4-507/2

4-507/2

Belgische Senaat

ZITTING 2007-2008

30 JANVIER 2008


Wetsvoorstel tot aanvulling van het Strafwetboek teneinde de ongeoorloofde beïnvloeding door particulieren van personen die een openbaar ambt uitoefenen strafbaar te stellen


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER DELPÉRÉE

Art. 2

In de in dit artikel voorgestelde bepaling de woorden « openbare overheden en ambtenaren om van hen een handeling of het nalaten van die handeling te verkrijgen » vervangen door de woorden « een persoon die een openbaar ambt uitoefent in België, in een vreemde Staat of in een internationaal publiekrechtelijke organisatie om van hem een handeling of het nalaten van die handeling te verkrijgen. »

Verantwoording

Deze wijziging strekt ertoe de terminologie van de bepaling in overeenstemming te brengen met de termen van de artikelen 246 e.v. De draagwijdte ratione personae wordt eveneens uitgebreid naar internationale ambtenaren zodat er een duidelijk parallellisme blijft bestaan met de draagwijdte van de openbare corruptie (zie artikel 251 zoals gewijzigd bij de wet van 11 mei 2007).

Nr. 2 VAN DE HEER DELPÉRÉE

Art. 2

In het voorgestelde artikel 317, § 2, de woorden « een persoon die geen openbaar gezag of openbaar ambt in de zin van artikel 246 uitoefent », vervangen door de woorden « een persoon die geen openbaar ambt in de zin van artikel 246 uitoefent ».

Verantwoording

Het gaat om een aanpassing die was voorgesteld door de dienst Wetsevaluatie.

Artikel 246 heeft het alleen over personen die een openbaar ambt uitoefenen. Dat is een ruim begrip dat met name personen omvat die een deel van het openbaar gezag uitoefenen. Het begrip betreft alle categorieën van personen die, ongeacht hun statuut, enig openbaar ambt uitoefenen (federale, gewestelijke, gemeenschapsambtenaren, provinciale en gemeentelijke officieren of ambtenaren, verkozen mandatarissen; openbare officieren; tijdelijke of permanente dragers van een deel van de openbare macht of het openbaar gezag; zelfs privépersonen, belast met een opdracht van openbare dienst ...).

Francis DELPÉRÉE.

Nr. 3 VAN DE REGERING

Art. 2

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 2. — In titel V « Misdaden en wanbedrijven tegen de openbare orde door bijzondere personen gepleegd », hoofdstuk IX « Enige andere misdrijven tegen de openbare orde », van het Strafwetboek, wordt een nieuwe afdeling III ingevoegd, met als opschrift : « AFDELING III. — Ongeoorloofde beïnvloeding van personen die een openbaar ambt uitoefenen », die een artikel 317 omvat, dat luidt als volgt :

« Art. 317, § 1. Passieve ongeoorloofde beïnvloeding bestaat in het rechtstreeks of door tussenpersonen, vragen of aannemen van een aanbod, een belofte of een onverschuldigd voordeel van welke aard dan ook voor zichzelf of voor een derde om zijn echte of vermeende invloed te gebruiken om een handeling van een openbare overheid of een openbaar bestuur of het nalaten van die handeling te verkrijgen.

§ 2. Actieve ongeoorloofde beïnvloeding bestaat in het rechtstreeks of door tussenpersonen voorstellen aan een persoon van een aanbod, een belofte of een onverschuldigd voordeel van welke aard dan ook voor zichzelf of voor een derde opdat deze persoon zijn echte of vermeende invloed zou gebruiken om een handeling van een openbare overheid of een openbaar bestuur of het nalaten van die handeling te verkrijgen.

§ 3. Ongeoorloofde beïnvloeding wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar en met een geldboete van 100 euro tot 10 000 euro, of één van die straffen.

§ 4. Wanneer de ongeoorloofde beïnvloeding een openbare overheid of een openbaar bestuur in een vreemde Staat of een internationale publiekrechtelijke instelling betreft, zijn de straffen die welke in de vorige paragraaf zijn gesteld. »

Verantwoording

Het amendement verbetert het wetsvoorstel van de heer Delpérée in verschillende opzichten maar behoudt de inhoudelijke bedoeling ervan.

In de eerste plaats wordt het voorstel aangevuld. Het wetsvoorstel beoogt immers slechts de strafbaarstelling van de passieve kant van de ongeoorloofde beïnvloeding, dat wil zeggen dat enkel de persoon die het voordeel vraagt of ontvangt in ruil voor het aanwenden van zijn invloed strafbaar wordt gesteld. De persoon die de beloftes maakt of het voordeel aanbiedt, de actieve kant van de ongeoorloofde beïnvloeding blijft buiten schot. In navolging van artikel 247, § 4 van het Strafwetboek, dat de ongeoorloofde beïnvloeding door personen die een openbaar ambt uitoefenen bestraft, is de regering van mening dat ook in de privésector zowel de actieve als de passieve ongeoorloofde beïnvloeding bestraft moeten worden.

In de tweede plaats wordt ook de structuur van het artikel aangepast aan de gelijkaardige artikelen in het Strafwetboek die de publieke omkoping betreffen. De eerste twee paragrafen definiëren de passieve en de actieve ongeoorloofde beïnvloeding, de derde paragraaf bepaalt de straf, en de vierde paragraaf assimileert buitenlandse ambtenaren en ambtenaren van internationale publiekrechtelijke organisaties met de Belgische ambtenaren. Dit is een gevolg van de vereisten van het Strafrechtelijk Verdrag van de Raad van Europa ter bestrijding van corruptie van 1999 (artikel 12), en de Overeenkomst ter bestrijding van corruptie van de Verenigde Naties van 2003 (artikel 18).

Tot slot wordt de terminologie aangepast aan de tot op heden gebruikte terminologie in de gelijkaardige artikelen 246 en volgende van het Strafwetboek, en aan artikel 12 van het Verdrag van de Raad van Europa. Het gaat inderdaad om een onverschuldigd voordeel, en in de tweede plaats werd het woord « onrechtmatig » geschrapt om in overeenstemming te zijn met dit Verdrag. Dit gezegd zijnde, het spreekt vanzelf dat de uitgeoefende invloed een voornemen tot omkoping moet hebben : de bekende vormen van lobbyen vallen niet onder dit begrip.

De minister van Justitie,
Jo VANDEURZEN.

Nr. 4 VAN DE HEER DELPÉRÉE C.S.

Art. 2

Dit artikel varvangen als volgt :

« Art. 2. — Boek II, titel V, hoofdstuk IX, afdeling III, van het Strafwetboek wordt vervangen als volgt :

« AFDELING III. — Ongeoorloofde beïnvloeding van personen die een openbaar ambt uitoefenen ».

« Art. 317, § 1. Passieve ongeoorloofde beïnvloeding bestaat erin dat een persoon die geen openbaar ambt uitoefent in de zin van artikel 246, rechtstreeks of door tussenpersonen, een aanbod, een belofte of een onverschuldigd voordeel van welke aard dan ook vraagt of aanneemt voor zichzelf of voor een derde om zijn echte of vermeende invloed te gebruiken om een handeling van een openbare overheid of een openbaar bestuur of het nalaten van die handeling te verkrijgen.

§ 2. Actieve ongeoorloofde beïnvloeding bestaat in het rechstreeks of door tussenpersonen voorstellen aan een persoon die geen openbaar ambt uitoefent in de zin van artikel 246 van een aanbod, een belofte of een onverschuldigd voordeel van welke aard dan ook voor zichzelf of voor een derde opdat deze persoon zijn echte of vermeende invloed zou gebruiken om een handeling van een openbare overheid of een openbaar bestuur of het nalaten van die handeling te verkrijgen.

§ 3. Ongeoorloofde beïnvloeding wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar en met een geldboete van 100 euro tot 10 000 euro, of één van die straffen.

§ 4. Wanneer de ongeoorloofde beïnvloeding een openbare overheid of een openbaar bestuur in een vreemde Staat of een internationale publiekrechtelijke instelling betreft, zijn de straffen die welke in § 3 zijn gesteld.

Verantwoording

Het amendement verbetert het wetsvoorstel van de heer Delpérée in verschillende opzichten maar behoudt de inhoudelijke bedoeling ervan.

In de eerste plaats wordt het voorstel aangevuld. Het wetsvoorstel beoogt immers slechts de strafbaarstelling van de passieve kant van de ongeoorloofde beïnvloeding, dat wil zeggen dat enkel de persoon die het voordeel vraagt of ontvangt in ruil voor het aanwenden van zijn invloed strafbaar wordt gesteld. De persoon die de beloftes maakt of het voordeel aanbiedt, de actieve kant van de ongeoorloofde beïnvloeding blijft buiten schot. In navolging van artikel 247, § 4 van het Strafwetboek, dat de ongeoorloofde beïnvloeding door personen die een openbaar ambt uitoefenen bestraft, is de regering van mening dat ook in de privésector zowel de actieve als de passieve ongeoorloofde beïnvloeding bestraft moeten worden.

In de tweede plaats wordt ook de structuur van het artikel aangepast aan de gelijkaardige artikelen in het Strafwetboek die de publieke omkoping betreffen. De eerste twee paragrafen definiëren de passieve en de actieve ongeoorloofde beïnvloeding, de derde paragraaf bepaalt de straf, en de vierde paragraaf assimileert buitenlandse ambtenaren en ambtenaren van internationale publiekrechtelijke organisaties met de Belgische ambtenaren. Dit is een gevolg van de vereisten van het Strafrechtelijk Verdrag van de Raad van Europa ter bestrijding van corruptie van 1999 (artikel 12), en de Overeenkomst ter bestrijding van corruptie van de Verenigde Naties van 2003 (artikel 18).

Tot slot wordt de terminologie aangepast aan de tot op heden gebruikte terminologie in de gelijkaardige artikelen 246 en volgende van het Strafwetboek, en aan artikel 12 van het Verdrag van de Raad van Europa. Het gaat inderdaad om een onverschuldigd voordeel, en in de tweede plaats werd het woord « onrechtmatig » geschrapt om in overeenstemming te zijn met dit Verdrag. Dit gezegd zijnde, het spreekt vanzelf dat de uitgeoefende invloed een voornemen tot omkoping moet hebben : de bekende vormen van lobbyen vallen niet onder dit begrip.

Francis DELPÉRÉE.
Tony VAN PARYS.
Marie-Hélène CROMBÉ-BERTON.