5-1567/3 | 5-1567/3 |
11 JUNI 2012
Nr. 1 VAN DE HEER VANLOUWE C.S.
Art. 2
In het voorgestelde artikel 92bis, § 7, eerste lid, de woorden « De gewesten zijn lid van de hoofdstedelijke gemeenschap en de vertegenwoordigers van de hun regeringen hebben er zitting in. Alle gemeenten van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en van de provincies Vlaams-Brabant en Waals-Brabant, evenals de federale overheid zijn van rechtswege lid van de hoofdstedelijke gemeenschap. » vervangen door de woorden « De gewesten en de federale overheid zijn lid van de hoofdstedelijke gemeenschap en de vertegenwoordigers van hun regeringen hebben er zitting in ».
Verantwoording
Met de reeks wetsvoorstellen van 4 april 2012 wordt door de regeringspartijen (PS, CD&V, open VLD, sp.a, cdH, MR), en door Ecolo en Groen een onevenwichtige splitsing van de kieskring B-H-V doorgevoerd.
De kieskring B-H-V kan met een kort wetsvoorstel worden gesplitst, maar de acht partijen hebben zestien teksten ingediend in het Parlement : één voorstel om B-H-V te splitsen, negen voorstellen om andere wetten te wijzigen en nog eens zes voorstellen om elementen te blokkeren in de Grondwet en in bijzondere wetten.
Wetsvoorstel 5-1560/1 bevat reeds een ganse reeks compensaties voor de Franstaligen : een dubbele kiesbrief, een nieuw kieskanton Sint-Genesius-Rode, ... Daarnaast komt er een blanco cheque voor Brussel en een bijzonder coöptatiesysteem in de Senaat. De mogelijkheid tot lijstenverbindingen in Brussel wordt bovendien onmogelijk gemaakt, zodat het onmogelijk wordt voor Brusselse Vlamingen om nog rechtstreeks verkozen te worden in de Kamer. En dan zijn er nog de compensaties die ten voordele van de Franstaligen werden ingeschreven bij de hervorming van het gerechtelijk arrondissement BHV, de hoofdstedelijke gemeenschap, de procedures voor de algemene vergadering van de Raad van State, de unieke procedure om burgemeesters in de rand te benoemen, ...
Met dit amendement wordt de deelname van gemeenten aan de nieuw op te richten hoofdstedelijke gemeenschap uitgesloten. Enkel de gewesten zullen er verplicht deel van uitmaken. De provincies kunnen kiezen om al dan niet toe te treden.
| Karl VANLOUWE. | |
| Huub BROERS. | |
| Frank BOOGAERTS. | |
| Danny PIETERS. |
Nr. 2 VAN DE HEER LAEREMANS
Art. 2
Dit artikel doen vervallen.
Verantwoording
De oprichting van deze instelling druist lijnrecht in tegen de politieke visie van Vlaanderen omtrent Brussel. Zowel het Vlaams parlement als de Vlaamse regering hebben in het verleden reeds meermaals hun politieke visie op Brussel gegeven.
In de welbekende resoluties van 1999 (meer bepaald stuk 1341 (1998-1999) — resolutie betreffende Brussel in de volgende staatshervorming) stelt het Vlaams Parlement « als principieel uitgangspunt de tweeledigheid van het federale staatsbestel voorop met daarnaast een specifiek statuut voor Brussel dat door Vlamingen en Franstaligen op voet van gelijkheid moet worden bestuurd. » Verder « wijst [het Vlaams Parlement] erop dat Brussel een tweetalig Hoofdstedelijk Gewest is waarvan de grenzen definitief zijn vastgelegd. » Ten slotte « is [het Vlaams Parlement] van mening dat de tweeledigheid van de Belgische federale structuur met zich meebrengt dat in het bestek van de verdere staatshervorming voorrang verleend wordt aan de opbouw vanuit de twee deelstaten. »
Ook de Vlaamse regering heeft in deze aangelegenheid stelling ingenomen. In de Octopusnota, opgenomen in het Vlaamse regeerakkoord van 15 juli 2009, verklaart de Vlaamse minister-president dat hij respect wil voor het territorialiteitsbeginsel en het principe van de niet-inmenging. « Binnen eenzelfde territorium is maar één overheid bevoegd met uitsluiting van elke andere overheid. » « De Vlaamse overheid verwerpt dan ook elk initiatief dat ingaat tegen onze vraag naar respect voor het Nederlandstalige karakter van de rand rond Brussel en de territoriale integriteit van Vlaanderen. Ik wil sterk benadrukken dat we geen enkel initiatief zullen dulden dat ertoe leidt dat het grondgebied van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest wordt uitgebreid, of dat de Franse Gemeenschap bevoegdheden krijgt in Vlaanderen. Uiteraard kan er niet ontkend worden dat Brussel een belangrijk sociaaleconomisch hinterland heeft dat zich grotendeels situeert in Vlaanderen waardoor grensoverschrijdende vraagstukken ontstaan. Toch is er vanuit juridisch, sociaaleconomisch of planologisch oogpunt geen enkele reden om de grenzen van het Brussels Gewest de iure of de facto uit te breiden. Onze visie op Brussel wordt bepaald vanuit onze visie op de staatkundige evolutie van België. Die visie gaat uit van een fundamentele tweeledigheid op basis van twee deelstaten met daarnaast een specifiek statuut voor Brussel én een Duitstalige Gemeenschap. Dit betekent dat de twee deelstaten in hun gezamenlijke hoofdstad volwaardig kunnen participeren in het beleid waarvan het belang het stedelijk niveau overstijgt. »
In het licht van deze politieke gegevens kan niet worden ontkend dat de oprichting van de hoofdstedelijke gemeenschap van Brussel in strijd is met de visie die Vlaanderen er op dat vlak op nahoudt.
Weliswaar heeft de hoofdstedelijke gemeenschap van Brussel voorlopig op zich inhoudelijk nog maar weinig om het lijf (maar dat was aanvankelijk ook zo met de oprichting van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest dat een tijdlang in de koelkast werd opgeborgen, maar inmiddels wel werd uitgebouwd tot een bijna volwaardig gewest naast Vlaanderen en Wallonië). Toch bestaat daar met dit voorstel alvast één belangrijke uitzondering op, met name waar overleg verplichtend wordt gesteld voor wat de ring rond Brussel betreft. Deze verplichting vormt een inmenging in de exclusieve en autonome bevoegdheid van de Vlaamse overheden over deze aangelegenheid. Er kan niet worden ontkend dat er op dat vlak de facto een inmenging is van de Brusselse en Waalse regeringen op Vlaamse bevoegdheidsdomeinen.
De grote problemen met dit voorstel van bijzondere wet situeren zich voorlopig evenwel vooral op het politieke vlak. Het doorbreekt de grondwettelijke indeling van dit land in gewesten en gemeenschappen, een principe waarop alle eerdere staatshervormingen waren gegrondvest, alsook het daarmee samenhangende territorialiteitsbeginsel doordat hier nu een instelling wordt opgericht die gewestgrensoverschrijdende bevoegdheden krijgt, zij het voorlopig beperkt tot overleg. Op te merken valt ook dat deze gewestgrensoverschrijdende overlegbevoegdheden in feite uitsluitend een eenzijdig karakter hebben ten nadele van de Vlaamse deelstaat en er geen enkele wederkerigheid is. Het overleg gaat immers over verkeer « vanuit, naar en rond Brussel », niet « in » Brussel (bijvoorbeeld over het afsluiten van een belangrijke tunnel in Brussel). Men kan zich ook de vraag stellen wat de rol van het Waals gewest in deze aangelegenheid is, vermits Brussel volledig omgeven wordt door Vlaams grondgebied en de verkeersproblematiek zich dan ook hoofdzakelijk tussen Brussel en Vlaanderen afspeelt. Bovenal staat de oprichting van deze nieuwe instelling volledig haaks op de visie van Vlaanderen omtrent de Belgische staatsinrichting, de rol van Brussel daarin, en omtrent de Vlaams-Brabantse en randproblematiek, zoals hierboven al aangehaald. Voor Vlaanderen is Brussel de hoofdstad van Vlaanderen met een ondergeschikt, zij het bijzonder statuut, en geen volwaardige gewestelijke deelstaat die op voet van gelijkheid kan overleggen met de Vlaamse deelstaat. Met de oprichting van de hoofdstedelijke gemeenschap van Brussel wordt daarentegen uitgegaan van drie volwaardige gewesten, die op voet van gelijkheid in deze nieuwe instelling overleg met elkaar plegen. Bovendien heeft Vlaanderen zich altijd verzet tegen de uitbreiding van de « Brusselse olievlek ». Vanuit die optiek was Vlaanderen eisende partij voor de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde om tot een duidelijke afbakening te komen tussen het tweetalige gebied Brussel en het eentalige Vlaanderen. Met het oprichten van de hoofdstedelijke gemeenschap van Brussel wordt, zij het vooralsnog eerder embryonaal, voor het eerst vorm gegeven aan het uitsmeren van de « Brusselse olievlek » over heel de provincie Vlaams-Brabant en wordt op die wijze de (op zich reeds onbevredigende) splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde in zeker zin voor een stuk terug ongedaan gemaakt.
Het mag daarmee duidelijk zijn dat de oprichting van de hoofdstedelijke gemeenschap van Brussel vooral een (voor Vlaanderen nadelige) politieke betekenis heeft en niet of nauwelijks is ingegeven door een praktische noodzaak. Het is immers zo dat er nu reeds verschillende overlegstructuren, -kanalen en mogelijkheden bestaan waarin Brussel en Vlaanderen kunnen overleggen over concrete dossiers die hen aanbelangen. De meerwaarde van deze overlegstructuur werd dan ook nergens aangetoond.
Ten slotte mag niet worden vergeten dat deze hoofdstedelijke gemeenschap van Brussel bij bijzondere wet wordt opgericht. Dit betekent dat Vlaanderen op dit vlak zijn democratische meerderheid andermaal opgeeft en deze instelling enkel nog kan worden afgeschaft wanneer daar in de Franse taalgroep een meerderheid voor te vinden is.
Deze hoofdstedelijke gemeenschap is, in de vorm zoals die met het huidige voorstel wordt voorgelegd, dan ook totaal onaanvaardbaar voor elke Vlaamse partij, die naam waardig. Dit amendement heeft dan ook tot doel deze nieuwe instelling niet het levenslicht te laten zien.
Nr. 3 VAN DE HEER LAEREMANS
(Subsidiair amendement op amendement nr. 2)
Art. 2
In het voorgestelde artikel 92bis, § 7, de volgende wijzigingen aanbrengen :
1º in het eerste lid de woorden « vanuit, naar en rond Brussel » vervangen door de woorden « in Brussel »;
2º in hetzelfde lid de woorden « en van de provincies Vlaams-Brabant en Waals-Brabant » doen vervallen;
3º het derde en vierde lid doen vervallen.
Verantwoording
De hoofdstedelijke gemeenschap zoals die door voorliggend voorstel wordt opgericht, heeft vooral tot doel om de Brusselse en Waalse regering zich te laten bemoeien met Vlaamse aangelegenheden die zich op Vlaams grondgebied situeren. De overlegbevoegdheid heeft immers betrekking op « mobiliteit, verkeersveiligheid en de wegenwerken vanuit, naar en rond Brussel. » Verder gaat het om de op- en afritten van de Brusselse ring, die zich in essentie op Vlaamse grondgebied situeren. Van enige wederkerigheid in Brussel zelf (om nog te zwijgen van Wallonië) is daarentegen niet of nauwelijks sprake.
Deze inmenging in Vlaamse aangelegenheden is totaal onaanvaardbaar en druist regelrecht in tegen de Vlaamse visie op Brussel, zoals meermaals geuit door de Vlaamse regering en het Vlaams parlement.
In de welbekende resoluties van 1999 (meer bepaald stuk 1341 (1998-1999) — resolutie betreffende Brussel in de volgende staatshervorming) stelt het Vlaams Parlement « als principieel uitgangspunt de tweeledigheid van het federale staatsbestel voorop met daarnaast een specifiek statuut voor Brussel dat door Vlamingen en Franstaligen op voet van gelijkheid moet worden bestuurd. » Verder « wijst [het Vlaams Parlement] erop dat Brussel een tweetalig Hoofdstedelijk Gewest is waarvan de grenzen definitief zijn vastgelegd. » Ten slotte « is [het Vlaams Parlement] van mening dat de tweeledigheid van de Belgische federale structuur met zich meebrengt dat in het bestek van de verdere staatshervorming voorrang verleend wordt aan de opbouw vanuit de twee deelstaten. »
Ook de Vlaamse regering heeft in deze aangelegenheid stelling ingenomen. In de Octopusnota, opgenomen in het Vlaamse regeerakkoord van 15 juli 2009, verklaart de Vlaamse minister-president dat hij respect wil voor het territorialiteitsbeginsel en het principe van de niet-inmenging. « Binnen eenzelfde territorium is maar één overheid bevoegd met uitsluiting van elke andere overheid. » « De Vlaamse overheid verwerpt dan ook elk initiatief dat ingaat tegen onze vraag naar respect voor het Nederlandstalige karakter van de rand rond Brussel en de territoriale integriteit van Vlaanderen. Ik wil sterk benadrukken dat we geen enkel initiatief zullen dulden dat ertoe leidt dat het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt uitgebreid, of dat de Franse Gemeenschap bevoegdheden krijgt in Vlaanderen. Uiteraard kan er niet ontkend worden dat Brussel een belangrijk sociaaleconomisch hinterland heeft dat zich grotendeels situeert in Vlaanderen waardoor grensoverschrijdende vraagstukken ontstaan. Toch is er vanuit juridisch, sociaaleconomisch of planologisch oogpunt geen enkele reden om de grenzen van het Brussels Gewest de iure of de facto uit te breiden. Onze visie op Brussel wordt bepaald vanuit onze visie op de staatkundige evolutie van België. Die visie gaat uit van een fundamentele tweeledigheid op basis van twee deelstaten met daarnaast een specifiek statuut voor Brussel én een Duitstalige Gemeenschap. Dit betekent dat de twee deelstaten in hun gezamenlijke hoofdstad volwaardig kunnen participeren in het beleid waarvan het belang het stedelijk niveau overstijgt. »
In plaats van dat Brussel en Wallonië zich met Vlaamse aangelegenheden moeten gaan moeien, heeft Vlaanderen de politieke wens uitgesproken dat Vlaanderen en Wallonië zich meer met Brussel moeten kunnen bemoeien. Dat is dan ook het opzet van dit amendement.
Nr. 4 VAN DE HEER LAEREMANS
(Subsidiair amendement op amendement nr. 3)
Art. 2
In het voorgestelde artikel 92bis, § 7, eerste lid, de woorden « en van de provincies Vlaams-Brabant en Waals-Brabant » doen vervallen.
Verantwoording
Het is politiek onaanvaardbaar dat de gemeenten van Vlaams- en Waals-Brabant lid zijn van de hoofdstedelijke gemeenschap, zij het van rechtswege, zij het op vrijwillige basis. Heel wat, vooral van Brussel veraf gelegen, gemeenten hebben met de problematiek geen uitstaans. Wat de nabij Brussel gelegen gemeenten, inzonderheid de randgemeenten betreft, is het politiek onaanvaardbaar dat er een overleginstelling in het leven wordt geroepen. Dit kan de verfransing en de roep om aanhechting van deze gemeenten bij Brussel, alleen maar in de hand werken.
Bovendien is de aanwezigheid van gemeenten in deze overlegstructuur totaal irrelevant vermits het overleg alleen kan gaan over gewestbevoegdheden (« aangelegenheden bedoeld in artikel 6, § 1 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen ») waarover de gemeenten geen enkele bevoegdheid hebben.
Nr. 5 VAN DE HEER LAEREMANS
(Subsidiair amendement op amendement nr. 3)
Art. 2
In het voorgestelde artikel 92bis, § 7, het derde en het vierde lid doen vervallen.
Verantwoording
Het overleg dat via de nieuwe overlegstructuur in het leven wordt geroepen is over het algemeen vrijblijvend. Daar wordt één belangrijke uitzondering op gemaakt, wat betreft het overleg over de op- en afritten van de ring rond Brussel, dat een verplichtend karakter heeft. In dit geval zal, zoals de toelichting bij het voorstel van bijzondere wet preciseert, het negeren van dit overleg wél een inbreuk maken op een bevoegdheidsverdelende regel en dus aanvechtbaar zijn bij de Raad van State. Deze regeling vormt dan ook een flagrante inbreuk op de autonomie van de Vlaamse regering omtrent de op- en afritten van de rond Brussel en is bijgevolg totaal onaanvaardbaar.
| Bart LAEREMANS. |