5-410/1

5-410/1

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

28 OKTOBER 2010


Wetsvoorstel strekkende om de sociale-verzekeringskassen te ontslaan van de verplichting een verhoging toe te passen op de door de zelfstandigen verschuldigde bijdragen

(Ingediend door de heer André du Bus de Warnaffe)


TOELICHTING


Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 4 februari 2010 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 4-1621/1 - 2009/2010).

1. Termijn voor de betaling van de sociale bijdragen : beginsel

De sociale bijdragen van personen op wie het sociaal statuut der zelfstandigen van toepassing is, moeten aan de sociale-verzekeringskas waarbij de zelfstandige is aangesloten, in beginsel betaald zijn uiterlijk de laatste dag van het kwartaal waarvoor die bijdragen verschuldigd zijn. In feite heeft het geen belang op welke datum de rekening van de zelfstandige gedebiteerd wordt, het enige belangrijke is dat de betaling van de bijdragen bij de sociale-verzekeringskas geregistreerd is de laatste dag van het betrokken kwartaal.

2. Verhogingen

Heeft een zelfstandige zijn bijdrage op het einde van een kwartaal niet betaald, dan wordt de bijdrage die hij voor dat kwartaal verschuldigd is of het niet-betaalde deel van die bijdrage verhoogd met 3 % na het verstrijken van elk kalenderkwartaal.

Zolang die bijdrage niet volledig is betaald, wordt die verhoging bij het verstrijken van elk kalenderkwartaal opnieuw toegepast (artikel 44, § 1, van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement ter uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen).

Heeft de zelfstandige op het einde van een kalenderjaar de bijdragen die in de loop van dat jaar voor het eerst van hem zijn gevorderd, bovendien niet of niet volledig betaald, dan wordt op 1 januari van het daaropvolgende kalenderjaar een eenmalige bijkomende verhoging van 7 % toegepast op het niet-betaalde gedeelte van deze bijdragen (artikel 44bis van het bovengenoemde koninklijk besluit van 19 december 1967, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 juli 1996).

Aangezien zelfstandigen wettelijk verplicht zijn om sociale bijdragen en verhogingen voor zelfstandigen te betalen, doet de sociale verzekeringskas er alles aan om ze te innen, en kan zij daarvoor een beroep doen op een arbeidsrechtbank en een deurwaarder.

3. Niet-toepassing van de verhogingen

Het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen (RSVZ) kan er echter van afzien de verhogingen geheel of gedeeltelijk toe te passen in een van de volgende gevallen, en met toepassing van artikel 48 van het voormelde koninklijk besluit van 19 december 1967 :

— de schuldenaar kan zich beroepen op overmacht;

— de schuldenaar kon zich wegens de speciale aard van de uitgeoefende activiteit te goeder trouw beschouwen als niet-onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandigen;

— andere behartigenswaardige gevallen.

In de praktijk staat het RSVZ geen vrijstelling toe wanneer de verhoging het gevolg is van de niet-tijdige betaling van de sociale bijdragen.

4. Doel van dit wetsvoorstel

Wij willen zeker niet terugkeren tot de oude gewoonte toen de facto werd geaccepteerd dat de sociale bijdragen werden betaald tot in de loop van de eerste of zelfs de tweede week van de eerste maand volgend op het kwartaal waarvoor de bijdragen verschuldigd waren. Zo zou men immers opnieuw terechtkomen in de nefaste situatie dat de in de praktijk aanvaarde termijn de wettelijke regel wordt !

Wat we wel willen is dat geen sanctie wordt opgelegd aan zelfstandigen die hun sociale bijdragen regelmatig en binnen de gestelde termijnen betalen maar die een enkele keer en om redenen die door het RSVZ niet als « behartigenswaardig » worden beschouwd, hun sociale bijdragen met een of twee dagen vertraging betalen (voorbeeld : een op 26 december gedane storting die wegens de sluiting van de bank pas op 2 januari op de rekening van de sociale-verzekeringskas gecrediteerd wordt).

De voorwaarden die het wetsvoorstel stelt (zijn sociale bijdragen gedurende één jaar ononderbroken hebben betaald, geen verhoging verschuldigd zijn en niet vrijgesteld zijn van de betaling van een verhoging) zullen voorkomen dat deze afwijking verwordt tot een wettelijke regel voor het niet-tijdig betalen van de bijdragen.

Aangezien deze afwijking nauwkeurig omschreven is en om geen aanvraag tot vrijstelling bij het RSVZ te moeten indienen, wat een veel omslachtiger procedure is, stellen wij voor dat de sociale-verzekeringskas die vrijstelling zelf toestaat, onder de verplichting de betrokken zelfstandige en het RSVZ daarvan op de hoogte te brengen.

TOELICHTING BIJ DE ARTIKELEN

Artikel 2

Dit artikel staat toe dat de sociale-verzekeringskassen de hierboven bedoelde verhogingen met 3 en 7 % niet toepassen wanneer is voldaan aan de hiernavolgende voorwaarden :

— de zelfstandige heeft sedert ten minste één jaar (vier kwartalen voorafgaand aan het betrokken kwartaal) ononderbroken sociale bijdragen betaald;

— de zelfstandige is gedurende dat jaar nooit verhogingen verschuldigd geweest, zelfs al is hij door het RSVZ vrijgesteld van de betalingen van die verhogingen;

— de vertraging bij het betalen van de sociale bijdragen mag vijf werkdagen niet te boven gaan.

Zowel de betrokken zelfstandige als het RSVZ moeten op de hoogte worden gebracht van de beslissing van de sociale-verzekeringskas aangezien een dergelijke afwijking pas na een nieuwe termijn van één jaar toegestaan kan worden (de betrokken zelfstandige wordt immers vrijgesteld van de betaling van een verhoging).

André du BUS de WARNAFFE.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement ter uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen wordt een artikel 44ter ingevoegd luidende :

« Art. 44ter. — Wanneer de onderworpene zijn sociale bijdragen regelmatig en ononderbroken heeft betaald gedurende vier kwartalen die aan het betrokken kwartaal voorafgaan, hij geen verhogingen verschuldigd is geweest en niet is vrijgesteld van de betaling van dergelijke verhogingen en wanneer de betaling van zijn sociale bijdragen voor het betrokken kwartaal bij de sociale-verzekeringskas wordt geregistreerd met een vertraging van maximum vijf werkdagen, kan de sociale-verzekeringskas afzien van de in de artikelen 44, § 1, en 44bis bedoelde verhogingen.

Maakt de sociale-verzekeringskas gebruik van die mogelijkheid, dan deelt zij dat schriftelijk mee :

1º enerzijds aan de onderworpene binnen dertig kalenderdagen na de registratie van de betaling van de sociale bijdrage;

2º anderzijds aan het RSVZ binnen dertig kalenderdagen na de kennisgeving van haar beslissing aan de onderworpene. ».

Art. 3

Deze wet treedt in werking op 1 januari 2011 en wordt voor de eerste keer toegepast op de sociale bijdragen die voor het vierde kwartaal 2010 verschuldigd zijn.

8 oktober 2010.

André du BUS de WARNAFFE.