4-764/5

4-764/5

Belgische Senaat

ZITTING 2007-2008

5 JUNI 2008


Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke opleiding en tot oprichting van het Instituut voor gerechtelijke opleiding


AMENDEMENTEN ingediend na de goedkeuring van het verslag


Nr. 3 VAN DE HEER MAHOUX

Art. 4

In het eerste lid, onder het 2º van het voorgestelde artikel, de eerste zin vervangen als volgt : « Voor de uitvoering van de programma's bedoeld in artikel 8 die het Instituut zelf aanbiedt wordt voor drie vierde van het totaal jaaraanbod lesuren een beroep gedaan op onderwijsinstellingen die afhangen van of gefinancierd worden door de Gemeenschappen en op instellingen die bevoegd zijn op het vlak van de beroepsopleiding. »

Verantwoording

Als men wil dat het beleid inzake beroepsopleiding aan het gehele personeel van de rechterlijke orde ten goede komt, is het absoluut noodzakelijk dat men ook kan rekenen op instellingen die bevoegd zijn voor beroepsopleidingen en die beschikken over opleidingsprogramma's die goed zijn aangepast aan de professionele realiteit van de gerechtelijke organen.

In dit opzicht dient ook vermeld te worden dat de rechterlijke orde momenteel 11 490 personen telt, waarvan er slechts 3 000 tot niveau A behoren, magistraten inbegrepen. Dat wil zeggen dat er ongeveer 8 490 personen verspreid zijn over de niveaus B, C en D, niveaus waarvoor de opleidingen op universitair of hogeschool-niveau niet geschikt zijn. Dat is a fortiori het geval omdat de hervorming van het statuut van het gerechtelijk personeel voorschrijft dat dit personeel voortaan aan permanente vorming moet doen. Het is dus echt wel aangewezen om bij de toegestane instellingen ook instellingen voor beroepsopleiding op te nemen en dit zowel vanuit budgettair oogpunt als met het oog op de haalbaarheid.

Philippe MAHOUX.

Nr. 4 VAN DE HEER VANDENBERGHE

Art. 4

In het 6º, d), voorgesteld in het 1º van dit artikel de woorden « nationale of » invoegen tussen het woord « de » en het woord « internationale ».

Verantwoording

Gevolg van amendement nr. 3.

Hugo VANDENBERGHE.

Nr. 5 VAN DE HEER DELPÉRÉE

Art. 4

In het tweede lid van het 2º van dit artikel, na de woorden « de voormelde onderwijsinstellingen », de woorden « en instellingen » toevoegen.

Francis DELPÉRÉE.

Nr. 6 VAN DE HEER MAHOUX

(Subamendement op amendement nr. 3)

Art. 4

In de voorgestelde tekst van dit artikel, tussen de woorden « instellingen » en de woorden « die bevoegd zijn », de woorden « van openbaar nut » invoegen.

Verantwoording

Technische precisering.

Nr. 7 VAN DE HEER MAHOUX

(Subamendement op amendement nr. 3)

Art. 4

De voorgestelde wijziging vervangen als volgt :

« In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

A) het in het 1º van dit artikel voorgestelde 6º, c), aanvullen met de volgende woorden : «  en met instellingen die bevoegd zijn op het vlak van de beroepsopleiding »;

B) in het eerste lid van het 2º, de eerste zin vervangen als volgt : « Voor de uitvoering van de programma's bedoeld in artikel 8 die het Instituut zelf aanbiedt wordt voor drie vierde van het totaal jaaraanbod lesuren een beroep gedaan op onderwijsinstellingen die afhangen van of gefinancierd worden door de Gemeenschappen en op instellingen die bevoegd zijn op het vlak van de beroepsopleiding. »

C) in het tweede lid van het 2º, na de woorden « de voormelde onderwijsinstellingen », de woorden « en instellingen » toevoegen. »

Nr. 8 VAN DE HEER MAHOUX

(Subamendement op amendement nr. 7)

Art. 4

In de punten A) en B), voor het woord « instellingen » telkens het woord « erkende » invoegen.

Philippe MAHOUX.