5-1744/1 | 5-1744/1 |
19 JULI 2012
Het Institutioneel Akkoord voor de zesde staatshervorming van 11 oktober 2011 bepaalt dat de Senaat zal worden aangepast aan de nieuwe staatsstructuur. Voor het eerst bij de samenvallende verkiezingen van 2014 zal de Senaat worden omgevormd tot een kamer van de deelstaten.
Dit voorstel strekt ertoe om in het Kieswetboek de nodige aanpassingen aan te brengen met betrekking tot de aanwijzing van de deelstaatsenatoren en de gecoöpteerde senatoren ten gevolge van de wijziging van de samenstelling van de Senaat.
Het huidige wetsvoorstel dient dan ook samen te worden gelezen met de volgende voorstellen die hiermee gelijktijdig in het Parlement werden ingediend :
— de voorstellen tot herziening van de Grondwet, in het bijzonder de voorstellen tot herziening van de artikelen 67 en 68 van de Grondwet (Stukken Senaat, nrs. 5-1724/1; 5-1725/1);
— het voorstel van bijzondere wet tot invoeging van een artikel 217quater en een artikel 217quinquies in het Kieswetboek (Stuk Senaat, nr. 5-1745/1);
— het voorstel van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, ten gevolge van de hervorming van de Senaat (Stuk Senaat, nr. 5-1746/1);
— het wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap ten gevolge van de hervorming van de Senaat (Stuk Senaat, nr. 5-1747/1);
— alsook het wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 6 augustus 1931 houdende vaststelling van de onverenigbaarheden en ontzeggingen betreffende de ministers, gewezen ministers en ministers van staat, alsmede de leden en gewezen leden van de wetgevende kamers (Stuk Senaat, nr. 5-1748/1).
Vandaag voorziet het Kieswetboek in regels met betrekking tot de rechtstreeks verkozen senatoren, de gemeenschapssenatoren en de gecoöpteerde senatoren.
De toekomstige Senaat zal bestaan uit vijftig deelstaatsenatoren en tien gecoöpteerde senatoren.
De bepalingen met betrekking tot de rechtstreekse verkiezingen zullen dus niet meer van toepassing zijn. De artikelen omtrent de verkiezing van de gemeenschapssenatoren dienen te worden aangepast aan de nieuwe bepalingen van de Grondwet omtrent de aanwijzing van de deelstaatsenatoren. Ook de regels omtrent de coöptatie van senatoren moeten worden gewijzigd teneinde te stroken met de nieuwe samenstelling van de Senaat.
De terminologie « verkiezing van de gemeenschapssenatoren » wordt gewijzigd naar « aanwijzing van de deelstaatsenatoren », naar analogie met de aanwijzing van de gecoöpteerde senatoren en om de coherentie van de terminologie in de Grondwet gebruikte te respecteren.
Omtrent de aanwijzing van de deelstaatsenatoren en de gecoöpteerde senatoren, bepalen de voorstellen tot herziening van de artikelen 67 en 68 van de Grondwet het volgende :
« Art. 67.
§ 1. De Senaat telt zestig senatoren, van wie :
1º negenentwintig senatoren aangewezen door het Vlaams Parlement uit het Vlaams Parlement of uit de Nederlandse taalgroep van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
2º tien senatoren aangewezen door en uit het Parlement van de Franse Gemeenschap;
3º acht senatoren aangewezen door en uit het Parlement van het Waalse Gewest;
4º twee senatoren aangewezen door en uit de Franse taalgroep van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
5º een senator aangewezen door en uit het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap;
6º zes senatoren, aangewezen door de senatoren bedoeld in 1º;
7º vier senatoren, aangewezen door de senatoren bedoeld in 2º, 3º en 4º.
§ 2. Ten minste een van de senatoren bedoeld in § 1, 1º, heeft op de dag van zijn verkiezing zijn woonplaats in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
Drie van de senatoren bedoeld in § 1, 2º, maken deel uit van de Franse taalgroep van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. In afwijking van § 1, 2º, hoeft een van deze drie senatoren geen lid te zijn van het Parlement van de Franse Gemeenschap.
§ 3. Niet meer dan twee derden van de senatoren zijn van hetzelfde geslacht.
Art. 68.
§ 1. De senaatszetels bedoeld in artikel 67, § 1, 1º, worden verdeeld onder de lijsten volgens het door de wet bepaalde stelsel van evenredige vertegenwoordiging in functie van de opgetelde stemcijfers van de lijsten, behaald in de verschillende kieskringen bij de verkiezing van het Vlaams Parlement, overeenkomstig de bij wet bepaalde regels.
De lijsten, waarvan de stemcijfers worden opgeteld krachtens het vorige lid, mogen enkel deelnemen aan de zetelverdeling voor de Senaat bedoeld in artikel 67, § 1, 1º, indien zij minstens één zetel in het Vlaams Parlement hebben behaald.
De senaatszetels bedoeld in artikel 67, § 1, 2º tot 4º, worden verdeeld onder de lijsten volgens het door de wet bepaalde stelsel van evenredige vertegenwoordiging in functie van de opgetelde stemcijfers van de lijsten, behaald in de verschillende kieskringen bij de verkiezingen van het Parlement van het Waalse Gewest en van de lijsten voor de Franse taalgroep, behaald bij de verkiezingen van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, overeenkomstig de bij wet bepaalde regels.
De lijsten, waarvan de stemcijfers worden opgeteld krachtens het vorige lid, mogen enkel deelnemen aan de zetelverdeling voor de Senaat bedoeld in artikel 67, § 1, 2º tot 4º, indien deze minstens één zetel in respectievelijk het Waals Parlement, het Parlement van de Franse Gemeenschap en de Franse taalgroep van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest hebben behaald.
De wet regelt de aanwijzing van de senatoren bedoeld in artikel 67, § 1, 1º tot 4º, met uitzondering van de nadere regelen die overeenkomstig een wet, aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid, door de gemeenschapsparlementen, ieder wat hem betreft, bij decreet worden vastgesteld. Dat decreet moet worden aangenomen met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen, op voorwaarde dat de meerderheid van de leden van het betrokken Parlement aanwezig is.
De senator bedoeld in artikel 67, § 1, 5º, wordt aangewezen door het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
§ 2. De senaatszetels bedoeld in artikel 67, § 1, 6º en 7º, worden verdeeld onder de lijsten overeenkomstig de bij wet bepaalde regels in functie van het opgetelde stemcijfer van de lijsten behaald bij de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, volgens het door de wet bepaalde stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Dit stelsel is het stelsel dat gebruikt wordt in artikel 63, § 2, van de Grondwet. Een wet aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde meerderheid, bepaalt welke territoriale omschrijvingen in aanmerking komen voor de zetelverdeling van de gecoöpteerde senatoren van de Nederlandse, respectievelijk de Franse taalgroep van de Senaat.
Een lijst kan slechts in aanmerking worden genomen voor de zetelverdeling van een enkele taalgroep.
De wet bepaalt de aanwijzing van de senatoren bedoeld in artikel 67, § 1, 6º en 7º. »
Het huidige wetsvoorstel beoogt om deze grondwetsbepalingen uit te voeren.
Daarnaast wijzigt dit wetsvoorstel ook artikel 105 van het Kieswetboek ten gevolge van de herziening van artikel 65 van de Grondwet die de duur van de federale legislatuur op vijf jaar brengt (Stuk Senaat, nr. 5-1750/1).
Opdat de kiezers niet twee keer binnen dezelfde maand zouden worden opgeroepen, voorziet artikel 105 eveneens om de federale wetgevende verkiezingen te laten samenvallen met deze voor een andere wetgevende vergadering indien deze plaatsvinden binnen een interval van dertig dagen voor of na de datum voorzien voor de gewone vergadering van de kiescolleges.
1. De aanwijzing van de deelstaatsenatoren door de Gemeenschaps- en Gewestparlementen
a. Zetelverdeling
De zetelverdeling voor de deelstaatsenatoren gebeurt in één beweging volgens een systeem van evenredige vertegenwoordiging, op basis van het resultaat dat een politieke formatie heeft behaald bij de verkiezingen voor het betrokken Gemeenschaps- of Gewestparlement, zoals door de Grondwet wordt bepaald.
De zetelverdeling van de negenentwintig senatoren die behoren tot de Nederlandse taalgroep van de Senaat en worden aangewezen door het Vlaams Parlement, is gebaseerd op de uitslag van de verkiezingen voor het Vlaams Parlement. De stemcijfers van alle lijsten van eenzelfde politieke formatie worden opgeteld. De zetelverdeling onder de politieke formaties gebeurt overeenkomstig het systeem D'Hondt en zal worden vastgesteld door de griffier van de Senaat.
Voor de twintig deelstaatsenatoren die behoren tot de Franse taalgroep van de Senaat en waarvan er tien zullen worden aangewezen door het Parlement van de Franse Gemeenschap, acht door het Parlement van het Waalse Gewest en twee door de Franse taalgroep van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, zal de zetelverdeling gebaseerd zijn op de uitslag van de verkiezingen voor het Parlement van het Waalse Gewest en voor de Franse taalgroep van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. De stemcijfers van alle lijsten voor beide verkiezingen die behoren tot eenzelfde politieke formatie worden opgeteld. De zetelverdeling onder de politieke formaties gebeurt overeenkomstig het systeem D'Hondt en wordt vastgesteld door de griffier van de Senaat.
Politieke formatie
De zetelverdeling gebeurt op basis van het totale stemcijfer dat een politieke formatie heeft behaald bij respectievelijk de verkiezingen voor het Vlaams Parlement of de verkiezingen voor het Parlement van het Waalse Gewest en de Franse taalgroep van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.
Lijsten die opkomen voor dezelfde verkiezingen in verschillende kieskringen worden geacht tot eenzelfde politieke formatie te behoren als voor deze lijsten een verklaring van samenhang wordt afgelegd. Evenwel kunnen enkel lijsten uit verschillende kieskringen een dergelijke verklaring afleggen. Een verklaring die tot gevolg heeft dat lijsten uit eenzelfde kieskring samenhangen, is nietig.
Om een politieke formatie te vormen voor de aanwijzing van de deelstaatsenatoren door het Vlaams Parlement, kunnen lijsten voor de verkiezing van de Brusselse leden van het Vlaams Parlement en lijsten voor de verkiezing van het Vlaams Parlement in andere kieskringen een verklaring van samenhang afleggen.
Om een politieke formatie te vormen voor de aanwijzing van de deelstaatsenatoren door het Parlement van de Franse Gemeenschap, het Parlement van het Waalse Gewest en de Franse taalgroep van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, kunnen lijsten voor de verkiezing van de Franse taalgroep van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en lijsten uit verschillende kieskringen voor de verkiezing van het Parlement van het Waalse Gewest een verklaring van samenhang afleggen.
Het vormen van een politieke formatie voor de zetelverdeling van de senatoren heeft geen invloed op de vorming van een politieke fractie.
Lijsten die in aanmerking worden genomen voor de zetelverdeling
Enkel lijsten die een verklaring van samenhang hebben afgelegd en bijgevolg deel uitmaken van een politieke formatie, worden in aanmerking genomen voor de zetelverdeling van de deelstaatsenatoren.
Kiesdrempel van 5 % voor de politieke formaties
Om in aanmerking te komen voor de zetelverdeling, moet een politieke formatie 5 % halen van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen voor elk van de verkiezingen waarop de zetelverdeling wordt gebaseerd.
Voor de zetelverdeling van de deelstaatsenatoren die worden aangewezen door het Vlaams Parlement, houdt de kiesdrempel in dat een politieke formatie 5 % van het algemene totaal van de geldig uitgebrachte stemmen voor de verkiezing van de honderdvierentwintig leden van het Vlaams Parlement moet hebben behaald.
Wat de zetelverdeling betreft van de deelstaatsenatoren die worden aangewezen door het Parlement van het Waalse Gewest, het Parlement van de Franse Gemeenschap en de Franse taalgroep van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, neemt een politieke formatie slechts deel aan de zetelverdeling als deze zowel voor de verkiezingen van het Parlement van het Waalse Gewest als voor de verkiezingen voor de Franse taalgroep van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen heeft behaald.
Door een kiesdrempel in te voeren, wordt een verdere versnippering van het politieke landschap vermeden. De zetelverdeling voor de deelstaatsenatoren gebeurt immers op basis van het opgetelde stemcijfer van elke politieke formatie voor de verkiezingen van respectievelijk het Vlaams Parlement, het Parlement van het Waalse Gewest en de Franse taalgroep van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, wat het gemakkelijker maakt voor de kleinere partijen om een zetel te behalen.
b. Voordracht en aanwijzing van kandidaten
Wat de aanwijzing van de senatoren door het Vlaams Parlement betreft, deelt de griffier van de Senaat na het onderzoek van de geloofsbrieven in het Vlaams Parlement, aan de voorzitter van het Vlaams Parlement het aantal zetels van de deelstaatsenatoren mee die toekomen aan elke politieke formatie.
De voordracht van de senatoren gebeurt door de verkozenen van elke politieke formatie. Elke politieke formatie zendt aan de voorzitter van het Vlaams Parlement een lijst met zoveel namen van leden die behoren tot haar politieke formatie die zij aanwijst, als er zetels van deelstaatsenatoren toekomen aan de politieke formatie voor het Vlaams Parlement. De leden moeten afkomstig zijn uit de parlementen waaruit het Vlaams Parlement senatoren kan aanwijzen, overeenkomstig de bepalingen van de Grondwet, met name, uit het Vlaams Parlement of uit de Nederlandse taalgroep van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Vervolgens zal de voorzitter van het Vlaams Parlement de lijst van de aangewezen leden bezorgen aan de griffier van de Senaat.
Wat de senatoren betreft die worden aangewezen door het Parlement van het Waalse Gewest, het Parlement van de Franse Gemeenschap en de Franse taalgroep van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, deelt de griffier van de Senaat aan de voorzitters van de betrokken parlementen het proces verbaal mee van de zetelverdeling die hij heeft uitgevoerd, na het onderzoek van de geloofsbrieven in het Gemeenschaps- of Gewestparlement dat deze senatoren aanwijst.
De voordracht van de senatoren gebeurt door de verkozenen van elke politieke formatie die zetelen in het betrokken Gemeenschaps- of Gewestparlement. Deze verzenden aan de voorzitter van het betrokken parlement een lijst met evenveel namen van leden die behoren tot hun politieke formatie als er zetels van deelstaatsenatoren toekomen aan de formatie toekomen voor het betrokken parlement. De leden moeten afkomstig zijn uit de parlementen waaruit het betrokken parlement senatoren mag aanwijzen overeenkomstig de bepalingen van de Grondwet.
Een politieke formatie heeft bijvoorbeeld verkozenen die zetelen in het Parlement van het Waalse Gewest, in het Parlement van de Franse Gemeenschap en in de Franse taalgroep van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. In dat geval zenden de verkozenen van deze politieke formatie die zetelen in het Waals Parlement de lijst van voorgedragen kandidaten voor dit Parlement aan de voorzitter van het Parlement van het Waalse Gewest. Op dezelfde wijze zenden de verkozenen van deze politieke formatie die zetelen in het Parlement van de Franse Gemeenschap de lijst van de voorgedragen kandidaten voor dit Parlement aan de voorzitter van het Parlement van de Franse Gemeenschap, terwijl de verkozenen van deze politieke formatie die behoren tot de Franse taalgroep van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest de lijst van voorgedragen kandidaten voor deze taalgroep zenden aan de voorzitter van het Parlement van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of de eerste vice-voorzitter indien de voorzitter niet tot de Franse taalgroep behoort.
De voorzitters van de drie betrokken parlementen kijken samen na of de opgestelde lijsten aan de volgende voorwaarden voldoen :
— het totaal van de namen die voorkomen op de lijsten die zijn overgemaakt aan de drie voorzitters voor een politieke formatie, mag het aantal zetels van deelstaatsenatoren die toekomen aan de politieke formatie niet overstijgen;
— het totaal van de namen die voorkomen op de lijsten van de politieke formaties voor een betrokken parlement mag het aantal zetels die toekomen aan dit Parlement, overeenkomstig artikel 67 van de Grondwet, niet overstijgen.
— de lijsten moeten, naar gelang het geval, ondertekend zijn door de meerderheid van de leden van het Gemeenschaps- of Gewestparlement die verkozen zijn op lijsten die tot eenzelfde politieke formatie behoren. Indien, bijvoorbeeld, een politieke formatie die vijftien zetels heeft in het Parlement van het Waalse Gewest drie deelstaatsenatoren mag laten aanwijzen door het Parlement van het Waalse Gewest, zal de lijst slechts geldig zijn als deze ondertekend is door acht leden van dit Parlement die verkozen zijn op lijsten van de betrokken politieke formatie.
Vervolgens maakt de voorzitter van het Parlement, belast met de voordracht de lijst met de aangewezen leden over aan de griffier van de Senaat.
Overeenkomstig artikel 48 van de Grondwet is de Senaat bevoegd voor het onderzoek van de geloofsbrieven.
2. De gecoöpteerde senatoren
a. De zetelverdeling
De zetelverdeling voor de tien gecoöpteerde senatoren gebeurt op basis van het totale stemcijfer dat een politieke formatie heeft behaald bij de verkiezingen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers.
Omdat de verdeling over de taalgroepen van de Senaat is vastgelegd door de Grondwet — zes zetels voor de Nederlandse taalgroep en vier zetels voor de Franste taalgroep — worden de zetels per taalgroep verdeeld.
Overeenkomstig het voorstel van bijzondere wet tot invoeging van een artikel 217quater en een artikel 217quinquies in het Kieswetboek (Stuk Senaat, nr. 5-1745/1), gebeurt de verdeling van de zetels van de Nederlandse taalgroep op basis van de stemcijfers behaald bij de verkiezingen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers in de kieskringen Antwerpen, Brussel-Hoofdstad, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen.
De verdeling van de zetels van de Franse taalgroep gebeurt op basis van de stemcijfers behaald bij de verkiezingen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers in de kieskringen Brussel-Hoofdstad, Henegouwen, Luik, Luxemburg, Namen, Waals-Brabant en het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde.
Per taalgroep zullen de stemmen die uitgebracht zijn voor dezelfde politieke formatie in de verschillende kieskringen worden opgeteld. Met toepassing van het systeem van « de grootste rest », zullen de zetels vervolgens worden verdeeld over de politieke formaties.
Een lijst voor de verkiezingen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers kan slechts in aanmerking worden genomen voor de verdeling van de zetels van één enkele taalgroep.
Politieke formatie
Lijsten in verschillende kieskringen worden geacht tot eenzelfde politieke formatie te behoren als voor deze lijsten een verklaring van samenhang wordt afgelegd.
Evenwel zullen enkel lijsten uit verschillende kieskringen en arrondissementen die in aanmerking komen voor de verdeling van de zetels van eenzelfde taalgroep een dergelijke verklaring kunnen afleggen.
Een verklaring die tot gevolg heeft dat lijsten uit eenzelfde kieskring samenhangen, of dat een lijst samenhangt zowel met lijsten die in aanmerking komen voor de verdeling van de zetels van de Nederlandse taalgroep als met lijsten die in aanmerking komen voor de Franse taalgroep, is nietig.
Het vormen van een politieke formatie voor de zetelverdeling van de senatoren heeft geen invloed op de vorming van een politieke fractie.
Lijsten die in aanmerking worden genomen voor de zetelverdeling
Enkel lijsten die een verklaring van samenhang hebben afgelegd en bijgevolg deel uitmaken van een politieke formatie, worden in aanmerking genomen voor de zetelverdeling van de gecoöpteerde senatoren.
Het systeem van de grootste rest
Het voorstel tot herziening van artikel 68 van de Grondwet (Stuk Senaat, nr. 5-1725/1) bepaalt dat de zetelverdeling zal gebeuren per taalgroep, volgens het systeem bedoeld in artikel 63, § 2, van de Grondwet, te weten systeem van « de grootste rest ».
Voor de verdeling van deze zetels worden de volgende regels toegepast. De verdeling gebeurt afzonderlijk voor de zetels die behoren tot de Franse taalgroep en de zetels die behoren tot de Nederlandse taalgroep.
Het aantal geldig uitgebrachte stemmen voor de lijsten van een taalgroep, wordt gedeeld door het aantal te verdelen zetels voor deze taalgroep, namelijk zes voor de Nederlandse taalgroep en vier voor de Franse taalgroep. De uitkomst van deze deling wordt de « kiesdeler » genoemd.
Voor de berekening van de kiesdeler worden de volgende stemmen in aanmerking genomen voor het algemeen totaal geldig uitgebrachte stemmen voor de Franse taalgroep :
— de stemmen in de kieskringen Henegouwen, Namen, Luik, Luxemburg, Waals-Brabant, Brussel-Hoofdstad en het kiesarrondissement Halle-Vilvoorde voor de lijsten die een verklaring van samenhang hebben afgelegd en deelnemen aan de zetelverdeling van de Franse taalgroep;
— de stemmen voor de lijsten ingediend in de kieskringen Henegouwen, Namen, Luik, Luxemburg en Waals-Brabant die geen verklaring van samenhang hebben afgelegd.
Voor de berekening van de kiesdeler worden de volgende stemmen in aanmerking genomen voor het algemeen totaal geldig uitgebrachte stemmen voor de Nederlandse taalgroep :
— de stemmen in de kieskringen Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en Brussel-Hoofdstad, voor de lijsten die een verklaring van samenhang hebben afgelegd en deelnemen aan de zetelverdeling van de Nederlandse taalgroep;
— de stemmen voor de lijsten ingediend in de kieskringen Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant die geen verklaring van samenhang hebben afgelegd.
Voor de berekening van de kiesdeler worden de stemmen in de kieskring Brussel-Hoofdstad voor de lijsten die geen verklaring van samenhang hebben afgelegd, verdeeld onder de Franse en de Nederlandse taalgroep overeenkomstig de verdeelsleutel gebruikt in artikel 10 van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europese Parlement. Zo zullen deze stemmen worden verdeeld tussen de Franse en de Nederlandse taalgroep in functie van het aantal geldig uitbrachte stemmen op Franse en Nederlandse lijsten in verhouding met het totaal aantal geldig uitgebrachte stemmen bij de laatste verkiezingen voor het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.
Vervolgens wordt het totaal aantal uitgebrachte stemmen voor elke politieke formatie gedeeld door de kiesdeler. Dit quotiënt wordt het « kiesquotiënt » genoemd.
In een eerste verdeling krijgen de politieke formaties evenveel zetels toegewezen als het aantal eenheden in het kiesquotiënt voor de komma.
Na deze eerste verdeling worden de overblijvende zetels in dalende volgorde toegewezen aan de politieke formaties met het kiesquotiënt dat het grootste aantal nog niet vertegenwoordigde stemmen telt, wat overeenstemt met de grootste overschot van het kiesquotiënt na de komma.
b. Aanwijzing van de gecoöpteerde senatoren
De griffier van de Senaat deelt aan de voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers het aantal zetels van gecoöpteerde senatoren mee die toekomen aan elke politieke formatie.
Indien de verkiezingen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers en de parlementen van de gemeenschappen en de gewesten op hetzelfde ogenblik plaatsvinden, gaat de griffier over tot deze mededeling onmiddellijk na het onderzoek van de geloofsbrieven van de deelstaatsenatoren in de Senaat.
Om te kunnen bepalen welke deelstaatsenatoren tot de betrokken politieke formatie behoren aan wie een of meerdere zetels van gecoöpteerde senatoren toekomen, stellen de volksvertegenwoordigers die verkozen zijn op de lijsten van eenzelfde politieke formatie een verklaring op met de namen van de deelstaatsenatoren die deel uitmaken van de betrokken politieke formatie.
De deelstaatsenatoren die voorkomen op een dergelijke verklaring, stellen op hun beurt een lijst op met evenveel namen op als er zetels toekomen aan de betrokken formatie en delen deze mee aan de voorzitter van de Senaat.
Indien een zetel van gecoöpteerd senator toegekend is aan een politieke formatie die niet vertegenwoordigd is in de Senaat, wordt de lijst met de kandidaten opgesteld door de volksvertegenwoordigers die verkozen zijn op de lijsten van de politieke formatie waaraan de zetel toekomt.
Overeenkomstig artikel 48 van de Grondwet onderzoekt de Senaat de geloofsbrieven van de gecoöpteerde senatoren.
3. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking op de dag van de oproeping van de kiezers voor de verkiezing van de federale Wetgevende Kamers die op dezelfde dag zal worden gehouden als de verkiezingen voor de Gemeenschaps- en Gewestverkiezingen in 2014.
Na deze verkiezingen zal de Senaat worden samengesteld volgens de procedure die hoger staat beschreven.
| Dirk CLAES. |
| Marcel CHERON. |
| Francis DELPÉRÉE. |
| Christine DEFRAIGNE. |
| Freya PIRYNS. |
| Philippe MAHOUX. |
| Bert ANCIAUX. |
| Bart TOMMELEIN. |
HOOFDSTUK I. — Algemene bespreking
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
HOOFDSTUK II. — Wijzigingen van het Kieswetboek
Artikel 105 van het Kieswetboek, vervangen bij de wet van 11 december 1984 en gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, wordt vervangen als volgt :
« Art. 105. De gewone vergadering van de kiescolleges met het oog op de vervanging van de volksvertegenwoordigers heeft plaats op de eerste zondag die volgt op het verstrijken van een termijn van vijf jaar die ingaat op de datum van de laatste vergadering van de colleges met het oog op de integrale vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers.
Evenwel wordt de datum voor de gewone vergadering van de kiescolleges vastgesteld op de datum voorzien voor de verkiezing van een andere wetgevende vergadering wanneer deze datum valt binnen de dertig dagen die voorafgaan of volgen op de datum vastgesteld overeenkomstig het eerste lid. »
In hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van titel VII vervangen als volgt :
« Titel VII. Aanwijzing van de senatoren »
In titel VII van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van hoofdstuk I, vervangen bij de wet van 16 juli 1993, vervangen als volgt :
« Hoofdstuk I. Algemene bepalingen »
Artikel 210bis van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 18 december 1998, wordt hersteld in de volgende lezing :
« Art. 210bis. Voor de toepassing van deze titel dient te worden verstaan onder :
1º « politieke formatie » : de groep van lijsten die een verklaring van samenhang hebben afgelegd, overeenkomstig, naar gelang het geval, artikel 210quinquies of artikel 217;
2º « bijzondere wet » : de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
3º « wet tot vervollediging van de federale staatsstructuur » : de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur;
4º « bijzondere wet met betrekking tot de Brusselse instellingen » : de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen;
5º « wet tot regeling van de Brusselse verkiezingen » : de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en de Brusselse leden van het Vlaams Parlement worden verkozen. »
In titel VII van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van hoofdstuk II vervangen als volgt :
« Hoofdstuk II. Aanwijzing van de deelstaatsenatoren »
In titel VII, hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek, waarvan het opschrift wordt gewijzigd bij artikel 6, wordt een afdeling 1 ingevoegd met als opschrift « Afdeling 1. Zetelverdeling voor de senatoren aangewezen door het Vlaams Parlement, het Parlement van de Franse Gemeenschap, het Waals Parlement en de Franse taalgroep van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement ».
In titel VII, hoofdstuk II, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 7, wordt een onderafdeling 1 ingevoegd, met als opschrift « Onderafdeling 1. Algemene bepalingen ».
In titel VII, hoofdstuk II, afdeling 1, onderafdeling 1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 8, wordt een artikel 210ter ingevoegd, luidende :
« Art. 210ter. § 1. De zetelverdeling van de senatoren die worden aangewezen door het Vlaams Parlement gebeurt op basis van het totale stemcijfer dat een politieke formatie heeft behaald in alle kieskringen bij de verkiezingen van het Vlaams Parlement.
§ 2. De zetelverdeling van de senatoren die worden aangewezen door het Parlement van de Franse Gemeenschap, het Waals Parlement en de Franse taalgroep van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, gebeurt op basis van het totale stemcijfer dat een politieke formatie heeft behaald in alle kieskringen bij de verkiezingen voor het Waals Parlement en de verkiezingen voor de Franse taalgroep van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement. »
In titel VII, hoofdstuk II, afdeling 1, onderafdeling 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 8, wordt een artikel 210quater ingevoegd, luidende :
« Art. 210quater. De zetelverdeling voor de senatoren die worden aangewezen door het Vlaams Parlement, het Parlement van de Franse Gemeenschap, het Waals Parlement en de Franse taalgroep van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement wordt vastgesteld door de griffier van de Senaat. »;
In titel VII, hoofdstuk II, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 7, wordt een onderafdeling 2 ingevoegd, met als opschrift « Onderafdeling 2. Verklaring van samenhang ».
In titel VII, hoofdstuk II, afdeling 1, onderafdeling 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 11, wordt een artikel 210quinquies ingevoegd, luidende :
« Art. 210quinquies. § 1. Om voor de aanwijzing van de deelstaatsenatoren een politieke formatie te vormen, kunnen, naargelang het geval, kandidatenlijsten voor de verkiezing van het Vlaams Parlement, of kandidatenlijsten voor de verkiezing van het Waals Parlement en de Franse taalgroep van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, een verklaring van samenhang afleggen met een of meerdere lijsten in andere kieskringen.
§ 2. De verklaring wordt ondertekend door ten minste twee van de eerste drie kandidaat-titularissen van de betrokken lijsten.
De verklaring wordt ten laatste de achttiende dag voor de stemming, voor 16 uur, ter hand gesteld van de griffier van de Senaat die er een ontvangstbewijs van geeft.
§ 3. De verklaring bedoeld in paragraaf 1 is nietig wanneer :
1º deze tot gevolg heeft dat lijsten uit eenzelfde kieskring samenhangen;
2º deze tot gevolg heeft dat lijsten samenhangen die niet voor de zetelverdeling van de deelstaatsenatoren van dezelfde taalgroep in rekening mogen worden genomen;
3º deze niet ondertekend is overeenkomstig paragraaf 2, eerste lid.
§ 4. Indien een van de in de verklaring opgenomen lijsten wordt afgewezen, blijft de verklaring gelden voor de andere lijsten van de groep.
§ 5. Op de zeventiende dag voor de stemming, kijkt de griffier van de Senaat de geldigheid van de verklaringen na en maakt de tabel op van de samenhangende lijsten. Op deze tabel wordt elke groep van samenhangende lijsten aangewezen met de letters A, B, C, enz. »
In titel VII, hoofdstuk II, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 7, wordt een onderafdeling 3 ingevoegd, met als opschrift « Onderafdeling 3. Samenvattende tabellen van de kieskringhoofdbureaus voor de verkiezing van het Vlaams Parlement en het Waals Parlement en van het gewestbureau voor de verkiezing van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en de Brusselse leden van het Vlaams Parlement ».
In titel VII, hoofdstuk II, afdeling 1, onderafdeling 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 13, wordt een artikel 210sexies ingevoegd, luidende :
« Art. 210sexies. Voor het vaststellen van de zetelverdeling voor de deelstaatsenatoren, maken de voorzitters van de kieskringhoofdbureaus zoals bedoeld in artikel 26quater van de bijzondere wet, na het tellen van de stemmen en het toewijzen van de zetels voor respectievelijk het Vlaams Parlement of het Waals Parlement een samenvattende tabel op met het stemcijfer dat elke lijst heeft behaald.
De voorzitter van het kieskringhoofdbureau of de persoon die door hem wordt aangewezen, deelt de tabel onverwijld via digitale weg, door gebruik te maken van de elektronische handtekening die aangebracht wordt door middel van zijn identiteitskaart, mee aan de de griffier van de Senaat die instaat voor de zetelverdeling van de deelstaatsenatoren.
De voorzitter van het kieskringhoofdbureau doet binnen vierentwintig uren een papieren versie van de tabel, ondertekend door de leden van het bureau en de getuigen, toekomen aan de griffier van de Senaat die de zetelverdeling van de deelstaatsenatoren vaststelt. »
In titel VII, hoofdstuk II, afdeling 1, onderafdeling 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 13, wordt een artikel 210septies ingevoegd, luidende :
« Art. 210septies. Voor het vaststellen van de zetelverdeling voor de deelstaatsenatoren, maakt de voorzitter van het gewestbureau bedoeld in artikel 16 van de bijzondere wet met betrekking tot de Brusselse instellingen respectievelijk voor de verkiezing van de Franse taalgroep van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en voor de rechtstreekse verkiezing van de Brusselse leden van het Vlaams Parlement een samenvattende tabel op met het stemcijfer dat elke lijst heeft behaald.
De voorzitter van het gewestbureau of de persoon die door hem wordt aangewezen, deelt de tabel onverwijld via digitale weg, door gebruik te maken van de elektronische handtekening die aangebracht wordt door middel van zijn identiteitskaart, mee aan de griffier van de Senaat die instaat voor de zetelverdeling van de deelstaatsenatoren.
De voorzitter van het gewestbureau doet een papieren versie van de tabel, ondertekend door de leden van het bureau en de getuigen, binnen vierentwintig uren toekomen aan de griffier van de Senaat die de zetelverdeling van de deelstaatsenatoren vaststelt. »
In titel VII, hoofdstuk II, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 7, wordt een onderafdeling 4 ingevoegd met als opschrift « Onderafdeling 4. Vaststelling van de zetelverdeling voor de senatoren aangewezen door het Vlaams Parlement ».
In titel VII, hoofdstuk II, afdeling 1, onderafdeling 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 16, wordt een artikel 210octies ingevoegd, luidende :
« Art. 210octies. § 1. Twee dagen na de stemming, berekent de griffier van de Senaat het totale stemcijfer dat elke politieke formatie behaald heeft op basis van de samenvattende tabellen bedoeld in de artikelen 210sexies en 210septies.
§ 2. Worden enkel toegestaan voor de zetelverdeling de lijsten die een verklaring van samenhang hebben afgelegd en die behoren tot een politieke formatie die minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen voor de verkiezing van het Vlaams Parlement, heeft behaald.
§ 3. Het totale stemcijfer van iedere politieke formatie wordt achtereenvolgens gedeeld door 1, 2, 3, 4, 5, enz., en de quotiënten worden gerangschikt in de volgorde van hun belangrijkheid, totdat er voor alle lijsten samen negenentwintig quotiënten worden bereikt. Het laatste quotiënt dient als kiesdeler.
De verdeling over de politieke formaties toegelaten voor de zetelverdeling, geschiedt zo dat aan iedere politieke formatie het aantal zetels wordt toegekend, gelijk aan het aantal keren dat haar stemcijfer de kiesdeler bevat. »
In titel VII, hoofdstuk II, afdeling 1, onderafdeling 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 16, wordt een artikel 210nonies ingevoegd, luidende :
« Art. 210nonies. De griffier van de Senaat stelt een proces-verbaal op van de zetelverdeling. De zetelverdeling wordt in het openbaar afgekondigd door de griffier van de Senaat. »
In titel VII, hoofdstuk II, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 7, wordt een onderafdeling 5 ingevoegd met als opschrift « Onderafdeling 5. Vaststelling van de zetelverdeling voor de senatoren aangewezen door het Waals Parlement, het Parlement van de Franse Gemeenschap en het Brussels Hoofdstedelijk Parlement ».
In titel VII, hoofdstuk II, afdeling 1, onderafdeling 5, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 19, wordt een artikel 210decies ingevoegd, luidende :
« Art. 210decies. § 1. Twee dagen na de stemming, berekent de griffier van de Senaat het totale stemcijfer dat elke politieke formatie behaald heeft voor de zetelverdeling van de senatoren aangewezen door het Waals Parlement, het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en het Parlement van de Franse Gemeenschap op basis van de samenvattende tabellen bedoeld in de artikelen 210sexies en 210septies.
§ 2. Worden enkel toegestaan voor de zetelverdeling de lijsten die een verklaring van samenhang hebben afgelegd en die behoren tot een politieke formatie die minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen voor de verkiezing van zowel het Waals Parlement als van de Franse taalgroep van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, heeft behaald.
§ 3. Het totale stemcijfer van iedere politieke formatie wordt achtereenvolgens gedeeld door 1, 2, 3, 4, 5, enz., en de quotiënten worden gerangschikt in de volgorde van hun belangrijkheid, totdat er voor alle lijsten samen twintig quotiënten worden bereikt. Het laatste quotiënt dient als kiesdeler.
De verdeling over de politieke formaties toegelaten voor de zetelverdeling, geschiedt zo dat aan iedere politieke formatie een aantal zetels wordt toegekend, gelijk aan het aantal keren dat haar stemcijfer de kiesdeler bevat. »
In titel VII, hoofdstuk II, afdeling 1, onderafdeling 5, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 19, wordt een artikel 210undecies ingevoegd, luidende :
« Art. 210undecies. De griffier van de Senaat stelt een proces-verbaal op van de zetelverdeling. De zetelverdeling wordt in het openbaar afgekondigd door de griffier. »
In titel VII, hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek, wordt een afdeling 2 ingevoegd met als opschrift « Afdeling 2. Aanwijzing van de senatoren door de bevoegde Gemeenschaps- en Gewestparlementen ».
In titel VII, hoofdstuk II, afdeling 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 22, wordt een onderafdeling 1 ingevoegd met als opschrift « Onderafdeling 1. Aanwijzing van de senatoren door het Vlaams Parlement ».
Artikel 211 van hetzelfde Wetboek, vervangen door de wet van 16 juli 1993 en gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, wordt vervangen als volgt :
« Art. 211. § 1. Na het onderzoek van de geloofsbrieven in het Vlaams Parlement, deelt de griffier van de Senaat aan de voorzitter van het Vlaams Parlement het aantal zetels voor de deelstaatsenatoren mee die toegekend zijn aan elke politieke formatie.
§ 2. De leden die verkozen zijn op lijsten die behoren tot eenzelfde politieke formatie zenden, ten laatste vijf dagen na het onderzoek van de geloofsbrieven, aan de voorzitter van Vlaams Parlement, een lijst met zoveel namen van leden die behoren tot hun politieke formatie, als er zetels van deelstaatsenatoren aan de politieke formatie toekomen. De aangewezen leden moeten lid zijn van de parlementen waaruit het Vlaams Parlement senatoren mag aanwijzen overeenkomstig artikel 67, § 1, 1º, en § 2, van de Grondwet.
De lijsten zijn slechts geldig als zij ondertekend zijn door de meerderheid van de leden van het Vlaams Parlement die verkozen zijn op lijsten die tot eenzelfde politieke formatie behoren. »
Artikel 212 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 16 juli 1993 en gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, wordt vervangen als volgt :
« Art. 212. Nadat hij zich ervan vergewist heeft dat de voorwaarden voor het opmaken van de lijsten met de namen van de parlementsleden die worden aangewezen tot deelstaatsenator, zijn vervuld, betekent de voorzitter van het Vlaams Parlement, deze lijsten aan de griffier van de Senaat.
Deze betekening vindt ten laatste plaats op de tiende dag die volgt op het onderzoek van de geloofsbrieven in het Vlaams parlement. »
In titel VII, hoofdstuk II, afdeling 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 22 wordt een onderafdeling 2 ingevoegd met als opschrift « Onderafdeling 2. Aanwijzing van de senatoren door het Waals Parlement, het Parlement van de Franse Gemeenschap en de Franse taalgroep van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement »
In titel VII, hoofdstuk II, afdeling 2, onderafdeling 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 26, wordt een artikel 212bis ingevoegd, luidende :
« Art. 212bis. § 1. Na het onderzoek van de geloofsbrieven in het Gemeenschaps- of Gewestparlement dat de senatoren aanwijst, deelt de griffier van de Senaat aan de voorzitter van het Waals Parlement, de voorzitter van het Parlement van de Franse Gemeenschap en de voorzitter van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of de eerste ondervoorzitter indien de voorzitter niet tot de Franse taalgroep behoort, het proces-verbaal bedoeld in artikel 210undecies mee.
§ 2. De leden die verkozen zijn op de lijsten die behoren tot eenzelfde politieke formatie en zetelen in het betrokken Gemeenschaps- of Gewestparlement, zenden ten laatste vijf dagen na het onderzoek van de geloofsbrieven aan de voorzitter van het betrokken Parlement, een lijst met zoveel namen van leden die behoren tot haar politieke formatie, als er zetels van deelstaatsenator toekomen aan de politieke formatie voor het betrokken Parlement. De aangewezen leden zijn lid van de Parlementen waaruit het betrokken Parlement senatoren mag aanwijzen overeenkomstig artikel 67, § 1, 2º tot 4º, en artikel 67, § 2, van de Grondwet.
Het totaal van de namen die voorkomen op de lijsten van een politieke formatie die overgemaakt zijn aan de voorzitter van het Waals Parlement, de voorzitter van het Parlement van de Franse Gemeenschap en de voorzitter van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement of de eerste ondervoorzitter indien de voorzitter niet behoort tot de Franse taalgroep, mag het aantal zetels van deelstaatsenatoren die toekomen aan de politieke formatie niet overstijgen.
Het totaal van de namen die voorkomen op de lijsten van de politieke formaties voor een betrokken Parlement mag het aantal zetels die toekomen aan dit Parlement overeenkomstig artikel 67 van de Grondwet niet overstijgen.
De lijsten zijn slechts geldig indien ze ondertekend zijn door, naar gelang het geval, de meerderheid van de leden van het Gemeenschaps- of Gewestparlement die verkozen zijn op lijsten die tot eenzelfde politieke formatie behoren. »
In titel VII, hoofdstuk II, afdeling 2, onderafdeling 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 26, wordt een artikel 212ter ingevoegd, luidende :
« Art. 212ter. Na samen te hebben nagekeken dat de voorwaarden voor het opmaken van de lijsten met de namen van de parlementsleden die worden aangewezen tot deelstaatsenator vervuld zijn, betekenen de voorzitter van het Waals Parlement, de voorzitter van het Parlement van de Franse Gemeenschap en de voorzitter van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement of de eerste ondervoorzitter van dat Parlement indien de voorzitter niet behoort tot de Franse taalgroep, deze lijsten aan de griffier van de Senaat.
Deze betekening vindt ten laatste plaats op de tiende dag die volgt op het onderzoek van de geloofsbrieven in het betrokken Parlement. »
In titel VII, hoofdstuk II, afdeling 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 22, wordt een onderafdeling 3 ingevoegd, met als opschrift « Onderafdeling 3. Vacature van een zetel van een senator aangewezen door het Vlaams Parlement, het Waals Parlement, het Parlement van de Franse Gemeenschap of de Franse taalgroep van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement ».
Artikel 213 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 16 juli 1993, wordt hersteld in de volgende lezing :
« Art. 213. In geval van vacature van een zetel van een senator aangewezen door het Vlaams Parlement, het Waals Parlement, het Parlement van de Franse Gemeenschap of de Franse taalgroep van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, wordt deze opgevuld door de aanwijzing, overeenkomstig de nadere regelen bepaald in de vorige artikelen, van een lid van het Gemeenschaps- of Gewestparlement of een van de taalgroepen ervan, naar gelang het geval, dat verkozen is op een lijst die tot de politieke formatie behoort waaraan de vacant geworden zetel toegekend was. »
In titel VII, hoofdstuk II, afdeling 2, van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij artikel 22, wordt een onderafdeling 4 ingevoegd, met als opschrift « Onderafdeling 4. Aanwijzing van senatoren door het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap ».
Artikel 214 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 16 juli 1993, wordt hersteld in de volgende lezing :
« Art. 214. Binnen de tien dagen die volgen op de uitnodiging die de griffier van de Senaat hem heeft gezonden, betekent de voorzitter van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap hem de naam van de senator die door het Parlement bij volstrekte meerderheid werd aangewezen.
Ingeval van een vacature vindt de aanwijziging plaats volgens dezelfde regels. »
In titel VII van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van hoofdstuk III vervangen als volgt :
« Hoofdstuk III. Aanwijzing van de gecoöpteerde senatoren ».
In titel VII, hoofdstuk III, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 33, wordt een afdeling 1 ingevoegd met als opschrift « Afdeling 1. Zetelverdeling voor de gecoöpteerde senatoren ».
In titel VII, hoofdstuk III, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 34, wordt een onderafdeling 1 ingevoegd, met als opschrift « Onderafdeling 1. Algemene bepalingen ».
In titel VII, hoofdstuk III, afdeling 1, onderafdeling 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 35, wordt artikel 215, opgeheven bij de wet van 16 juli 1993, hersteld in de volgende lezing :
« Art. 215. De zetelverdeling van de gecoöpteerde senatoren gebeurt per taalgroep op basis van het totale stemcijfer dat een politieke formatie heeft behaald bij de verkiezingen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers binnen de kieskringen, respectievelijk administratieve arrondissementen die in aanmerking worden genomen voor de verdeling van de zetels van de gecoöpteerde senatoren van de betrokken taalgroep. »
In titel VII, hoofdstuk III, afdeling 1, onderafdeling 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 35, wordt artikel 216, opgeheven bij de wet van 16 juli 1993, hersteld in de volgende lezing :
« Art. 216. De griffier van de Senaat stelt de zetelverdeling voor de gecoöpteerde senatoren vast. »
In titel VII, hoofdstuk III, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 34, wordt een onderafdeling 2 ingevoegd, met als opschrift « Onderafdeling 2. Verklaring van samenhang ».
In titel VII, hoofdstuk III, afdeling 1, onderafdeling 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 38, wordt artikel 217, opgeheven bij de wet van 16 juli 1993, hersteld in de volgende lezing :
« Art. 217. § 1. Om een politieke formatie te vormen, kan een kandidatenlijst een verklaring van samenhang afleggen.
§ 2. De verklaring van samenhang kan enkel betrekking hebben op een of meerdere lijsten voorgedragen in andere kieskringen, die overeenkomstig artikel 217quater of artikel 217quinquies in aanmerking worden genomen voor de verdeling van zetels van de gecoöpteerde senatoren die deel uitmaken van dezelfde taalgroep van de Senaat.
§ 3. De verklaring wordt ondertekend door ten minste twee van de eerste drie kandidaat-titularissen van de betrokken lijsten.
De verklaring van samenhang wordt ten laatste de achttiende dag voor de stemming, voor 16 uur, ter hand gesteld van de griffier van de Senaat die er een ontvangstbewijs van geeft.
§ 4. De verklaring bedoeld in § 1 is nietig wanneer :
1º deze tot gevolg heeft dat lijsten uit eenzelfde kieskring samenhangen;
2º deze betrekking heeft op lijsten uit kieskringen voor zowel de verdeling van de zetels bedoeld in artikel 217quater als de zetels bedoeld in artikel 217quinquies;
3º deze niet ondertekend is overeenkomstig paragraaf 3, eerste lid.
§ 5. Indien een van de in de verklaring opgenomen lijsten wordt afgewezen, blijft de verklaring gelden voor de andere lijsten van de groep.
§ 6. Op de zeventiende dag voor de stemming kijkt de griffier van de Senaat de geldigheid van de verklaringen na en maakt, de tabel op van de samenhangende lijsten. Op deze tabel wordt elke groep van samenhangende lijsten aangewezen met de letters A, B, C, enz. »
In titel VII, hoofdstuk III, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 34, wordt een onderafdeling 3 ingevoegd, met als opschrift « Onderafdeling 3. Samenvattende tabellen van de kieskringhoofdbureaus voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers ».
In titel VII, hoofdstuk III, afdeling 1, onderafdeling 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 40, wordt een artikel 217bis ingevoegd, luidende :
« Art. 217bis. Voor het vaststellen van de zetelverdeling voor de gecoöpteerde senatoren, maken de voorzitters van de kieskringhoofdbureaus zoals bedoeld in artikel 94, na het tellen van de stemmen en het toewijzen van de zetels voor de Kamer van volksvertegenwoordigers, een samenvattende tabel op met het stemcijfer dat elke lijst heeft behaald.
In de kieskring Vlaams-Brabant wordt voor een lijst die, voor de stemmen uitgebracht in het arrondissement Halle-Vilvoorde, een verklaring van samenhang heeft afgelegd met een of meerdere lijsten in kieskringen bedoeld in artikel 217quater het stemcijfer opgesplitst in de stemmen die de lijst heeft behaald in het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde en de stemmen die de lijst elders in de kieskring heeft behaald.
De voorzitter van het kieskringhoofdbureau of de persoon die door hem wordt aangewezen, deelt de tabel onverwijld via digitale weg, door gebruik te maken van de elektronische handtekening die aangebracht wordt door middel van zijn identiteitskaart, mee aan de griffier van de Senaat.
De voorzitter van het kieskringhoofdbureau doet binnen vierentwintig uren een papieren versie van de tabel, ondertekend door de leden van het bureau en de getuigen, toekomen aan de griffier van de Senaat. »
In titel VII, hoofdstuk III, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 34, wordt een onderafdeling 4 ingevoegd, met als opschrift « Onderafdeling 4. Vaststelling van de zetelverdeling van de gecoöpteerde senatoren ».
In titel VII, hoofdstuk III, afdeling 1, onderafdeling 4, van hetzelfde Wetboek ingevoegd bij artikel 42, wordt een artikel 217ter ingevoegd, luidende :
« Art. 217ter. § 1. De dag na de stemming, berekent de griffier van de Senaat op basis van de samenvattende tabellen bedoeld in artikel 217bis, per taalgroep het totale stemcijfer dat elke politieke formatie heeft behaald en het aantal zetels dat aan elke politieke formatie toekomt.
§ 2. Enkel lijsten die een verklaring van samenhang hebben afgelegd worden in aanmerking genomen voor de zetelverdeling van de gecoöpteerde senatoren. »
In titel VII, hoofdstuk III, afdeling 1, onderafdeling 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 42, wordt een artikel 217sexies ingevoegd, luidende :
« Art. 217sexies. § 1. Het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen voor de lijsten van een taalgroep, wordt gedeeld door het aantal te verdelen zetels voor die taalgroep. Dit quotiënt dient als kiesdeler.
§ 2. Voor de berekening van de kiesdeler worden de geldig uitgebrachte stemmen in de kieskringen en het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde zoals bedoeld artikel 217quater, voor lijsten die een verklaring van samenhang hebben afgelegd overeenkomstig artikel 217 en deelnemen aan de zetelverdeling van de Franse taalgroep, in aanmerking genomen voor het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen voor de Franse taalgroep.
De geldig uitgebrachte stemmen in de kieskringen bedoeld in artikel 217quinquies voor de lijsten die een verklaring van samenhang hebben afgelegd overeenkomstig artikel 217 en deelnemen aan de zetelverdeling van de Nederlandse taalgroep, in aanmerking genomen voor het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen voor de Nederlandse taalgroep.
Met uitzondering van de geldig uitgebrachte stemmen voor de lijsten in de kieskring Brussel-Hoofdstad, worden de geldig uitgebrachte stemmen voor de lijsten in de kieskringen bedoeld in artikel 217quater die geen verklaring van samenhang hebben afgelegd overeenkomstig artikel 217 in aanmerking genomen voor het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen voor de Franse taalgroep.
Met uitzondering van de geldig uitgebrachte stemmen voor de lijsten in de kieskring Brussel-Hoofdstad, worden de geldig uitgebrachte stemmen voor de lijsten in de kieskringen bedoeld in artikel 217quinquies die geen verklaring van samenhang hebben afgelegd overeenkomstig artikel 217 in aanmerking genomen voor het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen voor de Nederlandse taalgroep.
In de kieskring Brussel-Hoofdstad wordt het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen voor lijsten die geen verklaring van samenhang hebben afgelegd overeenkomstig artikel 217 verdeeld tussen de Franse taalgroep en de Nederlandse taalgroep in functie van de verhouding van het aantal geldig uitgebrachte stemmen op respectievelijk de Franstalige en de Nederlandse lijsten ten opzichte van het totaal aantal geldig uitgebrachte stemmen bij de laatste verkiezingen van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement.
§ 3. Een politieke formatie krijgt evenveel zetels toegewezen als het aantal keer dat de kiesdeler begrepen is in haar totale kiescijfer zoals bedoeld in artikel 217ter.
De overblijvende zetels worden in dalende volgorde toegewezen aan de politieke formaties met het grootste overschot nog niet vertegenwoordigde stemmen. »
In titel VII, hoofdstuk III, afdeling 1, onderafdeling 4, van hetzelfde Wetboek ingevoegd bij artikel 42, wordt een artikel 217septies ingevoegd, luidende :
« Art. 217septies. De griffier van de Senaat stelt een proces-verbaal op van de zetelverdeling. De zetelverdeling wordt door de griffier in het openbaar afgekondigd. »
In titel VII, hoofdstuk III, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 16 juli 1993, wordt een afdeling 2 ingevoegd met als opschrift « Afdeling 2. Aanwijzing van de gecoöpteerde senatoren ».
Artikel 218 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1976, 18 december 1998 en 27 maart 2006, wordt vervangen als volgt :
« Art. 218. Indien de verkiezingen van de Gemeenschaps- en Gewestparlementen op dezelfde dag plaatsvinden als de verkiezingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers, worden de gecoöpteerde senatoren eerst aangewezen nadat de geloofsbrieven van de deelstaatsenatoren zijn onderzocht. »
Artikel 220 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 16 juli 1993, wordt vervangen als volgt :
« Art. 220. § 1. Onmiddellijk na het onderzoek van de geloofsbrieven van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, of in geval van samenvallende verkiezingen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers en voor de Gemeenschaps- en Gewestparlementen, onmiddellijk na het in artikel 218 bedoelde onderzoek van de geloofsbrieven, deelt de griffier van de Senaat aan de voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers het aantal zetels mee voor de gecoöpteerde senatoren die overeenkomstig artikel 217sexies toegekend zijn aan elke politieke formatie.
§ 2. De leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers die verkozen zijn op lijsten die tot eenzelfde politieke formatie behoren, zenden aan de voorzitter van de Kamer een verklaring met de namen van de deelstaatsenatoren die tot dezelfde politieke formatie behoren.
Deze verklaring is slechts geldig als deze ondertekend is door de meerderheid van de volksvertegenwoordigers die verkozen zijn op de lijsten van de betrokken politieke formatie en door de meerderheid van hen wier naam in deze verklaring wordt vermeld.
De voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers kijkt de geldigheid van de verklaringen bedoeld in het eerste lid na en verwijdert de verklaringen die niet voldoen aan de voorwaarden bedoeld in de vorige leden.
§ 3. De griffier van de Kamer van volksvertegenwoordigers deelt de toegelaten verklaringen mee aan de voorzitter van de Senaat.
§ 4. De voorzitter van de Senaat deelt aan de deelstaatsenatoren die voorkomen op de verklaring overgemaakt door de Kamer overeenkomstig paragraaf 3, het aantal zetels van gecoöpteerde senatoren mee die toekomen aan de betrokken politieke formatie.
§ 5. De deelstaatsenatoren die genoemd worden in de verklaring bedoeld in paragraaf 2 van de politieke formatie aan wie de zetels toekomen, zenden ten laatste vijf dagen voor de zitting, waarop de aanwijzing van de gecoöpteerde senatoren plaats heeft, aan de voorzitter van de Senaat een lijst over met zoveel namen van kandidaten als er zetels van gecoöpteerde senatoren aan de betrokken politieke formatie toekomen.
De lijsten met kandidaten bedoeld in het eerste lid, zijn slechts geldig als zij zijn ondertekend door de meerderheid van de deelstaatsenatoren die zijn genoemd in de verklaring bedoeld in paragraaf 2 van de politieke formatie aan wie de zetels van de gecoöpteerde senatoren toekomen.
§ 6. Wanneer, in voorkomend geval, zetels van gecoöpteerde senatoren toekomen aan een politieke formatie die niet vertegenwoordigd is door deelstaatsenatoren, wordt de lijst met kandidaten bedoeld in paragraaf 5 ten laatste vijf dagen voor de zitting waarop de aanwijzing van de gecoöpteerde senatoren plaats heeft, opgesteld door de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers die verkozen zijn op de lijsten van de politieke formatie aan wie de zetels toekomen. De lijst is slechts geldig als zij ondertekend is door de meerderheid van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers die verkozen zijn op de lijsten die behoren tot de betrokken politieke formatie.
De voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers kijkt de geldigheid na van de lijsten bedoeld in het vorige lid en verwijdert de lijsten die niet voldoen aan de voorwaarden van het vorige lid. De griffier van de Kamer van volksvertegenwoordigers deelt de toegelaten lijsten mee aan de voorzitter van de Senaat. »
Artikel 221 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 16 juli 1993, wordt vervangen als volgt :
« Art. 221. Wanneer een gecoöpteerd senator vóór het verstrijken van zijn mandaat ophoudt deel uit te maken van de Senaat, wordt in zijn vervanging voorzien door de deelstaatsenatoren die daartoe worden aangewezen in een verklaring bedoeld in artikel 220, § 1, opgesteld door de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers verkozen op de lijsten van de politieke formatie aan wie de vacant geworden zetel oorspronkelijk toekwam, volgens de nadere regelen bepaald in de voorgaande artikelen. »
HOOFDSTUK III. — Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking op de dag van de oproeping van de kiezers voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers die op dezelfde dag zal worden gehouden als de verkiezingen voor de Gemeenschaps- en Gewestparlementen in 2014.
12 juli 2012.
| Dirk CLAES. |
| Marcel CHERON. |
| Francis DELPÉRÉE. |
| Christine DEFRAIGNE. |
| Freya PIRYNS. |
| Philippe MAHOUX. |
| Bert ANCIAUX. |
| Bart TOMMELEIN. |