4-26

4-26

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 24 APRIL 2008 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Jurgen Ceder aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen over «de mogelijke fraude bij het Fonds voor bestaanszekerheid van de houthandel» (nr. 4-186)

De voorzitter. - De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt.

De heer Jurgen Ceder (VB). - In december vorig jaar stelde ik de toenmalige minister van Werk een vraag naar aanleiding van een artikel in Trends waaruit bleek dat wellicht fraude wordt gepleegd bij het Fonds voor bestaanszekerheid van de houthandel. Het Fonds betaalde geen RSZ-bijdragen op zijn eindejaarspremies en legde zelfs een reserve aan voor het geval er een boete zou komen. Volgens Trends kon het bedrag van de fraude oplopen tot 3,84 miljoen euro.

De minister antwoordde dat de RSZ zelf dit moet controleren. Hij zei ook dat hij aan de RSZ had gevraagd na te gaan of op die eindejaarspremie RSZ-bijdragen verschuldigd zijn. Het Fonds zou daarvoor eventueel worden aangesproken.

Nu we enkele maanden verder zijn, kreeg ik van de minister graag antwoord op volgende vragen.

Hebben de diensten van de RSZ inderdaad nagegaan of het Fonds voor bestaanszekerheid van de houthandel RSZ-bijdragen verschuldigd is op de eindejaarspremies en is dat onderzoek afgerond? Zo ja, wat is daarvan het resultaat? Zo neen, welke concrete stappen werden in dat onderzoek al gedaan en wanneer zal dat afgerond zijn?

Indien die bijdragen blijken verschuldigd te zijn, werden deze dan intussen ingevorderd? Zo ja, om welk bedrag gaat het en welke boete werd opgelegd aan dit Fonds voor het ontduiken van bijdragen?

Werd de eventuele inbreuk op de regelgeving doorgegeven aan de bevoegde inspectiedienst en werd hiervan proces-verbaal opgesteld? Zo ja, tegen wie en wanneer werd dit proces-verbaal aan het parket doorgegeven?

Elk fonds wordt gecontroleerd door een accountant of een bedrijfsrevisor. Indien ontduiking zou vastgesteld zijn, werd dan reeds klacht ingediend bij de betrokken beroepsvereniging en zo nee, waarom niet?

(Voorzitter: de heer Hugo Vandenberghe, eerste ondervoorzitter.)

De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van de minister.

Ik heb de RSZ op de hoogte gebracht van de vraag van de heer Ceder van 11 maart 2008. Naar aanleiding daarvan is gebleken dat het Fonds in kwestie klaarblijkelijk geen bijdragen betaalde op de sociale voordelen, in casu de eindejaarspremie.

De inspectiediensten van de RSZ werd gevraagd een onderzoek in te stellen. De RSZ heeft mij vanmorgen meegedeeld dat de Sociale Inspectie van de RSZ op 29 april een controle zal uitvoeren in samenwerking met de algemene directie van de Controle van de sociale wetten van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. Ik zal senator Ceder op de hoogte houden van het verdere verloop van dit dossier.

Daarenboven werd recentelijk een wettelijk initiatief genomen om de algemene directie van de Controle van de sociale wetten van de FOD WASO bepaalde controles te doen uitvoeren bij het Fonds voor bestaanszekerheid als derdebetaler. Het betreft meer bepaald de artikelen 66 en 67 van de wet houdende diverse bepalingen.

Rekening houdend met voorgaande zijn de overige vragen van de heer Ceder zonder voorwerp.

De heer Jurgen Ceder (VB). - Op 29 april zal dus een inspectiebezoek plaatsvinden. Ik vermoed dat mijn vraag daartoe bijgedragen heeft. Ik wacht de resultaten af.