4-13 | 4-13 |
De voorzitter. - Mevrouw Inge Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven, antwoordt.
De heer Jurgen Ceder (VB). - Een lid van onze partij dat in de vismijnsector werkt, werd vanwege zijn politieke mening uit de vakbond gesloten. Als werknemer had hij recht op een aanvullende eindejaarspremie, die wordt uitbetaald door het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de zeevisserij, sector pakhuizen en vismijnen. Die premie bedraagt bij een voltijdse werknemer jaarlijks 300 euro. Ze wordt echter enkel uitbetaald door de zogenaamd erkende vakbonden.
Toen betrokkene het fonds vroeg hem het bedrag rechtstreeks uit te keren, kreeg hij een negatief antwoord. Op de bonnen die het fonds uitdeelt, staan alleen de erkende vakbonden als uitbetalende instellingen vermeld. Betrokkene kan de aanvullende eindejaarspremie dus niet ontvangen, omdat hij geen lid meer mag of kan zijn van een erkende vakbond.
Het is toch bijzonder merkwaardig dat een aanvullende eindejaarspremie niet rechtstreeks door het fonds wordt uitbetaald, maar alleen door de erkende vakbonden.
Krachtens artikel 6 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid wordt het fonds uitsluitend met werkgeversbijdragen gestijfd. Is het dan normaal dat werknemers die niet bij een erkende vakbond aangesloten zijn, van het fonds geen aanvullende eindejaarspremie krijgen?
Is het verenigbaar met het discriminatieverbod in de Grondwet, met de vrijheid van vereniging en met de bepalingen van de nieuwe antidiscriminatiewet dat een eindejaarspremie van een fonds voor bestaanszekerheid niet wordt toegekend aan werknemers in de sector die geen lid zijn van een erkende vakbond? Welke stappen zal de minister doen om ervoor te zorgen dat ook werknemers die geen vakbondslid zijn, op deze eindejaarspremie aanspraak kunnen maken?
Hoeveel werknemers vielen in het jaar 2007 onder de bevoegdheid van dit fonds? Hoeveel van hen waren aangesloten bij een vakbond en aan hoeveel van hen hebben de erkende vakbonden voor 2007 bijgevolg een aanvullende eindejaarspremie uitbetaald? Hoeveel werknemers in die sector waren in 2007 niet bij een vakbond aangesloten en aan hoeveel van hen werd bijgevolg geen aanvullende eindejaarspremie uitbetaald?
Mevrouw Inge Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven. - Ik lees het antwoord van de minister van Werk.
Krachtens de sectorale cao heeft elke werknemer onder bepaalde voorwaarden recht op een eindejaarspremie ten laste van zijn werkgever. Die premie is verschuldigd, ongeacht of de werknemer lid is van een vakorganisatie.
Krachtens een andere cao hebben werknemers die lid zijn van een vakorganisatie, recht op een sociale premie ten laste van het fonds. Het is dus logisch dat werknemers die geen lid zijn van een vakorganisatie, geen recht hebben op die sociale premie, aangezien ze niet aan de voorwaarden in de cao voldoen. De wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid heeft hier niets mee te maken.
In de internationale en nationale rechtspraak en rechtsdoctrine wordt aanvaard dat vakbondsleden bijkomende voordelen krijgen. Het onderscheid in behandeling tussen werknemers die al dan niet lid zijn, mag natuurlijk niet onevenredig groot zijn. De negatieve vakbonds- of verenigingsvrijheid mag immers niet geschonden worden. Het voordeel mag de bijdrage van het lid en van zijn organisatie aan de sociaal-economische ontwikkeling compenseren.
Een vakbondspremie betalen vormt in die omstandigheden geen ongeoorloofde discriminatie. De rechter kan erop toezien dat die regels worden geëerbiedigd.
Volgens de jongste cijfers van de RSZ zijn er ongeveer vijfhonderd werknemers in die sector. Ik beschik niet over afzonderlijke cijfers van werknemers die wel en werknemers die niet bij een vakbond aangesloten zijn.
De heer Jurgen Ceder (VB). - Mij kan men niet wijsmaken dat een onderscheid in voordelen dat gebaseerd is op lidmaatschap van een vakbond geen discriminatie is. We zullen die stelling voor een rechtbank toetsen.
Volgens mij is de voorwaarde van lidmaatschap van een vakbond op zich al strijdig met de vrijheid van vereniging, die het negatieve recht oproept om niet tot lidmaatschap te kunnen worden gedwongen.
In bovenvermeld geval had betrokkene bovendien geen vrije keuze om lid te worden van een vakbond. Betrokkene werd uit de vakbond gesloten en kan dus op geen enkele manier op die premie aanspraak maken. In mijn ogen gaat het hier wel degelijk over een discriminatie.