5-1873/1

5-1873/1

Belgische Senaat

ZITTING 2012-2013

4 DECEMBER 2012


Wetsvoorstel tot aanvulling van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiėle stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, met het oog op de uitbreiding van de controlebevoegdheid van de Cel Financiėle Informatieverwerking wat betreft het extremisme

(Ingediend door de heer Yoeri Vastersavendts c.s.)


TOELICHTING


1. Inleiding

Net als in 2009 meldde de Cel Financiėle Informatieverwerking (hierna CFI genoemd) in 2010 verschillende dossiers waarin onroerende goederen aangekocht werden door VZW's met een religieus maatschappelijk doel. Deze aankoop gebeurt gewoonlijk met fondsen die in contanten op de rekeningen van een VZW gestort worden en afkomstig zijn van persoonlijke giften. De onroerende goederen dienen meestal als gebedsruimte of als culturele ruimte.

De inschatting van het extremistisch of potentieel terroristisch karakter van de activiteiten die mogelijk door deze organisaties ontplooid worden, is een delicate oefening. Bij het onderzoek in dergelijke dossiers tracht de CFI de financiėle informatie te koppelen aan de specifieke informatie die bij gespecialiseerde diensten beschikbaar is. De contacten met de Cel « Terrorisme en Sekten » van de politie, het Federaal Parket, het Orgaan voor de coördinatie en de analyse van de dreiging (OCAD), de Veiligheid van de Staat en de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV) van de Krijgsmacht zijn dan ook van cruciaal belang in het onderzoek naar de financiering van terrorisme.

Doordat het CFI enkel mag ingrijpen in geval van terrorisme en niet bij extremisme worden mogelijks kansen gemist. Extremisten kunnen immers terugvalbasissen en ondersteuningsnetwerken financieren zonder dat het CFI deze kan doorlichten. Het CFI zelf gaf aan bij de presentatie van het jaarverslag 2010 dat het vragende partij is om ook ingeval van dossiers van « extremisme » een onderzoek te kunnen voeren.

2. Probleemstelling

Het aantal dossiers dat de CFI in 2010 doormeldde wegens aanwijzingen van terrorisme of financiering van terrorisme is licht gestegen in vergelijking met 2009 maar blijft in absolute cijfers relatief beperkt.

Financiering van terrorisme verschilt echter grondig van de andere misdrijven die aan de basis kunnen liggen van witwassen.

De grootte van de opgespoorde bedragen is weinig relevant en is in tegenstelling tot bij het witwassen van geld uit criminele activiteiten geen graadmeter voor de impact van een fenomeen op de maatschappij.

Het CFI geeft in haar jaarverslag van 2010 duidelijk aan dat dergelijke onderzoeken wel degelijk efficiėnt zijn in de strijd tegen het terrorisme : « De kritiek dat een financiėle aanpak van terrorisme weinig efficiėnt is, baseert zich nochtans meestal op deze foute veronderstelling. Uit de analyse van de dossiers blijkt daarentegen dat ook kleinere bedragen gedetecteerd kunnen worden, en dat naast de financiering van een mogelijke eenmalige catastrofale terroristische daad ook de financiering van terroristische organisaties op langere termijn onder de loep genomen wordt (1) . »

Een trend die zich in 2010 leek door te zetten in de dossiers inzake terrorismefinanciering is het gebruik van geld voortkomend uit sociale uitkeringen voor financiėle steun aan terroristische organisaties.

De begunstigden van deze uitkeringen nemen de fondsen meestal op in contanten en laten ze doorvloeien naar organisaties die terrorisme steunen.

Indieners achten volgende passage van het jaarverslag 2010 dat werd voorgesteld in mei 2011 bijzonder relevant in het licht van onder meer het drama dat zich onlangs in Noorwegen afspeelde waar één individu dat op diverse internetfora en via de sociale media een duidelijk steeds extremere boodschap uitdroeg vervolgens overging tot terrorisme :

« Uit de dossiers die de Cel in 2010 doormeldde blijkt verder dat een aantal fenomenen inzake terrorisme die op internationaal vlak vastgesteld werden, zich ook in Belgiė lijken te manifesteren. Zo werden er verschillende dossiers doorgemeld waarin één individu (« lone wolf ») op een bepaald moment radicaliseert en op autonome wijze een aanslag plant. Voor de financiering van deze aanslag worden eigen fondsen gebruikt en is er geen sprake van georganiseerde financiėle steun van of door een organisatie. Deze vorm van terrorisme stelt nieuwe uitdagingen aan de diensten en instellingen die betrokken zijn bij de strijd tegen de financiering van het terrorisme. »

Onderstaande tabel geeft een duidelijk overzicht van het aantal dossiers rond terrorisme de laatste jaren :

Verdeling van het aantal dossiers en het totale bedrag aan witwassen of financiering van terrorisme per jaar

2008 2009 2010  % 2010
Aantal — terrorisme 11 0 4 0,32
Aantal — financiering van terrorisme (1) 10 13 15 1,19
Bedrag — terrorisme 1,94 0 0,16 0,02
Bedrag — financiering van terrorisme (1) 4,66 0,42 6,13 1,03
(1) met inbegrip van financiering van proliferatie — bedragen in miljoen EUR.

De CFI geeft zowel in het jaarverslag als bij de mondelinge toelichting in de Commissie Economie en Financiėn in de Senaat aan dat het voor hen bijzonder moeilijk is om een lijn te trekken tussen extremisme en terrorisme. Indien het dossiers van extremisme betreft is het CFI niet bevoegd om hun rekeningen te onderzoeken. Indien het echter terrorismedossiers betreft zijn ze wel bevoegd. Indieners menen dat het meer dan opportuun is om ingeval van extremisme ook inzage in de financiėle transacties te bekomen.

Senator Alexander De Croo stelde op 26 mei 2011 naar aanleiding van de voorstelling van het jaarverslag van het CFI en de toelichting van het CFI zelf een schriftelijke vraag aan de ministers van Justitie en Financiėn om na te gaan of zij de uitbreiding van het toezicht van het CFI naar gevallen van « extremisme » genegen waren en of dit opportuun is (2) .

Betrokken ministers gaven een gezamenlijk antwoord dd. 24 juni 2011 dat bevestigde dat een uitbreiding van het toezicht naar extremisme meer dan aangewezen is :

« Uit de vaststellingen van de CFI blijkt dat met de huidige wetgeving een risico bestaat aangezien het niet altijd mogelijk is tot de doormelding van relevante informatie te komen. Op basis van deze vaststellingen is het wenselijk extremisme toe te voegen aan de opsomming van artikel 5 van de voornoemde wet van 11 januari 1993 zoals gedefinieerd in de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. »

Vandaag bestaat er geen wettelijke basis waarop de CFI informatie in verband met witwasverrichtingen of financiering van terrorisme aan de gerechtelijke overheden kan doormelden indien de onderliggende activiteit enkel verband blijkt te houden met extremisme zonder dat er enig ander misdrijf vermeld in de preventieve wet kan worden aangeduid.

Enkel indien de CFI een verband kan aantonen tussen extremisme en terroristische activiteiten, alsook met een steun aan deze activiteiten of terroristische groeperingen zoals de financiering ervan, stelt zich geen enkel probleem.

Indieners menen dat de vraag van de CFI pertinent is. Doordat de CFI enkel mag ingrijpen in geval van terrorisme en niet bij extremisme, worden mogelijks kansen gemist. Extremisten kunnen immers terugvalbasissen en ondersteuningsnetwerken financieren zonder dat de CFI kan doorlichten. Dit wetsvoorstel wil hieraan tegemoet komen. Het voorstel voert een beperkte uitbreiding van het takenpakket van de CFI in waarbij niet enkel terrorisme onder hun controlebevoegdheid valt maar ook extremisme gezien de flinterdunne grens tussen beide.

Wat betreft de definitie van « extremisme » wordt teruggegrepen naar de definiėring van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Dit verschijnsel als bedoeld in deze wet slaat enkel op activiteiten die onder meer de inwendige en uitwendige veiligheid van de Staat en het voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde bedreigen of zouden kunnen bedreigen.

Het verschijnsel komt niet als zodanig voor op de lijst met misdaadverschijnselen die beperkend opgesomd worden in artikel 5, § 19, van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiėle stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme die de Cel voor Financiėle Informatieverwerking (CFI) in aanmerking neemt.

Het volstaat bijgevolg om extremisme zoals bepaald in de wet van 30 november 1998 op te nemen in de opsomming van artikel 5, § 19, van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiėle stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Hiermee volgt het wetsvoorstel qua legistiek het standpunt van de toenmalige ministers van Justitie en Financiėn.

ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING

Artikel 2

1ŗ Overeenkomstig de aanbevelingen van de ministers van Justitie en Financiėn grijpt dit wetsvoorstel wat betreft de definitie van « extremisme » terug naar de definitie van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst zoals bepaald in artikel 8, 1ŗ, c).

De definitie van extremisme wordt als paragraaf 2/1 ingevoegd tussen de bestaande paragrafen 2 en 3 van artikel 5 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiėle stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

2ŗ « Extremisme » zoals gedefinieerd in artikel 8, c) van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten komt niet als zodanig voor op de lijst met misdaadverschijnselen die beperkend opgesomd worden in artikel 5 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiėle stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme die de Cel voor Financiėle Informatieverwerking (CFI) in aanmerking neemt om een dossier na ontleding aan de gerechtelijke overheden te kunnen doormelden. Daarom wordt extremisme expliciet opgenomen in deze lijst.

Yoeri VASTERSAVENDTS.
Louis SIQUET.
Ludo SANNEN.
Richard MILLER.
Martine TAELMAN.
Bart TOMMELEIN.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In artikel 5 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiėle stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, laatst gewijzigd bij de wet van 18 januari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1ŗ er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende :

« § 2/1. Voor de toepassing van deze wet wordt onder de financiering van extremisme verstaan : een feit zoals bedoeld in artikel 8, 1ŗ, c) van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst. »;

2ŗ in § 3, 1, wordt tussen het eerste en het tweede streepje een bijkomend streepje ingevoegd, luidende :

« — extremisme; ».

8 juni 2012.

Yoeri VASTERSAVENDTS.
Louis SIQUET.
Ludo SANNEN.
Richard MILLER.
Martine TAELMAN.
Bart TOMMELEIN.

(1) http://www.ctif-cfi.be/website/images/NL/annual_report/2011_ctif_cfi_nl.pdf, blz. 81.

(2) http://www.senate.be/www/ ?MIval=/Vragen/SchriftelijkeVraag&LEG=5&NR=2391&LANG=nl en http://www.senate.be/www/ ?MIval=/Vragen/SchriftelijkeVraag&LEG=5&NR=2390&LANG=nl.