4-1252/2

4-1252/2

Belgische Senaat

ZITTING 2008-2009

31 MAART 2009


Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement

Evocatieprocedure


Wetsontwerp houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen


Wetsvoorstel tot wijziging van het Kieswetboek inzake het bewijs tot machtiging van een andere kieser bij tijdelijk verblijf in het buitenland


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BINNENLANDSE ZAKEN EN VOOR DE ADMINISTRATIEVE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

DE HEER CLAES


I. INLEIDING

Het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement valt onder de facultatief bicamerale procedure. Het werd oorspronkelijk ingediend in de Kamer van volksvertegenwoordigers als een wetsontwerp van de regering op 5 februari 2009 (St. Kamer, nr. 52-1798/1). Op 26 maart 2009 werd het door de Kamer van volksvertegenwoordigers aangenomen met 105 tegen 16 stemmen bij 3 onthoudingen.

Op 27 maart 2009 werd het aan de Senaat overgezonden en het werd op dezelfde dag geëvoceerd.

Het wetsontwerp houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen, dat onder de bicamerale procedure valt, werd oorspronkelijk ingediend in de Kamer van volksvertegenwoordigers als een wetsontwerp van de regering op 5 februari 2009 (St. Kamer, nr. 52-1799/1). Op 26 maart 2009 werd het door de Kamer van volksvertegenwoordigers aangenomen met 105 tegen 16 stemmen bij 3 onthoudingen. Op 27 maart 2009 werd het aan de Senaat overgezonden.

Het wetsvoorstel tot wijziging van het Kieswetboek inzake het bewijs tot machtiging van een andere kiezer bij tijdelijk verblijf in het buitenland werd op 28 februari 2008 in de Senaat ingediend door de senatoren Taelman en Vankrunkelsven (St. Senaat, nr. 4-590/1). Overeenkomstig artikel 56, laatste lid van het reglement van de Senaat, werd het aan het onderzoek van het wetsontwerp houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen toegevoegd.

De commissie heeft die wetsontwerpen en dat wetsvoorstel onderzocht op haar vergaderingen van 24 en 31 maart 2009.

II. PROCEDURE

Tijdens de vergadering van 24 maart 2009 heeft de commissie beslist het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement (stuk Senaat nr. 4-1252/1), het wetsontwerp houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen (stuk Senaat nr. 4-1253/1) en het toegevoegd wetsvoorstel tot wijziging van het Kieswetboek inzake het bewijs tot machtiging van een andere kiezer bij tijdelijk verblijf in het buitenland (stuk Senaat nr. 4-590/1) samen te bespreken en hierover één verslag uit te brengen.

Tijdens dezelfde vergadering heeft mevrouw Nele Jansegers c.s. op het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement 10 amendementen ingediend. Die amendementen strekken ertoe, voor de verkiezing van het Europees Parlement, de organisatie van de kieskringen te wijzigen zodat er 4 kieskringen bestaan : de Vlaamse kieskring, de Waalse kieskring, de kieskring Brussel en de Duitstalige kieskring. Deze amendementen impliceren een splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde.

De voorzitter, de heer Philippe Moureaux, heeft op grond van artikel 59, 1 van het reglement van de Senaat de bovenvermelde amendementen onontvankelijk verklaard omdat zij geen rechtstreeks verband houden met het onderwerp van het wetsontwerp.

III. INLEIDENDE UITEENZETTING OVER DE WETSONTWERPEN DOOR DE HEER GUIDO DE PADT, MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

De heer Guido De Padt, minister van Binnenlandse Zaken, verklaart dat het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezingen van het Europees Parlement en het wetsontwerp houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen strekken om de verbeteringen die door de wet van 13 februari 2007 ingevoerd werden voor de federale wetgevende verkiezingen, te integreren in de wetgeving tot regeling van de modaliteiten van de verkiezing van de gewest- en gemeenschapsparlementen, alsook van het Europees Parlement.

Die verbeteringen, die reeds toegepast werden op de wetgevende verkiezingen van 10 juni 2007, betreffen voornamelijk :

— het digitaal versturen van de gegevens van de leden van de kiesbureaus, alsook van de door die bureaus opgemaakte processen-verbaal;

— de nummering van de kandidaten, zowel op het traditionele stembiljet als op de schermen voor de geautomatiseerde stemming;

— de vermelding op de kiezerslijst van het identificatienummer bij het Rijksregister van de kiezers. Zodoende wordt het aanstippen van de kiezers vergemakkelijkt. Dit identificatienummer wordt voortaan immers verplicht vermeld op de nieuwe elektronische identiteitskaart, terwijl het adres van de houder niet meer leesbaar is aangebracht en slechts kan verkregen worden door het lezen van de elektronische chip;

— het terugbrengen tot 18 jaar van de minimale leeftijd om aangewezen te worden tot bijzitter of plaatsvervangend bijzitter van een stembureau.

Het wetsontwerp houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen strekt er in de tweede plaats toe diverse leringen die getrokken werden uit de wetgevende verkiezingen van 10 juni 2007 in te voeren in de wetgeving tot regeling van de modaliteiten van de verkiezing van de parlementen van de gefedereerde entiteiten. Ook de opmerkingen die het Office for Democratic Insitutions and Human Rights formuleerde naar aanleiding van zijn bezoek aan ons land om het goede verloop van de verkiezingen van 10 juni 2007 te controleren, werden daaraan toegevoegd. Die verbeteringen betreffen :

— de terbeschikkingstelling van exemplaren van de kiezerslijst op digitale drager of op papier (dan wel op die beide dragers) aan de politieke partijen die er om verzoeken, alsook het verbod om op die lijsten het Rijksregisternummer van de kiezers te vermelden, met het oog op de inachtneming van hun persoonlijke levenssfeer;

— de bevestiging van de regel dat de kandidaten die tegelijk als kandidaat-titularis en kandidaat-opvolger worden voorgedragen, niet als gekozen opvolger mogen worden verklaard indien ze al als gekozene werden aangewezen;

— het aanbrengen van het gemeentezegel op het formulier van de kandidaatstelling om de hoedanigheid te erkennen van de kiezers die de voordracht ondertekenen;

— de verplichting voor de kantonhoofdbureaus om een opleiding te geven aan de voorzitters van de stem- en stemopnemingsbureaus of aan de secretarissen van deze bureaus.

Dit wetsontwerp strekt er ten derde toe de volgende specifieke aanpassingen aan te brengen aan het Algemeen Kieswetboek :

— de voortzetting van de harmonisering van de agenda die de kiesverrichtingen voor de wetgevende verkiezingen vastlegt, met de agenda die de verrichtingen van de verkiezing van de gewest- en gemeenschapsparlementen regelt;

— de bevestiging dat het hoofdbureau van de provincie Waals-Brabant voor de verkiezing van de Senaat te Nijvel gevestigd is. Nijvel fungeert immers al als zetel van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Kamer, hoewel Waver de provinciehoofdplaats van Waals-Brabant is;

— de ontdubbeling van de stemopnemingsbureaus in bureau A voor de verkiezing van de Kamer en bureau B voor de verkiezing van de Senaat in de kieskringen met zes of minder te verkiezen vertegenwoordigers, namelijk in de kieskringen van Waals-Brabant, Namen en Luxemburg;

— de invoeging in het Algemeen Kieswetboek van een specifiek hoofdstuk over de afsluiting van de stemopnemingsverrichtingen en het doorsturen van de processen-verbaal van de kiesbureaus aan elke Kamer, alsook aan de minister van Binnenlandse Zaken;

— de erkenning door de minister van Binnenlandse Zaken, op grond van een advies van een erkend controleorgaan, van de software die wordt gebruikt voor de digitale overzending van de resultaten van de stemopneming, alsook voor de geautomatiseerde stemopneming in de stemopnemingsbureaus;

— de erkenning, in de kieswet, van de waarnemers die worden afgevaardigd door de internationale organisaties (zoals de Raad van Europa of de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) om toe te zien op het correcte verloop van de in ons land georganiseerde verkiezingen, alsook op de adequaatheid van de nieuwe technologieën waarvan gebruik wordt gemaakt voor de stemming en de geautomatiseerde telling.

Het wetsontwerp beoogt ten slotte twee welbepaalde doelstellingen :

— in de eerste plaats strekt het ertoe de nadere regels van de stemming bij volmacht te versoepelen voor de kiezers die zich, om aldus te kunnen stemmen, beroepen op een plezierverblijf in het buitenland; die kiezers krijgen de mogelijkheid om via een gewone verklaring op erewoord aan te tonen dat zij zich onmogelijk persoonlijk in het stembureau kunnen aanmelden om er hun stemplicht te vervullen, als zij geen bewijsstuk kunnen voorleggen dat aangeeft dat zij op de datum van de verkiezingen niet in het land zijn;

— het strekt er vervolgens toe een adequaat antwoord te bieden op het arrest van het Arbitragehof nr. 187/2005 van 14 december 2005 betreffende de schorsing van het stemrecht naar aanleiding van een strafrechtelijke veroordeling. Volgens dat arrest mag die schorsing niet meer automatisch gebeuren zoals nu het geval is, maar moet zij uitgesproken worden door de strafrechter, die zelf de duur ervan zal bepalen, rekening houdend met de ernst van de door de veroordeelde gepleegde inbreuk; het ontwerp van wet brengt de daartoe noodzakelijke wijzigingen aan, niet alleen aan het Algemeen Kieswetboek, maar ook aan het Strafwetboek.

De mede-ondertekening door de minister van Justitie is dan ook noodzakelijk.

De afdeling Wetgeving van de Raad van State heeft op 13 januari 2009 een gemotiveerd advies uitgebracht over de twee voorontwerpen van wet. Aangezien de Raad geen enkele opmerking geformuleerd heeft over het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement, had dit advies enkel gevolgen voor het wetsontwerp houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen.

De tekst die wordt voorgelegd aan de commissie, werd aangepast aan de in dat advies geformuleerde opmerkingen.

IV. INLEIDENDE UITEENZETTING BIJ HET WETSVOORSTEL TOT WIJZIGING VAN HET KIESWETBOEK INZAKE HET BEWIJS TOT MACHTIGING VAN EEN ANDERE KIEZER BIJ TIJDELIJK VERBLIJF IN HET BUITENLAND

Senator Antheunis geeft een beknopte toelichting over het doel van dit wetsvoorstel.

Het huidige artikel 147bis van het Kieswetboek bepaalt in § 1 onder welke voorwaarden de kiezer een ander kiezer kan machtigen om in zijn naam te stemmen.

Een gemachtigde voor het stemmen bij volmacht kan aangewezen worden in verschillende omstandigheden, zoals medische onbekwaamheid, dienst- of beroepsredenen, enz ...

Het wetsvoorstel beoogt een oplossing te bieden voor de kiezer die tijdelijk in het buitenland verblijft. Vastgesteld wordt dat de gemeentebesturen elk een eigen interpretatie geven aan de « nodige bewijsstukken ». Er wordt immers nergens in de wet beschreven wat die bewijsstukken kunnen of mogen zijn.

Zo worden in de ene gemeente uitsluitend effectieve bewijsstukken zoals vliegtuigtickets, bewijs van hotelreservatie, huurcontract en dergelijkem. aanvaard. In andere gemeenten volstaat, bij gebrek aan ander bewijsmateriaal, een persoonlijke verklaring van de kiezer.

Het lijkt dus aangewezen de persoonlijke verklaring als bewijsstuk voor het verlenen van een volmacht in elke gemeente te laten aanvaarden.

Tal van kiezers, tijdelijk in het buitenland verblijvend, kunnen hierdoor volmacht geven, maar blijven verplicht om minstens vijftien dagen vóór de verkiezingen de reisintentie kenbaar te maken. Er even plotseling tussen uit trekken, enkel en alleen om zich aan de stemplicht te onttrekken, moet dus al meer dan twee weken voorbereid zijn.

V. ALGEMENE BESPREKING

Senator Claes is tevreden dat het ontwerp de Kieswet op een aantal punten verbetert. Hij wenst drie punten te benadrukken.

Zo is het doen overeenstemmen van de nummering van de kandidaten op het stemformulier en op het scherm voor de geautomatiseerde stemming een positieve vooruitgang. In het verleden kwamen de nummers gebruikt dor de kandidaten tijdens de verkiezingscampagne niet noodzakelijkerwijze overeen met de nummers op het stemformulier. De nieuwe maatregel zal de kiezer toelaten om gemakkelijker de kandidaten terug te vinden. De kandidaten zullen ook efficiënter hun verkiezingscampagne kunnen voeren door de plaats aan te wijzen die ze op de kandidatenlijst innemen.

De versoepeling van de voorwaarden voor een volmacht in geval van een verblijf in het buitenland en het gebruik van een persoonlijke verklaring is eveneens een meerwaarde. De volmacht moet in principe 15 dagen voor de verkiezingen worden ingediend.

Ook de inzet van vrijwilligers in de stem- of telbureaus is een goede maatregel.

De heer Buysse stelt dat zijn partij de meeste wijzigingen verwelkomt, voornamelijk de versoepeling van de procedure inzake volmachten. In het verleden heeft het Vlaams Belang trouwens wetsvoorstellen hieromtrent ingediend.

Hij betreurt echter het tijdstip van de stemming van het wetsontwerp : minder dan 3 maanden voor de verkiezingen de kieswetgeving wijzigen is geen daad van behoorlijk bestuur.

Hij betreurt eveneens het gebrek aan duidelijkheid betreffende de termijn waarbinnen een volmacht moet worden ingediend. De website van de FOD Binnenlandse zaken bevat tegenstrijdige informatie. Sommige gemeentebesturen weigeren nog steeds verklaringen op erewoord omdat zij niet op de hoogte zijn van de wetswijziging. De implementatie van deze belangrijke wijzigingen was dus beter gebeurd na de verkiezingen, in het kader van een grondige evaluatie van de Kieswet.

Wat de heer Buysse vooral betreurt is dat de minister niet van de gelegenheid heeft gebruik gemaakt om de huidige kieskringen te vervangen door een Vlaamse kieskring (die de administratieve arrondissementen omvat die tot het Vlaamse Gewest behoren), een Waalse kieskring (die de administratieve arrondissementen omvat die tot het Waalse Gewest behoren, met uitzondering van de gemeenten van het Duits taalgebied), een kieskring Brussel (die het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad omvat) en een Duitstalige kieskring (die de gemeenten van het Duits taalgebied omvat).

De huidige indeling in kieskringen, inzonderheid de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, houdt geen rekening met de grondwettelijke indeling van het land in taalgebieden, gewesten en gemeenschappen, zoals deze bepaald wordt in de artikelen 1 tot 4 van onze Grondwet. De huidige indeling is derhalve strijdig met de aangehaalde artikelen van de Grondwet.

Dit is, voor wat de Kamer en de Senaat betreft, duidelijk gebleken uit het arrest nr. 73/2003 van het Grondwettelijk Hof. Dit arrest vernietigde de regeling die voor Vlaams-Brabant was ingevoerd door de wet van 13 december 2002 tot wijziging van het Kieswetboek : overal in het land werden provinciale kieskringen ingericht behalve voor de provincie Vlaams-Brabant. De kernoverwegingen van dit arrest worden aangehaald in toelichting van de door mevrouw Jansegers c.s. ingediende amendementen.

Daar de provinciale kieskringen elders in het land niet werden vernietigd moet de wetgever nu optreden, hetzij om de provinciale kieskringen overal terug af te schaffen, hetzij om een provinciale kieskring Vlaams-Brabant op te richten.

Elke duurzame oplossing moet uitgaan van de eerbiediging van de grenzen van de taalgebieden, de gewesten en de provincies. Indien dat niet gebeurt worden de gemeenschappen in dit land niet op gelijke voet behandeld.

Voor de verkiezingen voor het Europees parlement heeft het hiervoor genoemde arrest geen rechtsgevolgen. Toch meent spreker dat het politiek gezien niet meer dan logisch is dat ook voor de Europese verkiezingen de kieskring Halle-Vilvoorde bij de Vlaamse kieskring wordt gevoegd. Dat is overigens de politieke vertaling die door alle Vlaamse partijen aan het voornoemde arrest van het Grondwettelijk Hof werd gegeven. In het Vlaamse Parlement hebben alle Vlaamse partijen op 10 december 2003 een resolutie gestemd die ertoe strekt het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen bij de Europese verkiezingen.

Dit is dan ook het doel van de amendementen die zijn partij heeft ingediend.

De heer Moureaux meldt dat soortgelijke amendementen werden ingediend in de commissie voor de Binnenlandse Zaken, de algemene Zaken en het Openbaar Ambt van de Kamer, waar ze onontvankelijk werden verklaard.

Mevrouw Bouarfa wenst meer uitleg over de verklaring van de minister dat het wetsontwerp strekt om de harmonisering voort te zetten van de agenda die de kiesverrichtingen voor de wetgevende verkiezingen vastlegt met de agenda die de verrichtingen van de verkiezingen van de gewest- en gemeenschapsparlementen regelt. Betekent het dat men de looptijd van de federale mandaten zal verlengen tot 5 jaar ?

Tevens stelt ze voor de openingstijden van de stembureaus te wijzigen, door ze te verlengen, zoals dat in andere Europese landen het geval is. Daar sluiten de stembureaus pas om 17 of 18 uur. Er zijn vaak informaticaproblemen, vooral in gemeenten waar er elektronisch wordt gestemd, waardoor de tijd waarbinnen de kiezers kunnen stemmen wordt ingekort.

Een andere bedenking van mevrouw Bouarfa behelst de volmachten. Het is weliswaar interessant dat er gezorgd is voor faciliteiten voor kiezers die in het buitenland verblijven maar men moet erop toezien dat de volmacht aan slechts een persoon wordt gegeven. Kan men, nu men stemrecht voor de gemeenteraadsverkiezingen heeft gegeven aan vreemdelingen, niet de mogelijkheid overwegen dat een kiezer volmacht geeft aan een naaste, ook wanneer die geen Belg is ?

Tevens wenst ze dat men in het actuele debat dieper ingaat op de problematiek van het elektronisch stemmen, wegens het gebrek aan transparantie en controle.

De heer Delpérée verklaart dat zijn fractie het wetsontwerp om drie redenen steunt.

Eerst en vooral omdat die teksten technische problemen regelen in verband met de verkiezingen voor het Europees Parlement, ook al komen ze laattijdig. Hiermee voorkomt men moeilijkheden of betwistingen na die verkiezingen.

De tweede reden is dat het wetsontwerp rekening houdt met het advies van de Raad van State en van het Grondwettelijk Hof over de verkiesbaarheidsvoorwaarden voor de kandidaten.

Ten derde keurt hij de organisatie goed van een rationeel volmachtsysteem, dat beantwoordt aan behoeften die reeds duidelijk zijn geworden bij de vorige Europese verkiezingen.

De herschikking van de kieskringen die het Vlaams Belang voorstelt, lijkt hem naast de kwestie. Het arrest van het Grondwettelijk Hof van 2003 betreft noch de Europese verkiezingen, noch de verkiezingen van de Senaat. Er kan evenmin sprake van zijn een beroep te doen op de artikelen 1 tot 4 van de Grondwet, die niet over de verkiezingen gaan. Voor de verkiezingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers wordt er met name een kieskring georganiseerd, die van de provincie Luik, waarin zich kiezers bevinden van de Franse Gemeenschap en van de Duitstalige Gemeenschap, aangezien de inwoners van de kantons Eupen en Sankt Vith er stemmen. Het Grondwettelijk Hof heeft die werkwijze geenszins betwist.

De minister komt terug op de laattijdigheid van de ontwerpen. Hij wijst er op dat ze reeds begin februari in de Kamer werden ingediend. Door de moeilijke politieke situatie in het land werden ze evenwel niet onmiddelijk behandeld. Dit belet niet dat de wetsontwerpen dringend in werking moeten treden. Op 1 april begint immers de procedure voor de Europese verkiezingen te lopen.

Over het wetsvoorstel het wetsvoorstel tot wijziging van het Kieswetboek inzake het bewijs tot machtiging van een andere kiezer bij tijdelijk verblijf in het buitenland (St Senaat nr. 4-590/1) wijst de minister er op dat voorgestelde wijziging integraal opgenomen is in het wetsontwerp houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen (stuk Senaat nr. 4-1253/1).

Betreffende volmachten en hun termijn benadrukt de minister dat de kiezers tot de dag voor de verkiezing de tijd heeft om dergelijke volmacht te halen bij de burgemeester of de ambtenaar.

De minister wijst erop dat de verkiezingskalender nergens wordt gewijzigd, het gaat alleen om de kalender van de verrichtingen. De openingstijden van de stembureaus worden niet in dit wetsontwerp bepaald. De elektronische stembureaus sluiten om 15 uur, de stembureaus waar nog op papier wordt gestemd sluiten om 13 uur.

De wet bepaalt dat een volmacht alleen mag worden gegeven aan een andere kiezer, wat logisch is.

VI. STEMMINGEN

A. Het wetsontwerp houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen (stuk Senaat, nr. 4-1253/1)

Artikelen 1 tot 20

Deze artikelen worden telkens eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Artikel 21

Op dit artikel wordt door de heer Coveliers c.s. een amendement ingediend dat er toe strekt artikel 6 van het Kieswetboek op te heffen (amendement nr. 2, stuk Senaat nr. 4-1253/2). Dit artikel ontneemt burgers een grondrecht op een onevenredige manier en is derhalve, volgens het arrest Hirst van het Europees Hof, onredelijk en buitensporig en derhalve strijdig met artikel 3 van het Protocol nr. 1 van de Europese Mensenrechtenconventie. Ook het Grondwettelijk Hof heeft zich in een prejudicieel advies negatief uitgesproken over deze bepalingen.

Het amendement wordt eenparig verworpen door de 9 aanwezige leden.

Het artikel wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Artikel 22

Op dit artikel wordt door de heer Coveliers c.s. een amendement ingediend dat er toe strekt het 2º en 3º op te heffen van artikel 7, eerste lid van het Kieswetboek (amendement nr. 3, stuk Senaat nr. 4-1253/2). Voor de verantwoording wordt verwezen naar de verantwoording bij amendement nr. 2 op artikel 21.

Het amendement wordt eenparig verworpen door de 9 aanwezige leden.

Het artikel wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Artikelen 23 tot 28

Deze artikelen worden telkens eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Artikel 28/1 (nieuw)

De heer Buysse en mevrouw Jansegers dienen een amendement in dat er toe strekt een nieuw artikel 28/1 in te voegen (amendement nr. 3, stuk Senaat nr. 4-1253/2). Dit artikel beoogt een verbod in te voeren voor het dragen van gelaatverhullende gewaden voor personen die een officiële opdracht vervullen bij de kiesverrichtingen. Een dergelijke klederdracht is strijdig met het principe dat de organisatie van de verkiezingen moet gebeuren door een neutraal en onpartijdig orgaan. Een dergelijk verbod sluit aan, aldus de indieners, bij het advies dat de Europese commissie voor democratie en recht (« commissie van Venetië ») heeft verstrekt aan de Raad van Europa.

Het amendement wordt eenparig verworpen door de 9 aanwezige leden.

Artikelen 29 tot 71

Deze artikelen worden telkens eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

De tabellen, gevoegd bij het ontwerp (stuk Kamer nr. 52-1799/2), worden eveneens eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Het geheel van het ontwerp wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

B. Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement (stuk Senaat, nr. 4-1252/1)

De artikelen 1 tot 9 geven geen aanleiding tot enig debat.

Het wetsontwerp in zijn geheel wordt bijgevolg eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

C. Wetsvoorstel tot wijziging van het Kieswetboek inzake het bewijs tot machtiging van een andere kiezer bij tijdelijk verblijf in het buitenland (stuk Senaat nr. 4-590/1)

Ingevolge de stemming van het wetsontwerp houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen vervalt dit wetsvoorstel.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het uitbrengen van een mondeling verslag in de plenaire vergadering.

VII. TECHNISCHE CORRECTIES

In de Nederlandse tekst van het wetsontwerp houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen (stuk Senaat nr. 4-1253/1) worden twee technische correcties aangebracht om hem te laten overeenstemmen met de Franse tekst :

1º Artikel 51, 7º

In het voorgestelde nieuwe lid worden de woorden « stem- of stemopnemingsbureau » vervangen door het woord « stembureau ».

2º Artikel 51, 10º

In de inleidende zin wordt het cijfer « 9 » ingevoegd tussen de woorden « paragraaf » en « luidende ».

De rapporteur, De voorzitter,
Dirk CLAES. Philippe MOUREAUX.