(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
De tekst van deze vraag is dezelfde als die van vraag nr. 3-7206 aan de minister van Mobiliteit, die hiervoor werd gepubliceerd.
Antwoord : 1 tot 3. Vooreerst wens ik het geachte lid erop te wijzen dat gezien de korte tijdsspanne om te antwoorden, ik op dit ogenblik geen antwoord kan verstrekken op de vraag over het Luxemburgse fiscale systeem. Deze vraag vergt een bijkomend onderzoek. Ik zal mijn diensten daaromtrent de nodige opdrachten geven. Verder kan ik u ook meedelen dat de problematiek rond Luxemburgse nummerplaten reeds behandeld werd in de parlementaire mondelinge vraag nr. 2-1123 van de heer Poty waarvan ik de essentie hierna even aanhaal (Handelingen nr. 2-241 van 14 november 2002, blz. 21). Tijdens een eerste contact tussen de Belgische en de Luxemburgse regeringen in de zomer van 1999 werd het dossier besproken. De Luxemburgse eerste minister, die ook bevoegd is voor Financiën, stelde trouwens zelf dat maatregelen nodig waren. We hebben die dan ook genomen. We hebben contact gehad met de Luxemburgse overheid en in eigen land heeft mijn departement samengewerkt met dat van Mobiliteit, dat de reglementering moest aanpassen.
Het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen (Belgisch Staatsblad van 8 augustus 2001) vervangt het koninklijk besluit van 31 december 1953 houdende reglementering van de inschrijving van de motorvoertuigen en de aanhangwagens.
Het nieuwe besluit geeft een duidelijkere omschrijving van de inschrijvingsplicht. Krachtens artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 mag een voertuig slechts in het verkeer worden gebracht als het ingeschreven is bij de DIV en de nummerplaat draagt die bij de inschrijving werd toegekend.
Artikel 3, § 1, van dit besluit verplicht de in België verblijvende personen om de voertuigen die zij hier gebruiken daadwerkelijk in België te laten inschrijven, zelfs wanneer deze voertuigen reeds in een ander land zijn ingeschreven.
Hetzelfde artikel van het koninklijk besluit voorziet echter in een aantal uitzonderingen op deze regel. Bepaalde voertuigen kunnen verder in België worden gebruikt door personen die er verblijf houden met behoud van hun buitenlandse inschrijving.
Immers, ingevolge de §§ 2 en 3 van hetzelfde artikel geldt de inschrijvingsplicht in België niet voor :
a) het voertuig dat door een buitenlandse verhuurder voor hoogstens achtenveertig uren wordt ter beschikking gesteld van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die ingeschreven is in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente of in een Belgisch handelregister;
b) het voertuig dat door een natuurlijke persoon wordt gebruikt voor de uitoefening van zijn beroep en in het buitenland ingeschreven is op naam van een buitenlandse eigenaar waarmee die persoon verbonden is door een arbeidsovereenkomst; een door de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (AOIF), Sector BTW, afgeleverd attest moet zich steeds aan boord van het voertuig bevinden;
c) het personenvoertuig bestuurd door een ambtenaar die in België verblijft en werkt voor een internationale instelling in een andere Lidstaat van de Europese Unie; een door de werkgever afgeleverde accreditatiekaart moet zich steeds aan boord van het voertuig bevinden;
d) het voertuig waarvan die persoon eigenaar is die als tijdelijk afwezige persoon wordt beschouwd in de zin van artikel 8, 6º, 8º en 9º, van het koninklijk besluit van 16 juni 1992 betreffende het bevolkingsregister en het vreemdelingenregister en waarbij dit laatste niet langer dan zes maanden zonder onderbreking in België wordt gestald.
Ik wens het geachte lid erop te wijzen dat krachtens artikel 3, 7º, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en gewesten, de verkeersbelasting op de autovoertuigen een gewestelijke belasting is en dat voor een wijziging in deze belasting — op het vlak van de heffingsgrondslag, de aanslagvoet of de belastingsvrijstellingen — de goedkeuring van de Gewestexecutieven vereist is.
Om reden van efficiëntie worden de vervoermiddelen gecontroleerd ter gelegenheid van de controle van de aanwezige goederen. Indien vastgesteld wordt dat de personen in België verblijven, maar desondanks toch met een Luxemburgse nummerplaat rijden, wordt een overtreding vastgesteld op basis van artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen.
De administratie beschikt niet over cijfers inzake de evolutie van dit soort fraude.