5-1567/1

5-1567/1

Belgische Senaat

ZITTING 2011-2012

4 APRIL 2012


Voorstel van bijzondere wet tot aanvulling van artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, wat de hoofdstedelijke gemeenschap van Brussel betreft

(Ingediend door de heren Alexander De Croo, Philippe Moureaux, Dirk Claes, mevrouw Christine Defraigne, de heren Bert Anciaux, Marcel Cheron, mevrouw Freya Piryns en de heer Francis Delpérée)


TOELICHTING


Brussel vormt een zeer belangrijke economische pool, zowel op Belgische als op Europese schaal. Zijn sociaal-economische invloed strekt zich veel verder uit dan het grondgebied van de negentien gemeenten van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. De sociaal-economische zone van zijn « hinterland », rekening houdend met het woonmilieu, de migraties, de tewerkstelling en de uitwisselingen tussen het centrum en de rand, beslaat een grootstedelijke zone die zich uitstrekt over meerdere tientallen gemeenten, die in Vlaanderen en Wallonië liggen.

Nauwe samenwerkingsverbanden tussen Brussel en zijn hinterland zijn essentieel en wederzijds voordelig voor elk van de drie gewesten en voor gans het land. Deze verbanden zijn in het bijzonder belangrijk op het vlak van werk, economie, ruimtelijke ordening, mobiliteit, openbare werken en milieu.

Om deze samenwerking actief te promoten, wordt een hoofdstedelijke gemeenschap van Brussel opgericht. De gewesten zijn lid van de hoofdstedelijke gemeenschap en de vertegenwoordigers van hun regeringen zullen er in zetelen. Alle gemeenten van de voormalige provincie Brabant evenals de federale overheid zijn van rechtswege lid van de hoofdstedelijke gemeenschap. De provincies Vlaams-Brabant en Waals-Brabant zullen er vrijwillig bij kunnen aansluiten.

Het spreekt voor zich dat de verwijzing naar de provincies geen afbreuk doet aan de volledige uitoefening van de autonomie van de gewesten met betrekking tot de provincies, vermeld in de overgangsbepaling die is toegevoegd aan artikel 195 van de Grondwet. Overigens wordt met betrekking tot de verwijzing naar de gemeenten van de provincies Vlaams-Brabant en Waals-Brabant verduidelijkt dat de betekenis van het in deze toelichting en in artikel 2 van dit voorstel van bijzondere wet gebruikte woord « provincie » of « provincies » beperkt is tot zijn territoriale betekenis, los van elke institutionele betekenis, in overeenstemming met de in het kader van de herziening van artikel 195 van de Grondwet uitgedrukte wil van de grondwetgever.

Deze hoofdstedelijke gemeenschap zal als taak hebben het overleg tussen de leden van de hoofdstedelijke gemeenschap te organiseren over onderwerpen waarvoor de gewesten bevoegd zijn maar die meerdere gewesten aanbelangen. De drie gewesten sluiten een samenwerkingsakkoord om de nadere regels en het voorwerp van dit overleg vast te leggen.

In de hoofdstedelijke gemeenschap zullen de drie gewesten overleggen over de mobiliteit, de verkeersveiligheid en de wegenwerken vanuit, naar en rond Brussel. Het in de hoofdstedelijke gemeenschap georganiseerde overleg (het voorgestelde artikel 92bis, § 7, eerste lid) onderscheidt zich van het overleg bedoeld in artikel 6, §§ 2 tot 3bis, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 aangezien het geen bevoegdheidsverdelende regel in de zin van artikel 30bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, noch een substantiële vormvereiste in de zin van artikel 14bis van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vormt. Bijgevolg zal het gebrek aan overleg in de hoofdstedelijke gemeenschap op geen enkele manier de geldigheid van de door de bevoegde overheden genomen beslissingen kunnen aantasten.

Een door dit voorstel voorzien overleg vormt evenwel een uitzondering op het voorgaande : over het sluiten of onbruikbaar maken van de op- en afritten van de autosnelwegring om Brussel (R0) moet vooraf overleg gepleegd worden tussen de gewesten (het voorgestelde artikel 92bis, § 7, derde lid). Zoals het overleg bedoeld in artikel 6, §§ 2 tot 3bis, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, zal het niet vervullen van dit overleg voor elke wettelijke dan wel administratieve beslissing die het sluiten of onbruikbaar maken van de op- en afritten van de autosnelwegring om Brussel (R0) tot gevolg heeft, naargelang het geval, een inbreuk vormen op een bevoegdheidsverdelende regel (artikel 30bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof) of een substantiële vormvereiste (artikel 14bis van de gecoördineerde wetten op de Raad van State). Dit voorstel van bijzondere wet voorziet dat dit overleg tussen de drie gewesten plaats zal vinden in de hoofdstedelijke gemeenschap. Zolang de drie gewesten het samenwerkingsakkoord dat het voorwerp en de nadere regels van het overleg in de hoofdstedelijke gemeenschap bepaalt, niet hebben afgesloten, zal dit overleg tussen de drie gewesten plaatsvinden buiten de hoofdstedelijke gemeenschap. Wanneer het samenwerkingsakkoord gesloten zal zijn, zal dit overleg noodzakelijkerwijze moeten plaatsvinden in de hoofdstedelijke gemeenschap volgens de nadere regels die in het samenwerkingsakkoord zullen voorzien zijn.

Alexander De CROO.
Philippe MOUREAUX.
Dirk CLAES.
Christine DEFRAIGNE.
Bert ANCIAUX.
Marcel CHERON.
Freya PIRYNS.
Francis DELPÉRÉE.

VOORSTEL VAN BIJZONDERE WET


HOOFDSTUK I

Algemene bepaling

Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

HOOFDSTUK II

Wijzigingen van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen

Art. 2

Artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, ingevoegd bij de wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd bij de wetten van 16 januari 1989, 5 mei 1993, 16 juli 1993, 28 december 1994, 13 juli 2001, 16 maart 2004 en 21 februari 2010, wordt aangevuld met een paragraaf 7, luidende :

« § 7. Er wordt een hoofdstedelijke gemeenschap van Brussel opgericht met het oog op overleg over de aangelegenheden bedoeld in artikel 6, § 1, die meerdere gewesten aanbelangen, in het bijzonder mobiliteit, verkeersveiligheid en de wegenwerken vanuit, naar en rond Brussel. De gewesten zijn lid van de hoofdstedelijke gemeenschap en de vertegenwoordigers van de hun regeringen hebben er zitting in. Alle gemeenten van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en van de provincies Vlaams-Brabant en Waals-Brabant, evenals de federale overheid zijn van rechtswege lid van de hoofdstedelijke gemeenschap. De provincies Vlaams-Brabant en Waals-Brabant kunnen vrij toetreden.

De gewesten sluiten een samenwerkingsakkoord om de nadere regels en het voorwerp van dit overleg vast te leggen.

Het sluiten of onbruikbaar maken van de op- en afritten van de autosnelwegring om Brussel (R0) kan enkel gebeuren nadat daarover overleg is gepleegd tussen de gewesten in de hoofdstedelijke gemeenschap bedoeld in het eerste lid.

Bij wijze van overgangsmaatregel heeft het in het derde lid bedoelde overleg plaats buiten de hoofdstedelijke gemeenschap in afwachting van het sluiten van het in het tweede lid bedoelde samenwerkingsakkoord. »

2 april 2012.

Alexander De CROO.
Philippe MOUREAUX.
Dirk CLAES.
Christine DEFRAIGNE.
Bert ANCIAUX.
Marcel CHERON.
Freya PIRYNS.
Francis DELPÉRÉE.