opgenomen worden om te verhinderen dat de EU eigenlijk steun verleent aan organisaties die een grotere bedreiging vormen voor onszelf en voor de vrede in het Midden-Oosten dan het regime van Assad?

De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken. - De bezorgdheden die worden vermeld in de Britse krantenartikelen, en die de heer Ceder in zijn vraag heeft herhaald, zijn ons wel bekend en werden ook besproken binnen de EU, in de eerste plaats in de Raad Buitenlandse Zaken.

Een belangrijk deel van de energiebronnen zou momenteel onder controle staan van Koerdische groeperingen die nauwer zouden kunnen samenwerken met de Coalitie. Hoe dan ook, om precies te vermijden dat deze EU-beslissing ten goede zou komen aan ongewenste groeperingen, en om de nodige steun te verlenen aan de Syrische oppositiecoalitie, werd expliciet de voorwaarde opgenomen dat voorafgaande consultaties met de Syrische Nationale Coalitie zijn vereist voor het leveren van uitrustingsgoederen en technologie in de energiesector. Die verplichte consultatie moet garanderen dat de uitvoer ten goede komt aan de Coalitie, en dat de Coalitie de maatregel kan gebruiken als een instrument om hun controle op de Syrische energiebronnen te vergroten.

Zoals de heer Ceder heeft aangegeven, moet nog een beslissing worden genomen over de concrete implementeringsmaatregelen. Voor een goede tenuitvoerlegging van het besluit staan de volgende twee elementen centraal: ten eerste moet met de coalitie zelf een goed samenwerkingsmechanisme worden uitgewerkt. Ten tweede moeten de betrokken overheden van de EU-lidstaten de uitvoer goed controleren. België pleit er ook voor de maatregelen regelmatig te evalueren zodat tijdig de nodige correcties kunnen worden aangebracht.

De heer Jurgen Ceder (Onafhankelijke). - Ik wil nog een correctie toevoegen: ook een deel van de Koerdische oliebronnen zou al in handen van al-Nusra zijn. De Koerden zouden nog één oliebron overhouden.

Ik dank de minister voor zijn antwoord. Ik hoop dat hij erop blijft toezien dat de opbrengsten van de olieverkoop niet in verkeerde handen terechtkomen.