4-309/2 | 4-309/2 |
22 OKTOBER 2007
Nr. 1 VAN DE HEER CEDER EN MEVROUW JANSEGERS
Art. 2bis (nieuw)
Een artikel 2bis (nieuw) invoegen, luidend als volgt :
« Art. 2bis. — In artikel 14 § 1, 4º van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1º onder a) worden de woorden « en die ten minste 50 000 leden tellen. » weggelaten;
2º een punt c) wordt ingevoegd, luidend als volgt :
« c) de feitelijke vereniging of de vereniging met rechtspersoonlijkheid die onder haar leden tenminste twee werknemers telt in de zin van § 1, 2º, die samen tewerkgesteld zijn in dezelfde onderneming in de zin van § 1, 1º; deze vereniging wordt als representatieve werknemersorganisatie beschouwd voor de onderneming waarin tenminste twee van haar leden tewerkgesteld zijn, indien ten minste 10 % van het aantal werknemers in de zin van § 1, 2º ondertekent ter ondersteuning van haar kandidatenlijst voor sociale verkiezingen. ». »
Verantwoording
Door de onhaalbaar hoge drempel van 50 000 leden op te leggen voor interprofessionele werknemersorganisaties, houdt de wet het monopolie van de christendemocratische, socialistische en liberale politieke overtuiging inzake vakbonden in stand en wordt dit monopolie vergrendeld. De groei en opkomst van meer eigentijdse, neutrale vakbonden wordt aldus verhinderd — ook al is een dergelijke evolutie de voorbije decennia wél toegestaan in bijvoorbeeld het domein van de mutualiteiten, waar naast de « grote drie » ook neutrale en onafhankelijke mutualiteiten een groeiend succes kennen. De ondemocratische en ongrondwettige drempel van 50 000 leden moet dan ook geschrapt worden.
Er is nood aan een betere regeling inzake representativiteit op het niveau van de onderneming. In de huidige stand van de wetgeving kan een werknemer die behoort tot een feitelijke vereniging of een vereniging met rechtspersoonlijkheid, die in een bepaald bedrijf 80 % van de werknemers verenigt, niet deelnemen aan de sociale verkiezingen, indien zijn vereniging niet aangesloten is bij één van de drie monopolisten. Een geïsoleerde werknemer daarentegen, die aangesloten is bij ABVV-ACV-ACLVB, mag wel deelnemen, ook al kent hij niemand in het bedrijf. De representativiteit van de ene wordt dus vermoed, die van de andere niet, en daardoor wordt de keuzemogelijkheid bij de echte verkiezing voor de werknemers verschraald tot drie monopolisten.
Onderhavig amendement wil de mogelijkheid creëren dat werknemers van een bedrijf zich verenigen, en kandidaten kunnen voordragen indien zij 10 % van de werknemers achter zich kunnen scharen. Een gelijkaardige regeling is trouwens nu reeds voorzien voor kaderleden. Het valt niet in te zien waarom aan niet-kaderleden de mogelijkheden ontzegd worden die wel geboden worden aan kaderleden.
Nr. 2 VAN DE HEER CEDER EN MEVROUW JANSEGERS
Art. 2ter (nieuw)
Een artikel 2ter (nieuw) invoegen, luidend als volgt :
« Art. 2ter. — In artikel 20ter, eerste lid, eerste zin, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A) het woord « interprofessionele » wordt weggelaten;
B) de woorden « , § 1, tweede lid, 4º, a), » worden weggelaten. »
Verantwoording
Onderhavig amendement is een uitvloeisel van het voorgaande amendement dat strekt tot de invoeging van een artikel 2bis in het wetsvoorstel. Voor de toelichting kan verwezen worden naar wat in dat verband reeds werd gesteld.
Nr. 3 VAN DE HEER CEDER EN MEVROUW JANSEGERS
Art. 2quater (nieuw)
Een artikel 2quater (nieuw) invoegen, dat luidt als volgt :
« Art. 2quater. — Artikel 21, § 2, 4º, van dezelfde wet wordt opgeheven. ».
Verantwoording
Onderhavig amendement strekt ertoe de bepaling te schrappen die aan een vakbond toelaat een verkozen werknemer zijn mandaat in de ondernemingsraad te ontnemen, indien hij geen lid meer is van de vakbond op wiens lijst hij zou verkozen zijn. De werknemers hebben immers gestemd voor deze persoon om hem een mandaat te geven, het is niet aan een vereniging om hem die eventueel met een gedwongen ontslag te ontnemen.
Een dergelijke regeling, waarbij partijen hun verkozenen de zetel kunnen ontnemen door ontslag, is ook niet voorzien bij gemeenteraads- of andere verkiezingen.
Nr. 4 VAN DE HEER CEDER EN MEVROUW JANSEGERS
Art. 2quinquies (nieuw)
Een artikel 2quinquies (nieuw) invoegen, luidend als volgt :
« Art. 2quinquies. — In artikel 3, § 2, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) onder 1º worden de woorden « , die voor het gehele land zijn opgericht en die in de Centrale raad voor het bedrijfsleven en in de Nationale Arbeidsraad vertegenwoordigd zijn; de werknemersorganisaties moeten bovendien ten minste 50 000 leden tellen; » weggelaten;
b) een punt 3º wordt ingevoegd, luidend als volgt :
« 3º de feitelijke vereniging of de vereniging met rechtspersoonlijkheid die onder haar leden tenminste twee werknemers in de zin van artikel 49 telt die samen tewerkgesteld zijn in dezelfde onderneming in de zin van artikel 49; deze vereniging wordt als representatieve organisatie van werknemers beschouwd voor de onderneming, indien ten minste 10 %van het aantal werknemers in de zin van artikel 49 ondertekent ter ondersteuning van haar kandidatenlijst voor sociale verkiezingen. ».
Verantwoording
Onderhavig amendement is analoog aan amendement nr. 1 van dezelfde indieners betreffende de ondernemingsraden, maar dan voor de Comités voor preventie en bescherming op het werk.
Door de onhaalbaar hoge drempel van 50 000 leden op te leggen voor interprofessionele werknemersorganisaties, houdt de wet het monopolie van de christendemocratische, socialistische en liberale politieke overtuiging inzake vakbonden in stand en wordt dit monopolie vergrendeld. De groei en opkomst van meer eigentijdse, neutrale vakbonden wordt aldus verhinderd — ook al is een dergelijke evolutie de voorbije decennia wél toegestaan in bijvoorbeeld het domein van de mutualiteiten, waar naast de « grote drie » ook neutrale en onafhankelijke mutualiteiten een groeiend succes kennen. De ondemocratische en ongrondwettige drempel van 50 000 leden moet dan ook geschrapt worden.
Er is nood aan een betere regeling inzake representativiteit op het niveau van de onderneming. In de huidige stand van de wetgeving kan een werknemer die behoort tot een feitelijke vereniging of een vereniging met rechtspersoonlijkheid, die in een bepaald bedrijf 80 % van de werknemers verenigt, niet deelnemen aan de sociale verkiezingen, indien zijn vereniging niet aangesloten is bij één van de drie monopolisten. Een geïsoleerde werknemer daarentegen, die aangesloten is bij ABVV-ACV-ACLVB, mag wel deelnemen, ook al kent hij niemand in het bedrijf. De representativiteit van de ene wordt dus vermoed, die van de andere niet, en daardoor wordt de keuzemogelijkheid bij de echte verkiezing voor de werknemers verschraald tot drie monopolisten.
Onderhavig amendement wil de mogelijkheid creëren dat werknemers van een bedrijf zich verenigen, en kandidaten kunnen voordragen indien zij 10 % van de werknemers achter zich kunnen scharen. Een gelijkaardige regeling is trouwens nu reeds voorzien voor kaderleden. Het valt niet in te zien waarom aan niet-kaderleden de mogelijkheden ontzegd worden die wel geboden worden aan kaderleden.
Nr. 5 VAN DE HEER CEDER EN MEVROUW JANSEGERS
Art. 2sexies (nieuw)
Een artikel 2sexies (nieuw) invoegen, luidend als volgt :
« Art. 2sexies. — Artikel 52 van dezelfde wet wordt opgeheven. »
Verantwoording
Onderhavig amendement strekt ertoe de regeling te schrappen, waarbij in het geval dat er geen Comité voor Preventie en Bescherming op het werk bestaat, de opdrachten van de comités worden uitgevoerd door « de vakbondsafvaardiging ». Dit begrip wordt niet gedefinieerd, en aldus wordt een grote verantwoordelijkheid gegeven aan personen die misschien in het bedrijf zelf geen enkel draagvlak hebben, maar enkel vanuit één van de drie monopolisten gestuurd wordt. Het verdient de voorkeur om in voorkomend geval de opdrachten van het Comité toe te vertrouwen aan de werknemers zelf, volgens de regeling die nu reeds wordt voorzien in artikel 53.
Nr. 6 VAN DE HEER CEDER EN MEVROUW JANSEGERS
Art. 2septies (nieuw)
Een artikel 2septies (nieuw) invoegen, luidend als volgt :
« Art. 2septies. — In artikel 53 van dezelfde wet worden de woorden « In de ondernemingen waar noch een Comité, noch een vakbondsafvaardiging bestaat » vervangen door de woorden « Wanneer in de onderneming geen Comité is opgericht ».
Verantwoording
Onderhavig amendement vloeit logischerwijze voort uit het voorgaande amendement nr. 5. De verwijzing naar het vage begrip « vakbondsafvaardiging » is dientengevolge overbodig geworden.
Nr. 7 VAN DE HEER CEDER EN MEVROUW JANSEGERS
Art. 2octies (nieuw)
Een artikel 2octies (nieuw) invoegen, luidend als volgt :
« Art. 2octies. — Artikel 58, lid 1, van dezelfde wet wordt als volgt vervangen :
« Art. 58. — De organisaties zoals opgesomd in artikel 3 zijn gerechtigd om een volmacht te geven voor de neerlegging van deze kandidatenlijsten. ».
Verantwoording
Onderhavig amendement behelst een technische aanpassing die noodzakelijk is ingevolge amendement nr. 4.
Nr. 8 VAN DE HEER CEDER EN MEVROUW JANSEGERS
Art. 2novies (nieuw)
Een artikel 2novies (nieuw) invoegen, luidend als volgt :
« Art. 2novies. — Artikel 61, eerste lid, 4º, van dezelfde wet wordt opgeheven. ».
Verantwoording
Onderhavig amendement strekt ertoe om, ook voor de Comités voor preventie en bescherming op het werk, de bepaling te schrappen die aan een vakbond toelaat een verkozen werknemer zijn mandaat te ontnemen, indien hij geen lid meer is van de vakbond op wiens lijst hij zou verkozen zijn; de werknemers hebben immers gestemd voor deze persoon om hem een mandaat te geven, het is niet aan een vereniging om hem die eventueel met een gedwongen ontslag te ontnemen. Een dergelijke regeling, waarbij partijen hun verkozenen de zetel kunnen ontnemen door ontslag, is ook niet voorzien bij gemeenteraads- of andere verkiezingen.
| Jurgen CEDER Nele JANSEGERS. |