5-437/2

5-437/2

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

21 JUNI 2011


Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus wat betreft de verkiezing van leden in de politieraad


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BINNENLANDSE ZAKEN EN VOOR DE ADMINISTRATIEVE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

DE HEER DEPREZ


I. INLEIDING

Dit wetsvoorstel werd in de Senaat ingediend op 29 oktober 2010 en naar de commissie verzonden op 25 november 2010.

De commissie heeft dit wetsvoorstel besproken tijdens haar vergadering van 31 mei 2011.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE HEER DIRK CLAES, MEDE-INDIENER VAN HET WETSVOORSTEL

Artikel 17 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveau's (WGP) voorziet in de procedure voor de verkiezing van de effectieve leden in de politieraad van de lokale politiezones. Dit artikel voorziet eveneens in de volgorde voor de verkiezing bij staking van stemmen. In eerste instantie wordt dan de voorrang verleend aan de kandidaat die reeds een mandaat in de politieraad uitoefent en met de langste anciënniteit. De tweede in volgorde is de kandidaat die voordien reeds een mandaat in de politieraad uitoefende eveneens met de langste anciënniteit.

De twee daaropvolgende voorwaarden voorzien in een leeftijdsanciënniteit waarbij de oudste kandidaat die de leeftijd van zestig jaar niet heeft bereikt voorrang krijgt op de jongste kandidaat die ouder is dan zestig. In geen van de opvolgingsgevallen wordt aldus voorrang verleend aan jonge kandidaten.

Het wetsvoorstel wil — naar analogie van de aanpassing van de voorrangsregels voor de OCMW-raadsleden op gemeenschapsniveau — bij staking van stemmen als derde criterium de jongste kandidaat voorrang verlenen. Gezien de eerste twee criteria de waarborg bieden aan kandidaten die reeds ervaring in de politieraad hebben opgedaan om verkozen te worden in de politieraad, lijkt het wenselijk om als derde criterium de kans te bieden aan jongeren om verkozen te raken.

III. ALGEMENE BESPREKING

De heer Deprez verklaart dat zijn fractie het wetsvoorstel steunt. De voorgestelde ingreep is trouwens miniem, aangezien slechts het derde criterium wordt gewijzigd. Hij heeft geen enkel bezwaar tegen de voorgestelde wijziging.

De heer Broers verklaart dat zijn fractie eveneens voorstander is van het wetsvoorstel.

IV. ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING EN STEMMINGEN

Artikel 1

Artikel 1 geeft geen aanleiding tot opmerkingen en wordt eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.

Artikel 2

Artikel 2 geeft geen aanleiding tot opmerkingen en wordt eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.

Het wetsvoorstel wordt in zijn geheel eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.

Dit verslag werd eenparig goedgekeurd door de 9 aanwezige leden.

De rapporteur, De voorzitter,
Gérard DEPREZ. Philippe MOUREAUX.

De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als die van het wetsvoorstel (zie stuk Senaat nr. 5-437/1).