4-5

4-5

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 25 OKTOBER 2007 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Wetsontwerp tot bepaling van de drempel van toepassing voor de instelling van de ondernemingsraden of de vernieuwing van hun leden ter gelegenheid van de sociale verkiezingen van het jaar 2008 (Stuk 4-309) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

Mme Christiane Vienne (PS), rapporteuse. - Je me réfère à mon rapport écrit.

Je voudrais à présent intervenir au nom de mon groupe.

Comme j'ai déjà eu l'occasion de le dire en commission, nous voterons ce texte, car il y a urgence. Il n'empêche que nous voudrions formuler plusieurs réflexions concernant la méthode et la manière.

En effet, en dépit d'un avis du Conseil d'État et en totale contradiction avec l'interprétation la plus minimaliste et la plus incontestable de la directive européenne du 11 mars 2002 relative à l'information et à la consultation des travailleurs, dont la date butoir était le 23 mars 2005, nous nous retrouvons maintenant avec un texte pouvant être qualifié de texte de dépannage, destiné à nous permettre, si c'est encore possible, de nous conformer aux délais qui nous sont imposés, avant de devoir payer des amendes.

Mon groupe regrette que la proposition de loi PS/sp.a se soit heurtée, en 2006, aux groupes politiques de la future orange bleue, ces mêmes groupes politiques qui se sont montrés incapables de proposer une solution constructive dans ce dossier. Ce sont ces mêmes formations qui s'étonnent et qui déplorent aujourd'hui le fait que notre pays s'expose à des amendes et à des astreintes. Il est donc clair que dans l'hypothèse où des sanctions financières nous seraient imposées, ces familles politiques porteraient une grande responsabilité.

Je tiens à rappeler, comme je l'ai fait également en commission, que l'article 23 de la Constitution affirme non seulement que chaque citoyen a droit à des conditions de travail et à une rémunération équitable, mais aussi qu'il dispose du droit d'information, de consultation et de négociation collective. C'est précisément pour garantir l'exercice de ce droit constitutionnel que des juges ont estimé à maintes reprises qu'il leur appartenait de fixer eux-mêmes des modalités collectives de participation des travailleurs en raison des défaillances de notre réglementation.

Notre position n'a pas changé depuis la législature précédente et je la répète : peu nous importe l'argument patronal selon lequel il est logique que plus d'accidents se produisent dans les PME car celles-ci oeuvrent dans des secteurs plus exposés aux risques. La question n'est pas là. C'est précisément parce que les risques y sont plus élevés qu'il s'impose de redoubler d'efforts dans la politique de prévention.

Plusieurs études ont d'ailleurs démontré que l'existence formelle d'organes de participation détermine positivement l'application des règles de sécurité et la législation qui s'y rapporte.

C'est donc bien évidemment sur la base de cette position que nous allons voter le texte. J'ajouterai que nous espérons aboutir rapidement à une solution positive et constructive pour les travailleurs et les entreprises de notre pays.

De heer Jurgen Ceder (VB). - Het is zeer ongebruikelijk dat een regering van lopende zaken nog wetsontwerpen indient. Sommige juristen menen dat dit kan, op voorwaarde dat het een dringende kwestie betreft en dat de problematiek valt onder de categorie lopende zaken.

Het betreft hier misschien een dringende zaak, maar is het ook een lopende zaak? Het ontwerp gebruikt wel dezelfde regeling als bij de vorige sociale verkiezingen, maar dat betekent nog niet dat het om een neutrale voortzetting gaat die geen politieke beleidskeuze vereist. Deze regeling houdt een, zij het tijdelijke, afwijking in van de wet van 1948 op de organisatie van het bedrijfsleven.

Bovendien zijn de voorwaarden van de EU-richtlijn van 2002 nog steeds niet vervuld. Die richtlijn ligt trouwens aan de basis van het dispuut tussen werkgevers en vakbonden en is dus de oorzaak van de vertragingen.

Er is verder ook geen enkele waarborg dat de Europese Unie toch geen dwangsommen of sancties zal uitspreken. Hier wordt dus een betwistbare beleidskeuze gemaakt die volgens ons niet kan worden beschouwd als een afhandeling van lopende zaken.

Juristen zijn het erover eens dat het initiatiefrecht van de regering in een periode van lopende zaken beperkt is. Het initiatiefrecht van de Senaat is echter niet beperkt, het amenderingrecht dus ook niet. Het Vlaams Belang heeft dan ook een aantal amendementen ingediend om zijn inhoudelijke bezwaren tegen dit ontwerp duidelijk te maken. Het volstaat niet onze regeling inzake sociale verkiezingen in overeenstemming te brengen met een Europese richtlijn. Het is veel belangrijker deze regeling te conformeren aan de Grondwet en de essentiële beginselen van de democratische staat. Spijtig genoeg is staatssecretaris Van Quickenborne niet meer aanwezig, want ik had hem graag herinnerd aan een toespraak die hij als jong senator over deze problematiek hield. Hij zei toen in essentie hetzelfde van wat ik nu zeg. Het is immers nog steeds zo dat alleen kandidaten van de drie officiële vakbonden aan verkiezingen mogen deelnemen, ook in bedrijven en bedrijfssectoren waar 50% tot 80% van het personeel lid is van niet erkende professionele of onafhankelijke vakbonden. Dit is niet meer van deze tijd en ondemocratisch. Wanneer een gemeenteraadslid, een provincieraadslid of een parlementslid uit zijn partij stapt of uit zijn partij wordt gezet, behoudt het zijn mandaat. Bij sociale verkiezingen gaat het er iets anders aan toe. Wanneer een vakbondsafgevaardigde uit zijn vakbond stapt of uit de vakbond wordt gezet, verliest hij ook zijn mandaat. Dit maakt de sociale verkiezingen als democratische procedure vrijwel betekenisloos. Alleen kandidaten van de grote vakbonden mogen deelnemen, ook in bedrijven waar de aanhang van de traditionele vakbonden marginaal is. Eenmaal verkozen is het mandaat volledig ter bede van de vakbondsleiding die volstrekt naar willekeur en zonder enige motivatie mensen uit de vakbond kan zetten. Vakbonden zijn inderdaad nog altijd privé-verenigingen, hoewel ze wettelijke monopolies hebben, zoals het sluiten van CAO's, het beheer van de fondsen voor bestaanszekerheid of de sociale verkiezingen. Ze oefenen ook overheidstaken uit, in het bijzonder het uitbetalen van de werkloosheidsvergoedingen. Het zijn evenwel clubjes die volstrekt arbitrair mensen al dan niet tot hun club kunnen toelaten.

Om al deze redenen zullen we tegen dit wetsontwerp stemmen, tenzij onze amendementen worden aangenomen.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V-N-VA). - De CD&V-N-VA-fractie steunt dit wetsontwerp. We kunnen ons principieel vinden in de overgangsbepalingen die de sociale partners in overleg met de minister hebben uitgewerkt en waarvan dit wetsontwerp een deel in wetgeving omzet.

Wel moeten verschillende vragen, die nog onbeantwoord blijven, de komende weken een antwoord krijgen. In eerste instantie komt het er nu op aan dat de sociale verkiezingen in 2008 vlot en wettig kunnen verlopen. De sociale partners hebben afgesproken om dit te doen op basis van de oude drempel van honderd werknemers voor de ondernemingsraad. Doordat er al te veel tijd verloren is gegaan, bleef er onvoldoende tijd over om tot een fundamenteel akkoord te komen. Dit wetsontwerp is daardoor alleen maar een eerste stap naar zo'n akkoord. Verdere wetgeving moet de concrete uitvoering van de sociale verkiezingen correct laten verlopen.

Het heeft geen enkele zin dat meerderheid en oppositie elkaar in lange beschuldigingen over en weer beginnen uit te putten of dat ze gaan uitzoeken hoe het zover is kunnen komen. De reden waarom het er nog geen echte oplossing is gekomen, ligt trouwens bij de sociale partners en bij het feit dat er ook in de vorige regering geen eensgezindheid over deze kwestie bestond. Het belangrijkste is dat we in de commissie voor de Sociale Aangelegenheden zo goed al unaniem dit ontwerp hebben goedgekeurd. Het belangrijkste is niet het verleden, maar de toekomst, dat de sociale verkiezingen, al is het op het nippertje, correct kunnen verlopen.

Twee rechterlijke uitspraken maken het noodzakelijk dat we op korte termijn ook tot een fundamenteel akkoord komen.

Er is het advies dat de Raad van State heeft uitgebracht over een uitvoeringsbesluit over de organisatie van de sociale verkiezingen, dat aan de Raad begin dit jaar werd voorgelegd. Daarin stelt de Raad vast dat de drempel voor de oprichting van een ondernemingsraad, die werd ingesteld met de wet van 20 september 1948, niet werd gerespecteerd. Eigenlijk handelen we al zestig jaar op het randje van de illegaliteit. Nieuwe verkiezingen op basis van de oude drempel van honderd werknemers zou ons dus in een erg rechtsonzekere situatie hebben doen belanden. Daarom was een uitvoeringsbesluit niet voldoende, maar was er een wettelijke verankering nodig. Vandaar het wetsontwerp dat we vandaag bespreken.

Ook het Europees Hof van Justitie heeft in een uitspraak België verweten dat het de Europese richtlijn inzake informatie en raadpleging van 2002 niet naleeft en dat de deadline die de richtlijn ons land had toegestaan, namelijk 23 maart 2005, al was verstreken. Daarmee stond onomstotelijk vast dat de Belgische wetgeving niet conform was aan de Europese richtlijn en dat diverse wetsaanpassingen nodig zijn. Gelet op ons overlegmodel heeft de regering het initiatief daarvoor terecht aan de sociale partners overgelaten, in de hoop dat werkgevers en werknemers een oplossing zouden vinden. Helaas is hen dat nog niet gelukt. Er moet een snelle structurele oplossing komen om te vermijden dat België de geldboetes en dwangsommen, die al zijn uitgesproken, werkelijk zal moeten betalen. De minister heeft al initiatieven genomen om enig uitstel te krijgen. Hopelijk slagen we erin om in de korte termijn die ons nog rest, een structurele oplossing te vinden. De wet van 20 september 1948 moet hoe dan ook worden aangepast om ook de sociale verkiezingen van na 2008 correct te laten verlopen. Ook daarvoor moet de drempel wettelijk worden vastgelegd.

De CD&V-N-VA-fractie hoopt dat de sociale partners de hoogdringendheid van hun taak volledig inzien, hun verantwoordelijkheid ten volle nemen en een structurele oplossing vinden, dit op korte termijn, namelijk voor einde november. Van de minister verwachten we dat hij al het mogelijke doet om de sociale verkiezingen van volgend jaar ordentelijk te laten verlopen en dat hij in de Senaat snel het wetsontwerp indient dat daarvoor nodig is. Onze fractie zal het hare ertoe bijdragen om dat snel besproken en goedgekeurd te krijgen, want ook wij willen dat de sociale verkiezingen volledig wettig en correct kunnen verlopen. Op onze steun kan de minister daarvoor volledig rekenen.

De heer Peter Vanvelthoven, minister van Werk. - Ik dank de senatoren voor hun bereidheid om dit wetsontwerp binnen een kort tijdsbestek te bespreken. Iedereen ziet in dat dit wetsontwerp dringend moet worden behandeld om de sociale verkiezingen van 2008 te kunnen organiseren. Het wetsontwerp dat de procedure voor die verkiezingen regelt, is deze week door de Koning ondertekend en ondertussen in de Kamer ingediend. In de loop van de maand november moet ik dus nogmaals een beroep doen op de bereidwillige medewerking van de Senaat.

-De algemene bespreking is gesloten.