3-648/3

3-648/3

Belgische Senaat

ZITTING 2006-2007

15 FEBRUARI 2007


Wetsontwerp tot oprichting van een Parlementair Comité belast met de wetsevaluatie


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

Art. 1

Het opschrift en dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Het ontwerp strekt ertoe een Parlementair Comité belast met de wetsevaluatie op te richten dat is samengesteld uit leden van zowel Kamer als Senaat.

Op verzoek van de voorzitter van de Senaat bracht de Raad van State op 5 juli 2006 hierover een advies uit (advies nr. 40.390/2), dat bijzonder kritisch was.

Met dit ontwerp wenst men namelijk bij wet te regelen op welke wijze elk van de Kamers (een deel van) haar bevoegdheden uitoefent. Nochtans bepaalt artikel 60 van de Grondwet « elke Kamer bepaalt, in haar reglement, de wijze waarop zij haar bevoegdheden uitoefent ». Omdat deze bepaling er niet enkel toe strekt de onafhankelijkheid van iedere assemblee ten opzichte van de uitvoerende macht te garanderen, maar ook ten opzichte van de andere assemblee, stelt de Raad dat het dus in beginsel niet toekomt aan de wetgever om de wijze te regelen waarop de kamers hun bevoegdheid uitoefenen.

De verwijzing naar het Overlegcomité is onvoldoende om van dit principe af te wijken omdat de Grondwet dit Comité uitdrukkelijk vermeld en daarbij aan de wetgever de opdracht geeft haar samenstelling en werkwijze te bepalen.

Van het principe kan echter worden afgeweken in het geval waar aan derden bepaalde plichten worden opgelegd of hun rechten worden beperkt, wat in dit ontwerp niet gebeurt.

Het is echter eveneens verantwoord — en noodzakelijk — dat de wetgever, en dus niet de assemblees afzonderlijk, optreedt indien wegens de aard van het probleem een eenvormige oplossing vereist is. Omdat het ontwerp in de huidige vorm niet tegemoetkomt aan de vereiste om het bestaan aan te tonen van de dwingende noodzaak om het probleem van de wetsevaluatie op een eenvormige wijze op te lossen, is het in deze vorm dus ongrondwettig.

Daarom vraagt CD&V de schrapping van het volledige wetsontwerp.

Nr. 2 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

Art. 2

Het opschrift en dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 1 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 3 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

Art. 3

Het opschrift en dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 1 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 4 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

Art. 4

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 1 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 5 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

Art. 5

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 1 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 6 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

Art. 6

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 1 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 7 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

Art. 7

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 1 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 8 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

Art. 8

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 1 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 9 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

Art. 9

Het opschrift en dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 1 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 10 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

Art. 10

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 1 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 11 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

Art. 11

Het opschrift en dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 1 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 12 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

Art. 12

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 1 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 13 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

Art. 13

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 1 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 14 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

Art. 14

Het opschrift en dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 1 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 15 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

Art. 15

Het opschrift en dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 1 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 16 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

Art. 16

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 1 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 17 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 1)

Het opschrift van het ontwerp vervangen als volgt :

« Wetsontwerp houdende instelling van een procedure voor de evaluatie van de wetgeving ».

Verantwoording

De voorbije jaren worden gekenmerkt door een inflatie van wetgevende en reglementaire teksten.

Het adagium « een ieder wordt geacht de wet te kennen », dat nochtans inherent is aan elke democratie, wordt in een dergelijke situatie denkbeeldig.

Het vermoeden van kennis van de rechtsregels moet gepaard gaan met een voortdurende inspanning van de wetgever om samenhangende en voor iedereen toegankelijke normen op te stellen.

Eén van de taken van de afdeling wetgeving van de Raad van State, wanneer zij adviezen moet uitbrengen over wetgevende of reglementaire teksten, bestaat er net in erop toe te zien dat de teksten samenhangend zijn en in overeenstemming met de hogere normen, de wet, de Grondwet of de internationale verdragen.

Deze afdeling moet bij die gelegenheid ook vaak aan de auteur van het ontwerp het bestaan van oude teksten meedelen die nooit uitdrukkelijk werden opgeheven, maar die zonder twijfel niet meer worden toegepast.

Zo heeft de Raad van State bijvoorbeeld inzake een voorontwerp van koninklijk besluit « houdende coördinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit », een reeks bepalingen vermeld die uiteindelijk opgeheven zijn bij het koninklijk coördinatiebesluit van 17 juli 1991 : artikel 3 van het decreet van 15-20 september 1792 « relatif aux phares, amers, tonnes et balises »; het decreet (van de Nationale Conventie) van 23-27 augustus 1793 « qui établit un mode de comptabilité »; het decreet van 28 pluviôse jaar III « sur la comptabilité »; wet van 17 floréal jaar VII « qui fixe les règles de comptabilité conformément au nouveau système des poids et mesures »; artikel 2 van het decreet van 12 augustus 1807 « relatif aux valeurs fausses et aux assignats et mandats versés à la Trésorerie par les comptables » en ten slotte de wet van 9 februari 1818 « réglant les moyens de pourvoir aux besoins financiers du Royaume », gewijzigd bij de wet van 30 november 1819.

De afdeling wetgeving merkte bovendien op dat artikel 45 van de wet van 14 januari 1975 houdende het tuchtreglement van de krijgsmacht, dat een stelsel organiseerde van toelating alvorens een huwelijk te sluiten, strijdig was met verschillende, rechtstreekse toepasselijke bepalingen van internationaal recht betreffende de rechten van de mens. Derhalve werd deze bepaling opgeheven door de wet van 31 juli 1992.

De organieke wet verplicht de Raad van State tevens jaarlijks een activiteitenverslag op te stellen en te publiceren. Dit verslag heeft meer bepaald tot doel de voornaamste moeilijkheden waarmee de Raad van State geconfronteerd zou zijn in de loop van een jaar te vermelden, en er bepaalde suggesties uit te halen.

Artikel 6bis van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, ingevoegd door de wet van 4 augustus 1996, staat ten slotte elke tak van de wetgevende, federale, gemeenschaps- en gewestelijke machten toe om aan het coördinatiebureau te vragen om de wetgeving die zij aanwijzen te coördineren, te codificeren of te vereenvoudigen.

De parketten-generaal werden in het verleden tevens verzocht om aan de minister van Justitie te richten, « à l'expiration de chaque année judiciaire, un rapport sur les affaires à l'occasion desquelles on aurait reconnu l'insuffisance ou les défauts de la législation en vigueur ».

In 1956 richtte de minister van Justitie vervolgens een omzendbrief aan de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie, aan de procureurs-generaal bij de hoven van beroep en aan de auditeur-generaal bij het Militaire Gerechtshof, waarin hij deze magistraten verzocht om, naar gelang van hun opmerkingen maar toch met de mogelijkheid om op het einde van het gerechtelijk jaar een globale studie te kunnen voorstellen, aan de minister verslag uit te brengen over de gebreken of tekortkomingen van de wetgeving.

De wetgever zelf heeft initiatieven genomen om bepaalde wetgevingen te vereenvoudigen.

Dit amendement strekt ertoe een procedure te creëren voor de systematische bijwerking van de bestaande wetten waarvan blijkt dat zij tegenstrijdig, onaangepast of in onbruik geraakt zijn.

Het draagt de hoogste gerechtelijke instellingen van het land, namelijk het Hof van Cassatie door toedoen van zijn procureur-generaal in het College van procureurs-generaal en, anderzijds, de Raad van State op om aan elke tak van de wetgevende macht een verslag te richten waarin de juridische normen worden vermeld waarmee de hoven en rechtbanken, alsook de Raad van State, afdeling administratie of afdeling wetgeving, moeilijkheden ondervonden hebben.

Om te vermijden dat het Hof van Cassatie, op gevaar af het principe van de scheiding der machten te miskennen, verplichtingen aangaat waarvan de uitvoering hem in een situatie van afhankelijkheid kan plaatsen jegens de wetgevende of uitvoerende macht, draagt het voorstel de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie op dit verslag te richten aan het parlement en aan de regering.

Nr. 18 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 2)

Art. 2

Het opschrift doen vervallen en dit artikel vervangen als volgt :

« De van kracht zijnde wetten en federale reglementen worden geëvalueerd met de bedoeling om op geordende wijze de juridische normen aan te passen die geheel of gedeeltelijk tegenstrijdig, of in onbruik geraakt zijn, of waarvan de uitvoering, de interpretatie of de toepassing tot moeilijkheden leidt. »

Verantwoording

Dit amendement vult het geheel van middelen aan die de federale wetgever ter beschikking heeft.

Het stelt een procedure voor de evaluatie van de wetgeving in werking, waarvan het doel erin bestaat op geordende wijze de wetten en federale reglementen aan te passen die tegenstrijdig of in onbruik geraakt zijn, of waarvan de uitvoering, de interpretatie of de toepassing tot moeilijkheden leidt.

Met « de uitvoering » wordt uiteraard in de eerste plaats verwezen naar de klassieke uitvoeringstaak van de uitvoerende macht (artikel 108 van de Grondwet).

Deze bepaling is bewust in vrij algemene termen gesteld om toe te laten dat alle of zoveel mogelijk moeilijkheden, waartoe een wetgeving aanleiding geeft, zouden kunnen leiden tot een evaluatie.

Nr. 19 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 3)

Art. 3

Het opschrift doen vervallen en dit artikel vervangen als volgt :

« De Senaat is belast met de evaluatie van de wetgeving en maakt jaarlijks een verslag op van zijn werkzaamheden terzake. »

Verantwoording

De rol van de Senaat op dit vlak, namelijk van kamer van bezinning, wordt versterkt.

Het is inderdaad de Senaat die zal instaan voor de evaluatie van de wetgeving.

De Senaat zal belast worden met het onderzoeken van de door de procureur-generaal en de Raad van State voorgelegde verslagen, en het opmaken van voorstellen.

Elk jaar maakt de Senaat een verslag over zijn werkzaamheden.

Uiteraard kan, indien hij dat wenst, de Senaat, die belast is met de evaluatie van de wetgeving, over speciale vraagstukken bijzonder gekwalificeerde personen raadplegen of studies laten uitvoeren. Hij kan eveneens de betrokken besturen raadplegen.

Het moet immers mogelijk zijn dat andere actoren uit de juridische wereld problemen kunnen signaleren, welke zij ervaren en die een wetsevaluatie kunnen rechtvaardigen. Dit geldt voor de besturen, de advocaten, notarissen, verbruikersverenigingen, bedrijfsjuristen, de universiteiten, en ook de rechtsonderhorigen.

Het is evenwel niet aangewezen om in de wet zelf te bepalen welke informatie wel en dus ook welke niet door de Senaat mag worden gehanteerd. Het kan immers niet de bedoeling zijn om door middel van een limitatieve opsomming in de wet de Senaat in zijn (bewegings)vrijheid ter zake te gaan beperken. De Senaat moet zelf kunnen bepalen welke informatiebronnen hij aanwendt naar aanleiding van de evaluatie. Met het voorstel wordt vooral beoogd een kader te scheppen dat het Parlement in staat stelt om door middel van de bedoelde verslagen over gestructureerde informatie te beschikken met het oog op een evaluatie.

Dit alles belet geenszins dat de Senaat deze opdracht inzake wetgevingsevaluatie zou kunnen opdragen aan bijvoorbeeld een speciale commissie. Het komt immers de Senaat toe om zijn werkzaamheden te organiseren zoals hij dat wenst.

Nr. 20 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 4)

Art. 4

Dit artikel vervangen als volgt :

« Deze evaluatie geschiedt onder meer op basis van twee jaarverslagen die worden opgesteld enerzijds door de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie en het college van procureurs-generaal en anderzijds door de Raad van State.

Deze verslagen bevatten een overzicht van de federale juridische normen waarmee respectievelijk de hoven en rechtbanken en de Raad van State toepassings- of interpretatiemoeilijkheden ondervonden hebben tijdens het afgelopen gerechtelijk jaar. Zij omvatten onder andere een korte beschrijving van deze normen en de redenen waarom hun aanpassing gesuggereerd wordt. »

Verantwoording

Het uitgangspunt van deze nieuwe procedure bestaat uit het opstellen van twee jaarverslagen door, enerzijds, de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie en het College van procureurs-generaal, en anderzijds, de Raad van State.

Met betrekking tot de inhoud van het verslag is terecht slechts sprake van toepassings- en interpretatiemoeilijkheden, en niet van moeilijkheden bij de uitvoering van wetten, omdat de hoven en rechtbanken en de Raad van State niet instaan of bevoegd zijn voor de uitvoering van de wetten, maar wel geconfronteerd worden met de interpretatie en toepassing ervan.

Nr. 21 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 5)

Art. 5

Dit artikel vervangen als volgt :

« De procureur-generaal bij het Hof van Cassatie en het College van procureurs-generaal enerzijds en de Raad van State anderzijds bezorgen in de loop van de maand oktober hun verslag aan de Senaat alsmede aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en aan de federale regering.

De federale regering bezorgt haar opmerkingen over deze verslagen aan de Senaat. »

Verantwoording

De regering richt haar opmerkingen op de verslagen aan de Senaat. Op die wijze zijn de besturen structureel betrokken bij het evaluatiewerk.

Elke tak van de wetgevende macht, waarvoor de verslagen bestemd zijn, kan initiatieven nemen.

Het komt aan de Wetgevende Kamers toe om in hun reglement te bepalen of aan de voorstellen van wet die worden ingediend in het kader van de evaluatie van de wetgeving al dan niet dezelfde prioriteit wordt verleend als aan de ontwerpen van wet.

Nr. 22 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 6)

Art. 6

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 17 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 23 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 7)

Art. 7

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 17 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 24 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 8)

Art. 8

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 17 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 25 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 9)

Art. 9

Het opschrift en dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 17 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 26 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 10)

Art. 10

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 17 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 27 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 11)

Art. 11

Het opschrift en dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 17 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 28 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 12)

Art. 12

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 17 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 29 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 13)

Art. 13

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 17 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 30 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 14)

Art. 14

Het opschrift en dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 17 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 31 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 15)

Art. 15

Het opschrift en dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 17 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 32 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 16)

Art. 16

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 17 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 33 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 18)

Art. 2

Het opschrift doen vervallen en dit artikel vervangen als volgt :

« De reglementen van kamer en Senaat bepalen de specifieke modaliteiten voor de parlementaire behandeling van een bijzondere procedure voor wetsevaluatie.

Dit impliceert :

1) Twee jaarverslagen worden opgemaakt, enerzijds door de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie en het college van procureurs-generaal en anderzijds door de Raad van state.

Deze verslagen bevatten een overzicht van de federale juridische normen waarmee respectievelijk de hoven en rechtbanken en de Raad van State toepassings- of interpretatiemoeilijkheden ondervonden hebben tijdens het afgelopen gerechtelijk jaar. Zij omvatten onder andere een korte beschrijving van deze normen en de redenen waarom hun aanpassing gesuggereerd wordt.

De procureur-generaal bij het Hof van Cassatie en het College van procureurs-generaal enerzijds en de Raad van State anderzijds bezorgen in de loop van de maand oktober hun verslag aan de Senaat alsmede aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en aan de federale regering.

De federale regering bezorgt haar opmerkingen over deze verslagen aan de Senaat.

2) Op de in de reglementen van Kamer en Senaat bepaalde wijze worden verzoekschriften behandeld betreffende moeilijkheden die bestaan bij de toepassing van vigerende wetten, ingediend door de volgende personen en diensten :

1º iedere administratieve dienst die ermee belast is de wet toe te passen of iedere openbare overheid die ermee belast is toe te zien op de toepassing van de wet;

2º elke natuurlijke persoon en elke publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon;

3º de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de senatoren.

Die verzoekschriften zijn ondertekend door de verzoeker of, in het geval van de in het eerste lid, 1º bedoelde diensten of overheden, door de verantwoordelijke van die dienst of overheid. »

Verantwoording

In haar advies 40.390/2 stelt de Raad van State uitdrukkelijk dat het ontwerp in de huidige vorm artikel 60 van de Grondwet miskent en dus ongrondwettig is. Om hieraan te verhelpen dienen de essentiële bestanddelen worden onderscheiden van de detail- en uitvoeringsmaatregelen. Enkel de eerste rechtvaardigen het optreden van de wetgever, de tweede categorie kan enkel een plaats vinden in de respectievelijke reglementen van Kamer en Senaat.

Nr. 34 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 19)

Art. 3

Het opschrift en dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 33 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 35 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 20)

Art. 4

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 33 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 36 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 21)

Art. 5

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 33 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 37 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 22)

Art. 6

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 33 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 38 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 23)

Art. 7

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 33 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 39 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 24)

Art. 8

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 33 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 40 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 25)

Art. 9

Het opschrift en dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 33 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 41 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 26)

Art. 10

Dit artikel doen vervangen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 33 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 42 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 27)

Art. 11

Het opschrift en dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 33 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 43 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 28)

Art. 12

Dit artikel doen vervallen.

Nr. 44 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 29)

Art. 13

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 33 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 45 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 30)

Art. 14

Het opschrift en dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 33 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 46 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 31)

Art. 15

Het opschrift en dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 33 van de heer Hugo Vandenberghe.

Nr. 47 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

(Subsidiair op amendement nr. 32)

Art. 16

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie verantwoording bij amendement nr. 33 van de heer Hugo Vandenberghe.

Hugo VANDENBERGHE.

Nr. 48 VAN DE HEER DELPÉRÉE

Art. 2

In het tweede lid, 2º, van dit artikel, de tweede volzin doen vervallen.

Verantwoording

Er is geen reden om bijzondere functies te reserveren voor een specifieke categorie van senatoren.

Nr. 49 VAN DE HEER DELPÉRÉE

Art. 8

Het tweede lid van dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Volgens de Grondwet is het initiatiefrecht voorbehouden aan de verschillende takken van de wetgevende macht. Dit recht kan niet door een wet aan een Parlementair Comité worden gegeven.

Francis DELPÉRÉE.