4-735/3

4-735/3

Belgische Senaat

ZITTING 2007-2008

17 JUNI 2008


Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 25 ventôse jaar XI tot regeling van het notarisambt en tot aanpassing van het statuut van de verenigde benoemingscommissies voor het notariaat


AMENDEMENTEN


Nr. 10 VAN DE HEER DELPÉRÉE

Art. 5

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 5 — In dezelfde wet wordt een artikel 45ter ingevoegd, luidende :

« Art. 45ter. — Wanneer een notarisambt vacant is, kan de Koning de standplaats overbrengen naar een andere gemeente of kanton.

Hij kan hetzelfde doen op gemotiveerd verzoek van de aangestelde notaris.

Het koninklijk besluit tot verplaatsing van standplaats wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. »

Verantwoording

De vroegere versie van artikel 5 is als dusdanig moeilijk te begrijpen en betekent niet veel. Deze nieuwe versie is nauwkeuriger en wetgevingstechnisch correcter.

Nr. 11 VAN DE HEER DELPÉRÉE

Art. 6

In het voorgestelde eerste lid, de woorden « de ontslagnemende of de uit zijn ambt ontzette notaris » vervangen door de woorden « de notaris die ontslag heeft genomen of uit zijn ambt is ontzet »;

In het voorgestelde tweede lid en in het voorgestelde derde lid, 2º, de woorden « de ontslagnemende notaris » vervangen door de woorden « de notaris die ontslag heeft genomen »;

Verantwoording

Het concurrentiebeding waarvan sprake is in artikel 6 van voorstel 4-735 behelst de gevallen waarin een notaris zijn beroepsactiviteit stopzet. In dat geval wordt hem een concurrentiebeding opgelegd. Wanneer hij dat beding opgelegd krijgt, heeft hij wel degelijk ontslag genomen en is hij geen notaris meer. Om van een notaris in die situatie te kunnen spreken, vallen de woorden « de notaris die ontslag heeft genomen » te verkiezen boven de woorden « de ontslagnemende notaris ». Met die laatste uitdrukking bedoelt men iemand die ontslag aan het nemen is, maar waarvan het ontslag nog niet door de bevoegde overheid aanvaard is.

Francis DELPÉRÉE.

Nr. 12 VAN DE HEER VANKRUNKELSVEN EN MEVROUW TAELMAN

Art. 2

In dit artikel, het 2º vervangen als volgt :

« 2º in § 7, eerste lid, wordt de eerste zin vervangen als volgt :

« De leden van de benoemingscommissies hebben zitting voor een termijn van vier jaar, waarbij om de twee jaar de mandaten van de helft van de werkende en de helft van de plaatsvervangende leden wordt vernieuwd; een uittredend lid is niet onmiddellijk herkiesbaar. »

Verantwoording

Dit voorstel voorziet zowel continuïteit om het verlies aan kennis en ervaring te voorkomen, als vernieuwing om verstarring te vermijden. Dit voorstel sluit aan bij de regeling voorzien voor onder meer de Nationale Kamer van notarissen en de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat, waar die succesvol werkt.

Nr. 13 VAN DE HEER VANKRUNKELSVEN EN MEVROUW TAELMAN

Art. 10 (nieuw)

Een artikel 10 (nieuw) invoegen, luidende :

« Art. 10. — In afwijking van artikel 38, § 7, eerste lid, van de wet van 25ventôse jaar XI, zoals gewijzigd door deze wet, wordt voor de eerste hernieuwing van de mandaten van de leden van de benoemingscommissies voor het notariaat na de inwerkingtreding van deze wet de helft van de nieuw benoemde effectieve leden en de helft van de nieuw benoemde plaatsvervangende leden van elke benoemingscommissie, zowel onder de leden aangewezen door de algemene vergadering van de Nationale Kamer als onder de leden aangewezen door de Senaat, aangewezen voor de duur van twee jaar. Kandidaten vermelden uitdrukkelijk voor welke termijn zij zich kandidaat stellen.

Voor de toepassing van het eerste lid kunnen de uittredende leden van de benoemingscommissies zich kandidaat stellen voor de aanwijzing voor een mandaat van twee jaar. »

Verantwoording

Overgangsmaatregel. Om de alternantie voorzien in artikel 38, § 7, eerste lid, te kunnen aanvatten, is het aangewezen dat de helft van de leden bij de eerstvolgende hernieuwing van de mandaten slechts voor twee in plaats van voor vier jaar worden aangewezen. Om toch continuïteit te kunnen voorzien, kunnen uittredende leden zich uitzonderlijk nog kandidaat stellen voor de eerste periode van twee jaar.

Nr. 14 VAN DE HEER VANKRUNKELSVEN EN MEVROUW TAELMAN

Art. 7ter (nieuw)

Een artikel 7ter (nieuw) invoegen, luidende :

« Art. 7ter — In artikel 64, § 1, van dezelfde wet worden de woorden « de erenotarissen » ingevoegd tussen de woorden « kandidaat-notarissen » en de woorden « en de notarissen ».

Verantwoording

Het vergemakkelijken van aanduiden van plaatsvervangers, waar men in de praktijk vaststelt dat men geen kandidaat vindt om als plaatsvervanger te fungeren. De jonge kandidaat-notarissen voelen zich vaak niet geroepen om zich kandidaat te stellen als plaatsvervanger. Bepaalde plaatsvervangingen vereisen de ervaring van het effectief uitgeoefend hebben van het ambt. In de overgangsperiode [vroegere laatste lid van art. 58 van de wet van 4 mei 1999 (wijziging van de ventôsewet)] bij de inwerkingtreding van de ventôsewet was voorzien dat erenotarissen mochten optreden als plaatsvervanger.

Nr. 15 VAN DE HEER VANKRUNKELSVEN EN MEVROUW TAELMAN

Art. 7bis (nieuw)

Een artikel 7bis (nieuw) invoegen, luidende :

« Art. 7bis. — In artikel 52, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A. in de laatste zin van het laatste lid worden de woorden « of in aanpalende gemeenten » ingevoegd na de woorden « in eenzelfde gemeente »;

B. deze § wordt aangevuld met twee nieuwe alinea's, luidende :

« Als de associatie plaatsvindt tussen notarissen wiens standplaats gelegen is in aanpalende gemeenten kan de Koning de associatie verplichten een bijkantoor open te houden in de verlaten standplaats.

De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de bijkantoren moeten voldoen. »

Verantwoording

De bijkomende mogelijkheid voor de creatie van associaties is een positieve evolutie in de dienstverlening aan de burger. Dit bevordert de mogelijkheid tot associatie, ook en vooral buiten de steden. De huidige regeling werkte als rem op dergelijke associaties. Om de nabijheid voor de burger te verzekeren, wordt voorgesteld om de notie van een bijkantoor te creëren, zoals dit reeds in Frankrijk is voorzien.

De voorziene regeling van het bijkantoor dat de Koning kan opleggen bij associatie tussen notarissen wiens standplaats gelegen is in aanpalende gemeenten is geen afwijking van art. 52, § 1, vijfde alinea, aangezien deze verplichting wordt opgelegd aan de associatie en niet aan de notaris die zijn kantoor overbrengt. Er is ook geen contradictie met art. 6, 2º, van de wet.

Nr. 16 VAN DE HEER VANKRUNKELSVEN EN MEVROUW TAELMAN

Art. 1bis (nieuw)

Een artikel 1bis (nieuw) invoegen, luidende :

« Art. 1bis. — In art. 31 van de wet van 25 ventôse jaar XI tot regeling van het notarisambt, hersteld bij de wet van 4 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A. in het eerste lid, wordt het woord « notaris » vervangen door het woord « standplaats »;

B. het voorlaatste lid wordt opgeheven;

C. in het laatste lid wordt het woord « notarissen » vervangen door het woord « standplaatsen ».

Verantwoording

Dit voorstel is erop gericht het verschil in behandeling op te heffen tussen geassocieerde notarissen-titularis en geassocieerde notarissen die geen titularis zijn.

Patrik VANKRUNKELSVEN
Martine TAELMAN.

Nr. 17 VAN DE HEER DELPÉRÉE

Art. 11 (nieuw)

Een artikel 11 (nieuw) invoegen, luidende :

« Art. 11. — Artikel 35 van dezelfde wet wordt aangevuld met een nieuwe § 5, luidende :

« § 5. Een notaris die werd benoemd vóór de inwerkingtreding van deze afdeling, gewijzigd door de wet van 4 mei 1999 tot wijziging van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, kan aan de Koning de machtiging vragen om het statuut van kandidaat-notaris aan te nemen wanneer hij zijn ontslag aanbiedt en wanneer hij eervol ontslag uit zijn ambt verkrijgt.

De notaris die krachtens voorgaand lid het statuut van kandidaat-notaris aanneemt, wordt niet in aanmerking genomen voor het bepalen van het aantal krachtens § 2 te benoemen kandidaat-notarissen.

Verantwoording

Het is aangewezen de mogelijkheid in de wet op te nemen dat een notaris, om persoonlijke redenen (ongeval, ziekte, ...), tijdelijk het ambt zou stopzetten totdat hij terug in de mogelijkheid verkeert zich later opnieuw kandidaat te stellen om tot notaris te worden benoemd.

Voor de notarissen die werden benoemd vóór de wijziging van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, is het echter niet mogelijk dat zij, in geval van ontslag, het statuut van kandidaat-notaris terugkrijgen, aangezien dit statuut pas wettelijk bestaat sinds de inwerkingtreding van de wet van 4 mei 1999. Zij zouden bijgevolg moeten deelnemen aan het vergelijkend examen, waarvan sprake is in artikel 39, alvorens opnieuw tot notaris te kunnen worden benoemd. Dit is niet redelijk; zij hebben immers al ten minste gedurende acht jaar (zij zijn al ten minste sinds de inwerkingtreding van de wet van 4 mei 1999 tot wijziging van de ventôsewet als notaris actief) bewezen bekwaam en geschikt te zijn voor de uitoefening van het ambt van notaris.

Het spreekt voor zich dat notarissen die opteren voor het statuut van kandidaat-notaris niet mee worden opgenomen in het quotum van de jaarlijks te benoemen kandidaat-notarissen.

De leeftijdsgrens waarop het ambt van notaris eindigt, vastgesteld op 67 jaar door artikel 2 van de wet, blijft ongewijzigd.

(Noot : het koninklijk besluit van 30 december 1999 tot vaststelling van de bijlagen die bij de kandidatuur voor een benoeming tot kandidaat-notaris en bij de kandidatuur voor een benoeming tot notaris dienen te worden gevoegd, dient te worden aangepast om rekening te houden met deze nieuwe groep kandidaat-notarissen.)

Francis DELPÉRÉE.