4-610/1

4-610/1

Belgische Senaat

ZITTING 2007-2008

4 MAART 2008


Wetsvoorstel tot wijziging van de in het Wetboek van strafvordering vervatte bepalingen betreffende de kennisgeving van strafrechtelijke beslissingen

(Ingediend door de heren Francis Delpérée en Jean-Paul Procureur)


TOELICHTING


In artikel 2 van het Gerechtelijk Wetboek is het volgende bepaald : « De in dit wetboek gestelde regels zijn van toepassing op alle rechtsplegingen, behoudens wanneer deze geregeld worden door niet uitdrukkelijk opgeheven wetsbepalingen of door rechtsbeginselen, waarvan de toepassing niet verenigbaar is met de toepassing van de bepalingen van dit wetboek. ».

Aldus overlappen de regels inzake de strafrechtspleging theoretisch vaak die inzake de burgerlijke rechtspleging.

Artikel 792 van het Gerechtelijk Wetboek, dat voor alle rechtsplegingen geldt, voorziet evenwel in het volgende : « Binnen acht dagen na de uitspraak van het vonnis zendt de griffier bij gewone brief een niet ondertekend afschrift van het vonnis, aan elke partij, of, in voorkomend geval, aan hun advocaten. ».

Die aldus in burgerlijke zaken automatisch door de griffies verrichte kennisgeving van beslissingen, gebeurt in strafzaken niet.

Die vaststelling vraagt om een optreden, aangezien de termijn om beroep in te stellen of zich in cassatie te voorzien begint te lopen vanaf de uitspraak van de strafrechtelijke beslissing en die termijn beperkt is tot vijftien dagen. Wij merken in verband met de bij verstek gewezen beslissingen op dat het pijnpunt minder cruciaal is, aangezien de termijn om verzet aan te tekenen (vijftien dagen) pas ingaat bij de betekening van de genoemde beslissing aan de in gebreke zijnde partij.

Voor de partijen die zijn verschenen zonder de bijstand van een advocaat, is het des te delicater aangezien zij vaak niet weten dat ze zelf naar de griffie moeten gaan om kennis te nemen van de beslissing en in voorkomend geval een kopie moeten bestellen.

Voor de advocaten zelf blijft dit tijdverlies en dreigt het spookbeeld dat ze vergeten kennis te nemen van een beslissing — en dus niet tijdig eventueel beroep kunnen instellen, wat uiteraard hun beroepsverantwoordelijkheid op het spel kan zetten.

Het openbaar ministerie van zijn kant wordt sowieso op het ogenblik zelf van de beslissing in kennis gesteld, wat dus betekent dat alle partijen bovendien niet op gelijke voet staan.

De enige manier om dat knelpunt met betrekking tot de snelle en automatische kennisgeving van de strafrechtelijke beslissing weg te werken, is het Wetboek van strafvordering te herzien, en er uitdrukkelijk in op te nemen dat de griffier ter zake kennisgevingsplicht heeft.

Er moet dus worden voorzien in een afwijking van artikel 792 van het Gerechtelijk Wetboek, in die zin dat

— de griffier het niet-ondertekend afschrift van het vonnis niet alleen aan de partijen moet bezorgen, maar ook aan hun eventuele advocaten;

— de maximale termijn voor de verzending, bij gewone brief, moet worden beperkt tot drie dagen, zodat de partijen tijdig beroep kunnen instellen.

Francis DELPÉRÉE.
Jean-Paul PROCUREUR.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 164 van het Wetboek van strafvordering, opgeheven bij de wet van 10 juli 1967, wordt hersteld in de volgende lezing :

« Art. 164. — Binnen drie dagen na de uitspraak van het vonnis zendt de griffier bij gewone brief een niet-ondertekend afschrift van het vonnis aan elke partij en, in voorkomend geval, aan hun advocaten. ».

Art. 3

In artikel 176 van hetzelfde Wetboek worden, tussen de woorden « de vorm, » en de woorden « de authenticiteit », de woorden « de kennisgeving, » ingevoegd.

Art. 4

In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 195ter ingevoegd, luidende :

« Art. 195ter. — Binnen drie dagen na de uitspraak van voormeld vonnis zendt de griffier bij gewone brief een niet-ondertekend afschrift van het vonnis aan elke partij en, in voorkomend geval, aan hun advocaten. ».

Art. 5

In het bij de wet van 21 april 2007 gewijzigde artikel 211 van hetzelfde Wetboek worden, tussen de woorden « de vorm, » en de woorden « de authenticiteit », de woorden « de kennisgeving, » ingevoegd.

28 februari 2008.

Francis DELPÉRÉE.
Jean-Paul PROCUREUR.