4-46 | 4-46 |
De heer Jurgen Ceder (VB). - Op 22 oktober stond het Protocol van Londen geagendeerd op de agenda van de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging van de Senaat. De bespreking en stemming werden uitgesteld tot een latere datum.
Het Protocol van Londen voert een nieuw regime in voor de vertaling van Europese octrooien. Ik vind het bedenkelijk dat niet alle talen als officiële talen gelden en dat die status alleen verleend wordt aan het Engels, het Duits en het Frans. Zelfs indien men van mening zou zijn dat het aantal officiële talen om financiële redenen beperkt moet worden, is het niet duidelijk waarom het Frans wordt erkend. Op dit ogenblik wordt slechts 5% van de octrooiaanvragen in het Frans ingediend, tegenover 80% in het Engels. Om werkelijk kostenbesparend te zijn, had men slechts één taal moeten erkennen.
Het grootste deel van het kwaad is echter al geschied bij de goedkeuring van het oorspronkelijke octrooiverdrag en door de wet op de Europese octrooien die op 21 april 2007 door de Kamer werd goedgekeurd. Op dit ogenblik kan voor octrooiaanvragen die in het Frans of het Duits worden ingediend al geen vertaling meer worden gevraagd. Het gaat nu vooral om de octrooien waarvan de aanvraag in het Engels is gebeurd en die 80% uitmaken van het geheel van octrooien dat bij het Europees octrooienbureau wordt ingediend en meer dan 60% van de octrooien die België als doelland hebben.
Het meest negatieve aspect voor Vlaanderen en het Nederlands zit echter in het dubbele regime voor vertalingen. Landen die één van de officiële talen als landstaal hebben, kunnen geen verdere vertaling vragen. Dat geldt onder meer voor Frankrijk, Duitsland, Ierland en België. Landen als Nederland bijvoorbeeld, kunnen dat wel vragen voor octrooien die in hun land gelden. Dit heeft als pervers gevolg dat België geen vertaling naar het Nederlands zal kunnen eisen voor octrooien die gelden in dit land, doordat het Frans een officiële taal van het Europees octrooibureau is. Daarmee zijn de Vlamingen, de meerderheid van dit land, de enige taalgroep in Europa, die de in eigen land geldende octrooien niet in de eigen taal vertaald kunnen krijgen.
Waarom heeft de minister van Buitenlandse Zaken ingestemd met een dergelijke nadelige regeling voor de grootste taalgroep in dit land?
Italië, Spanje en Polen zullen het protocol niet ratificeren. Wat belet België hetzelfde te doen?
Wat kan en zal de minister ondernemen om de positie van het Nederlands bij het Europees octrooibureau te verbeteren?
De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - Mijn collega, de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen, en ikzelf zijn voor de ratificatie van het protocol van Londen niet ondoordacht te werk gegaan.
Teneinde de nieuwe taalregeling voor Europese octrooien van het protocol van Londen goed te begrijpen, is een goed begrip van de huidige toestand noodzakelijk. De aanvraag van een Europees octrooi moet tot op heden gebeuren in een van de drie proceduretalen van het Europees Octrooibureau, namelijk het Frans, het Duits of het Engels. Het Nederlands is nooit een proceduretaal van het Octrooibureau geweest.
Indien het octrooi na het doorlopen van de Europese verleningsprocedure wordt verleend in een taal die niet overeenstemt met een van de nationale talen van België, dan moet binnen de drie maanden na de verlening een vertaling in een van de nationale talen worden neergelegd bij de Belgische Dienst voor de Intellectuele Eigendom. Die bepaling vloeit voort uit het Europees Octrooiverdrag van 5 oktober 1973. Praktisch komt dat erop neer dat een Europees octrooi dat in het Frans of het Duits is opgesteld, nu reeds na de verlening niet meer moet worden vertaald om geldig te zijn in België. Enkel een Engelstalig Europees octrooi moet naar het Nederlands, het Frans of het Duits worden vertaald.
Bij de vertaling van de Engelstalige octrooien is het daarenboven niet vereist dat dit in alle nationale talen gebeurt. De octrooihouder kan een van de drie nationale talen kiezen.
Uit de gegevens van de Dienst voor de Intellectuele Eigendom blijkt dat 91,12% van alle neergelegde vertalingen van Engelse Europese octrooien in het Frans waren opgesteld; slechts 8,69% van de octrooihouders verkiest het Nederlands voor de vertaling.
Uit deze gegevens blijkt dat een hele reeks Europese octrooien nu reeds niet in het Nederlands beschikbaar zijn. Die situatie heeft tot op heden nog nooit tot problemen aanleiding gegeven. De praktijk toont aan dat vertalingen slechts zeer uitzonderlijk worden geraadpleegd bij de Dienst voor de Intellectuele Eigendom. Vertalingen worden voornamelijk geraadpleegd in het raam van een juridische procedure.
Voor de technologiebewaking worden momenteel geen vertalingen gebruikt. Vlaamse onderzoekers, ingenieurs, industriëlen en octrooigemachtigden die met innovatie bezig zijn, werken bij voorkeur met de originele tekst van de octrooiaanvraag. Veel vaktermen zijn immers moeilijk te vertalen en geven bij vertaling aanleiding tot verwarring in plaats van bij te dragen tot de duidelijkheid.
Daarenboven gebeurt de technologiebewaking door ondernemingen vanaf de publicatie van de Europese octrooiaanvraag. Die aanvraag is in het Frans, het Duits of het Engels opgesteld. De gemiddelde duur van de verleningsprocedure is vier jaar. Wanneer een bedrijf pas vier jaar na de indiening de octrooien van haar concurrenten bekijkt, is het natuurlijk schromelijk te laat.
Gelet op de bestaande regeling komt de ratificatie van het protocol van Londen er in de eerste plaats op vraag van de Vlaamse bedrijven zelf. VBO, Voka, UWE, VOB, UNIZO, Agoria, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven waren vragende partij voor de ratificatie.
Voor de octrooiaanvragers betekent het protocol van Londen immers een significante kostenbesparing. De gemiddelde vertaalkost van een octrooi bedraagt 70 euro per pagina. Als men rekent dat een gemiddeld octrooi ongeveer 20 pagina's beslaat, spreken we over een indirecte kostenbesparing van gemiddeld 1 400 euro. Zeer technische octrooien zijn langer en kunnen soms tot 100 pagina's tellen; dat betekent een kostenbesparing van 7 000 euro. Als men weet dat slechts 1% van de neergelegde vertalingen ooit wordt geconsulteerd, begrijpt men dat nu reeds de vertalingen slechts heel beperkt worden gebruikt en dat de vertaalversie vooral een zware administratieve last is voor vele ondernemingen. De aanzienlijke bedragen voor vertalingen worden afgehouden van de fondsen voor onderzoek en ontwikkeling van de ondernemingen. Door het protocol van Londen zullen die fondsen opnieuw vrijkomen.
Om deze redenen heeft de Raad voor Intellectuele Eigendom op 29 november 2006 de ratificatie van het Protocol van Londen positief geadviseerd. In november zal de Raad echter opnieuw een advies uitbrengen over de begeleidingsmaatregelen van het Protocol van Londen.
Tenslotte wil ik erop wijzen dat het niet ratificeren van het Protocol van Londen negatieve effecten zou hebben voor de Belgische industrie. Immers, wanneer we niet zouden toetreden tot dit Protocol, is een daling te verwachten van het aantal Europese octrooien dat België aanduidt. De lidstaten die een nationale taal gemeenschappelijk hebben met een nationale taal van België, meer in het bijzonder Frankrijk, Zwitserland, Duitsland, Nederland, Monaco en Luxemburg, hebben immers reeds alle het Protocol geratificeerd. Hierdoor zal een aanvrager van een Europees octrooi een vertaling dienen op te stellen enkel voor de validering van het octrooi in België. Hieruit besluit ik dat tegen deze regeling alleen de Vlaamse volksbeweging gekant is.
Italië, Spanje en Polen hebben het Protocol inderdaad nog niet geratificeerd. Veertien andere staten hebben dat echter al wel gedaan, meer in het bijzonder Kroatië, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, IJsland, Letland, Liechtenstein, Luxemburg, Monaco, Nederland, Slovenië, Zweden, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk.
Sta me toe specifiek naar de ratificatie door Zwitserland te verwijzen. De Zwitserse situatie is vergelijkbaar met de Belgische. Zwitserland heeft immers ook nationale talen die een officiële taal van het Europees Octrooibureau zijn, namelijk het Frans en het Duits. Daarnaast hebben ze echter ook het Italiaans als officiële taal.
Zoals hiervoor gesteld, worden vertalingen voornamelijk geraadpleegd in het raam van een juridische procedure. Ik heb er, als Vlaming, samen met de minister voor Ondernemen over gewaakt dat het Protocol van Londen niets wijzigt aan de vereiste dat in geval van juridische procedures een Nederlandse vertaling van het octrooi noodzakelijk blijft. Het Europese octrooi zal voor Vlaamse bedrijven dus nog steeds in het Nederlands beschikbaar blijven wanneer zij dit nodig hebben bij een geschil.
Daarenboven is de praktijk bij de Belgische KMO's gegroeid om alvorens een Europees octrooi in te dienen, eerst een Belgisch octrooi aan te vragen, wat uiteraard in het Nederlands kan worden opgesteld. Na de adviserende schriftelijke opinie van het Europees octrooibureau, naargelang het geval in het Nederlands, Frans of Duits, over het al dan niet vervuld zijn van de octrooieerbaarheidsvereisten, besluit de octrooihouder vervolgens om zijn octrooi al dan niet uit te breiden naar Europa. Op die manier zullen vele Europese octrooien, ingediend door Belgische ondernemingen, nog steeds in het Nederlands beschikbaar blijven.
Daarnaast werkt het Europees Octrooibureau aan een project ter ontwikkeling van performante vertaalsoftware van het Engels naar het Nederlands. Deze software zou worden geïnstalleerd op de bestaande octrooidatabank, teneinde alle octrooiinformatie in het Nederlands voor documentaire informatiedoeleinden beschikbaar te houden.
De heer Jurgen Ceder (VB). - Het is correct dat de Vlamingen niet de enige taalgroep in Europa zijn die geen vertaling naar hun taal willen. Ook de Italiaanssprekende bevolking in Zwitserland wil dat niet.
In de praktijk wordt inderdaad nog zelden naar het Nederlands vertaald. Dat vind ik verkeerd, want ik blijf van oordeel dat voor België teksten systematisch naar het Nederlands moeten worden vertaald. Vertalen naar het Frans gebeurt toch ook automatisch, omdat dit een van de officiële talen is. Om die reden zouden de teksten bijgevolg ook automatisch naar het Nederlands moeten worden vertaald. Indien er inderdaad zelden naar het Nederlands wordt vertaald, is de kostenbesparing door het niet vertalen trouwens beperkt.
Ik heb nog twee bijkomende vragen.
Ten eerste, is België het enige land waarvan de taal van de meerderheid van de bevolking wordt uitgeschakeld bij het Europees Merkenbureau?
Ten tweede, wat zal België doen als besloten wordt om, in het kader van kostenbesparingen aangezien toch nog slechts 5% van de aanvragen in het Frans gebeurt, het Frans niet meer te beschouwen als officiële taal bij het Europees Merkenbureau? Duits is immers ook een officiële taal in ons land en de Franstaligen zouden de teksten in het Duits kunnen lezen.
De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - Omdat mijn antwoord uitvoerig en technisch was en ik daarenboven aanneem dat de twee bijkomende vragen eerder als grap waren bedoeld, zal ik er niet op ingaan.