4-683/1 | 4-683/1 |
10 APRIL 2008
Het wetsontwerp dat u ter goedkeuring wordt voorgelegd heeft betrekking op de overeenkomst die op 19 juli 2006 in Sarajevo bij briefwisseling werd gesloten tussen de Beneluxlanden en Bosnië-Herzegovina.
Deze overeenkomst behoeft alleen de goedkeuring van het Federale Parlement en derhalve niet van de Gemeenschaps- en Gewestraden.
De overeenkomst heeft als doel de visumregeling tussen de betrokken partijen onderling te versoepelen ten behoeve van bepaalde categorieën onderdanen van de respectieve partijen. Het vrij verkeer van houders van diplomatieke paspoorten van beide partijen wordt beoogd. Voor een verblijf van ten hoogste drie maanden kunnen deze personen het grondgebied van de respectieve betrokken partijen zonder visum binnenkomen op louter vertoon van hun geldig paspoort.
Deze overeenkomst werd op Beneluxniveau gesloten en past in het Beneluxakkoord van 11 april 1960 waarin bepaald werd dat de visumpolitiek van de Beneluxlanden zou gecoördineerd worden.
De minister van Buitenlandse Zaken,
Karel DE GUCHT.
De minister van Binnenlandse Zaken,
Patrick DEWAEL.
Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen,
Onze Groet.
Op de voordracht van Onze minister van Buitenlandse Zaken en van Onze minister van Binnenlandse Zaken,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Onze minister van Buitenlandse Zaken en Onze minister van Binnenlandse Zaken zijn ermee belast het ontwerp van wet, waarvan de tekst hierna volgt, in Onze naam aan de Wetgevende Kamers voor te leggen en bij de Senaat in te dienen :
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Art. 2
De Overeenkomst, gesloten door uitwisseling van brieven te Sarajevo op 19 juli 2006, tussen de regeringen van de Benelux-Staten en de Regering van Bosnië-Herzegovina inzake de afschaffing van de visumplicht voor houders van diplomatieke paspoorten, zal volkomen gevolg hebben.
Gegeven te Brussel, 6 april 2008.
ALBERT
Van Koningswege :
De minister van Buitenlandse Zaken,
Karel DE GUCHT.
De minister van Binnenlandse Zaken,
Patrick DEWAEL.
Overeenkomst tussen de Regeringen van de Benelux-Staten en de Regering van Bosnie-Herzegovina inzake de afschaffing van de visumplicht voor houders van diplomatieke paspoorten
Sarajevo, 19 juli 2006.
Excellentie,
Wij hebben de eer Uwe Excellentie ter kennis te brengen, dat de regeringen van de Benelux-Staten, gezamenlijk optredend op grond van de op 11 april 1960 te Brussel ondertekende Overeenkomst tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Benelux-gebied, bereid zijn met de regering van Bosnië-Herzegovina onderstaande Overeenkomst inzake de afschaffing van de visumplicht met betrekking tot diplomatieke paspoorten te sluiten :
1. In deze Overeenkomst wordt verstaan :
— onder de « Benelux-Staten » : het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden;
— onder het « Benelux-gebied » : het gezamenlijke grondgebied in Europa van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden.
2. De onderdanen van Bosnië-Herzegovina die houder zijn van een geldig nationaal diplomatiek paspoort kunnen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden het Benelux-gebied zonder visum binnenkomen op uitsluitend vertoon van dit paspoort.
3. De onderdanen van de Benelux-Staten die houder zijn van een geldig nationaal diplomatiek paspoort kunnen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden het grondgebied van Bosnië-Herzegovina zonder visum binnenkomen op uitsluitend vertoon van dit paspoort.
4. Met uitzondering van de ambtenaren van de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen, alsmede van de ambtenaren van internationale instellingen die zijn benoemd om hun functie in één van de landen van de ondertekenende regeringen uit te oefenen, dienen de in de paragrafen 2 en 3 genoemde personen, voor een verblijf van meer dan drie maanden, hiertoe vóór hun vertrek de toestemming te hebben verkregen door bemiddeling van de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger van het land waarheen zij zich wensen te begeven.
5. Elke regering behoudt zich het recht voor de toegang tot haar land te weigeren aan personen die niet in het bezit zijn van de vereiste inreispapieren, die als ongewenst zijn gesignaleerd of die beschouwd worden als personen die de openbare rust, de openbare orde of de nationale veiligheid in gevaar kunnen brengen.
6. Behoudens de voorgaande bepalingen blijven de in de Benelux-Staten en Bosnië-Herzegovina van kracht zijnde wetten en voorschriften met betrekking tot de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, alsmede met betrekking tot het verrichten van enigerlei arbeid onverlet.
7. Elke regering verbindt zich ertoe te allen tijde en zonder formaliteiten de personen over te nemen, die zijn binnengekomen op vertoon van een door de Belgische, Luxemburgse, Nederlandse of Bosnische autoriteiten afgegeven geldig nationaal diplomatiek paspoort.
8. De ondertekenende regeringen laten elkaar langs diplomatieke weg de specimina van hun nieuwe of gewijzigde diplomatieke paspoorten geworden, alsmede de gegevens betreffende het gebruik van deze paspoorten, zulks voor zover mogelijk 60 dagen vóór deze in omloop worden gebracht.
9. Deze Overeenkomst treedt voor de duur van één jaar in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de dag van de laatste kennisgeving waaruit blijkt dat aan alle grondwettelijke en wettelijke formaliteiten voor de inwerkingtreding ervan is voldaan. Indien de Overeenkomst 30 dagen voor het verstrijken van die periode niet is opgezegd, wordt zij geacht voor onbepaalde tijd te zijn verlengd.
Na het verstrijken van de eerste periode van een jaar kan elk der ondertekenende regeringen de Overeenkomst opzeggen door 30 dagen van tevoren de Belgische regering daarvan mededeling te doen.
De opzegging door een van de ondertekenende regeringen heeft de beëindiging van de Overeenkomst tot gevolg.
De Belgische regering stelt de overige ondertekenende regeringen in kennis van de ontvangst van de in deze paragraaf bedoelde kennisgevingen alsmede van de in deze paragraaf bedoelde mededeling.
10. Deze Overeenkomst kan door elk der Overeenkomstsluitende Partijen worden geschorst.
Van deze schorsing dient onverwijld via de diplomatieke kanalen kennis te worden gegeven aan de Belgische regering. Deze zal de overige ondertekenende regeringen van de ontvangst van deze kennisgeving op de hoogte stellen. Hetzelfde geldt voor het ongedaan maken van de schorsing.
11. Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, kan de toepassing van deze Overeenkomst tot de Nederlandse Antillen en Aruba worden uitgebreid door kennisgeving van de Nederlandse regering aan de regering van Bosnië-Herzegovina.
Indien de regering van Bosnië-Herzegovina bereid is met de regeringen van de Benelux-Staten een Overeenkomst met bovengenoemde bepalingen te sluiten, hebben wij de eer Uwe Excellentie voor te stellen, dat deze brief en die met gelijkluidende inhoud, welke Uwe Excellentie wordt verzocht aan ieder van ons te richten, als Overeenkomst inzake de afschaffing van de visumplicht met betrekking tot diplomatieke paspoorten tussen Bosnië-Herzegovina en de Benelux-Staten zullen gelden.
Wij maken van deze gelegenheid gebruik om Uwe Excellentie opnieuw de verzekering van onze bijzondere hoogachting te geven.
Voor de regering van het Koninkrijk België :
Voor de regering van het Groothertogdom Luxemburg :
Voor de regering van het Koninkrijk der Nederlanden :
BOSNIË EN HERZEGOVINA MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Nr. 08/1-41-11091/06
Uwe Excellentie,
Het is een eer aan Uwe excellentie de minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk België de complimenten aan te bieden en ontvangst te melden van de nota van de Ambassade van het Koninkrijk België in Sarajevo nr. 05/06 van 16 januari 2006, waarbij het ontwerp van Overeenkomst tussen de regeringen van de Benelux-Staten en de Raad van ministers van Bosnië en Herzegovina inzake de afschaffing van de visumplicht voor houders van diplomatieke paspoorten meegedeeld werd, dat als volgt luidt :
« Wij hebben de eer Uwe Excellentie ter kennis te brengen, dat de regeringen van de Benelux-Staten, gezamenlijk optredend op grond van de op 11 april 1960 te Brussel ondertekende Overeenkomst tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Benelux-gebied, bereid zijn met de regering van Bosnië-Herzegovina onderstaande Overeenkomst inzake de afschaffing van de visumplicht met betrekking tot diplomatieke paspoorten te sluiten :
1. In deze Overeenkomst wordt verstaan :
— onder de « Benelux-Staten » : het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden;
— onder het « Benelux-gebied » : het gezamenlijke grondgebied in Europa van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden.
2. De onderdanen van Bosnië-Herzegovina die houder zijn van een geldig nationaal diplomatiek paspoort kunnen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden het Benelux-gebied zonder visum binnenkomen op uitsluitend vertoon van dit paspoort.
3. De onderdanen van de Benelux-Staten die houder zijn van een geldig nationaal diplomatiek paspoort kunnen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden het grondgebied van Bosnië-Herzegovina zonder visum binnenkomen op uitsluitend vertoon van dit paspoort.
4. Met uitzondering van de ambtenaren van de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen, alsmede van de ambtenaren van internationale instellingen die zijn benoemd om hun functie in één van de landen van de ondertekenende regeringen uit te oefenen, dienen de in de paragrafen 2 en 3 genoemde personen, voor een verblijf van meer dan drie maanden, hiertoe vóór hun vertrek de toestemming te hebben verkregen door bemiddeling van de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger van het land waarheen zij zich wensen te begeven.
5. Elke regering behoudt zich het recht voor de toegang tot haar land te weigeren aan personen die niet in het bezit zijn van de vereiste inreispapieren, die als ongewenst zijn gesignaleerd of die beschouwd worden als personen die de openbare rust, de openbare orde of de nationale veiligheid in gevaar kunnen brengen.
6. Behoudens de voorgaande bepalingen blijven de in de Benelux-Staten en Bosnië-Herzegovina van kracht zijnde wetten en voorschriften met betrekking tot de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, alsmede met betrekking tot het verrichten van enigerlei arbeid onverlet.
7. Elke regering verbindt zich ertoe te allen tijde en zonder formaliteiten de personen over te nemen, die zijn binnengekomen op vertoon van een door de Belgische, Luxemburgse, Nederlandse of Bosnische autoriteiten afgegeven geldig nationaal diplomatiek paspoort.
8. De ondertekenende regeringen laten elkaar langs diplomatieke weg de specimina van hun nieuwe of gewijzigde diplomatieke paspoorten geworden, alsmede de gegevens betreffende het gebruik van deze paspoorten, zulks voor zover mogelijk 60 dagen vóór deze in omloop worden gebracht.
9. Deze Overeenkomst treedt voor de duur van één jaar in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de dag van de laatste kennisgeving waaruit blijkt dat aan alle grondwettelijke en wettelijke formaliteiten voor de inwerkingtreding ervan is voldaan. Indien de Overeenkomst 30 dagen voor het verstrijken van die periode niet is opgezegd, wordt zij geacht voor onbepaalde tijd te zijn verlengd.
Na het verstrijken van de eerste periode van een jaar kan elk der ondertekenende regeringen de Overeenkomst opzeggen door 30 dagen van tevoren de Belgische regering daarvan mededeling te doen.
De opzegging door een van de ondertekenende regeringen heeft de beëindiging van de Overeenkomst tot gevolg.
De Belgische regering stelt de overige ondertekenende regeringen in kennis van de ontvangst van de in deze paragraaf bedoelde kennisgevingen alsmede van de in deze paragraaf bedoelde mededeling.
10. Deze Overeenkomst kan door elk der Overeenkomstsluitende Partijen worden geschorst.
Van deze schorsing dient onverwijld via de diplomatieke kanalen kennis te worden gegeven aan de Belgische regering. Deze zal de overige ondertekenende regeringen van de ontvangst van deze kennisgeving op de hoogte stellen. Hetzelfde geldt voor het ongedaan maken van de schorsing.
11. Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, kan de toepassing van deze Overeenkomst tot de Nederlandse Antillen en Aruba worden uitgebreid door kennisgeving van de Nederlandse regering aan de regering van Bosnië-Herzegovina.
Indien de regering van Bosnië-Herzegovina bereid is met de regeringen van de Benelux-Staten een Overeenkomst met bovengenoemde bepalingen te sluiten, hebben wij de eer Uwe Excellentie voor te stellen, dat deze brief en die met gelijkluidende inhoud, welke Uwe Excellentie wordt verzocht aan ieder van ons te richten, als Overeenkomst inzake de afschaffing van de visumplicht met betrekking tot diplomatieke paspoorten tussen Bosnië-Herzegovina en de Benelux-Staten zullen gelden.
Wij maken van deze gelegenheid gebruik om Uwe Excellentie opnieuw de verzekering van onze bijzondere hoogachting te geven. »
Namens de Raad van ministers van Bosnië en Herzegovina, ga ik akkoord met hetgeen voorafgaat en aanvaard ik het voorstel dat de Nota Nr. 05/06 van 16 januari 2006 en deze nota beschouwd worden als de vaststelling van de Overeenkomst tussen de Raad van ministers van Bosnië en Herzegovina en de regeringen van de Benelux-Staten inzake de afschaffing van de visumplicht voor houders van diplomatieke paspoorten.
Gelieve te aanvaarden, Uwe Excellentie, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting.
Sarajevo, 19 juli 2006
Voorontwerp van wet houdende instemming met de Overeenkomst, gesloten door uitwisseling van brieven te Sarajevo op 19 juli 2006, tussen de Regeringen van de Benelux-Staten en de Regering van Bosnië-Herzegovina inzake de afschaffing van de visumplicht voor houders van diplomatieke paspoorten.
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Art. 2
De Overeenkomst, gesloten door uitwisseling van brieven te Sarajevo op 19 juli 2006, tussen de Regeringen van de Benelux-Staten en de Regering van Bosnië-Herzegovina inzake de afschaffing van de visumplicht voor houders van diplomatieke paspoorten, zal volkomen gevolg hebben.
De Raad van State, afdeling wetgeving, tweede kamer, op 4 februari 2008 door de minister van Buitenlandse Zaken verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een voorontwerp van wet « houdende instemming met de Overeenkomst, gesloten door uitwisseling van brieven te Sarajevo op 19 juli 2006 tussen de regeringen van de Benelux-Staten en de regering van Bosnië-Herzegovina inzake de afschaffing van de visumplicht voor houders van diplomatieke paspoorten », heeft het volgende advies gegeven :
Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1º, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten, haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
Op die drie punten behoeft over het ontwerp geen enkele opmerking te worden gemaakt.
De kamer was samengesteld uit
De heer Y. Kreins, kamervoorzitter,
De heer P. Vandernoot en mevrouw M. Baguet, staatsraden,
Mevrouw A.-C. Van Geersdaele, griffier.
Het verslag werd uitgebracht door mevrouw A. Vagman, auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer P. Vandernoot.
| De griffier, | De voorzitter, |
| A.-C. VAN GEERSDAEL. | Y. KREINS. |