5-1736/1

5-1736/1

Belgische Senaat

ZITTING 2011-2012

19 JULI 2012


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Voorstel tot herziening van artikel 78 van de Grondwet

(Ingediend door de heren Bert Anciaux, Bart Tommelein, Dirk Claes, Marcel Cheron, Francis Delpérée, de dames Christine Defraigne, Freya Piryns en de heer Philippe Mahoux)


TOELICHTING


Dit voorstel tot herziening van de Grondwet moet samen worden gelezen met de andere hiermee gelijktijdig in het Parlement ingediende voorstellen tot herziening van de artikelen 43, 44, 46, 56, 57, 64, 67, 68, 69, 70, 71, 72, 74, 75, 76, 77, 79, 80, 81, 82, 100, 119 en 167 van de Grondwet (Stukken Senaat, nrs. 5-1720/1; 5-1721/1; 5-1722/1; 5-1731/1; 5-1732/1; 5-1723/1; 5-1724/1; 5-1725/1; 5-1726/1; 5-1727/1; 5-1728/1; 5-1729/1; 5-1734/1; 5-1737/1; 5-1738/1; 1735/1; 5-1739/1; 5-1740/1; 5-1741/1; 5-1742/1; 5-1733/1; 5-1730/1; 5-1743/1). De toelichting bij het voorstel tot herziening van artikel 43 (Stuk Senaat, nr. 5-1720/1) geeft een overzicht van de gehele hervorming van het tweekamerstelsel.

Overeenkomstig de verklaring tot herziening van de Grondwet van 7 mei 2010 (Belgisch Staatsblad 7 mei 2010) en het punt 4º van de overgangsbepaling die werd toegevoegd aan artikel 195 van de Grondwet bij de herziening van dat artikel van 29 maart 2012 (Belgisch Staatsblad 6 april 2012, ed. 2), is artikel 78 van de Grondwet voor herziening vatbaar.

Artikel 78 van de Grondwet betreft de aangelegenheden die optioneel bicameraal zijn en de evocatieprocedure.

Naar aanleiding van de hervorming van de Senaat wordt het evocatierecht gewijzigd.

De evocatieprocedure heeft tot doel de gemeenschappen en gewesten rechtstreeks te betrekken en inspraak te geven in een aantal federale aangelegenheden, zonder dat deze evenwel de besluitvorming op het federale niveau kunnen blokkeren.

a. Aangelegenheden die optioneel bicameraal zullen zijn

Voortaan zullen slechts een aantal limitiatief opgesomde aangelegenheden onder deze procedure vallen. Enkel bepaalde aangelegenheden die thans verplicht bicameraal zijn, maar na de hervorming van de Senaat niet meer onder artikel 77 van de Grondwet zullen vallen, zullen kunnen worden geëvoceerd door de Senaat.

Er moet echter op worden gewezen dat de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming niet langer tot de bevoegdheid van de Senaat zal behoren.

Ook zal de Senaat geen evocatierecht hebben voor wijzigingen aan de wet van 3 juli 1971 tot indeling van de leden van de wetgevende Kamers in taalgroepen en houdende diverse bepalingen betreffende cultuurraden voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap en voor de Franse Cultuurgemeenschap. De indeling van de Senaat in taalgroepen gebeurt immers in de Grondwet. De inspraakmogelijkheid van de Senaat wat betreft de indeling in taalgroepen van de Kamer van volksvertegenwoordigers, wordt opgeheven.

De Senaat zal niet bevoegd zijn inzake de instemmingsprocedure met verdragen. Overeenkomstig het voorstel tot herziening van artikel 167, § 2, moet enkel de Kamer van volksvertegenwoordigers nog instemmen met verdragen die raken aan een federale aangelegenheid. Wat gemengde verdragen betreft, blijven de Gemeenschaps- en Gewestparlementen bevoegd om hun instemming te verlenen.

Verder zullen de wetten tot instemming met samenwerkingsakkoorden niet kunnen worden geëvoceerd door de Senaat. Net zoals het geval is voor gemengde internationale verdragen, is vandaag reeds voorzien in een rechtstreekse instemming door de parlementen van de gemeenschappen en de gewesten.

Ten slotte zullen de wetten met betrekking tot de organisatie van de hoven en rechtbanken niet kunnen worden geëvoceerd door de Senaat.

De andere aangelegenheden, zoals onder meer de wetten op de Raad van State en de wetten die worden aangenomen teneinde de naleving van internationale en supranationale verplichtingen te verzekeren, blijven wel voor evocatie vatbaar.

Wat de wetgeving inzake het substitutierecht van de federale overheid om de naleving van internationale of supranationale verplichtingen van België te verzekeren, moet worden gepreciseerd dat enerzijds de gewone wetten die de procedure van het substitutierecht uitwerken en anderzijds de wetten waardoor de federale overheid zijn substitutierecht daadwerkelijk uitoefent, optioneel bicameraal zullen zijn. De wetgeving die de principes uittekent voor het uitoefenen van het substitutierecht blijft verplicht bicameraal, omdat deze zoals de Grondwet het voorschrijft in een bijzondere wet zijn opgenomen (artikel 16 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen).

Het voorgestelde artikel bepaalt dat een bijzondere wet andere aangelegenheden kan aanduiden waarvoor de Senaat zijn evocatierecht kan uitoefenen. Het is immers mogelijk dat de bijzondere wetgever later de mening is toegedaan dat specifieke aangelegenheden het voorwerp kunnen uitmaken van het evocatierecht van de Senaat. Doordat de wet die deze lijst uitbreidt met een bijzondere meerderheid moet worden gestemd zoals bepaald in artikel 4, laatste lid, van de Grondwet, biedt deze procedure de garantie dat zowel de federale staat als de deelstaten via de Senaat betrokken zullen zijn bij een dergelijke uitbreiding.

b. Evocatieprocedure

De procedure voor de Senaat om een bepaalde aangelegenheid te evoceren, wordt eveneens aangepast. Zo zal het evocatierecht voortaan worden uitgeoefend op verzoek van een volstrekte meerderheid van de senatoren, met minstens een derde van de senatoren van elke taalgroep.

De evocatie wordt uitgeoefend binnen de vijftien dagen nadat het wetsvoorstel of -ontwerp dat gestemd is door de Kamer, is overgezonden aan de Senaat.

De Senaat beschikt over een maand, te rekenen vanaf de dag van de evocatie, om het ontwerp te amenderen.

Een ontwerp kan slechts één keer worden geëvoceerd. Na amendering door de Senaat, wordt het ontwerp overgezonden aan de Kamer die een finale beslissing neemt.

c. De Senaat zal geen initiatiefrecht meer hebben voor optioneel bicamerale aangelegenheden

Overeenkomstig het voorstel tot herziening van artikel 75 van de Grondwet (Stuk Senaat, nr. 5-1736/1), zal de Senaat niet langer over een initiatiefrecht beschikken in de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

d. Inwerkingtreding

Deze bepaling zal in werking treden op de dag van de verkiezingen van de Gemeenschaps- en Gewestparlementen in 2014, zoals het geval is voor de gehele hervorming van de Senaat.

Bert ANCIAUX.
Bart TOMMELEIN.
Dirk CLAES.
Marcel CHERON.
Francis DELPÉRÉE.
Christine DEFRAIGNE.
Freya PIRYNS.
Philippe MAHOUX.

VOORSTEL


Enig artikel

Artikel 78 van de Grondwet wordt vervangen als volgt :

« Art. 78.

§ 1. Onder voorbehoud van artikel 77, wordt het wetsontwerp dat door de Kamer van volksvertegenwoordigers is aangenomen in de hierna vermelde aangelegenheden, overgezonden aan de Senaat :

1º de wetten ter uitvoering van de wetten aan te nemen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid;

2º de wetten bedoeld in de artikelen 5, 39, 115, 117, 118, 121, 123, 127 tot 129, 131, 135 tot 137, 141 tot 143, 163, 165, 166, 167, § 1, derde lid,169 170, § 2, tweede lid, § 3, tweede en derde lid en § 4, tweede lid, 175 en 177, evenals de wetten ter uitvoering van de voormelde wetten en artikelen, met uitzondering van de wetgeving met betrekking tot de organisatie van de geautomatiseerde stemming;

3º de wetten aangenomen overeenkomstig artikel 169 om de naleving van internationale of supranationale verplichtingen te verzekeren;

4º de wetten op de Raad van State en op de federale administratieve rechtscolleges.

Een wet aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid, kan andere aangelegenheden aanduiden die de Senaat overeenkomstig de procedure bepaald in dit artikel kan onderzoeken.

§ 2. Op verzoek van de meerderheid van zijn leden met minstens één derde van de leden van elke taalgroep, onderzoekt de Senaat het wetsontwerp. Dat verzoek wordt geformuleerd binnen vijftien dagen na de ontvangst van het ontwerp.

De Senaat kan, binnen een termijn die dertig dagen niet te boven mag gaan :

— beslissen dat er geen reden is om het wetsontwerp te amenderen;

— het ontwerp na amendering aannemen.

Indien de Senaat zich niet binnen de voorgeschreven termijn heeft uitgesproken of indien hij de Kamer van volksvertegenwoordigers in kennis heeft gesteld van zijn beslissing om het wetsontwerp niet te amenderen, zendt de Kamer van volksvertegenwoordigers het ontwerp over aan de Koning.

Indien het ontwerp is geamendeerd, zendt de Senaat het over aan de Kamer van volksvertegenwoordigers, die een definitieve beslissing neemt door het wetsontwerp hetzij aan te nemen, hetzij te amenderen.

Overgangsbepaling

Dit artikel treedt in werking op de dag van de verkiezingen met het oog op de algehele vernieuwing van de Gemeenschaps- en Gewestparlementen in 2014. Tot die datum blijven de volgende bepalingen van toepassing :

In de andere aangelegenheden dan die bedoeld in de artikelen 74 en 77, wordt het wetsontwerp dat door de Kamer van volksvertegenwoordigers is aangenomen, overgezonden aan de Senaat.

Op verzoek van ten minste vijftien van zijn leden onderzoekt de Senaat het wetsontwerp. Dat verzoek wordt geformuleerd binnen vijftien dagen na de ontvangst van het ontwerp.

De Senaat kan, binnen een termijn die zestig dagen niet te boven mag gaan :

— beslissen dat er geen reden is om het wetsontwerp te amenderen;

— het ontwerp na amendering aannemen.

Indien de Senaat zich niet binnen de voorgeschreven termijn heeft uitgesproken of indien hij de Kamer van volksvertegenwoordigers in kennis heeft gesteld van zijn beslissing om het wetsontwerp niet te amenderen, zendt de Kamer van volksvertegenwoordigers het ontwerp over aan de Koning.

Indien het ontwerp is geamendeerd, zendt de Senaat het over aan de Kamer van volksvertegenwoordigers, die een definitieve beslissing neemt door alle of sommige van de door de Senaat aangenomen amendementen hetzij aan te nemen, hetzij te verwerpen. »

12 juli 2012.

Bert ANCIAUX.
Bart TOMMELEIN.
Dirk CLAES.
Marcel CHERON.
Francis DELPÉRÉE.
Christine DEFRAIGNE.
Freya PIRYNS.
Philippe MAHOUX.