4-570/2 | 4-570/2 |
12 MAART 2008
1. Inleiding
De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 12 maart 2008.
2. Inleidende uiteenzetting door de vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken
Het Verdrag inzake de Fysieke beveiliging van kernmateriaal (VFBK) werd op 3 maart 1980 voor ondertekening door de Staten opengesteld en werd op 13 juni 1980 door België ondertekend in overleg met de partners van Euratom en van de Commissie van de Europese Gemeenschappen die als zodanig onder haar eigen bevoegdheden handelde. Het verdrag trad op 8 februari 1987 in werking. In België is het verdrag op 6 oktober 1991 in werking getreden.
De preambule van dit Verdrag werd vervolledigd met nieuwe consideransen om rekening te houden met het nieuwe toepassingsgebied van het verdrag; ze omvat verwijzingen naar de fysieke beveiliging van het kernmateriaal en de kerninstallaties die gebruikt worden voor militaire doeleinden, sabotage, de strijd tegen de illegale handel, het terrorisme en de preventie, de vervolging en sanctionering van strafbare feiten die afbreuk doen aan het kernmateriaal of de kerninstallaties.
Rekening houdend met de uitbreiding van het toepassingsgebied van het Verdrag werd artikel 1 bijgewerkt en aangevuld met twee nieuwe definities, te weten « sabotage » en « kerninstallatie » (stuk Senaat, nr. 4-570/1, p. 5). De wederzijdse rechtshulp tussen de Staten werd eveneens versterkt.
3. Gedachtewisseling
Volgens de heer Wille is het logisch dat het bestaand instrumentarium wordt aangepast omdat kernmateriaal het doelwit van terrorisme kan zijn. De vraag hierbij is of ook het Belgisch intern recht moet worden gewijzigd.
Mevrouw Lizin wil graag weten welke nuancering Rusland wenst aan te brengen in het Verdrag. De Staat is mede verantwoordelijk voor de veiligheid van het internationale kerntransport. Ook de veiligheid van kerncentrales vereist een permanente waakzaamheid van de Staat, die nog versterkt zou moeten worden. Om rekening te houden met het amendement op het Verdrag zou de Staat moeten overleggen met de verschillende nationale instanties, zoals het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. Er moet bijzondere aandacht besteed worden aan de noodplannen, de houders van vergunningen en een realistische inschatting van de nucleaire dreiging. Spreekster herinnert eraan dat vliegtuigen verschillende malen per dag pal boven de kerncentrale van Tihange vliegen. Het is zelfs mogelijk dat een vliegtuig op de centrale neerstort.
De heer Roelants du Vivier verwijst naar punt IV van de memorie van toelichting betreffende de toepassing van het Verdrag in België, waarin onder meer staat dat « bij de ratificatie door België van de wijziging van het Verdrag een verplichte wijziging van het Strafwetboek nodig (zal) zijn, teneinde :
— de sabotage van een kerninstallatie als specifiek strafbaar feit in te voeren;
— over te gaan tot het specifiek incrimineren van de dreiging om kernmateriaal te gebruiken voor het saboteren van een kerninstallatie, evenals van de dreiging om een kerninstallatie te saboteren ten einde een natuurlijke of rechtspersoon, een internationale organisatie of een staat ertoe aan te zetten om een handeling al dan niet te stellen » (stuk Senaat, nr. 4-570/1, blz. 15).
Spreker wenst te weten of de FOD Justitie reeds voorontwerpen in die zin heeft voorbereid.
De vertegenwoordiger van de minister van Justitie antwoordt dat de huidige strafwetgeving reeds bepalingen bevat die het mogelijk maken om sabotage of dreiging met sabotage van kerncentrales strafbaar te stellen en te bestraffen. Deze bepalingen zijn vervat in de artikelen 327 en 331bis van het Strafwetboek die de bedreigingen met aanslagen betreffen. Er is niet voorzien in de sabotage van kerncentrales als dusdanig. Het amendement op het Verdrag verplicht België om deze specifieke daden strafbaar te stellen, hoewel dit niet absoluut noodzakelijk is.
De minister van Justitie zal binnenkort een wetsvoorstel indienen dat het Internationaal Verdrag inzake de bestrijding van daden van nucleair terrorisme van 14 september 2005 in Belgisch recht omzet, en dat bovendien, indien het voorliggende wetsvoorstel aangenomen wordt, sabotage of dreiging met sabotage van een kerncentrale strafbaar stelt.
Mevrouw Lizin meent dat de feiten die begaan worden door bepaalde groepen, zoals het onwettig binnendringen in gebouwen of fabrieken, uitdrukkelijk strafbaar gesteld moeten worden. Ook het onwettig overvliegen van kerncentrales met vliegtuigen of helikopters moet strafbaar gesteld worden.
De heer Roelants du Vivier vindt dat als men het saboteren van een kerncentrale als een specifiek misdrijf in de wet opneemt, men ook rekening moet houden met alle middelen die daarvoor gebruikt kunnen worden. Hij wijst er echter op dat uit de memorie van toelichting bij het wetsonwerp blijkt dat België zijn verplichtingen wil nakomen inzake de tenuitvoerlegging van het Verdrag (stuk Senaat, nr. 4-570, blz. 14-16).
4. Stemmingen
De artikelen 1 en 2 alsook het geheel van dit wetsontwerp worden eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden,
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag
| De rapporteur, | De voorzitter, |
| Anne-Marie LIZIN. | François ROELANTS du VIVIER. |
De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp (zie stuk Senaat, nr. 4-570/1 - 2007/2008)