4-1491/2

4-1491/2

Belgische Senaat

ZITTING 2009-2010

17 NOVEMBER 2009


Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden over de terbeschikkingstelling van een penitentiaire inrichting in Nederland ten behoeve van de tenuitvoerlegging van bij Belgische veroordelingen opgelegde vrijheidsstraffen, gedaan te Tilburg (Nederland) op 31 oktober 2009


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW TINDEMANS


I. INLEIDING

De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 17 november 2009.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING VAN DE HEER STEFAAN DE CLERCK, MINISTER VAN JUSTITIE

De Belgische penitentiaire instellingen kennen een structureel tekort van ongeveer 2000 detentieplaatsen. Op 18 april en 19 december 2008 heeft de Ministerraad een investeringsplan goedgekeurd om een 1 500-tal nieuwe cellen te construeren tegen het jaar 2012. Wegens het structurele en acute overbevolkingprobleem zullen, in overleg met de locale en regionale overheden, nieuwe penitentiaire inrichtingen (PI) in België worden gebouwd tegen 2012.

Het reële probleem is de overbruggingsperiode tot 2012. In overleg met de staatssecretaris van Justitie van Nederland, begin april 2009, is een tijdelijke oplossing uitgewerkt voor het capaciteitstekort in België en het capaciteitsoverschot in Nederland in de vorm van een bijzondere vorm van samenwerking : Nederland stelt tijdelijk de celcapaciteit van de penitentiaire inrichting van Tilburg ter beschikking aan België voor de uitvoering van vrijheidsstraffen die opgelegd zijn bij een Belgische veroordeling.

Het statuut van de gedetineerden die in Tilburg zullen verblijven, wordt geregeld door het Belgisch recht. Er is dus gelijkheid van behandeling van gedetineerden tussen de Belgische PI en de Tilburgse PI. Deze laatste staat onder leiding van een Belgische directeur die waakt over de toepassing van het Belgisch recht.

De vaste jaarlijkse vergoeding van 30 miljoen euro, overeenkomstig artikel 26 van het Verdrag, is relatief hoog maar omvat de terbeschikkingstellingskosten, de kosten van het gebouw, alle personeelskosten en catering en verschilt niet van de kostprijs van een Belgische PI. Hierbij weze opgemerkt dat Nederland een andere comptabiliteit kent want het departement Justitie moet er zijn pensioenbijdragen evenals de huurprijs van de gebouwen in verrekenen.

De PI Tilburg is een bijhuis van Belgische PI van Wortel. De PI Tilburg blijft Nederlands grondgebied. In principe kunnen dus enkel gedetineerden uit strafinrichtingen van het Nederlandstalige grondgebied geplaatst worden in de PI Tilburg. Gedetineerden uit de Franstalige penitentiaire inrichtingen kunnen hiertoe niet verplicht worden.

Het Verdrag treedt in werking op 1 januari 2010, loopt tot 1 januari 2013 en kan met één jaar verlengd worden tot 1 januari 2014. De wilsuiting om de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen, moet worden geuit uiterlijk op 1 september 2012. Het Verdrag kan ook vroegtijdig beëindigd worden op 1 januari 2012 mits aankondiging van een vroegtijdige beëindiging uiterlijk op 30 juni 2011. De overplaatsing van de 500 gedetineerden naar de PI Tilburg zal gevolgen hebben voor alle Nederlandstalige PI in ons land.

III. ALGEMENE BESPREKING

Mevrouw de Bethune steunt dit wetsontwerp ten volle. De internationaal-rechtelijke oplossing vervat in het wetsontwerp biedt een oplossing voor het acute probleem van de overbevolking in de Belgische strafinrichtingen.

Ook de heer Wille steunt dit wetsontwerp.

De heer Fontaine steunt het wetsontwerp aangezien er een oplossing moet worden gevonden voor een acuut probleem. Het gaat echter om een tijdelijke oplossing in afwachting van de bouw van nieuwe strafinrichtingen. Er moeten bij Justitie dus ook andere denksporen worden gevolgd, met name het wegwerken van de gerechtelijke achterstand om te lange voorlopige hechtenissen te voorkomen. Bovendien dient men zich meer te richten naar alternatieve straffen. Er zijn echter niet genoeg elektronische enkelbanden beschikbaar in het departement.

Mevrouw Khattabi verwijst naar haar mondelinge vraag aan de minister van Justitie van 12 november 2009 over de organisatie van de overplaatsing van gevangenen (stuk Senaat, Handelingen nr. 4-937/1). Zij vraagt hoe men zich ervan kan vergewissen dat gevangenen blijven deelnemen aan een reclasseringsproject van de Vlaamse Gemeenschap ? Hoe zal dat concreet worden ingevuld ? Op basis van welke criteria worden de gevangenen geselecteerd voor Tilburg ? Heeft de minister een regeling voorzien van familiebezoek ?

De heer Swennen stelt de volgende vragen in verband met het Verdrag :

1. Er zal sprake zijn van regelmatig vervoer tussen de PI Tilburg en de strafinrichting te Wortel; dit vervoer zal worden uitgevoerd door Nederlandse ambtenaren. Wat is de kostprijs van dit vervoer en hoeveel middelen worden hiervoor in de begroting voorzien ? (stuk Senaat, nr. 4-1491/1, toelichting blz. 4).

2. Het verdrag wordt gesloten « omdat de afwerking en de ingebruikneming van [de nog te bouwen gevangenissen] nog enige jaren in beslag zullen nemen [en er] voor de komende jaren een tijdelijke (nood)oplossing [moet] worden gezocht teneinde de bestaande overbevolking te verlichten ». Mogen we hieruit afleiden dat het niet zo is dat door het afsluiten van dit verdrag straffen die momenteel niet worden uitgevoerd wegens een gebrek aan gevangeniscapaciteit in de toekomst wel zullen worden uitgevoerd ? Zal de bijkomende capaciteit enkel gebruikt worden om het probleem van de overbevolking aan te pakken ? (stuk Senaat, nr. 4-1491/1, toelichting blz. 7)

3. Beslissingen met betrekking tot het statuut van het Nederlandse personeel worden door de Nederlandse functionaris genomen, in voorkomend geval op basis van informatie van de Belgische directeur. Riskeert dit de bevoegdheden van de Belgische directeur niet de facto uit te hollen ? (stuk Senaat, nr. 4-1491/1, toelichting, blz. 12).

4. In Nederland bestaat er een Landelijke Bijzondere Bijstandsverlening die optreedt in geval van verstoring van de orde en de veiligheid in de gevangenissen; anders dan in België wordt deze taak in Nederland niet aan de politie toevertrouwd. Wordt de oprichting van een gelijkaardige dienst overwogen in België ? (stuk Senaat, nr. 4-1491/1, toelichting, blz. 12)

5. Waarom werd de opmerking van de Raad van State dat de « Geweldinstructie penitentiaire inrichtingen » een integrerend deel van het verdrag dient uit te maken, niet gevolgd ? Wat indien Nederland deze instructie unilateraal aanpast ? (stuk Senaat, nr. 4-1491/1, toelichting, blz. 12-13)

6. De tenuitvoerlegging van de aan Nederlanders en ingezetenen van Nederland opgelegde vrijheidstraffen kan op grond van de daarvoor geldende verdragen wordt overgedragen, mits betrokkene hierom verzoekt. Hoeveel Nederlanders en ingezetenen van Nederland verblijven momenteel in de Belgische gevangenissen en welke verdragen worden hier bedoeld ? Hoeveel gedetineerden hebben hierom reeds verzocht en van hoeveel gedetineerden werd de strafuitvoering aan Nederland overgedragen ? Is het juist dat er momenteel 190 Nederlanders en ingezetenen van Nederland in de Belgische gevangenissen verblijven ? Waarom werd bij de onderhandeling van dit verdrag geen regeling uitgewerkt om de strafuitvoering van deze gevangenen aan Nederland over te dragen ? Hoeveel Belgische gevangenen verblijven er momenteel in Nederlandse gevangenissen ? (stuk Senaat, nr. 4-1491/1, toelichting, blz. 13)

7. Er wordt in een overleg voorzien waarbij Nederland de mogelijkheid wordt geboden om aan te geven of er bezwaren zijn tegen de te plaatsen persoon in verband met vlucht- en maatschappelijk risico. Hoever reikt deze mogelijkheid ? Wat zijn de gevolgen van een bezwaar vanwege Nederland en worden hiermee de bevoegdheden van België in het kader van de strafuitvoering niet te sterk uitgehold ? (stuk Senaat, toelichting, nr. 4-1491, blz. 14)

8. Waarom werd de opmerking van de Raad van State dat het Verdrag duidelijker zou moeten zijn inzake de duur, het doel en de gevolgen van de overplaatsing naar een andere plaats van detentie niet gevolgd ? Biedt het verwijzen naar het soevereiniteits- en territiorialiteitsbeginsel een voldoende antwoord op de door de Raad van State gemaakte opmerking ? (stuk Senaat, nr. 4-1491/1, toelichting, blz. 18).

9. De opmerking van de Raad van State over de mogelijke belemmering van het Belgische tuchtrechtelijk onderzoek is te beantwoorden met verwijzing naar lid 1 van artikel 15; uitsluitend de Nederlandse strafwet is van toepassing op de PI Tilburg, dus uitsluitend ten aanzien van in Nederland gepleegde strafbare feiten. Volstaat dit antwoord want de Raad van State vroeg zich immers af of het daaruit voortvloeiende verschil in behandeling tussen degenen die in Tilburg zijn gedetineerd en degenen die gedetineerd zijn in inrichtingen in België gelegen, wel gerechtvaardigd is ? (stuk Senaat, nr. 4-1491/1, toelichting, blz. 19).

10. Wat met een veroordeelde die, na voorwaardelijke invrijheidstelling in België op basis van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie, uit eigen beweging naar Nederland gaat, terwijl hij de hem opgelegde straf nog niet volledig heeft uitgezeten ? Wat met de andere gevallen waarin de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie voorziet en waarin de regeling inzake strafuitvoering zo'n aanwezigheid in Nederland niet verbiedt, zoals de uitgaansvergunning ? (stuk Senaat, nr. 4-1491/1, toelichting, blz. 20).

11. Wat houdt de Nederlandse « Algemene Alarmregeling » in die in geval van een calamiteit of grote crisis zal worden gevolgd ? (stuk Senaat, nr. 4-1491/1, toelichting, blz. 22).

12. Enkel de kosten voor de beveiliging van de PI Tilburg zijn ten laste van de ontvangststaat Nederland. Welke kosten worden hiermee bedoeld en werden ze begroot ? (stuk Senaat, nr. 4-1491/1, toelichting, blz. 23). Hoeveel middelen worden in de begroting voorzien om de kosten voor de medische zorgen buiten de PI Tilburg door België te laten vergoeden ? (stuk Senaat, nr. 4-1491/1, toelichting, blz. 24).

13. Luidens artikel 4 van het Verdrag behouden de gedetineerden die in de PI Tilburg verblijven het recht om overplaatsing naar een andere instelling in België te vragen. Hoe en door wie wordt een dergelijke vraag beoordeeld en welke criteria gelden voor het beantwoorden van zo'n vraag ? (stuk Senaat, nr. 4-1491/1, blz. 27).

14. Artikel 7 van het Verdrag voorziet in een reeks criteria voor de beoordeling van een overplaatsing naar de PI Tilburg. Hoe gebeurt de verdere selectie indien er meer dan 500 gedetineerden in aanmerking komen om naar een instelling zonder overbevolking te worden overgeplaatst ? (stuk Senaat, nr. 4-1491/1, blz. 28).

15. Momenteel zijn er zo'n 8 500 cellen in België. Volgens het Masterplan zullen er eind 2012, de gevangeniscapaciteit van Tilburg niet meegerekend, 10 433 cellen ter beschikking zijn in de Belgische PI. Volgens artikel 24, 3, van het Verdrag kunnen de ministers van Justitie van België en Nederland uiterlijk op 1 september 2012 overeenkomen dat de PI Tilburg ook na 31 december 2012 ter beschikking blijft en dit tot 31 december 2013. Mogen we uit deze clausule afleiden dat men ervan uitgaat dat de in het Masterplan voorziene timing niet zal worden nageleefd en waarom is dit ?

16. Overeenkomstig artikel 26, 1, van het Verdrag is een jaarlijkse vergoeding verschuldigd van 30 miljoen euro voor de terbeschikkingstelling van 500 detentieplaatsen. Dit komt neer op ongeveer 165 euro per detentieplaats per dag. Artikel 26, 2, van het Verdrag voorziet dat indien aan België meer dan 500 detentieplaatsen ter beschikking worden gesteld, hiervoor een maandelijkse vergoeding van 212 917 euro per 50 extra detentieplaatsen dient te worden betaald. Dit komt neer op afgerond 142 euro per detentieplaats per dag. Voor elke detentieplaats die boven het aantal van 650 tot het maximum van 681 ter beschikking wordt gesteld, is volgens dezelfde bepaling een vergoeding verschuldigd van 140 euro per detentieplaats per dag. Samengevat is dit : 165 euro per detentieplaats per dag voor de eerste 500 cellen, 142 euro per detentieplaats per dag voor de volgende 150 cellen en 140 euro per detentieplaats per dag voor de laatste 31 cellen. Is België van plan om van de in artikel 26, 2, van het Verdrag voorziene mogelijkheid om meer dan 500 detentieplaatsen te huren gebruik te maken ? Hoe werd het bedrag van de vergoedingen berekend ? Hoe kan het prijsverschil tussen de eerste 500, de volgende 150 en de laatste 31 cellen worden verklaard of meer concreet : waarom dient er voor de eerste 500 cellen 25 euro meer per dag te worden betaald dan voor de laatste 31 cellen ? (stuk Senaat, nr. 4-1491/1, blz. 34).

17. Artikel 29 van het Verdrag regelt de indexering van de door België te betalen vergoedingen. Elk jaar worden op 1 januari de vergoedingen geïndexeerd aan de hand van het gewogen gemiddelde van de indexeringscijfers over de vijf daaraan voorafgaande jaren. Deze indexeringscijfers hebben betrekking op de elementen : loonkosten, huisvesting en exploitatie. Welke vergoeding is België op grond van bovenvermeld indexeringssysteem aan Nederland verschuldigd, in de veronderstelling dat de 500 cellen op 1 januari 2010 in gebruik worden genomen ? Met andere woorden : hoeveel euro zijn 30 miljoen euro waard na indexering ? (stuk Senaat, nr. 4-1491/1, blz. 35).

IV. ANTWOORDEN VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

De minister benadrukt dat het gaat om een tijdelijke regeling in afwachting van de bouw van nieuwe penitentiaire instellingen in België. Spreker hoopt dat het Verdrag niet zal moeten verlengd worden en dat tegen 2013 voldoende penitentiaire infrastructuur ter beschikking zal zijn om het hoofd te bieden aan de structurele overbevolking in België. Er wordt begonnen met het onderbrengen van 500 gedetineerden in de PI Tilburg, daarna kan dit aantal verhoogd worden. De selectie gebeurt aan de hand van het profiel beschreven in het Verdrag. Als het risico op ontsnapping te groot is of als er sprake is van terrorisme worden de gedetineerden niet in Tilburg geplaatst. De Belgische directie van de PI Tilburg oordeelt over de vragen tot overplaatsing.

Tilburg ligt maar op 40 km van de Belgische grens, wat zeker geen onoverkomelijke afstand is voor de familiebezoeken. Er is dus geen discriminatie tegenover gedetineerden die verblijven in Belgische gevangenissen. Ons land kan eventueel bijkomende transport-initiatieven nemen voor het faciliteren van deze bezoeken.

De reclassering van gevangenen valt onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap die, op basis van een samenwerkingsovereenkomst, zich ertoe verbindt alle gevangenen op gelijke voet te behandelen.

Het regelmatig (niet-beveiligd) vervoer is inbegrepen in de dagprijs. Er is enkel bijzonder beveiligd transport voorzien voor de dossiers met een veiligheidsrisico op basis van gedrag en gepleegde feiten. De categorie gedetineerden met een verhoogd veiligheidsrisico zal in principe niet in de PI Tilburg worden ondergebracht. Het Verdrag werd in de eerste plaats afgesloten om de overbevolking in de Belgische PI tegen te gaan, waardoor ook het gevoel van straffeloosheid wordt tegengegaan. In de Belgische PI zijn er vandaag 10 409 gedetineerden voor een capaciteit van 8 454.

Het statuut van het Nederlands personeel wordt uiteraard geregeld door het Nederlands recht. Het Belgisch recht is evenwel van toepassing op de Belgische gedetineerde die in België is veroordeeld maar die zijn straf uitzit in de PI Tilburg.

Het Nederlandse model van de Landelijke Bijzondere Bijstandverlening wordt in België niet toegepast. De minister legt uit dat in ons land in principe een beroep wordt gedaan op de politie om bij te springen bij een incident in de PI. Er is een veiligheidscorps toegevoegd aan de politie voor het eenvoudig transport en de eenvoudige bewaking in de gerechtsgebouwen.

De Nederlandse politie is bevoegd voor het beteugelen van strafrechtelijke feiten begaan door Belgische gedetineerden in de PI Tilburg. De gedetineerden die verdacht worden van een strafbaar feit, zullen uitsluitend onder de Nederlandse rechtsmacht vallen.

De Nederlandse Geweldinstructie is als dusdanig niet opgenomen in het Verdrag om te vermijden dat bij een wijziging van deze Geweldinstructie door Nederland het Verdrag niet terug de parlementaire procedure moet doorlopen.

Het Verdrag is niet van toepassing op de 160 Nederlandse gedetineerden die in Belgische PI verblijven. Zij vallen onder andere internationale verdragen die de overbrenging van gevonniste personen beogen en die onverkort blijven bestaan. Het voorliggende Verdrag heeft immers niet tot gevolg dat de strafuitvoering wordt overgedragen aan Nederland. Het blijft binnen de lijnen van het Verdrag nog steeds Belgische uitvoering van in België opgelegde straffen. Er is slechts een zeer beperkte groep Nederlandse gedetineerden die hun overbrenging naar Nederland gevraagd hebben sinds 2008. Over het aantal Belgische gedetineerden die in Nederlandse PI verblijven heeft de minister geen nadere gegevens.

Het zijn in principe de Belgische autoriteiten die bepalen welke gedetineerden in de PI Tilburg zullen verblijven. Zo is bepaald dat gedetineerden die in de PI Tilburg zullen verblijven, een vluchtrisico en maatschappelijk risico moeten vertonen dat in overeenstemming is met het beveiligheidsniveau van de PI Tilburg, een niveau van beveiliging dat vergelijkbaar is met dat van de penitentiaire inrichting van Merksplas.

Als er een ramp gebeurt in de PI Tilburg, zal de Nederlandse Algemene Alarmregeling gelden. Het gaat om een rampenplan dat mutatis mutandis vergelijkbaar is met datgene wat we in ons land kennen.

De ontvangststaat Nederland staat in voor de beveiligingskosten van het gebouw. Enkel de externe medische kosten voor de Belgische gedetineerden zijn ten laste van ons land.

In de dagprijs voor de eerste 500 gedetineerden die zullen worden ondergebracht in de PI Tilburg is de kost voor het gebouw begrepen, wat niet meer het geval is voor de categorie boven de 500.

IV. STEMMINGEN

Artikel 1 wordt aangenomen met 10 stemmen bij 2 onthoudingen.

Artikel 2 wordt aangenomen met 10 stemmen tegen 1 stem, bij 1 onthouding.

Het geheel van het wetsontwerp wordt aangenomen met 10 stemmen tegen 1 stem, bij 1 onthouding.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteur, De voorzitter,
Elke TINDEMANS. Marleen TEMMERMAN.

De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp (zie stuk Senaat, nr. 4-1491/1 - 2009/2010).