4-1282/1 (Sénat)
52-2020/1 (Chambre)

4-1282/1 (Sénat)
52-2020/1 (Chambre)

Belgische Senaat en Kamer van volksvertegenwoordigers

ZITTING 2008-2009

29 APRIL 2009


Resultaten van de Europese Raad van 5 april 2009 (ontmoeting met de heer Barack Obama)


VERSLAG

NAMENS HET FEDERAAL ADVIESCOMITÉ VOOR DE EUROPESE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW DELVAUX (S) EN DE HEER DE CROO (K)


I. INLEIDING

Het is gebruikelijk dat bij elke vergadering van de Europese Raad de leden van het Federaal Adviescomité voor de Europese Aangelegenheden van gedachten wisselen met de eerste minister en/of met een ander lid van de Belgische regering in verband met de voorbereiding en de resultaten van die Europese Raad.

Het Adviescomité heeft zijn vergadering van woensdag 22 april 2009 gewijd aan de buitengewone Europese Raad van Praag van 5 april 2009. Het betrof een ontmoeting met de Amerikaanse President Obama.

Dit verslag geeft een kort overzicht van de gedachtewisseling met de eerste minister, de heer Herman Van Rompuy, waaraan ook de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en de commissie voor de Landsverdediging van de Kamer evenals de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging van de Senaat hebben deelgenomen.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE HEER HERMAN VAN ROMPUY, EERSTE MINISTER

Barack Obama, president van de Verenigde Staten, vergezeld door staatssecretaris Hillary Clinton, ontmoette op zondag 5 april de staatshoofden en regeringsleiders van de 27 voor een informele top in Praag. Die top bestond uit twee werklunches : een lunch met de staatshoofden en een parallelle lunch met de ministers van Buitenlandse Zaken.

De financiële en economische crisis, de klimaatverandering, energieveiligheid, trans-Atlantische relaties en verschillende internationale dossiers (Afghanistan, het Midden-Oosten, Iran, Rusland enz.) stonden centraal tijdens deze bijeenkomsten. De ontslagnemende Tsjechische eerste minister, Mirek Topolanek, sprak in naam van de Europese Unie en leidde de besprekingen op het niveau van de staatshoofden waarbij de meeste spreektijd werd toegekend aan de hoofdgenodigde, de Amerikaanse president. Deze laatste hield diezelfde ochtend een redevoering op het plein voor het kasteel van Praag.

Voor de plenaire vergadering was er ook een bilateraal gesprek tussen de heer Obama en José Manuel Barroso, voorzitter van de Commissie, samen met de commissaris voor Buitenlandse Betrekkingen, Benita Ferrero-Waldner. De top werd afgerond met een gezamenlijke persconferentie van de heren Obama, Topolanek en Barrosso. De Amerikaanse president nam vervolgens het vliegtuig naar Turkije.

In een tekst die na de bijeenkomst in Praag werd verspreid, herinneren de Europese leiders eraan dat een extra inspanning van de Verenigde Staten om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, belangrijk is. De tekst vermeldt dat « l'Union européenne a adopté une position ambitieuse sur cette question et invite les États-Unis à s'engager de tout poids dans cette lutte ». « Ensemble, l'Union européenne et les États-Unis seront dans une position plus forte pour entrainer des acteurs internationaux clés et des pays émergents et atteindre un résultat ambitieux ... ».

De Europese Unie en de Verenigde Staten hebben diezelfde dag ook een gezamenlijk communiqué verspreid waarin Noord-Korea wordt aangemaand zijn beloftes na te komen, afstand te doen van zijn wedloop naar massavernietigingswapens en geen bedreigingen meer te uiten aan het adres van zijn buurlanden. Het gaat om een waarschuwing na de lancering van een Noord-Koreaanse raket diezelfde ochtend. Pyongyang bevestigde dat het een satelliet in een baan om de aarde had gebracht. De gezamenlijke verklaring benadrukte dat « malgré l'objectif prétendu du lancement, le développement des capacités de missiles balistiques de la Corée du Nord a pour objectif de lui procurer la capacité de menacer les pays proches et lointains par des armes de destruction massive ». Die gezamenlijke trans-Atlantische verklaring vormde het vertrekpunt voor overleg diezelfde dag in New York op het niveau van de VN-Veiligheidsraad. Ten slotte keurden de ministers van Buitenlandse Zaken een gezamenlijke EU-VS-verklaring goed betreffende een Afghaans wetsvoorstel over het statuut van de vrouw.

Tijdens de vergadering van de Kamercommissie voor de Buitenlandse Betrekkingen op 1 april 2009 ter voorbereiding van de NAVO-Top in Straatsburg/Kehl, heeft de eerste minister gezegd dat in de drukke april-week van twee of zelfs drie achtereenvolgende topontmoetingen (de NAVO-Top,de Europees-Amerikaanse Top en voor sommige EU-lidstaten de Top van de G20 in Londen), er voldoende kans zou zijn om kennis te maken met de Amerikaanse President. Na de Top in Praag kan de eerste minister enkel maar de indruk en overtuiging bevestigen dat President Obama de banden met Europa wil aanhalen en zijn buitenlands beleid wil stoelen op overleg en samenwerking. Deze overstap van unilateralisme naar multilateralisme kan alleen maar worden toegejuicht.

Aan deze reeds op zichzelf belangrijke eerste vaststelling, kan een tweede vaststelling worden toegevoegd. De algemene richting die de Amerikaanse President aangaf voor het toekomstig beleid van zijn nieuwe administratie, leidt onvermijdelijk tot een groeiende convergentie en zelfs eenheid van de Europese en Amerikaanse standpunten. Interessant in deze toenaderingsbeweging is dat het de Amerikaanse standpunten zijn die naar de Europese toegroeien, eerder dan omgekeerd. Na afloop van de informele Top heeft de eerste minister bevestigd dat de Europese Unie op dit moment zijn standpunten op een reeks domeinen niet hoeft te wijzigen, teneinde transatlantische eensgezindheid vast te stellen of te bereiken.

Maar het ging in het korte tijdsbestek van de twee uur durende ontmoeting in Praag enkel om algemene richtingen en niet om een onderhandeling over de meer precieze elementen van de verschillende dossiers.

Bovendien heeft de Amerikaanse President nog niet op alle domeinen een nieuwe richting aangegeven. Als voorbeeld kan de Doha-ronde worden aangehaald.

Inzak klimaatverandering hebben de Europese leiders ervoor gepleit dat Europa en de Verenigde Staten er samen voor zouden ijveren om China te betrekken in het debat. Dit veronderstelt dat de Verenigde Staten een sterkere inspanning levert dan de vorige Amerikaanse administratie, maar ook sterker dan wat de nieuwe administratie aankondigt. Obama heeft hierop geantwoord dat het klimaatdebat in zijn land gedurende tien jaar is verlamd, dat hij zijn politiek kapitaal maximaal wil uitspelen maar dat men de boot niet mag overladen. Daarenboven moet men ook de andere inspanningen die de Verenigde Staten vandaag ondernemen op het vlak van energiebesparing, in rekening nemen. Wanneer men naar de standpunten kijkt, is het merkwaardige dat de Europeanen in 2020 twintig procent lager willen uitkomen in CO2-uitstoot in vergelijking met 1990, terwijl de VS in 2020 enkel tot het niveau van 1990 willen zakken, zonder de twintig procent vermindering die Europa zich vooropstelt.

Wat de Transatlantische relaties zelf betreffen, kan meer bepaald op economisch vlak een grote bereidheid worden gevonden om vooruitgang te boeken inzake de Transatlantische Economische Raad. Obama heeft dit instrument van samenwerking verschillende malen vermeld, onder andere ook in zijn publieke toespraak in Praag. De Amerikaanse en Europese verantwoordelijken voor dit dossier, Michael Forman en Europees Commissaris Gunther Verheugen, werken vandaag aan een document om deze dialoog snel opnieuw te lanceren. Er werd ook overeengekomen om een parlementaire dimensie aan deze dialoog toe te voegen via een mogelijk overleg tussen het Europees Parlement en het Amerikaans Congres.

Wat Doha betreft, heeft men kunnen vaststellen dat de Verenigde Staten nog geen enkel engagement op korte termijn genomen hebben. De Amerikaanse President liet verstaan dat hij meer tijd nodig had om het Congres te overtuigen. Er is veel overredingskracht nodig om dit Congres dat bestaat uit een democratische en traditioneel meer protectionistisch ingestelde meerderheid, te overtuigen. Hij liet ook verstaan dat er vandaag geen eensgezindheid is in de VS om een nieuwe onderhandelingsronde te laten beginnen op basis van hetgeen in de vorige onderhandelingsronde is overeengekomen. De Europese leiders en de Europese Commissie zullen echter het debat over Doha willen herlanceren op de G8-bijeenkomst in Italië eens de verkiezingen in India achter de rug zijn.

Zowel langs Europese als langs Amerikaanse zijde is de waardering van de G20-Top in Londen groot. Men is zeer tevreden met het eindresultaat. De nadruk in de verschillende tussenkomsten in Praag, zoals in die van Gordon Brown, viel sterk op de noodzaak van een snelle tenuitvoerlegging van de vele afspraken. Deze tenuitvoerlegging begint met de lentevergaderingen van de Bretton Woods-instellingen deze week in Washington. Daar zal vooral aandacht worden gegeven aan de verhoging van de middelen van het IMF.

Wat Afghanistan betreft, hebben de Verenigde Staten alle Europese landen bedankt die de nieuwe koers van de Amerikaanse administratie hebben gesteund, met inbegrip van bijdragen op militair en civiel vlak voor Afghanistan. Meerdere behoeften werden hierdoor vervuld. Maar de controle en opvolging van de verkiezingen verdient nog een bijkomende inspanning. Gehoopt werd dat de Europese Unie de leiding zou nemen in de waarneming van verkiezingen. De Verenigde Staten zouden hun deel doen in het verzekeren van de veiligheid van de uitgestuurde waarnemers. De Europese ondersteuning van de Afghaanse politie werd eveneens onderstreept wat niet wegneemt dat bijkomende Europese inspanningen welkom zouden zijn.

Ten aanzien van Pakistan hoopten de Amerikaanse gesprekspartners op een belangrijke Europese bijdrage op de donorenconferentie welke ondertussen op 17 april in Tokio heeft plaatsgevonden. De Europese Unie werd verder aangemoedigd om een eerste Topontmoeting met dit land te houden en de betrekkingen tussen de EU en Pakistan in overeenstemming te brengen met het vernieuwde strategische belang van dit land.

Ten slotte verdient de publieke toespraak van de Amerikaanse President in Praag ook de aandacht. Daarin kondigde hij ondermeer zijn voornemen aan om het allesomvattend verdrag tot stopzetting van kerntesten (het « Comprehensive Test Ban Treaty »), te laten ratificeren door het Amerikaanse Congres. Dit is een bewijs van de nieuwe ingesteldheid van Washington, waarover het ging in Praag.

III. GEDACHTEWISSELING

1. Kennis van Europa

De heer François Roelants du Vivier, senator, merkt op dat President Obama een grote buitenlandse ervaring heeft, die echter vooral gericht is op Azië en Afrika. Kent hij Europa en de Europese constructie voldoende ? Begrijpt hij waarom hij soms tegenover één Europese gesprekspartner zit, zoals de Europese Commissie in Doha, terwijl hij bij andere gelegenheden moet rekening houden met 27 lidstaten.

Mevrouw Hilde Vautmans, voorzitter van de Commissie voor Buitenlandse aangelegenheden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, bevestigt eveneens dat de aanwezigheid van 27 Europese regeringsleiders tegenover 1 Amerikaanse president de zaken kan bemoeilijken.

De eerste minister antwoordt dat President Obama misschien de eerste president is die geen Europese roots heeft, maar ook de eerste president is sinds Kennedy die zo pro-europees denkt en handelt.

2. Eenheid van Europa

De heer François Roelants du Vivier, senator, heeft vastgesteld dat tijdens de « Durban Review Conference » te Genève van 20 tot 23 april 2009 (de « World Conference against Racism »), de Europese stemmen verdeeld hebben gehandeld. Het Tsjechische voorzitterschap is op een bepaald ogenblik uit protest vertrokken, terwijl sommige andere EU-lidstaten waaronder België zijn blijven zitten. Hoe komt dit over bij wereldleiders als President Obama ?

De eerste minister is het ermee eens dat Europa met 27 niet altijd even evident is. Maar men moet ook durven erkennen dat Europa in een aantal gebieden wel met één stem spreekt : het klimaat, de G-20, enz.

3. Thema's in het kader van de NAVO

De heer François Roelants du Vivier, senator, verwijst naar de interventie die de h. Van Rompuy heeft gemaakt in het kader van de NAVO-Top over het statuut van de vrouw in Afghanistan. Aangezien er binnenkort opnieuw een vergadering is van de NAVO Parlementaire Assemblee, zou het goed zijn wat meer informatie over het Belgische regeringstandpunt te krijgen.

De heer Josy Dubié, senator, stelt vast dat President Obama streeft naar een openheid in dialoog, vooral met Rusland. Op hetzelfde ogenblik echter beslist de NAVO om manoeuvres te organiseren in Georgië op 20 kilometer van de Russische grens. Is deze provocatie te rijmen met de visie van President Obama ?

Verder heeft hij vernomen dat Turkije na veel onderhandelen akkoord is gegaan met de benoeming van de heer Rasmussen tot volgende secretaris-generaal van de NAVO. Welke toegevingen zijn gedaan om Turkije te overhalen ?

De heer François-Xavier de Donnéa, kamerlid, is van oordeel dat, indien men een nieuwe Europese veiligheidsstructuur op poten wil zetten, zoals thans wordt besproken in de parlementaire assemblees van de OVSE en de NAVO, men in de eerste plaats het wantrouwen tussen de Europese Unie, de Verenigde Staten en Rusland moet wegnemen. Deze drie partijen zijn onontbeerlijk om de veiligheid in Europa en de wereld te garanderen. Dit houdt ook in dat de provocaties zoals thans in Georgië gebeuren, of de plaatsing van het rakettenschild tegen de wil van Rusland in, moeten ophouden.

De eerste minister stelt dat President Obama veel belang hecht aan een Europese pijler in de schoot van de NAVO. Hij heeft zelfs gesproken over een Europese defensie.

Wat de benoeming van de heer Rasmussen betreft, is het duidelijk dat dit voor Turkije moeilijk lag. Er zijn echter geen toegevingen gedaan buiten de officiële verklaring van de heer Rasmussen dat hij begrip heeft voor de bezorgdheid van Turkije. Men mag ook niet vergeten dat Turkije zelf een grote geste heeft gedaan door de kandidatuur uiteindelijk te aanvaarden zonder voorwaarden.

Voor de eerste minister kan het absoluut niet dat Afghanistan dreigt de rechten van vrouwen te beperken via een (gedeeltelijke) invoering van de Sharia, terwijl het Westen zoveel inspanningen in het land doet. Ook de NAVO heeft dit standpunt ingenomen en ogenblikkelijk de Afghaanse President gecontacteerd.

Het is evident dat de aangehaalde manoeuvres in de grensstreek van Georgië niet bevorderlijk zijn voor de goede verstandhouding met Rusland. Openheid en dialoog met Rusland blijft cruciaal.

De heer Josy Dubié, senator, feliciteert de eerste minister met zijn protest tegen de invoering van de Sharia in delen van Afghanistan. Hij wil echter ook wijzen op artikel 3 van de Afghaanse grondwet dat stelt dat er geen wet kan worden aangenomen die in strijd is met Islam. De facto wordt dus toch een deel van de Sharia vandaag reeds toegepast. Dit is ook een voorbeeld van het feit dat, door deze invoering aan te vechten, men ingaat tegen de overtuiging van een deel van de Afghaanse bevolking. Het is niet evident om de Westerse waarden te introduceren in dit land, en de vrees bestaat dat, eens het Westen zich terugtrekt, ook de ingevoerde waarden zullen verdwijnen.

4. Kernwapens en ontwapening

De heer Bruno Tuybens, kamerlid, verwijst naar de ambitie van een groep van politieke basismandatarissen waaronder ook meer dan 300 Belgische burgemeesters, om tegen 2020 een kernwapenvrije wereld te realiseren. Ook President Obama heeft kernwapens een reliek uit de Koude Oorlog genoemd. Is het moment niet gekomen dat ook de Belgische regering, zoals ze indertijd heeft gedaan met de discussie rond landmijnen of kindsoldaten, zich achter dit idee schaart en gesprekken opent om de kernwapens uit Kleine Brogel te verwijderen ?

De heer Josy Dubié, senator, haalt de zogenaamde « Harmel-doctrine » aan die in de jaren 60 en 70 hebben gezorgd voor een begin van stapsgewijze ontwapening op basis van wederzijds vertrouwen. Thans lijkt het ogenblik gekomen om dit opnieuw uit te voeren, te beginnen met de kernwapens in Kleine Brogel.

De heer François-Xavier de Donnéa, kamerlid, vindt het idee van nucleaire ontwapening uiterst belangrijk, maar benadrukt dat men niet naast de realiteit kan kijken. Landen als Iran en Pakistan vormen een grote bedreiging voor de stabiliteit in de wereld en streven naar of zijn reeds een nucleaire mogendheid. Men kan niet verwachten dat de Verenigde Staten of Rusland in deze omstandigheden hun nucleair arsenaal zullen afslanken.

De kernwapens wegnemen in Kleine Brogel zou in deze context ook een slecht idee zijn. Dankzij deze wapens kan België immers blijven wegen op de discussie rond nucleaire proliferatie.

De eerste minister antwoordt dat men moet werken in een sfeer van multilateralisme. Ontwapening moet op basis van wederkerigheid gebeuren. Eenzijdig dingen doen is niet efficiënt.

Hij heeft ook gesproken over de « Harmel-doctrine » tijdens de NAVO-Top. Twee kernwoorden zijn hier van belang : dialoog en standvastigheid. De NAVO heeft zijn debat over het nieuwe strategische concept ook volgens de lijnen van deze twee trefwoorden gevoerd.

5. Verdrag van Lissabon

De heer François Roelants du Vivier, senator, stelt vast dat de regering van eerste minister Topolanek in Tsjechië ontslagnemend is. Heeft dit gevolgen voor de ratificatieprocedure van het Verdrag van Lissabon in Tsjechië ?

6. Toetreding van Turkije tot de Europese Unie

De heer Bruno Tuybens, kamerlid, benadrukt dat de Verenigde Staten nog steeds voor toetreding van Turkije tot de Europese Unie zijn. Het bezoek van President Obama aan Turkije heeft dit nogmaals bevestigd. Wat is het standpunt binnen de Europese Unie hierover ?

De eerste minister antwoordt dat de Verenigde Staten er nooit een geheim van hebben gemaakt dat ze voorstander zijn van een Turkse toetreding tot de Europese Unie. President Obama heeft echter wel benadrukt dat dit een Europese beslissing is die volgende de Europese procedure dient te worden genomen.

7. Werkgelegenheidstop van 7 mei 2009

De heer Bruno Tuybens, kamerlid, is van oordeel dat het een slecht signaal is dat de staatshoofden en regeringsleiders niet naar Praag gaan voor de werkgelegenheidstop op 7 mei aanstaande. Is er ook geen kans dat de ministers van werk toch aanwezig kunnen zijn ?

De eerste minister antwoordt dat er geen nieuwe elementen in dit dossier zijn verschenen. De vergadering zal doorgaan tussen de Troïka en de sociale partners. Men mag ook niet overschatten wat Europa kan doen op het vlak van werkgelegenheid. Dit is nog steeds een grotendeels nationale bevoegdheid. Daarenboven heeft Europa via onder andere het economisch herstelplan reeds veel gedaan om een beter klimaat voor jobcreatie te krijgen.

De heer Bruno Tuybens, kamerlid, vindt het een bijzonder slecht signaal van Europa indien men de top beperkt tot de aangehaalde formule. Wat is dan de toegevoegde waarde ? Dit komt dan neer op een praatbarak, wat slecht zal overkomen bij de burger.

8. Belgische aanwezigheid in Afghanistan

De heer Bruno Tuybens, kamerlid, is negatief verrast door de deelname van Belgische instructeurs aan gevechten op het terrein in Afghanistan. Dit is niet zonder risico. De regering heeft steeds gezegd dat dit niet zou gebeuren. Is het standpunt van de regering veranderd ?

De heer Josy Dubié, senator, bestempelt de politiek die de Verenigde Staten thans willen voeren ten aanzien van Afghanistan als suïcidair. Het is een militaire vlucht vooruit, waar men daarenboven ook nog verwacht dat de civiele sector een belangrijke rol speelt. Maar in een land waar de veiligheid niet kan worden gegarandeerd, is dit utopie. Het is een feit dat het gros van de Belgische soldaten in Afghanistan zich niet in de gevarenzone bevinden, maar de 50 parachutisten die thans opereren, zijn dit wel. Zij nemen een reëel risico. Is dit een beslissing van de regering ?

De heer François-Xavier de Donnéa, kamerlid, steunt volmondig het beleid van minister De Crem. Europa moet zijn deel van de lasten op zich nemen om de situatie in Afghanistan te verbeteren. Enkel zo kan de rol van Europa in de strijd tegen terrorisme geloofwaardig overkomen. In militaire missies zit steeds een factor van gevaar en risico. Dit heeft België overigens reeds ondervonden met het jammerlijk verlies van ontmijners in Libanon.

In de marge van deze discussie moet overigens ook worden stilgestaan bij het probleem in Afghanistan van de produktie van papaver. Zolang er geen even rendabel alternatief kan worden aangeboden aan de lokale bevolking, zal deze produktie problematisch blijven.

Mevrouw Hilde Vautmans, voorzitter van de Commissie voor Buitenlandse aangelegenheden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, vindt het bijzonder problematisch dat thans een debat gevoerd wordt in de media over het inzetten van Belgische militairen in de frontlinie in Afghanistan. Indertijd is een Bijzondere Commissie voor de opvolging van operaties opgericht ten uitvoerlegging van de conclusies van de Rwanda-commissie. Deze commissie werkt jammer genoeg niet. De laatste vergadering dateert van vlak voor Kerstmis 2008. Vandaag zijn er meer dan 1 000 Belgische militairen actief in het buitenland. De eerste minister zou de leden van de regering meer moeten aansporen om het parlement op de hoogte te houden. Vroeger was het immers zo dat bij elke rotatie, elke inzet of elke verhoging van Belgische troepen in het buitenland, een briefing werd gegeven aan het parlement.

Tijdens de laatste vergadering van de bijzondere commissie is gesteld dat de Belgische instructeurs de taken van het Afghaans leger niet zouden overnemen, maar enkel zouden trainen en opleiden. Het spreekt voor zich dat zij bij de uitvoering van hun opdracht mee gaan in operaties, maar dit moet gebeuren vanop de tweede rij. Thans wordt de indruk gewekt dat zij vanop de eerste rij meevechten.

Parlementaire controle is meer dan nodig. Dit houdt ook in dat een kopie van de « rules of engagement » moet worden gegeven aan de leden van de bijzondere commissie. Het Nederlandse voorbeeld van parlementaire controle en transparantie is bijzonder interessant om verder te bekijken.

De eerste minister stelt vast dat de Verenigde Staten en ook Europa hun politiek ten overstaan van Afghanistan hebben gewijzigd : meer troepen, meer veiligheid, beter klimaat voor burgerlijke initiatieven en hulp. De Verenigde Staten hebben 17 000 extra manschappen gestuurd, Europa ongeveer 5 000. Daarnaast is een grote versterking gekomen van het civiele programma, waarvoor een betere veiligheidsomkadering via onder andere deze extra manschappen nodig was.

Wat de Belgische aanwezigheid en activiteiten betreft, is het aan de minister van defensie om hier op te antwoorden. Feit is echter dat de Belgische militairen in Kunduz in Noord-Afghanistan niet hebben deelgenomen aan gevechten. Hun taak is en blijft beperkt tot coaching, monitoring en begeleiding.

Er is tijdens de laatste vergadering van de bijzondere commissie voorgesteld om de « Rules of Engagement » en bijhorende caveats te laten circuleren in de commissie op voorwaarde dat alle leden van de commissie een document van geheimhouding ondertekenden. Niet iedereen heeft dit gedaan. Bijgevolg kan deze informatie niet worden vrijgegeven aan de leden.

De heer Bruno Tuybens, kamerlid, besluit dat het dus gaat om een slechte communicatie van de minister van defensie, hetgeen hij hopelijk zal rechtzetten als hij terugkeert uit Afghanistan.

Mevrouw Hilde Vautmans, voorzitter van de Commissie voor Buitenlandse aangelegenheden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, benadrukt dat zij inderdaad tijdens een vergadering van de bijzondere commissie in augustus of september 2008 een document heeft ontvangen, maar dat dit nooit is rondgehaald of opgevraagd. De minister van defensie heeft ook nooit aangeboden om de « rules of engagement » te laten circuleren.

9. Internationale financiële en economische crisis

De heer Josy Dubié, senator, neemt akte van het feit dat het IMF meer middelen heeft gekregen om zijn politiek te voeren. Wil dit zeggen dat ook de voorwaarden voor het toekennen van fondsen zijn gewijzigd ? In het verleden hebben deze voorwaarden immers steeds geleid tot een dramatische verarming van het land dat de fondsen ontving.

Mevrouw Hilde Vautmans, voorzitter van de Commissie voor Buitenlandse aangelegenheden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, merkt op dat er een nieuwe impuls is gegeven aan de Transatlantische Europese Raad. Is dit meer dan een symbolische daad ? Kan deze raad een rol spelen in het bestrijden van de huidige crisis ?

De eerste minister meent dat het IMF ook de voorwaarden heeft gewijzigd. Als voorbeeld kan Hongarije worden aangehaald. Details weet hij echter niet, maar het is een logisch gevolg van de kritiek die op het beleid van het IMF is gegeven in het verleden.

10. Europees Klimaatactieplan

Mevrouw Hilde Vautmans, voorzitter van de Commissie voor Buitenlandse aangelegenheden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, informeert naar de stand-van-zaken betreffende het Europees Klimaatactieplan. Is het nog steeds realistisch om de beoogde doelstellingen tegen 2020 te halen of zijn bijkomende maatregelen vereist ?

De eerste minister bevestigt dat dit een enorme uitdaging is, temeer daar Europa steeds heeft gezegd dat het verder kan gaan dan de huidige afgesproken 20 % en eventueel zijn doelstellingen kan verhogen tot 30 % indien alle lidstaten ermee akkoord gaan. Daarenboven is dit een grotendeels regionale materie in België. Veel inspanningen zullen dus van de gewesten moeten komen.

De voorzitters-rapporteurs,
Anne DELVAUX (Senaat), Herman DE CROO (Kamer)