5-474/1 (Senaat)
53-1283/1 (Kamer)

5-474/1 (Senaat)
53-1283/1 (Kamer)

Belgische Senaat en Kamer van volksvertegenwoordigers

ZITTING 2010-2011

6 DECEMBER 2010


Europese Raad van 28 en 29 oktober 2010 en Top Europese Unie/Verenigde Staten van 20 november 2010


VERSLAG NAMENS HET FEDERAAL ADVIESCOMITÉ VOOR DE EUROPESE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR DE HEREN MAHOUX (S) EN FLAHAUT (K)


I. INLEIDING

Het is de gewoonte dat naar aanleiding van elke vergadering van de Europese Raad de leden van het Federaal Adviescomité voor de Europese Aangelegenheden en de eerste minister of een ander lid van de Belgische regering van gedachten wisselen over de voorbereidende werkzaamheden en de resultaten van de Raad.

Het Federaal Adviescomité heeft samen met de commissies voor Buitenlandse Betrekkingen van Kamer van volksvertegenwoordigers en Senaat twee vergaderingen (27 oktober en 10 november 2010) gewijd aan de Europese Raad van Brussel van 28 en 29 oktober 2010.

Dit verslag geeft een beknopt overzicht van de gedachtewisseling met de eerste minister, Yves Leterme.

II. PREBRIEFING VAN DE EUROPESE RAAD VAN 28 EN 29 OKTOBER 2010

A. Uiteenzetting van de eerste minister, de heer Yves Leterme

De Europese Raad van 28 en 29 oktober 2010 zal zich essentieel buigen over het sociaal-economisch bestuur van de Unie. Het komt er nu op aan door regelgevend optreden en door een versterking van de preventiemechanismen een herhaling te vermijden van een financieel-economische en bankencrisis.

Het Belgische voorzitterschap is erin geslaagd om al vanaf september 2010 de nieuwe toezichtstructuur voor de banken, de verzekeringsmaatschappijen en de beurs te doen aanvaarden. Die nieuwe structuur zou de Raad voor systemische risico's gaan heten, maar dat moet nog worden beslist.

Er werd onderhandeld over een compromis en een zogenaamd « triloogakkoord » over de hedge funds en de private equities. De voorstellen zullen volgende week worden voorgelegd aan het Europees Parlement en de kans is vrij groot dat de teksten worden aangenomen.

Een definitief preventief systeem moet er nog komen. De heer Leterme herinnert eraan dat in mei jongstleden, toen in Spanje de schuldencrisis in alle hevigheid woedde, aanzienlijke fondsen ter beschikking werden gesteld voor de herfinanciering van die schuld en dat een zekere solidariteit tot uiting is kunnen komen. Een definitief instrument voor crisispreventie dat zorgt voor de verdediging van de euro moet echter nog tot stand komen. Er moet een duurzamer mechanisme worden gevonden en er moeten dienaangaande beslissingen worden genomen.

Een werkgroep onder het voorzitterschap van de heer Herman van Rompuy, voorzitter van de Europese Raad, was belast met de kwestie van het economisch bestuur. Die Task force heeft zijn rapport tijdig ingediend, nadat het in de ECOFIN was besproken. Het dossier kan definitief door de Raad worden goedgekeurd.

Vervolgens zal de politieke consensus concreet gestalte moeten krijgen in wetteksten. De Commissie heeft op 29 september jongstleden al minstens zes wetgevingsvoorstellen geformuleerd. Over vier van die voorstellen moet in het Europees Parlement worden gestemd. De Task force dringt erop aan dat de nationale parlementen een versnelde procedure volgen voor dat dossier omdat het van primordiaal belang is voor de burger.

De Commissie hoopt dat de Raad vóór het einde van het jaar een standpunt zal kunnen innemen over die teksten. Naderhand zullen de onderhandelingen met het Europees Parlement kunnen worden aangevat en de teksten zouden dan in de loop van 2011 moeten kunnen worden aangenomen, indien mogelijk tijdens het eerste halfjaar.

België is er ook in geslaagd de conclusies van de Task force bij te sturen. Met name verkreeg ons land dat verwezen wordt naar de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (EPSCO).

— Het is niet alleen van belang aandacht te hebben voor de technische en financiële aspecten, maar ook voor de arbeidsmarkt in het raam van een goede werking van onze economische systemen.

— Voorts is België erin geslaagd de sancties ten aanzien van de structuurfondsen draaglijker te maken.

Volgens België moet de Europese Raad nu werk maken van de verwezenlijking van de aanbevelingen van de Task force. De in de Verdragen opgenomen gebruikelijke medebeslissingsprocedures moeten kunnen functioneren. Dat wordt de absolute prioriteit tijdens de vijfenzestig dagen die het Belgische voorzitterschap nog duurt. Men zou kunnen overwegen de voorzitter van de Europese Raad ermee te belasten een akkoord over die aangelegenheid te bewerkstelligen.

Volgens verklaringen van mevrouw Angela Merkel (Bondskanselier, Duitsland), mag worden verwacht dat de Duitse vraag voor een Verdragswijziging met betrekking tot het uitwerken van een permanent crisisbeheersingsmechanisme centraal zal staan in de besprekingen.

Het European Financial Stability Fund, werd op 9 mei 2010 solidair door de zevenentwintig lidstaten opgericht, met als doel de financiële stabiliteit in Europa te handhaven. Door het ter beschikking stellen van honderden miljarden euro's kan financiële hulp worden verleend aan landen uit de eurozone die in moeilijkheden verkeren en kunnen speculatieve bewegingen op internationale financiële markten worden tegengegaan.

Duitsland is niet bereid dit « interimsysteem » te verlengen zonder een verdragswijziging omdat deze faciliteit expressis verbis verboden is door artikel 125 van het Verdrag. Zodoende moet er een beperkte verdragswijziging komen.

De Task force « Economic Governance » (onder leidign van de voorzitter van de Europese Raad, Herman Van Rompuy) stelt vast dat op middellange termijn er effectief een geloofwaardig crisisbeheersingsmechanisme voor de Eurozone nodig is. Bij het uitwerken van een dergelijk mechanisme moet echter het steeds aanwezige probleem van de moral hazard worden opgelost.

Het voorbereidende werk zou vanaf november 2010 kunnen opstarten. Één van de mogelijkheden zou kunnen zijn om de noodzakelijke beslissingen, ook in de nationale parlementen, met betrekking tot de zeer nabije toetreding van Kroatië tot de EU, te gebruiken als procedure. Onderzocht dient te worden of eenzelfde procedure voor de Verdragswijziging voor het definitieve beschermingsmechanisme enerzijds en voor de toetreding van Kroatië anderzijds, mogelijk is, eventueel via de vereenvoudigde herzieningsprocedure (artikel 48 van het Verdrag betreffende de EU).

Om te vermijden dat het onderschrijven van de conclusies van het rapport van de Task force zou onmogelijk worden gemaakt door de Duitse eis, kan volgens de eerste minister worden overwogen dat de permanente voorzitter van de Raad de mogelijke pistes voor een akkoord zou onderzoeken tegen de Europese Raad van december 2010. Op deze manier kunnen enerzijds de conclusies van het rapport van de Task force worden goedgekeurd en anderzijds kan worden afgesproken dat tegen de Europese Raad van december een voorstel van verdragswijziging zou kunnen worden uitgewerkt op initiatief van de permanente voorzitter van de Europese Raad.

Naast het economisch bestuur moet ook de G 20-Top in Seoel worden voorbereid. De heer Reynders is met het oog daarop vorige week al ter plaatse geweest. Het hoofdthema van de Top wordt zeker de hervorming van de internationale financiële instellingen en meer bepaald van het Internationale Monetaire Fonds (IMF). Tevens zal worden gedebatteerd over de zogenaamde wisselkoersinterventies om concurrentiële redenen.

Het standpunt dat de EU op de G 20-Top gaat innemen, werd eind september 2010 voorbereid tijdens een informele Raad ECOFIN. Tijdens die Raad werden antwoorden geformuleerd op bepaalde vormen van druk uitgaande van de opkomende economieën; meer bepaald werd dieper ingegaan op de samenstelling van de leidende instanties binnen het IMF. Voorts verwijst de heer Leterme naar de pogingen van de regering Obama om binnen het IMF meer armslag te geven aan die opkomende economieën en aan de armste landen. Die druk om het gewicht van de Europese landen terug te dringen ten voordele van de opkomende economieën, komt er ook vanuit het IMF zelf.

Het in september binnen de Raad ECOFIN uitgewerkte Europese standpunt werd door Amerika te voorzichtig, te vaag en onvoldoende concreet bevonden. Daarom hebben de VS gebruik gemaakt van hun feitelijk vetorecht, om aldus de verlenging te verhinderen van de uit vierentwintig leden bestaande structuur. Op die manier hebben ze de noodzaak onder de aandacht gebracht van een vermindering van het aantal directeuren binnen het IMF, van vierentwintig tot twintig. De Verenigde Staten (VS) zijn er dus in geslaagd hun visie op te leggen, maar de regering voert onderhandelingen opdat België, als medeoprichter van het IMF, een comfortabele positie binnen de nieuwe structuur kan behouden.

Het laatste punt dat heel uitdrukkelijk op de agenda van de Europese Raad van 28 en 29 oktober 2010 staat is de voorbereiding van de Klimaatconferentie van . Er is een consensus over de doelstellingen van Cancún, nl. tot een gebalanceerd pakket aan beslissingen vooruit op het vlak van mitigatie, adaptatie, financiering en technologie, met onderdelen die dan op termijn kunnen leiden tot een echt akkoord. De EU wil wat dat betreft de lat niet extreem hoog leggen om niet de fout te maken van Kopenhagen. Men moet vooral consolideren en ervoor zorgen dat volgend jaar legally binding conclusions kunnen worden getrokken op de COP 17 in Zuid-Afrika.

In Cancún moet ook worden gewerkt aan het opbouwen van vertrouwen tussen ontwikkelde landen en de G77 op financieel gebied. De EU zal er een stand van zaken presenteren met betrekking tot tot de fast start klimaatfinanciering, de stand van zaken die voorbereid zal zijn in Ecofin. Voor 2010 moet de EU 2,4 miljard euro kunnen voorleggen aan mitigatie en adaptatie. België heeft reeds 42 miljoen euro toegezegd (pledges). De heer Leterme heeft een overleg met de gemeenschappen en de gewesten betreffende hun tussenkomst gunstig kunnen afronden. In 2010, 2011 en 2012 zal België in samenwerking met de gewesten een pledge van 150 miljoen euro kunnen nakomen.

De Raad Leefmilieu van 14 oktober 2010, voorgezeten door mevr. Schauvliege (minister voor Leefmilieu, Vlaams Gewest), heeft conclusies aangenomen die de verwachtingen van de EU en de posities voor Cancún bepalen. Normaal zullen deze conclusies op de Raad worden onderschreven. De belangrijkste nieuwigheid is het Europees akkoord over de voorwaarden waaronder door de EU een tweede verbintenissenperiode voor het Kyotoprotocol zou kunnen worden overwogen. De voorwaarden zijn :

1. dat de andere ontwikkelde landen een vergelijkbare inspanning leveren en dat van de opkomende ontwikkelingslanden een adequate inspanning wordt verwacht;

2. dat de huidige zwaktes van het Kyotoprotocol inzake milieu-integriteit worden aangepakt, met name door ervoor te zorgen dat verrekening van de overschotten aan emissie-eenheden (AAU's) en emissies uit de bosbouw het systeem niet zouden uithollen en minder geloofwaardig maken.

Ook externe vertegenwoordiging kan aan bod komen in heel het proces ter voorbereiding van Cancún. Het gaat erom wie namens de EU spreekt. De EU moet in Cancún één standpunt aannemen en liefst nog letterlijk via één stem. In samenwerking met de Commissie heeft de regering een voorstel gedaan om alvast de Raad en de Commissie achter een gezamenlijke naamplaat te laten plaatsnemen.

De positie van de Belgische regering ter zake is dat de conclusies van de Raad Leefmilieu onder Belgisch voorzitterschap van mevrouw Schauvliege, een voldoende onderhandelingsbasis zijn voor Cancún. De komende Europese Raad moet vermijden dat er opnieuw fundamentele discussies rijzen over het akkoord van 14 oktober.

Samengevat spitst het Belgische voorzitterschap zich thans toe op de volgende thema's :

— de economische governance;

— de herziening van het Verdrag van Lissabon, en de Duitse verzoeken in dat verband;

— de voorbereiding van de G20-Top in Seoel;

— de voorbereiding van de conferentie van Cancún over de klimaatverandering.

Ook de EU-Afrika-Top en de EU-US-Top staan op de agenda.

B. Gedachtewisseling

Mevrouw Eva Brems, volksvertegenwoordiger, verzoekt de eerste minister volgende dossiers met de Amerikaanse collega's te willen aankaarten op de EU-USA Top op 20 november in Lissabon.

Door het lekken van documenten op Wikileaks is aangetoond hoe het Amerikaanse leger in Irak systematisch nalaat om in te grijpen wanneer de Irakese veiligheidsdiensten zich schuldig maken aan foltering.

Manfred Nowak, VN-Rapporteur voor Folteringen, en Navanethem Pillay, Hoog Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, hebben reeds geëist dat de Verenigde Staten hiernaar een onderzoek zouden instellen en dat zij de verantwoordelijken voor het gerecht zouden brengen. Het is wenselijk, en het Belgische voorzitterschap kan dit faciliteren, dat de Unie zich achter deze vraag schaart en ze ter sprake brengt op de Top.

De VS ter verantwoording roepen is ook belangrijk om consequent te zijn. De EU moet niet alleen van zwakkere partners, bijvoorbeeld in Afrika, vragen de mensenrechten te respecteren. De mensenrechten zijn universeel en verdragen geen dubbele standaarden.

De VS ter verantwoording roepen is bovendien in het belang van de Unie omdat voor vele mensen in een niet-westerse wereld de VS en Europa nogal gemakkelijk samen beschouwd worden als « het Westen ». De Amerikaanse schendingen in Irak ondergraven niet enkel de Amerikaanse autoriteit inzake mensenrechten maar tasten ook de geloofwaardigheid van het mensenrechtendiscours van de gehele Westerse wereld aan.

Er moet dus worden aangedrongen opdat een grondig onderzoek wordt ingesteld.

Om dezelfde reden is het ook nodig om Guantánamo ter sprake te brengen. Het detentiecentrum in Guantánamo is nog altijd open en de VS zijn bovendien van plan om na de sluiting de resterende gedetineerden te blijven vasthouden voor onbepaalde duur zonder proces. Europa kan dit niet dulden en moet bij de VS aandringen op een eerlijk proces voor een onafhankelijke rechtbank van alle gedetineerden aldaar.

Ten slotte haalt mevrouw Brems de zaak van de zogenaamde Cuban 5 aan. Deze zaak mobiliseert ook vele mensen in ons land. Men hoeft zich niet uit te spreken over schuld of onschuld om aan te dringen op een nieuw proces voor deze mannen aangezien zowel het comité inzake arbitraire detenties van de VN als internationale mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International van oordeel zijn dat er ernstige problemen zijn met het eerlijk karakter van dit proces, in het bijzonder wat betreft de onpartijdigheid. Daarnaast is ook het weigeren van visa aan de echtgenotes een onverantwoorde beperking van fundamentele rechten.

De heer Bruno Tuybens, volksvertegenwoordiger, wil graag van de eerste minister vernemen wat de standpunten en initiatieven zullen zijn op de volgende EU-USA Top. Het is belangrijk dat de EU ten aanzien van de Verenigde Staten met één stem spreekt aangezien de eerste Top met de VS is afgeblazen omdat de EU in de ogen van de Amerikanen te veel verdeeld leek.

Er zijn in Irak in de afgelopen negen jaar meer dan honderdduizend doden gevallen daar waar tot nu toe een lager cijfer werd aangenomen. Er is dus duidelijk nood aan een onderzoek ter zake. De heer Tuybens hoopt dat President Obama dat onderzoek ook aanbeveelt.

Het is ook belangrijk dat de Europese diplomaten contacten onderhouden met hun Amerikaanse collega's die veel invloed hebben in Irak om de executie van Tariq Aziz tegen te houden want doodstraf kan nooit in geen enkele omstandigheid.

De heer Tuybens vindt dat België en, bij uitbreiding, de Europese Unie via de externe vertegenwoordiging een duidelijk signaal moet geven ten aanzien van de Afrikaanse landen om de sterk opkomende holebihaat te kanaliseren en aan banden te leggen via opleiding en andere overheidscommunicatie.

De heer Tuybens wil weten of de vraag van Duitsland voor een wijziging van het Verdrag van Lissabon intussen is afgezwakt. Uiteraard is daarvoor unanimiteit nodig en zouden in sommige landen nationale referenda moeten worden opgezet.

De heer Tuybens heeft nog een vraag met betrekking tot het economische beleid. Vele landen, waaronder België, hebben heel veel inspanningen gedaan om de banken te redden; er zijn bijkomende schulden opgenomen om de economie overeind te houden. Nu zou Europa de landen die zich niet aan het begrotingsregels houden, een boete opleggen. De afgelopen twintig jaar werd reeds een vrij blinde liberaliseringpolitiek gevoerd en Europa heeft nauwelijks een rol van betekenis gespeeld op het vlak van sociale politiek. Dit blind liberaal besparingsbeleid verder voeren houdt het gevaar voor sociale bloedbaden in. De premier heeft wel gezegd dat de investeringen in werkgelegenheid zouden mee opgenomen worden in de beoordelingscriteria. Maar volgens de heer Tuybens moeten ook de investeringen van de landen op het vlak van armoedebestrijding, onderzoek, innovatie, opleiding, groene economie, in die criteria worden opgenomen zodanig dat de landen die daar sterk hebben geïnvesteerd niet automatisch zouden gepenaliseerd worden.

De heer Jan Jambon, volksvertegenwoordiger, merkt op dat in het kader van de regulering van de financiële diensten, dat uit de rapporten naar aanleiding van de bankencrisis (onder andere dat van de heer Lamfalussy), is gebleken dat één van de belangrijke factoren die tot de bankencrisis heeft geleid het gebrek aan regulering van de ratingbureaus is.

De heer Jambon wil weten of men nu evolueert naar Europese ratingbureaus of naar Europese accreditatie van de ratingbureaus ?

In het raam van wat het « Europees semester » wordt genoemd, dat de nationale parlementen de kans biedt hun respectieve regering begrotingsinstructies te geven, vraagt de heer Richard Miller, senator, hoe de eerste minister die bepalingen toegepast wil zien, gezien de situatie waarin België zich momenteel bevindt.

Tevens wenst de spreker te weten of in de Raad zal worden besproken of de Mediterrane Unie-Top, die in Barcelona zou moeten plaatsvinden, al dan niet doorgaat. Wat is het Belgische standpunt terzake ?

Als er moet worden gesnoeid in de uitgaven van de Unie, net op het ogenblik dat de Unie als gevolg van het Verdrag van Lissabon meer taken toebedeeld krijgt, rijst de vraag welke uitwerking die besparingen hebben voor België (structuurfondsen).

Met betrekking tot de eigen middelen van de EU wordt vaak gesproken over een heffing op de financiële verrichtingen. De heer Miller wenst te weten of nog in andere ontvangsten is voorzien.

De heer Stefaan Vercamer, volksvertegenwoordiger, stelt vast dat deze Top belangrijk zal zijn voor het sociaal-economisch bestuur van de EU. De premier heeft daarbij verwezen naar de eindconclusies van de Task force « Economic Governance » onder leiding van Herman Van Rompuy, die onderwerp van gesprek zullen zijn op deze Top samen met de zes wetgevende voorstellen van de Europese Commissie voor een versterkt Europees economisch beleid. De heer Vercamer veronderstelt dat dit alles zal uitmonden in een aantal nieuwe regels met de bijhorende consequenties. Sommige landen hebben al begrotingsinspanningen aangekondigd en lopen eigenlijk al wat vooruit op eventuele nieuwe regels van die Task force. Wat is de positie van België en hoe schat de premier de betekenis van die nieuwe regels in voor het toekomstige traject van België ?

Mevrouw Rita De Bont, volksvertegenwoordiger, vraagt zich af of uit de stelling dat, om de Klimaattop in Cancún te laten slagen, de lat niet te hoog zou worden gelegd en verder zou worden gewerkt met de voorstellen van Kopenhagen, kan worden afgeleid dat de emissiereductie op 20 % blijft. Of is het mogelijk dat dit cijfer nog wordt opgetrokken zoals in sommige middens wordt gevraagd, aangezien die 20 % gemakkelijk werd behaald als gevolg van de economische crisis ?

Mevrouw Gwendolyn Rutten, volksvertegenwoordiger, vroeg de eerste minister tijdens een vorige vergadering of België als Lidstaat, de Commissie of de Raad zou volgen in het kader van de sancties in verband met de economic governance : Thans is die vraag nog complexer geworden. Een derde optie is Merkel en Sarkozy steunen. Uiteraard moet België haar rol van voorzitter op zich nemen maar op een Europese Raad heeft België ook de plicht om als land een standpunt in te nemen. België heeft als kernlid van de Unie steeds de communautaire aanpak verdedigd en heeft daar als kleine lidstaat ook voordeel bij. Zowel bij de voorstellen naar voren gebracht in de Task force als deze uit het Deauville-compromis valt men ten prooi aan de macht of willekeur van het intergouvernementele spoor. In het verleden heeft men kunnen vaststellen waartoe dit leidt. Het waren niet toevallig zowel Frankrijk als Duitsland die in het verleden zelf de afspraken in het kader van het stabiliteitspact niet zijn nagekomen. Om werkelijk resultaat te boeken, is het de plicht van België om mee de communautaire lijn te ondersteunen en mee te wegen op de voorstellen van de Commissie.

België heeft trouwens steeds het communautaire pad bewandeld en heeft zich steeds erg geënt op de Europese Commissie. Het is een goede zaak dat een Belg nu voorzitter is van de Europese Raad. Mensen die een Europese topfunctie bekleden worden echter geacht hun nationaliteit tijdens hun functie af te werpen. Mevrouw Rutten is ervan overtuigd dat de heer Van Rompuy dat ook doet en dat hij het Belgische niveau overstijgt. De omgekeerde logica is dan ook dat een Lidstaat zich niet mag laten leiden door het feit dat één van zijn mensen een Europese topfunctie bekleedt, in het geval van België bij de Europese Raad.

Mevrouw Rutten sluit zich tevens aan bij haar collega's wat betreft de onthullingen van Wikileaks. Het moet zeker in het kader van een open relatie op een gepaste manier mogelijk zijn op de komende EU-USA Top de kwestie aan te kaarten bij de Amerikanen.

De heer Kristof Calvo, volksvertegenwoordiger, maakt zich zorgen over de voorbereiding van de Klimaatconferentie te Cancún, ondanks de positieve berichten zoals de engagementen rond de Fast start financiering en het feit dat de Raad en de Commissie zich achter één naam zullen scharen. Een internationaal akkoord ligt immers niet voor het grijpen gezien de moeilijke omstandigheden voor president Obama in de VS en de situatie in China. Maar ook de EU neemt volgens hem een al te aarzelende houding aan. Het is belangrijk een paar stappen vooruit te zetten.

De Premier sprak over het gebalanceerd pakket van deelakkoorden ter voorbereiding van 2011. De meting, registratie en controle voor CO2-reductie evenals ontbossing zijn niet expliciet vermeld. De heer Calvo wil graag weten of deze toch wel belangrijke aspecten mee op het verlanglijstje van de EU en van de premier en België als voorzitter staan.

De tweede vraag van de heer Calvo betreft het Kyotokader. Op de Europese Leefmilieuraad is daarover reeds een discussie geweest. Commissievoorzitter Barroso weet dat het heel erg moeilijk is om een globaal akkoord uit de brand te slepen en pleit dus voor een Kyoto 2, een verlenging van het Protocol. Een aantal Lidstaten zijn daar geen voorstander van.

De heer Calvo vreest dat, indien de voorwaarden die door de Premier werden geschetst worden gehandhaafd, het zeer moeilijk zal zijn om een verlenging van het Kyotoprotocol af te dwingen. Hij pleit ervoor dat België zich ervoor engageert dit absolute minimum toch te boeken.

Op de Europese Leefmilieuraad is niet echt een beslissing genomen rond de Europese doelstelling : 20 of 30 % tegen 2020. Men wil de mogelijkheden verder bestuderen.

Ook de Belgische positie is niet duidelijk. Tijdens de vorige vergadering van het Federaal Adviescomité heeft de Premier gezegd dat België op de positie van 20 % blijft tenzij er een globaal akkoord komt. Federaal minister voor Klimaat en Energie, Paul Magnette, zei op 19 oktober tijdens de commissie Volksgezondheid dat België voluit voor 30 % gaat. Vlaams minister van Leefmilieu, Joke Schauvliege, heeft eerst gepleit voor 20 % maar lijkt nu aarzelend te pleiten voor de 30 %.

De heer Calvo vraagt hoe waarschijnlijk de Premier het nog acht dat de Europese Unie de stap zet naar 30 %. 20 % is immers heel erg gemakkelijk en gaan voor 30 % zou de economie een nodige boost kunnen geven. Hij hoopt dat de Premier alsnog duidelijkheid hierover schept en zich hiervoor mede engageert.

Mevrouw Marie Arena, senator, wenst te weten hoe de ministers van Sociale Zaken zullen worden betrokken bij de macro-economische governance van Europa. Zij stelt vast dat de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (EPSCO) daar onvoldoende bij betrokken is.

Tevens is zij verwonderd dat de NAVO-Top van november niet wordt voorafgegaan door een vergadering van de Raad Defensie. Is dit een vergissing, of geeft men de NAVO vrij spel ? Met de laatste optie gaat de spreekster niet akkoord.

De heer Philippe Mahoux, senator en co-voorzitter van het Federaal adviescomité voor Europese Aangelegenheden, vraagt zich af of het Frans-Duitse initiatief in verband met de herziening van het Verdrag een manoeuvre is om de toepassing van de conclusies van de Task force te vertragen. Het voorstel van mevrouw Merkel om de wijziging van de Verdragen te koppelen aan de toetreding van Kroatië zal een en ander voor de Europese burger zeker niet duidelijker maken.

In het verlengde van de vraag van mevrouw Arena in verband met de NAVO-Top wil hij ook de aandacht vestigen op de Top EU-Rusland, die binnenkort zal plaatshebben en van groot belang is. Het al dan niet betrokken zijn van Rusland bij het nieuwe strategische concept van de NAVO heeft een bijzondere betekenis voor de kernontwapening en het antiraketschild.

De spreker stelt met genoegen vast dat de bijdrage van COSAC (Conferentie van in communautaire aangelegenheden gespecialiseerde organen) eenparig is aangenomen, in tegenstelling tot wat tijdens de vorige COSAC-vergadering in Madrid is gebeurd.

Tot slot waren de toespraken van de heren Van Rompuy, Barroso en Leterme bijzonder veelzeggend en de tegenstellingen tussen bepaalde nationale parlementen konden worden getemperd. Het interinstitutioneel akkoord tussen het Europees Parlement en de Raad, waarover ook in COSAC een debat werd gehouden, werd door bepaalde nationale parlementen bekritiseerd en de Raad heeft er ook een juridische nota aan gewijd. De spreker wil graag weten of het over een officiële nota gaat en of het Belgische voorzitterschap dat knelpunt heeft geagendeerd.

C. Antwoorden van de eerste minister, de heer Yves Leterme

Aangaande de door voorzitter Mahoux ter sprake gebrachte nota van de Raad preciseert eerste minister Yves Leterme dat het gaat om een interinstitutioneel probleem tussen de Raad en de Commissie. Dat vraagstuk werd bij het Hof van Justitie van de Europese Unie aanhangig gemaakt en het komt het Belgische voorzitterschap dus niet toe daarop een antwoord te bieden.

De Top EU-Rusland zal op 7 december in Brussel worden gehouden en België zal die vergadering aanwenden om zijn bilaterale betrekkingen met Rusland op te voeren. De Top zelf zal vier hoofdthema's behandelen : economie, klimaatopwarming, bilaterale betrekkingen tussen de Europese Unie en Rusland en het energieaspect van die relaties, als voorbereiding op de Europese Raad van 4 februari 2011, die zal gewijd zijn aan het vraagstuk van de energiebevoorrading.

Dankzij het verband tussen de wijziging van het Verdrag van Lissabon en de toetreding van Kroatië kunnen hetzelfde juridische en hetzelfde wetgevende instrument worden gehanteerd. De heer Leterme voegt daaraan toe dat de beslissing om zich van een referendum te bedienen niet is genomen zonder erbij na te denken, maar dat ze is ingegeven door een politiek oordeel. Een moeizame ontstaansgeschiedenis zoals die van het Verdrag van Lissabon kan worden voorkomen, en dat zou deel kunnen uitmaken van een verkennersopdracht die eventueel kan worden toevertrouwd aan de heer Herman Van Rompuy, die terzake enige ervaring heeft. Er moet worden gepeild naar de mogelijkheden om het Verdrag van Lissabon bij te sturen zonder te raken aan artikel 125 van het VWEU en zonder naar een referendum terug te moeten grijpen, dat een omslachtig instrument is. De aan een referendumprocedure verbonden risico's moeten kunnen worden beoordeeld, en in december moet met kennis van zaken een beslissing kunnen worden getroffen.

Volgens de eerste minister staan de conclusies van de Task force niet haaks op het Frans-Duitse initiatief.

De gemeenschappelijke voorstellen van mevrouw Merkel en de heer Sarkozy zullen mee aan bod komen tijdens het debat over de omzetting van de conclusies van de Task force in verband met het Verdrag.

In antwoord op de vraag van mevrouw Arena stelt de Premier dat naast de economische toestand, klimaatswijziging, bilaterale betrekkingen, ook internationale vraagstukken van algemene orde zullen behandeld worden. De Premier kan zich niet indenken dat daar ook niet aspecten van defensie aan bod zouden komen. Weliswaar is het de Raad Externe Betrekkingen die in november de Top EU-Rusland van 7 december 2010 te Brussel zal voorbereiden.

Er zijn twee instanties waarin de Raad en het voorzitterschap een vrij beperkte rol spelen. Dat is bijvoorbeeld het geval binnen de Europese Raad, waarin de rol van de heer Leterme er alleen in bestaat het woord te nemen, maar waarin voorzitter Van Rompuy de debatten modereert.

De heer Leterme heeft van bij de aanvang gezegd dat de regering de inwerkingtreding en de toepassing van het Verdrag zouden faciliteren.

Wat betreft de vraag van mevrouw Arena betreffende de oprichting van een Raad Defensie ter voorbereiding van de NAVO-Top rond het NAVO-concept in Lissabon : dit is de verantwoordelijkheid van mevrouw Catherine Ashton (hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie). Het Belgische voorzitterschap, is niet bevoegd voor de Raad Defensie. Het betreft een vraagstuk in verband met het gemeenschappelijk defensie- en veiligheidsbeleid, en het voorzitterschap bij toerbeurt is daarvoor niet bevoegd.

In antwoord op de vraag van de heer Calvo over de discussie aangaande 20 of 30 % CO2-reductie, zegt de premier dat België hier in de positie is van honest broker. België probeert een consensus te vinden. De honest broker-rol heeft ertoe geleid om de 20 % met een conditionele opstap naar 30 % als basis te nemen voor het Belgische standpunt. De Commissie onderzoekt wat de effecten zouden kunnen zijn van een eenzijdig optrekken van de reductiedoelstelling naar 30 %. De conclusies van de studie van de Commissie en haar voorstellen hieromtrent zullen worden besproken op de Lentetop 2011, dus tijdig voor de COP17. Tot zolang blijft de huidige EU-positie gelden, hetzij 20 %, opstap naar 30 % conditioneel verbonden aan inspanningen van een gelijke strekking, gelijk volume van andere economische blokken. Uiteraard heeft de heer Magnette het volste recht om te pleiten voor een versterking van de doelstelling. België wil dit trouwens ook. Maar eerst moet er voor worden gezorgd dat er een standpunt is en inhoudelijk alle zevenentwintig landen op dezelfde lijn zitten. De heer Leterme laat ook opmerken dat het in 2008 niet eenvoudig is geweest om de 20 en 30 reductieprocenten vast te leggen. Landen zoals onder andere Polen, Bulgarije, Roemenië en Hongarije hadden met hun oude koolsteencentrales, en dergelijke alle redenen om hiertegenover zeer weigerachtig te zijn.

De ontbossing en de Measuring Reporting Verification (de MRV) is opgenomen als doelstelling maar het wordt niet evident om deze tijdig ter bespreking te brengen.

Wat de vraag van de heer Jan Jambon over de Rating Agencies betreft : deze hebben in de bankencrisis als marktoriënterende instrumenten in hoofde van operatoren een zeer belangrijke psychologische rol gespeeld. Er is afgesproken dat er een Mededeling van de Commissie komt die kan leiden tot een aantal opties :

— de eerste optie is een regulering door ESMA (EU Securities and Markets Autority), het nieuwe Europese Supervisory Authorities, dus de toezichtautoriteit

— een tweede optie is de oprichting van een eigen Europees Rating Bureau. Uiteraard stellen zich dan een aantal vragen. (particulier of Europees initiatief en wie financiert). Frankrijk en Duitsland denken na over die piste maar er zijn nog geen oriëntaties genomen en het debat is dus voor de volgende maanden.

In antwoord op de vraag van de heer Tuybens over het spreken met één stem in de relaties EU en VS bevestigt de Premier dat de heer Herman Van Rompuy als voorzitter van de Europese Raad, namens de Europese Unie het woord voert op de grote bilaterale en multilaterale topconferenties, na de regeringsleiders en staatshoofden geraadpleegd te hebben.

Voor de normale externe betrekkingen is mevrouw Ashton, hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, verantwoordelijk.

De thematieken inzake Wikileaks, Guantánamo, de Cuban 5 zal de Premier te berde brengen in de kringen waar het gehoort.

De agenda van de Top USA-Europa is op vraag van de USA vooral economisch. Hij zal plaatshebben in een tijdsgewricht een week na de Top van Seoel (G20, 12 november 2010), en zal twee uur beslaan zodat het niet mogelijk is alles daar te bespreken.

De heer Leterme denkt dat de thema's gesuggereerd door de heer Tuybens zeker aan bod zullen komen op de Top EU-Afrika.

Er is niet automatisch een referendum in verband met het economisch beleid van de economic governance, de Premier denkt dat er mogelijkheden zijn om dit te vermijden, des te meer omdat dit een element is van soevereine politieke appreciatie in hoofde van bepaalde regeringen of zelfs parlementen.

Wat de aanbevelingen van de Task force « economic governance » betreft en de impact op België, beaamt de Premier dat de begrotingssituatie, wanneer men België geïsoleerd beschouwt, uiteraard enige zorgen baart en er moet aan gewerkt worden. Nochtans behoort de begrotingssituatie van België bij de zes-zeven betere landen van de EU. Op het einde van dit jaar zal België normaal een deficit van - 4,8 % hebben. Mogelijk staat België bij de publicatie van de nieuwe groeicijfers van de Nationale Bank binnen een paar weken op - 4,7 of - 4,9 %.

Tevens herinnert de premier aan het cijfer van - 6 in September 2009. In de begrotingswijziging in het voorjaar is dat cijfer bijgesteld op - 4,8 wat ook zal worden gehaald. De sequentie is - 4,8, - 4,1, - 3 en dan op twee jaar naar 0. Om redenen van verkiezingskalender is de inspanning - 4,8 naar - 4,1 iets minder dan andere jaren. Eigenlijk moeten we ernaar streven de - 4,1 als doelstelling te overschrijden en de ambitie hebben om in 2011 een stuk onder 4 % te gaan.

De regering zal reeds een aantal inspanningen leveren en proberen in de komende weken een ontwerp van financie-wet neer te leggen. Wat entiteit 1 (federale overheid en Sociale Zekerheid) betreft is de afstand tussen de doelstelling 2011 en de « going concern » houding (dus geen extra maatregelen nemen), 0,16 % BBP, een kleine 700 miljoen euro.

Het grote probleem stelt zich op entiteit 2 (gemeenschappen en gewesten en lokale overheden) waar de Vlaamse regering, via een ontmaskerde boekhoudkundige handeling, 500 miljoen slechter gaat presteren dan in 2010 en waar ook een afwijking is van 0,4 % in de investeringscyclus van de lokale besturen (discussie : cijfers van de Nationale Bank, de begrotingscijfers zelf).

Voor 2011 moet een heel belangrijk deel van de inspanning vooral op entiteit 2 gebeuren, gegeven zijnde dat men ook inzake sociale zekerheid tot een evenwicht komt om door toebedeling van wat overblijft als men de 4,5 % niet uitgeeft maar besteedt aan het globale beheer van de sociale zekerheid en rekening houdende met de toegestane leningen...

Voor entiteit 1 is dat gewoon de 0,16 en willen we daar ook een belangrijk deel van de nodige inspanning leveren.

Hoe dan verder zal worden gewerkt van - 4,8, - 4,1 naar - 3, horizon 2012, zal de komende maanden moeten blijken. Dit project is zeker haalbaar en zal waarschijnlijk deel uitmaken van de besprekingen over het regeerakkoord. De Belgische begrotingstoestand is beter dan deze van het VK met een deficit van 10,5 % en dan deze van Frankrijk met een deficit van 8 %. Ook Nederland en Duitsland hebben in 2010 nog een verergerende budgettaire toestand terwijl die in ons land reeds de goede richting uitgaat. De afstand tussen de Belgische schuldgraad en de gemiddelde Europese schuldgraad is nog nooit zo klein geweest. België heeft een schuldgraad van 100 % maar de zaak is onder controle. Het gemiddelde van de andere Europese lidstaten echter is enorm gestegen. Frankrijk bijvoorbeeld zit ongeveer op 90 %.

Inflatie en groei tonen aan dat België al in 2011 aan schuldafbouw gaat doen, ook omdat België niet al te zwaar heeft geïnvesteerd in koopkrachtbevorderende maatregelen. Als exportgeleide economie heeft België geprofiteerd van de groei in de omringende landen. Het herlanceren van de economie heeft in België budgettair minder zwaar aangetikt, ook dank zij maatregelen inzake sociale zekerheid waardoor er veel minder werkloosheid is geweest dan verwacht.

In antwoord op de vraag van de heer Miller zij erop gewezen dat de topontmoeting van Barcelona op 21 november zou moeten plaatsvinden, maar dat nog niet formeel is beslist dat die ook wordt gehouden. Dat hangt af van het antwoord van de Arabische Liga, dat gerelateerd is aan de evaluatie van het vredesproces in het Midden-Oosten, dat nog altijd aan de gang is, zij het tegen een trager tempo. Voorts hangt het ervan af of de bouw van nederzettingen in de bezette gebieden al dan niet wordt opgeschort.

De eerste minister meent dat de Europese begroting en de eigen middelen een erg beperkte weerslag op België zullen hebben. De begrotingsprocedure is zopas aangevat, en voor het eerst zal de begroting worden vastgelegd in overleg met het Europees Parlement en de Raad. Voorheen nam een bemiddelingscomité dienaangaande een beslissing in vierentwintig uur. Thans zullen het Europees Parlement en de Raad over eenentwintig dagen beschikken om over de begroting te beslissen.

De heer Leterme merkt op dat hij onlangs in het Europees Parlement de inleidende toespraak bij de begrotingsprocedure heeft gehouden. Volgens hem kan een begroting worden uitgewerkt die in voldoende middelen voorziet opdat de structuurfondsen normaal zouden kunnen werken, en de andere uitgaven die een impact hebben op de lidstaten, kunnen doorgaan.

Uit de jongste vergadering ontstaat de indruk dat de Raad en vooral het Europees Parlement er zich terdege van bewust zijn dat de lidstaten met een ongeziene economische en financiële crisis kampen; het komt erop aan redelijk te blijven. De verklaring van de heer Lamassoure, voorzitter van de commissie voor de Begroting van het Europees Parlement, versterkt overigens die indruk. De heer Leterme is evenwel gemeld dat een aanzienlijke verhoging van de structuurfondsen, wellicht met meer dan 10 %, kon worden verwacht, maar over de verdeling ervan over de lidstaten kan hij zich niet uitspreken.

Aangaande de eigen middelen heeft België ervoor gekozen een duidelijk onderscheid te maken tussen de begrotingsprocedure zelf, waarvoor het medebeslissingsbeginsel geldt, en de begrotingsevaluatie (budget review), die een veel strategischere aangelegenheid is en politiek nogal kies ligt.

Beide procedures mogen elkaar zeker niet doorkruisen; er moet immers worden voorkomen dat het Europees Parlement de goedkeuring van de begroting afhankelijk zou stellen van een akkoord over de begrotingsevaluatie. Dat zou de begrotingsprocedure dreigen te verlammen en het − overigens heel positieve − imago van het Belgische EU-Voorzitterschap en van België in Europa sterk kunnen schaden.

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de minister van Begroting, werkt aan een afzonderlijk akkoord over de begroting en aan een politiek akkoord met het Europees Parlement over de begrotingsevaluatie.

Wat niet voor de hand ligt, is dat de conclusies van de Raad EPSCO zouden worden overgenomen door de Task force; deze laatste werd oorspronkelijk opgericht om de economische crisis uit financieel oogpunt te benaderen, in het licht van de nationale begrotingen en het concurrentievermogen. Zowel de heer Leterme als mevrouw Milquet (binnen de Raad EPSCO) en de heer Reynders (binnen de Raad ECOFIN) trachten te bewerkstelligen dat naar de conclusies van de Raad EPSCO wordt verwezen, zij het voorlopig zonder succes. België staat op dat punt vrijwel helemaal alleen.

Het stabiliteitsprogramma dat uitgetekend is met evenwicht 2015 is zeer haalbaar en België zal niet snel onderwerp uitmaken van sancties, zoals bijvoorbeeld het verplicht op een deposito zetten van een deel van de financiële middelen met een renteopbrengst ofwel verplicht gelden vanuit structuurfondsen specifiek aanwenden voor bepaalde economische projecten.

België steunt de Commissie wat de sancties betreft behalve wat betreft het inhouden van subsidies uit de Europese begroting. België gaat ook mee in de idee dat, indien een lidstaat zijn verplichtingen nakomt, de middelen uit structuurfondsen enkel mogen aangewend worden voor bepaalde projecten met een sterke economische positieve betekenis. België is ook voor meer graduele en automatische sancties, de zogenaamde Reverse QMV, de omgekeerde Qualified majority vote. België zal in het debat erkennen dat er een soort systeem is van communicerende vaten tussen enerzijds de gestrengheid van sancties en anderzijds de positie van Duitsland op de EFSF (European Financial Stability Facility). Duitsland zal zijn akkoord op het definitieve systeem van verdediging van de euro slechts geven wanneer het zekerheid heeft over de geloofwaardige aard van de mogelijke sancties.

Aangaande de structuurfondsen zou de sanctie, ingeval het Stabiliteitspact niet in acht wordt genomen, erin bestaan dat een deel van die fondsen wordt aangewend voor economische maatregelen, om dat Stabiliteitspact te versterken.

De heer Tuybens vreest dat het automatische bestraffingsmechanisme in sommige landen zou kunnen leiden tot het niet meer investeren in armoedebestrijding en in de vitale functies van de economie zoals vorming en innovatie.

Er zou alleen een bestraffingsmechanisme mogen worden toegepast op landen die pertinent liegen, zoals de voormalige regering in Griekenland heeft gedaan over haar begrotingsdeficit.

De heer Tuybens is ook verwonderd over het feit dat de Top met de VS enkel over economie zal gaan. Hij hoopt dat de heer Van Rompuy ook een aantal mensenrechtenaspecten op de agenda brengt, niet alleen de kwesties van de Cuban 5 en Guantánamo, de folteringen door de VS in Irak maar ook de toepassing van de doodstraf.

De heer Calvo stelt met spijt vast dat de rol van België tijdens haar voorzitterschap zich schijnt te beperken tot deze van consensusbouwer, van honest broker. Als voorzitter van de EU moet België mee bepleiten wat goed is voor de EU. De conditionele opstap inzake CO2-reducties zoals vandaag bepaald, is niet voldoende. Het Europees milieuagentschap heeft bekendgemaakt dat België al een reductie gerealiseerd heeft van 17 %. Volgens een recent onderzoek naar de mogelijke impact op Gezondheidszorg blijkt dat België minstens 320 miljoen euro zou besparen indien de stap werd gezet naar de 30 %.

Hij pleit ervoor dat de Premier heel duidelijk positie zou nemen betreffende die 30 % en ook ontbossing zou proberen op de agenda te zetten. 20 % van de CO2 uitstoot is immer gelieerd aan ontbossing.

Mevrouw Rutten merkt op dat de aanpassing in verband met de automatische sanctionering voorgesteld in het Deauville akkoord niet wordt opgenomen in de teksten van de Task force. Kan de Raad daar nog van afwijken en wat is dan het standpunt van België ?

De heer Leterme repliceert dat de inhoud van het gesprek niet in de Conclusies zal staan maar dat hij het resultaat zal geven na de Raad.

In antwoord op de vraag van de heer Tuybens, benadrukt de Premier nog het preventieve karakter van het sanctioneringssysteem dat eigenlijk bedoeld is om nooit te worden toegepast.

Wat betreft de budgettaire prioriteiten van de lidstaten en het ontzien van armoedebestrijding, herinnert de Premier aan EU 2020 waar één van de vijf doelstellingen op aangeven van België ook de sociale cohesie is. De Commissie verwacht vanaf 12 november 2010 de nationale hervormingsprogramma's en zal niet alleen kijken naar reductie van CO2 uitstoot maar ook naar wat de lidstaten doen aan sociale cohesie.

De Premier verduidelijkt nog ten aanzien van de heer Calvo dat de beslissing met betrekking tot de 20-30 % uitstoot is genomen in overleg met de gewesten omdat het om een vooral gewestelijke materie gaat. Ook is het niet evident om in overleg met de andere Lidstaten een akkoord over milieudoelstellingen te bereiken.

III. DEBRIEFING VAN 10 NOVEMBER 2010

A. Inleiding

De eerste minister verwijst naar de conclusies in bijlage.

B. Gedachtewisseling

Peter Van Rompuy, senator, verwijst naar de conclusies van de Task force. Deze stellen dat in de toekomst de EU meer belang zal hechten aan de schuldgraad van de lidstaten. België bevindt zich in de groep van landen met een schuldgraad boven de 60 % en zal daarom een versneld pad tot sanering worden opgelegd. Wat zijn de gevolgen voor ons land ten opzichte van de huidige situatie en welke elementen worden opgenomen in de beoordeling van de schuldgraad ? Wordt private schuld ook opgenomen, aangezien dit voor België een groot verschil zou maken ?

In hetzelfde verdrag staat dat er specifieke aandacht zal gaan naar de hervorming van het pensioenstelsel. Is er op dit vlak voor de tekort- en de schuldgraad dringende bijkomende actie nodig voor België ?

Wat de macro-economische evenwichten betreft, wat is daar de impact voor België op de middellange termijn ? De indicatoren zijn nog niet vastgelegd, maar men zou kunnen denken aan consumptieverloop, vastgoedprijzen en in het bijzonder de loonkosten.

In het kader van het Europees Semester zullen de ontwerpbegroting en een aantal voorziene structurele hervormingen in de toekomst in het voorjaar al aan de Europese instellingen moeten worden voorgelegd. Deze aanpak zet de nationale controle van de begroting door de parlementen op zijn kop, aangezien dit traditioneel pas in het najaar gebeurt. Is er een manier waarop de nationale parlementen zich kunnen aanpassen aan deze nieuwe timing om ervoor te zorgen dat hun inbreng kan gevrijwaard worden ?

Christiane Vienne, volksvertegenwoordiger, stelt zich vragen bij het permanent crisismechanisme dat de financiële stabiliteit van de eurozone moet veiligstellen. In de conclusies staat dat de wijziging van het Verdrag ten laatste in de loop van de eerste helft van 2013 zou moeten plaatsvinden. Is er al een werkschema opgesteld ?

Welk evaluatie- en begeleidingsproces werd er uitgewerkt om de impact van de economische crisis op de EU-landen, meer bepaald Griekenland, na te gaan ?

Houden de toetredingscriteria in het kader van de uitbreiding van Europa in 2012 ook rekening met de financiële stabiliteit en het bankenstelsel ?

Karl Vanlouwe, senator, merkt op dat in de conclusies staat dat de lidstaten akkoord zijn over een permanent crisismechanisme om de stabiliteit van de eurozone te vrijwaren. Het definitief besluit over het mechanisme en de verdragswijziging zal waarschijnlijk pas in december genomen worden. Er wordt hier en daar gesproken over bepaalde sancties, is daar al meer over bekend ? Zullen er automatisch sancties volgen of zou dit enkel na een politieke beslissing mogelijk zijn ? Zijn er al concrete afspraken gemaakt over boetes en hoeveel deze zouden bedragen ? Er is een voorstel van mevrouw Merkel om eventueel het stemrecht van een lidstaat af te nemen. Zijn daar al enige reacties op ?

Richard Miller, senator, legt de nadruk op het probleem van de planning voor de voorbereiding van de begroting en de manier waarop het parlement en de regering te werk zullen gaan. Zullen de assemblees van de deelgebieden worden geraadpleegd ?

Op enkele dagen van de G20 wil spreker graag weten wat Europa zal meedelen over de wisselkoersen en over wat langzamerhand begint te lijken op een wisselkoersoorlog.

Vanessa Matz, senator, is verheugd over de betere coördinatie van het economisch bestuur en de goedkeuring van het principe van het Europese semester. Er moet echter op worden toegezien dat er in het economisch bestuur ook aandacht gaat naar de werkgelegenheid. Als men een duurzame groei wil die werkgelegenheid biedt en men een sociale markteconomie wil behouden, dan mag een toekomstvisie niet beperkt blijven tot louter budgettaire en financiële aspecten. Men moet ook kiezen voor investeringen in menselijk kapitaal. Tijdens een vorige bijeenkomst verklaarde de eerste minister dat de Belgische regering erop zou aandringen dat dit aspect in aanmerking wordt genomen, meer bepaald op grond van de conclusies van de recentste EPSCO-raad. Heeft men die visie helemaal laten varen ? Is er voldoende manoeuvreerruimte om dat aspect terug in de werkzaamheden van december op te nemen en er rekening mee te houden in de Europese strategie en in het economisch bestuur ?

Frank Boogaerts, senator, stelt vast dat er sinds de bankencrisis heel wat maatregelen worden genomen om de internationale handel te bemoeilijken. Er kan zelfs gesproken worden over een « valuta-oorlog ». Zal er op de G20 ook een verantwoording gevraagd worden aan de Verenigde Staten voor de injectie van 600 miljard dollars, waardoor men de uitvoer van producten uit Europa belemmert ?

Rik Daems, senator, stelt dat de Verenigde Staten zich op economisch vlak een grootschalige, gelegaliseerde fraude permitteert. Zal de Europese Unie, wanneer de top EU-VS zich aankondigt, op een harde manier stelling innemen tegen dit soort van unilaterale maatregelen ? Deze zijn weliswaar voorgesteld door een onafhankelijk orgaan en volkomen legaal binnen de Amerikaanse context, maar in de Europese context is monetaire financiering illegaal. Het is toch maar een paar weken geleden dat de ministers van Financiën het tegenovergestelde hebben geconcludeerd. Op 23 oktober 2010 zijn er conclusies aanvaard die stelden dat er weerstand zou komen tegen alle vormen van protectionisme. Ze zijn overeengekomen om marktgestuurde wisselkoerssystemen te promoten die dus de reële economie reflecteren. De 600 miljard dollars pure monetaire financiering om interne regionale problematieken aan te pakken, is eigenlijk een overheidsdopage die een enorme invloed heeft op de globale economie. Dit zal natuurlijk een aantal gevolgen hebben. Het is onze taak als voorzitter om tijdens die ontmoeting, in overleg met de andere collega's, afstand te nemen en aan te dringen dat dit soort activiteiten wordt teruggeschroefd want de gevolgen zijn niet te overzien.

Olga Zrihen, senator, brengt het voorstel ter sprake van de schorsing van het stemrecht van een land bij budgettaire ontsporing. Wat wordt er precies bedoeld met budgettaire ontsporing ? Moet men een situatie bereiken zoals in Griekenland of worden er andere elementen in aanmerking genomen ?

De Europese Raad neemt de verantwoordelijkheid voor het verslag van de Task force. Zijn er echter opmerkingen gemaakt ?

François-Xavier de Donnea, volksvertegenwoordiger, wijst erop dat de massieve liquiditeiteninjectie in de Verenigde Staten daar zeker de inflatie zal aanwakkeren en waarschijnlijk ook wereldwijd. Iedereen weet dat inflatie creëren de eenvoudigste manier is om schulden aan te zuiveren. De vraag rijst dus in welke mate die injectie daadwerkelijk de Amerikaanse economie weer op gang zal trekken, die tot nu toe wel groeide maar geen werkgelegenheidsgroei kende. Ook kan men zich afvragen in welke mate bepaalde macro-economische evenwichten in de wereld verstoord zullen worden en de inflatie weer zal toenemen. Dat zal ook een impact hebben op de wisselkoersen.

Een Amerikaanse expert stelde voor de wisselkoersen te koppelen aan de goudkoers. Spreker gelooft niet in die maatregel. De evolutie van de goudproductie staat los van de nood aan liquiditeiten van de economieën.

Wie, behalve de centrale bank, denkt momenteel na over een wereldwijd intelligent wisselkoersbeleid ? Is er al een gemeenschappelijk Europees standpunt hierover ?

Marie Arena, senator, merkt op dat de Raad zich vaak heeft gebogen over het economisch bestuur. Men weet dat artikel 9 van het Verdrag bepaalt dat elke maatregel op Europees niveau moet voorzien in horizontale sociale clausules. Hoe wordt er met dat artikel 9 rekening gehouden in dit budgettair en financieel bestuur ?

Strategie 2020, die het vervolg is op de Strategie van Lissabon, stelt dat onze economie innoverend, duurzaam en inclusief moet zijn. Hoe gaat men, in de context van budgettaire en financiële controle, de uitgaven van de Lidstaten verantwoorden op basis van die Strategie 2020 ?

Philippe Mahoux, senator en co-voorzitter van het federaal adviescomité voor de Europese Aangelegenheden, zou willen weten of de methode om het Verdrag te herzien definitief is goedgekeurd en of dat unaniem is gebeurd binnen de Lidstaten.

C. Antwoorden van de eerste minister

De Raad van oktober gaf het verslag van de Task force toegevoegde waarde door er de verantwoordelijkheid voor op te nemen, zij het met enkele opmerkingen. Dat gebeurt altijd schriftelijk en geeft aanleiding tot onenigheid onder de medewerkers. De heer Van Rompuy heeft de staats- en regeringshoofden een nieuwe dynamiek gegeven. Zij nemen akte van wat er gezegd wordt en daarvoor baseren zij zich niet op clichénota's van medewerkers. Er kunnen enkele opmerkingen worden gemaakt, zoals over EPSCO, werkgelegenheid, sociale aangelegenheden. België en andere landen hebben opmerkingen geformuleerd maar hiervan werden geen gedetailleerde conclusies opgesteld.

Het is wel zeker zo dat tijdens het diner een aantal opmerkingen zijn gemaakt. Diegenen over de pensioenen zijn genoteerd in de conclusies en worden toegevoegd aan de agenda en de Raad van december. Er werden ook opmerkingen gemaakt over de nood aan een evenwichtig beleid dat ook de situatie op de arbeidsmarkt in rekening brengt.

Men mag echter niet alles door elkaar gooien. Economisch bestuur is niet hetzelfde als economisch beleid. Het economisch bestuur houdt rechtstreeks verband met de geloofwaardigheid van de munt. Een zo geloofwaardig mogelijke aanpak op het vlak van budgettaire en financiële evenwichten is daarbij essentieel.

Een andere zaak is uiteraard het beleid. Vanuit het Belgisch voorzitterschap doen we al het mogelijke om ervoor te zorgen dat inzake tewerkstelling, inzake sociaal beleid en sociale cohesie er meer zou gebeuren dan tot nu toe het geval is.

De eerste minister heeft onlangs een gesprek gehad met mevrouw Merkel over bepaalde reserves vanwege Duitsland en een veeleer intergouvernementele benadering inzake werkgelegenheidsbeleid, sociale cohesie en andere. Één opvallend argument was dat in de Bondsrepubliek Duitsland deze aangelegenheden veeleer een bevoegdheid van de Länder waren. Angela Merkel legde uit dat indien ze zich te sterk engageert tijdens de onderhandelingen te Brussel, ze in de problemen dreigt te geraken met bepaalde Länder met een andere politieke samenstelling en dat ze ervoor moet opletten dat ze hun bevoegdheden respecteert. Dat is in België niet veel anders en in België kennen we geen normenhiërarchie zoals in Duitsland.

De Task force heeft opmerkelijk werk geleverd en niemand had verwacht dat ze zo ver zouden geraken. De conclusies werden goedgekeurd met een aantal nuances, waarvan sommigen in de conclusies zijn opgenomen en andere mondeling werden toegelicht. Het is nu een goede zaak dat er de permanente voorzitter is van de Raad die deze opmerkingen in het achterhoofd kan houden voor het voorbereiden van de volgende Raad in december. Het is dan ook belangrijk om de heer Van Rompuy voldoende ruimte te geven om, gegeven het moeilijke institutionele proces, voorstellen te formuleren.

Het is dan ook belangrijk om de Raad van oktober goed in perspectief te stellen ten opzichte van de Raad van december. Het is inderdaad een grote stap dat de conclusies unaniem door de zevenentwintig werden aangenomen, maar er zijn een aantal left-overs die tijdens de Raad van december nog aan bod zullen moeten komen. De Raad van december zal dan ook een zeer moeilijke oefening worden. Er is het voorstel dat de heer Van Rompuy moet formuleren over het definitieve instrument, er moet ook een richting worden aangeduid voor een amendering van het Verdrag zoals de Duitse collega heeft gevraagd, hij moet een oplossing voorstellen voor de boekhoudkundige verwerking van de inspanningen die sommige lidstaten moeten doen om hun pensioenvoorzieningen te alimenteren en dan zijn er nog een aantal klassiekers zoals een advies formuleren over de toetreding van Turkije en andere.

Wat de schuldgraad betreft, moeten we nog eens opmerken dat dankzij de inspanningen van velen, België nu op een schuldgraad en een budgettaire positie staan waarvan we vanaf volgend jaar stabilisatie tot afbouw van onze schuld zullen kennen. Het verschil tussen onze schuldgraad en het Europees gemiddelde is nog nooit zo gering geweest. Er moet ook rekening gehouden worden met het feit dat we op het vlak van de schuldgraad zitten met een armlastige staat, maar een rijke private sector via vermogensverwerking zoals bijvoorbeeld eerste woning. Er zit ook heel wat vermogen bij de economische operatoren die ook in rekening zou moeten gebracht worden, dat is een discussie die nog gevoerd zal moeten worden.

België moet zorgen dat ze haar schuld stabiliseert en dat we onze engagementen respecteren wat de evenwichten op de begroting betreft zodat we zeker tegen 2012 de 3 % halen en dat we zo snel als mogelijk evolueren naar een evenwichtspositie voor de geconsolideerde overheid.

Over de exacte timing, is er nog geen akkoord. De evaluatieprocedures met betrekking tot Griekenland zullen worden opgenomen in de evaluatie vanaf 2011, onder andere via het Europees semester.

Voor het Europees semester en de interactie met de nationale lidstaten ziet de eerste minister geen probleem. Er gebeuren nu ook al « spring forecasts » en assessments van de budgettaire situatie per Lidstaat. Het zal nu inhoudelijk verzwaard worden en de conclusie die eraan gekoppeld wordt door de Europese instanties zal veel zwaarwichtiger zijn in haar politiek juridische betekenis wanneer er een akkoord zal zijn over het sanctioneringsmechanisme. Vanuit het perspectief van een lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers dat mee het begrotingsbeleid voert en de begrotingen goedkeurt, zal dit assessment een belangrijke politieke informatieve waarde hebben en zal dit wellicht ook gebruikt worden om in het normale begrotingswerk een ontwerp van begroting op te stellen conform de kalender die in België gehanteerd wordt.

Wat het permanent crisimechanisme betreft, is het ook aan Herman Van Rompuy om in december een voorstel te doen. Het Federaal adviescomité Europese Aangelegenheden zou bijvoorbeeld rond dat crisismechanisme echte adviezen kunnen formuleren. Deze kunnen dan worden meegenomen in de besluitvormingsprocedure.

Wat de sancties betreft is het duidelijk dat één optie al uitgesloten is.

De opheffing van het stemrecht is geschrapt, hier moet geen rekening meer mee worden gehouden. Er blijft nog een spoor van in de conclusies, maar het is duidelijk dat heel wat landen hiervan niet willen weten. In het algemeen zijn er sanctie-elementen nodig die het definitieve systeem geloofwaardig maken, maar het is duidelijk dat bepaalde voorgestelde opties voor België aanvaardbaar zijn en andere minder. Wat de structurele fondsen betreft voor de reservering van een bedrag van de staat in kwestie dat intrest oplevert, is de bespreking nog niet afgerond.

De assemblees van de deelgebieden zullen uiteraard worden gerespecteerd. Wanneer men een gewijzigd stabiliteitsinstrument zal invoeren, moet men de doelstellingen 2011-2012 aanscherpen. Dit zal gebeuren binnen het overlegcomité en de deelgebieden zullen inspraak hebben wanneer de begrotingsdoelstellingen voor België als federaal land worden vastgesteld.

Wat de verwijzingen naar de conclusies van de EPSCO betreft, staat er één in de conclusies. Het spreekt voor zich dat die verwijzing niet staat waar sommigen ze hadden gewild, maar men moet hier niet uit afleiden dat deze Europese Raad iets zuiver financieels of asociaals is. Het gaat immers om economisch bestuur en niet om economisch beleid. Het economisch bestuur staat ook in verband met wat er op de arbeidsmarkt gebeurt, omdat de inkomsten van de lidstaten, de middelen en de uitgaven in verband staan met de situatie op de arbeidsmarkt. Er is evenwel ook een specifieke benadering inzake economisch bestuur en eurozone.

De eerste minister wenst een aantal zaken te verduidelijken ten opzichte van de vraag van dhr. Daems. Het Verdrag van Lissabon en de afspraken die eruit volgen, maakt van het verdedigen van de posities van de Europese Unie de taak van de permanente voorzitter van de Raad. Het Belgisch voorzitterschap heeft geen enkele impact op de top in Lissabon en het bilateraal overleg tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie.

Het monetair beleid zou op een overkoepelende manier moeten worden benaderd door het IMF. Men kan immers verwachten dat er in Seoel discussies plaatsgrijpen over geldinjecties van de Verenigde Staten. De eerste minister is het trouwens eens met de verschillende opmerkingen hierover. Op Belgisch niveau is er een bepaalde bezorgdheid wat inflatie betreft. De reglementaire instrumenten van de Europese Centrale Bank zijn bekend en het komt erop aan uiterst waakzaam te zijn voor het inflatierisico.

Voor de wijziging van het Verdrag is er een akkoord om het nodige te doen om een antwoord te geven aan het Grondwettelijk Hof van Karlsruhe. De formulering om het onderwerp op de agenda te plaatsen, moet worden voorgesteld door de voorzitter van de vergadering tijdens de Raad van december. Iedereen is het erover eens dat een herziening zich moet beperken tot de Duitse opmerkingen en dat men niet alle hoofdstukken opnieuw moet aansnijden.

De voorzitters-rapporteurs,
Philippe MAHOUX (S.)
André FLAHAUT (K.)