4-735/2 | 4-735/2 |
4 JUNI 2008
Nr. 1 VAN DE HEER VANDENBERGHE C.S.
Art. 9
In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :
A. In het eerste lid de woorden « en dat » tussen de woorden « gefuseerd is » en de woorden « deze vaste standplaats » vervangen door de woorden « en wanneer ».
B. In het tweede lid de woorden « over verschillende gerechtelijke kantons is ingedeeld » vervangen door de woorden « in verschillende gerechtelijke kantons is ingedeeld ».
Verantwoording
Zie nota wetsevaluatie.
Nr. 2 VAN DE HEER VANDENBERGHE C.S.
Art. 5
In de Nederlandse tekst de woorden « een andere gemeente of kanton » vervangen door de woorden « een andere gemeente of een ander kanton ».
Verantwoording
Zie nota wetsevaluatie.
| Hugo VANDENBERGHE Tony VAN PARYS Pol VAN DEN DRIESSCHE. |
Nr. 3 VAN DE HEER VANDENBERGHE
Art. 2
Het 1º doen vervallen.
Verantwoording
Om zelfstandig te kunnen optreden is niet noodzakelijk rechtspersoonlijkheid vereist. (cf. HRJ, CBPL, Ombudsmannen).
Door het feit van de dotatie is er mogelijkheid om zelfstandig personeel te kunnen verwerven. Het volstaat dit in de wet te voorzien en de vertegenwoordiging te regelen.
Nr. 4 VAN DE HEER VANDENBERGHE
Art. 2
Het 3º vervangen als volgt :
« 3º paragraaf 8, eerste lid, wordt vervangen door de volgende bepaling :
« Elke benoemingscommissie kiest uit haar werkende leden, bij gewone meerderheid, voor een hernieuwbare termijn van twee jaar, een voorzitter en een vice-voorzitter die in voorkomend geval de voorzitter vervangt, alsmede een secretaris. Zij vormen het bureau. De voorzitter en de vice-voorzitter mogen niet beiden notaris of geassocieerd notaris zijn. »
Nr. 5 VAN DE HEER VANDENBERGHE
Art. 2
Een 4º toevoegen, luidend als volgt :
« 4º In § 8, wordt een nieuw lid toegevoegd, luidend als volgt :
« Elke benoemingscommissie wordt vertegenwoordigd door haar voorzitter. Alle rechtshandelingen worden geldig verricht door zijn ondertekening, onverminderd bepaalde bevoegdheden die het bureau kan delegeren aan een bureaulid of aan het hoofd van de administratie.
De verenigde benoemingscommissies worden vertegenwoordigd door hun voorzitters. Alle rechtshandelingen worden geldig verricht door hun medeondertekening, onverminderd bepaalde bevoegdheden die de verenigde bureaus kunnen delegeren aan een bureaulid of aan het hoofd van de administratie. »
Nr. 6 VAN DE HEER VANDENBERGHE
Art. 2
Een 5º toevoegen, luidend als volgt :
« 5º Een § 11bis wordt toegevoegd, luidend als volgt :
« § 11bis. De benoemingscommissies beschikken over een secretariaat, waarvan de personeelsformatie, het statuut en de wijze van aanwerving bepaald worden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, op voorstel van de verenigde benoemingscommissies. De personeelsformatie kan, in beperkte en behoorlijk verantwoorde mate, voorzien in de mogelijkheid om werknemers met een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur in dienst te nemen.
Behalve indien de benoemingscommissies er ter wille van de goede werking van hun diensten er in een door de Kamer van volksvertegenwoordigers goedgekeurde beschikking anders over beslissen, is het personeel van het secretariaat onderworpen aan de wettelijke en statutaire bepalingen die gelden voor de vaste Rijksambtenaren. »
Verantwoording
Er is verwarring in de tekst. Het is de bedoeling aan de verenigde benoemingscommissies zelfstandigheid te verlenen. Dit gebeurt beter via het bepaalde in § 8 van artikel 38. Daar immers wordt gesproken over de organisatie en de werking van elke benoemingscommissie en de verenigde benoemingscommissies. Hier verdient het ook te spreken over het bureau en de vertegenwoordiging die beter in handen komt van de voorzitter of de beide voorzitters. Ook de bevoegdheidsdelegatie kan alsdan worden geregeld.
Ten slotte dient in de wet te worden ingeschreven dat de verenigde benoemingscommissies over een administratie beschikken, zoals dit ook het geval is voor de andere dotatiegerechtigde instellingen.
Nr. 7 VAN DE HEER VANDENBERGHE
Art. 3
Dit artikel vervangen als volgt :
« Behoudens het geval dat de betrokkene al het ambt van notaris bekleedt, moet hij, om ... »
Verantwoording
De lezing van de oorspronkelijke tekst kan aanleiding geven tot rechtsonzekerheid. Het is enkel de bedoeling om een notaris titularis vrij te stellen en niet een notaris die het ambt heeft verlaten en nadien terug wenst te worden benoemd.
Nr. 8 VAN DE HEER VANDENBERGHE
Art. 5
In de Franse tekst de woorden « et à Ia condition qu'une fonction soit vacante » vervangen door de woorden « de même qu'en cas de place vacante ».
Verantwoording
De Nederlandse teks is de juiste formulering.
Nr. 9 VAN DE HEER VANDENBERGHE
Art. 6
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 6. — In dezelfde wet wordt een artikel 55bis (nieuw) ingevoegd, luidend als volgt :
« Art. 55bis. — Ingeval van ontslag of ontzetting uit het ambt, mag de ontslagnemende of de uit zijn ambt ontzette notaris geen activiteiten uitoefenen die de nieuw benoemde notaris nadeel berokkenen door de kennis die eigen is aan de notariële praktijk voor zichzelf of ten voordele van een werkgever of een ander notariskantoor aan te wenden of die tot gevolg hebben dat cliënteel van het notariskantoor wordt afgeleid.
Dit verbod is onderworpen aan de volgende voorwaarden :
1º het heeft enkel betrekking op activiteiten die verband houden met de notariële praktijk;
2º het is geografisch beperkt tot het gerechtelijk arrondissement waarin de standplaats gelegen is van het notariskantoor en de onmiddellijk grenzende gemeenten waarin de ontslagnemende notaris vroeger zijn beroep heeft uitgeoefend;
3º het geldt gedurende een termijn van drie jaar te rekenen vanaf de dag waarop de opvolgende notaris zijn eed aflegt. ».
Verantwoording
Het genoemde verbod is in het oorspronkelijke artikel derwijze geformuleerd dat onzekerheid over een aantal activiteiten blijft bestaan. Door een meer algemene formulering wordt duidelijker gesteld wat met dit artikel wordt bedoeld, namelijk dat de ontslagnemende of uit zijn ambt ontzette notaris cliënteel van zijn (voormalig) kantoor afleidt ten nadele van zijn opvolger, die immers redelijkerwijze mag verwachten, ten minste in de aanvangsperiode, in dezelfde omstandigheden het notarisambt te kunnen verderzetten. Na een termijn van drie jaar mag worden verondersteld dat de overnemer voldoende ingewerkt is zodat dit verbod niet langer moet in stand worden gehouden.
Daarnaast is het aangewezen deze bepaling op te nemen bij de artikelen met betrekking tot de overlating van een kantoor en de verplichtingen in hoofde van de overlater. Vandaar het voorstel om deze bepaling als een nieuw artikel 55bis in te voegen.
| Hugo VANDENBERGHE. |