5-1336/1 | 5-1336/1 |
18 NOVEMBER 2011
Dit voorstel beoogt een verklaring tot herziening van artikel 23 van de Grondwet te wijzigen om te specifiëren dat het recht een menswaardig leven te leiden ook behelst dat eenieder over een recht op toereikende hoeveelheid energie en water beschikt. Dit voorstel kadert in een multidimensionale en transversale aanpak inzake armoedebestrijding.
De sociale grondrechten
Het artikel 23 bepaalt dat iedereen het recht heeft een menswaardig leven te leiden. Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel, rekening houdend met de overeenkomstige plichten, de economische, sociale en culturele rechten, waarvan ze de voorwaarden voor de uitoefening bepalen.
In het derde lid van voornoemd artikel wordt bepaald dat die rechten inzonderheid bepalen :
1º het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in het raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk werkgelegenheidspeil, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg en collectief onderhandelen;
2º het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en sociale, geneeskundige en juridische bijstand;
3º het recht op een behoorlijke huisvesting;
4º het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu;
5º het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing.
Armoede en de sociale grondrechten
Armoede is een maatschappelijk onrecht dat vele inwoners van ons land treft. In België leeft 14,6 % van de bevolking van een inkomen onder de armoededrempel (1) . De inkomensarmoede is hiermee in België het afgelopen decennium niet gedaald.
De armoedeproblematiek beperkt zich echter niet tot een louter financiële aangelegenheid. Armoede is een multidimensionaal probleem dat zich manifesteert als een netwerk van uitsluitingen. Deze uitsluitingen ontstaan wanneer één of meerdere sociale grondrechten niet, of onvoldoende gegarandeerd zijn. Deze schending van de grondrechten maakt het leiden van een menswaardig leven als volwaardig lid van de samenleving voor mensen die geconfronteerd worden met armoede erg moeilijk, zo niet volledig onmogelijk.
Het Algemeen Verslag over de Armoede erkent tien sociale grondrechten die als richtsnoer worden gebruikt voor het armoedebestrijdingsbeleid : inkomen, werk, gezondheid en welzijn, gezin, maatschappelijke participatie, maatschappelijke dienstverlening, vrijetijdsbesteding, rechtsbedeling, huisvesting en energie (2) . Het garanderen en herstellen van deze sociale grondrechten is de kerndoelstelling van het armoedebestrijdingsbeleid.
Energie en energiearmoede
De toegang tot een toereikende hoeveelheid energie is in ons land niet voor iedereen gegarandeerd. Ondanks alle goedbedoelde overheidsmaatregelen moeten we vaststellen dat energiearmoede in Vlaanderen en België toeneemt. De liberalisering van de energiemarkt heeft niet het beoogde effect bereikt. De tarieven zijn niet gedaald, wel integendeel. Tienduizenden gezinnen in België slagen er niet in om hun energiefacturen te betalen, met als gevolg dat zij aangewezen zijn op de duurdere tarieven van de distributienetbeheerder of zelfs volledig worden afgesloten van water, gas en elektriciteit.
Hierna wordt een statistisch overzicht gegeven inzake de situatie van de huishoudelijke gebruikers (residentiële klanten). De opsplitsing van deze materie over de drie gewesten, een verschillend gewestelijk beleid en een soms afwijkende wijze van rapportering door de drie gewesten maakt het niet altijd makkelijk om een globaal zicht te krijgen op de problematiek van de energie-armoede.
Eind 2009 werd volgende situatie in Vlaanderen vastgesteld (3) .
| Fournisseurs — Leveranciers | Total des fournisseurs — Totaal van alle leveranciers | |||
| Nombre de clients uniques au 31/12/2009 — Aantal unieke afnemers op 31/12/2009 | Nombre total de clients domestiques — Totaal aantal huishoudelijke afnemers | 2 565 832 | % du nombre de clients domestiques — % ten overstaan van aantal huishoudelijke afnemers | |
| Clients protégés — Beschermde afnemers | Clients non protégés — Niet-beschermde afnemers | Total — Totaal | ||
| Nombre de raccordements pour lesquels un rappel a été envoyé par le fournisseur en 2009. — Aantal aansluitingen waarvoor door de leverancier in 2009 een herinneringsbrief werd verstuurd | 41 702 | 785 074 | 826 776 | 32,22 % |
| Nombre de raccordements pour lesquels une mise en demeure a été envoyée par le fournisseur en 2009. — Aantal aansluitingen waarvoor door de leverancier in 2009 een ingebrekestelling werd verstuurd | 7 502 | 191 555 | 199 057 | 7,76 % |
| Nombre de plans de paiement autorisés par le fournisseur en 2009. — Aantal door de leverancier toegestane betalingsplannen in 2009 | 9 721 | 86 527 | 96 248 | 3,75 % |
| Nombre de plans de paiement non respectés en 2009. — Aantal niet-nageleefde betalingsplannen in 2009 | 4 496 | 43 622 | 48 118 | 1,88 % |
| Nombre de dossiers transmis au CPAS par le fournisseur en 2009. — Aantal dossiers dat door de leverancier in 2009 werd doorgestuurd naar het OCMW | 1 975 | 1 514 | 3 489 | 0,14 % |
| Nombre de dossiers transmis par le fournisseur à une institution agréée de médiation de dettes en 2009. — Aantal dossiers dat door de leverancier in 2009 werd doorgestuurd naar een erkende instelling voor schuldbemiddeling | 857 | 214 | 1 071 | 0,04 % |
| Nombre de raccordements pour lesquels le client a prouvé avoir droit au tarif social spécifique. — Aantal aansluitingen waarvan de bewoner heeft aangetoond recht te hebben op het specifiek sociaal tarief | 123 792 | Non applicable. — Niet van toepassing | 123 792 | 4,82 % |
Ook in het Waals Gewest slagen steeds minder mensen erin om hun energiefactuur te betalen. Wat de residentiële klanten in 2010 betreft, slaagden 80 700 er niet in om hun elektriciteitsfactuur te betalen (5,4 % van het totaal) en 42 800 slaagden er niet in om hun gasfactuur te betalen (7,4 % van het totaal). Het betreft een stijgende trend ten aanzien van de vorige jaren (zie de tabel hieronder voor een overzicht over de periode 2007-2010). Op het einde van 2010 vertoonden 455 000 residentiële klanten een betalingsachterstand wat betreft hun elektriciteitsfactuur (30 % van het totaal). Wat de gasfactuur betreft, noteren 247 000 residentiële klanten een achterstal van betaling (42 % van het totaal) (4) .
| 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | |
| Elektriciteit | 48 500 | 72 300 | 70 600 | 80 700 |
| Gas | 25 000 | 40 100 | 38 600 | 42 800 |
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevonden er zich eind 2009 505 381 actieve leveringspunten voor elektriciteit en 364 393 voor gas. Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kon eind 2009 de volgende situatie worden vastgesteld (5) .
| Électricité 2009 — Elektriciteit 2009 | Gaz 2009 — Gas 2009 | |||
| 1er semestre — 1e semester | 2e semestre — 2e semester | 1er semestre — 1e semester | 2e semestre — 2e semester | |
| Nombre de ménages bruxellois bénéficiant du tarif social spécifique au niveau fédéral. — Aantal Brusselse gezinnen dat het specifiek sociaal tarief geniet op federaal niveau | 27 813 | 26 243 | 20 845 | 19 715 |
| Nombre de points de fourniture où un rappel a été envoyé. — Aantal leveringspunten waarnaar een herinnering werd verstuurd | 89 972 | 88 042 | 66 574 | 68 087 |
| Nombre de points de fourniture où une mise en demeure a été envoyée. — Aantal leveringspunten waarnaar een ingebrekestelling werd verstuurd | 19 345 | 20 736 | 16 187 | 17 043 |
| Nombre de plans de paiement autorisés pour un point de fourniture. — Aantal betalingsplannen dat werd toegestaan voor een leveringspunt | 14 712 | 14 108 | 13 026 | 12 524 |
| Nombre de plans de paiement non respectés pour un point de fourniture. — Aantal betalingsplannen dat niet werd nageleefd door een leveringspunt | 6 986 | 8 131 | 15 453 | 7 119 |
| Nombre de dossiers transmis au CPAS. — Aantal dossiers dat werd overgemaakt aan het OCMW | 15 154 | 13 383 | 10 773 | 9 897 |
| Nombre de dossiers transmis à une institution de médiation de dettes. — Aantal dossiers dat werd overgemaakt aan een schuldbemiddelingsinstantie | 428 | 716 | 312 | 594 |
| Nombre de ménages transférés chez un fournisseur de dernier ressort. — Aantal gezinnen dat werd overgedragen aan een noodleverancier | 300 | 440 | 279 | 350 |
Een grondwettelijke verankering van het recht op energie zou een belangrijke stap zijn in de richting van een effectieve en volwaardige erkenning van het recht op energie.
Energie als grondrecht
In het Federaal Plan Armoedebestrijding 2008-2010 wordt energie als een basisrecht bestempeld. Het voorstel nr. 47 bepaalt daarom ook dat de regering er met alle overheden van dit land over zal waken dat voor allen de toegang tot energie wordt gewaarborgd als wezenlijk onderdeel van het recht om een leven te leiden dat overeenstemt met de menselijke waardigheid (6) . Ook diverse sociale en ecologische organisaties zijn voorstander om het recht op energie als een grondwettelijk recht te verankeren (7) .
Het recht op energie werd tot op heden nog niet als grondrecht opgenomen in de internationale mensenrechtenverdragen. Het Europees Verdrag van de rechten van de mens (EVRM) bevat geen enkele bepaling hieromtrent (8) . Het ECOSOC-verdrag (Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele Rechten) van 1966 erkent het recht van eenieder op een behoorlijke levensstandaard voor zichzelf en zijn gezin, daarbij inbegrepen toereikende voeding, kleding en huisvesting, en op steeds betere levensomstandigheden. Recht op energie wordt niet expliciet vernoemd in het ECOSOC-Verdrag, maar het ESCR-Comité (9) maakte reeds duidelijk dat het elektriciteit als een basisdienst beschouwt binnen het kader van een behoorlijke huisvesting (10) .
De Vlaamse decreetgever erkende reeds met het Vlaams energiedecreet van 8 mei 2009 en het decreet van 20 december 1996 tot regeling van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water dat toereikende elektriciteit, verwarming en water basisbehoeften zijn.
Ook het Waals decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt en het Waals decreet van 19 december 2002 betreffende de organisatie van de gewestelijke gasmarkt voorziet in een principieel recht van toegang van alle eindafnemers tot het elektriciteits- en gasnet.
Zowel In het Vlaams als Waals Gewest wordt gewerkt met een systeem van budgetmeters, gekoppeld aan een stroombegrenzer.
Wat betreft het Brussels hoofdstedelijk Gewest voorziet de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende wegenisretributies inzake gas en elektriciteit en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, in een principieel recht van toegang tot het elektriciteits- en gasnet en een minimale bevoorradingshoeveelheid.
Lost de invoering van een recht op energie en water alle problemen op ? Vanzelfsprekend niet. Een recht op energie heeft echter naast een symbolische waarde ook een juridische waarde. Toekomstige regelgeving zal wel degelijk afgetoetst moeten worden aan dit grondrecht (11) en hoven en rechtbanken zullen bij de beoordeling van concrete geschillen het recht op energie en water als uitgangspunt moeten nemen, de zogenaamde grondwetconforme interpretatie. Wetten en decreten zullen concreet gestalte moeten geven aan het recht op energie en water. Een grondwettelijke verankering van het recht op een toereikende hoeveelheid energie en water moet voor de overheid een aanzet zijn om bestaande problemen met betrekking tot zowel de beschikbaarheid als de toegankelijkheid van energie en water aan te pakken.
De Senaat sprak zich reeds uit over het opnemen van energie als een grondrecht onder artikel 23 van de Grondwet. De plenaire vergadering van de Senaat keurde op 9 juni 2011 een voorstel van resolutie betreffende de armoedebestrijding goed waarin expliciet wordt verzocht om energie op te nemen als grondrecht onder artikel 23 van de Grondwet (stuk Senaat, nr. 5-245/5).
Om voorgaande redenen wordt in huidig voorstel van verklaring tot herziening van de Grondwet voorgesteld om het recht op een menswaardig leven uit te breiden met het recht op een toereikende hoeveelheid energie en water.
| Cindy FRANSSEN. | |
| Francis DELPÉRÉE. | |
| Wouter BEKE. | |
| Jan DURNEZ. |
Enig artikel
De Kamers verklaren dat er reden bestaat tot herziening van artikel 23 van de Grondwet om aan het derde lid een 6º toe te voegen betreffende het recht van de burger op een toereikende hoeveelheid energie en water.
19 juli 2011.
| Cindy FRANSSEN. | |
| Francis DELPÉRÉE. | |
| Wouter BEKE. | |
| Jan DURNEZ. |
(1) EU Silc 2009, op basis van de inkomensgegevens van 2008. De armoederisicodrempel is gelijk aan 60 % van het mediaan beschikbaar inkomen op individueel niveau.
(2) Koning Boudewijnstichting, Algemeen Verslag over de Armoede, 1994.
(3) Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG), Rapport van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt — Statistieken 2009 met betrekking tot huishoudelijke afnemers in het kader van de besluiten op de sociale openbaredienstverplichtingen, 10 juni 2010, bijlage 1.
(4) Commission wallonne pour l'énergie (CWaPE), « L'exécution des OSP à caractère social imposées aux fournisseurs et gestionnaires de réseaux », Rapport Annuel Spécifique, CD-11f20-CWaPE, 2010, blz. 16-18.
(5) Reguleringscommissie voor energie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BRUGEL), Verslag 20100709-08 over de naleving van de openbaredienstverplichtingen en in het bijzonder met betrekking tot de rechten van de huishoudelijke gebruikers, 9 juli 2010, blz. 10 en 27.
(6) POD Maatschappelijke Integratie, Federaal Plan Armoedebestrijding, blz. 49.
(7) Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting, Verslag armoedebestrijding 2008-2009, Deel 1 Een bijdrage aan politiek debat en politieke actie, blz. 135.
(8) Het Europees Hof voor de rechten van de mens besliste dan ook dat het afsluiten van de elektriciteit, minstens onder bepaalde voorwaarden, niet als een vernederende of onmenselijke behandeling kan worden aanzien in de zin van het EVRM (zaak Van Volsem t. België).
(9) ESCR : het Comité inzake economische, sociale en culturele rechten.
(10) J. Vrancken, Armoede & Sociale Uitsluiting, Jaarboek 2009, Acco 2009, blz. 237.
(11) Zo moet er onder andere met het « stand still »-principe rekening worden gehouden : de wetgever mag het bestaande beschermingsniveau niet afbouwen.