4-486/2

4-486/2

Belgische Senaat

ZITTING 2007-2008

21 DECEMBER 2007


Wetsontwerp betreffende de uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2007-2008


Evocatieprocedure


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE SOCIALE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW TINDEMANS


I. INLEIDING

Dit optioneel bicameraal wetsontwerp werd in de Kamer van volksvertegenwoordigers oorspronkelijk ingediend als een wetsvoorstel van mevrouw Inge Vervotte c.s. (stuk Kamer, nr. 52-594/2). Het werd op 19 december 2007 aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers, met 120 tegen 17 stemmen.

Het werd op 19 december 2007 overgezonden aan de Senaat en op diezelfde dag geėvoceerd.

De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 20 december 2007 in aanwezigheid van de heer Vanvelthoven, minister van Werk in de ontslagnemende regering.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE MINISTER VAN WERK

De sociale partners hebben op 13 december 2007 binnen de Nationale Arbeidsraad een akkoord bereikt betreffende drie punten ter uitvoering van het IPA 2007-08.

Dit wetsvoorstel heeft tot doel om deze afspraken in reglementaire bepalingen om te zetten.

De sociale partners hebben van bij de aanvang van de besprekingen over de voormelde aspecten uit het IPA benadrukt dat ze onlosmakelijk (« evenwichtig en ondeelbaar geheel ») met mekaar zijn verbonden en de reglementaire en conventionele bepalingen die hun uitvoering vereisen gelijktijdig ingang moeten vinden.

Bovendien moeten over al deze aspecten nog CAO's afgesloten worden binnen de NAR (voorziene datum 20 december 2007) en de partners hebben de goedkeuring van de betrokken CAO's afhankelijk gesteld van de gelijktijdige inwerkingtreding van de reglementaire bepalingen die erop betrekking hebben.

De punten waarover een akkoord werd bereikt betreffen :

— de resultaatsgebonden voordelen; Het betreft voordelen van maximaal 2 200 euro per jaar die vrijgesteld zijn van sociale bijdragen en fiscaliteit. De werkgever is wel een forfaitaire bijdrage 33 % erop verschuldigd. Die fiscale en parafiscale gunstbehandeling zal slechts gelden onder bepaalde voorwaarden die opgesomd zijn in dit voorstel en die verder worden geconcretiseerd in een CAO die eerstdaags binnen de NAR wordt afgesloten. Belangrijkste voorwaarden zijn dat het moet gaan om collectief afgesproken regelingen die gelden voor de totaliteit van de werknemers of voor een duidelijk af te lijnen subgroep aan werknemers. Het moet gaan om voordelen die afhankelijk zijn van het collectief halen van bepaalde collectieve doelstellingen door de onderneming (dus niet door het individu) en waarvan de haalbaarheid niet vooraf mag vaststaan.

— de gelijkstellingen voor brugpensioen die betrekking hebben op enerzijds de zeer lange loopbanen (40 jaar loopbaan, 56 jaar brugpensioenleeftijd) en anderzijds de mate dat periodes van volledige onderbreking van de beroepsloopbaan in het kader van de reglementering loopbaanonderbreking in aanmerking komen als gelijkgestelde periodes;

— en ten slotte werd een akkoord bereikt inzake de instantie die wordt belast met de vaststelling van de medische ongeschiktheid in het kader van de brugpensioenregeling voor zware beroepen.

Aangezien reeds ten tijde van het Generatiepact was afgesproken dat de regeling voor de zeer lange loopbanen zou ingang vinden op 1 januari 2008 is het onontbeerlijk dat deze afspraken — die normaalgezien via een in Ministerraad overlegd besluit zouden kunnen geregeld worden — dringend via een wet worden opgenomen in de brugpensioenreglementering.

Het niet nakomen van die afgesproken ingangsdatum zou het evenwicht in de uitvoering van dat pact (de nieuwe brugpensioenregeling met geleidelijke optrekking van de loopbaanvereisten gaat eveneens in op 1 januari 2008) drastisch verstoren wat een sereen sociaal klimaat zou kunnen in het gevaar brengen.

Wat betreft de vaststelling van de medische ongeschiktheid is het — gelet op de lange opzeggingtermijnen die vaak gelden voor de betrokken werknemers — belangrijk dat deze medische controles vanaf 1 januari 2008 kunnen aanvatten, opdat de betrokken werknemers zouden uitsluitsel hebben over het al dan niet in aanmerking komen voor deze regeling.

III. STEMMINGEN

Het geheel van het wetsontwerp werd zonder verdere bespreking aangenomen met 13 stemmen bij 1 onthouding.

Dit verslag is goedgekeurd met eenparigheid van de 15 aanwezige leden.

De rapporteur, De voorzitter,
Dirk CLAES. Nahima LANJRI.

De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp (stuk Kamer, nr. 52-0494/002)