4-13 | 4-13 |
De voorzitter. - Mevrouw Inge Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven, antwoordt.
De heer Jurgen Ceder (VB). - Eerder stelde ik al een vraag over de inhouding van administratiekosten door het Sociaal Fonds voor de schoonmaak- en ontsmettingsondernemingen. Thans blijkt dat dezelfde praktijk zich ook elders voordoet.
Bij een VB-lid dat op basis van zijn politieke mening discriminerend uit de vakbond werd gestoten, werd vastgesteld dat hij in de bouwsector waarin hij werkzaam is, recht heeft op een uitkering brugpensioen die wordt uitbetaald door het Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf, gevestigd in de Koningstraat, 132, bus 1, te Brussel. Omdat hij die uitkering niet via een vakbond ontvangt, wordt op zijn bijdrage een `administratieve inhouding' verricht van maar liefst 12% en daarnaast ook nog een `inhouding RVP' van 3,5%.
Het zou bijzonder merkwaardig zijn dat een uitbetaling rechtstreeks door het Fonds duurder zou uitvallen dan een uitbetaling via een tussenpersoon, namelijk de vakbond.
Is het, ten eerste, verenigbaar met de grondwettelijk gewaarborgde vrijheid van vereniging en met de wet betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid van 7 januari 1958 - meer bepaald artikel 6 dat bepaalt dat het fonds uitsluitend gestijfd wordt met bijdragen van de werkgevers - dat een fonds voor bestaanszekerheid bij een bruggepensioneerde in de bouwsector die bij geen vakvereniging is aangesloten, 12% inhoudt op de bij wet bepaalde uitkering brugpensioen, terwijl dergelijke inhouding bij een vakbondslid niet wordt verricht?
Ten tweede, waarop heeft de `inhouding 3,5% RVP' betrekking? Is die inhouding dezelfde voor personen die de uitkering via de vakbond ontvangen en degenen die dat niet doen? Is die regeling verenigbaar met het discriminatieverbod?
Ten derde, aan hoeveel personen die niet bij een vakbond zijn aangesloten werd in 2006 door het Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf een brugpensioen of een andere vergoeding uitbetaald met inhouding van 12%? Welk totaal bedrag werd in 2006 ingehouden voor die 12% `administratieve inhoudingen' en welke bestemming wordt hieraan gegeven?
Ten vierde, het inhouden van 12% ten nadele van werknemers die niet bij een vakvereniging zijn aangesloten, is duidelijk een inbreuk op de wet van 1958. De minister is bevoegd voor de dienst Toezicht Sociale Wetten, die processen-verbaal kan opstellen voor inbreuken en die kan doorsturen naar het Parket. Welke stappen onderneemt de minister om de onwettige inhoudingen van 2006 alsnog met intrest te doen uitbetalen aan de benadeelden? Werd reeds proces-verbaal opgesteld tegen dit Fonds? Zal de minister daartoe alsnog opdracht geven?
Mevrouw Inge Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven. - Ik lees het antwoord van de minister.
De wet van 7 januari 1958 betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid verzet zich tegen het inhouden van `administratiekosten' door een fonds voor bestaanszekerheid ten laste van uitkeringsgerechtigde werknemers. Er wordt hierbij geen verschil gemaakt tussen werknemers die al dan niet bij een vakbond zijn aangesloten.
Artikel 1, 3º, van het koninklijk besluit nr. 33 van 30 maart 1982 betreffende een inhouding op invaliditeitsuitkeringen en brugpensioenen bepaalt dat een inhouding van 3,5% wordt verricht op het conventionele brugpensioen. Die inhouding is ten voordele van de Rijksdienst voor Pensioenen en wordt zonder onderscheid toegepast op elke bruggepensioneerde.
Een fonds voor bestaanszekerheid is een autonome private rechtspersoon, vergelijkbaar met om het even welke private werkgever of instelling. Het voert opdrachten uit die het via algemeen bindend verklaarde cao's door de sociale partners krijgt toegewezen.
De minister beschikt zelf niet over elementen om op uw derde vraag te antwoorden. U kunt die vraag rechtstreeks richten aan het betrokken fonds en u kunt inzage krijgen in hun jaarrekeningen en jaarverslagen.
Afschriften van de jaarrekeningen en jaarverslagen voor het boekjaar 2004-2005 van het betrokken fonds werden door de administratie op 14 september 2007 trouwens bezorgd aan volksvertegenwoordiger Guy D'haeseleer die namens uw partij dezelfde vraag stelde.
Op initiatief van de vorige minister zijn de cao's die nog in de mogelijkheid voorzagen om die ongeoorloofde inhoudingen te doen, in alle sectoren gewijzigd, en dit conform de voorschriften van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanzekerheid.
De vorige minister kreeg van de sectoren waar de inhoudingen niet gebaseerd waren op een cao, maar op een huishoudelijk reglement of een beslissing van het beheersorgaan van het fonds, de verzekering dat de praktijken werden stopgezet. Ook het betrokken fonds heeft bevestigd dat een einde werd gemaakt aan de ongeoorloofde inhouding van 12%. Een werknemer die echter toch nog het slachtoffer zou zijn van een dergelijke ongeoorloofde inhouding, kan zich wenden tot de rechter.
De inspectie belast met het toezicht op de sociale wetten is momenteel niet bevoegd om op te treden tegen een fonds voor bestaanszekerheid dat de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid niet naleeft.
De heer Jurgen Ceder (VB). - Ik ben blij dat, in tegenstelling tot mijn vorige vraag, hier wel wordt toegegeven dat de toegepaste inhouding illegaal is. Ik ben ook blij te horen dat die illegale inhoudingen zullen worden gestopt. Ik ben enigszins tevreden dat de vakbonden ook toegeven dat het op ons initiatief is, namelijk na tussenkomsten van mezelf en mijn collega D'haeseleer in de Kamer, dat dit nieuwe beleid wordt doorgevoerd.
Deze praktijken, waarop wij een beetje toevallig gestoten zijn door de problematiek van mensen uit onze partij die uit de vakbonden werden gesloten, worden niettemin reeds lang toegepast. Het is misschien wel 10 tot 30 jaar lang dat heel wat mensen belangrijke bedragen werden ontzegd. De enige fatsoenlijke reactie zou niet alleen het stopzetten van die illegale praktijken zijn, maar ook het opsporen van de gedupeerden en de retroactieve terugbetaling van wat hen ontnomen is. Het gaat immers over een bewuste illegale daad van die fondsen voor bestaanszekerheid. Ik hoop dat de minister die bevoegd is voor het sluiten van cao's in de volgende cao laat opnemen dat die fondsen voor bestaanszekerheid actief op zoek moeten gaan naar de mensen die ze bewust hebben gedupeerd, om de geleden schade te vergoeden.