Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-76

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid

Vraag nr. 3-5145 van de heer Ceder d.d. 22 mei 2006 (N.) :
Staatsdiensten met afzonderlijk beheer. — Uitvoeringsrekeningen. — Laattijdige doorzending aan het Rekenhof.

In het 162e Boek van het Rekenhof wordt vermeld dat volgende uitvoeringsrekeningen niet aan het Rekenhof waren overgezonden.

— de rekeningen van de jaren 2002, 2003 en 2004 van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (Wetenschapsbeleid);

— de rekeningen van 2003 en 2004 van de Nationale Dienst voor Congressen;

— de rekeningen van 2003 en 2004 van het Belgische Telematicaonderzoeksnet BELNET.

Welke was de oorzaak van deze vertragingen ? Zijn deze rekeningen intussen overgezonden ? Zo ja, op welke data ?

Antwoord : Het Federaal Wetenschapsbeleid werkt, samen met de administratie van de Schatkist, sinds 2002 aan de boekhoudkundige reorganisatie van de federale wetenschappelijke instellingen (FWI) en van de Staatsdiensten met afzonderlijk beheer, waaronder de Nationale Dienst voor Congressen en het Belgisch Nationaal Onderzoeksnetwerk (BELNET). Bij diezelfde gelegenheid tracht de POD de termijnen waarin de rekeningen aan het Rekenhof worden overgezonden naar best vermogen te verminderen.

Al sinds 2004 werd aan de FWI's gevraagd de documenten betreffende de beheersrekening van de boekhouder (wettelijk depot vóór 1 maart) en de uitvoeringsrekening van de begroting (wettelijk depot vóór 30 mei) apart op te sturen.

De beheersrekening van de boekhouder wordt voortaan na het afsluiten van de boekhouding rechtstreeks aan de Schatkist gestuurd. De uitvoeringsrekening van de begroting wordt, na voorlegging aan de Beheerscommissie, overgezonden aan de dienst van de Staatsschuld, op gunstig advies van de Inspecteur van Financiën en onder voorbehoud van mijn goedkeuring als minister bevoegd inzake wetenschapsbeleid. Deze maatregel werd trouwens officieel bekrachtigd door de brief van 22 maart 2005 die ik ontving van de heer Piet Raepsaet, directeur van de dienst van de Staatsschuld.

Maar het is waar dat het enige tijd heeft geduurd vóór de procedures voor het afsluiten en goedkeuren van de rekeningen in bovengenoemde instellingen waren ingesteld.

Wat de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG) betreft, dient allereerst te worden herinnerd aan de rampzalige toestand die de boekhouder in 2000 erfde. Hierdoor diende er heel wat werk te worden ingehaald, hetgeen de vertragingen bij het indienen van de rekeningen verklaart. De rekeningen 2002 en 2003 werden op 11 januari 2005 ter advies aan de Inspectie van Financiën gestuurd en pas op 4 mei 2006 aan de Schatkist overgezonden. De rekeningen 2004 bevinden zich sinds 10 november 2005 bij de Inspectie van Financiën.

De rekeningen 2003 van BELNET werden door de Beheerscommissie goedgekeurd. BELNET heeft ze op 2 maart 2005 teruggekregen.

De rekeningen 2004 werden goedgekeurd door de Beheerscommissie en op 8 juni 2006 naar BELNET teruggestuurd.

De toestand is vandaag weer normaal. De rekeningen 2005 van BELNET werden op 26 april 2006 door de Beheerscommissie goedgekeurd en op 29 mei 2006 aan de dienst Begroting & Beheerscontrole van het Federaal Wetenschapsbeleid gestuurd en zullen daarna aan mijn kabinet en dat van de minister van Financiën worden overgezonden.

De Nationale Dienst voor Congressen heeft zijn rekeningen 2003 en 2004 ingediend. Het Paleis voor Congressen, dat bij het koninklijk besluit van 13 augustus 2004 voortaan een naamloze vennootschap is geworden, maakt geen deel meer uit van de opdrachten die het Federaal Wetenschapsbeleid vervult. Ik heb op 14 juli 2006 aan de Ministeraaad een voorstel in die zin voorgelegd tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2002 houdende oprichting van de programmatorische federale overheidsdienst Wetenschapsbeleid. Het koninklijk besluit van 5 augustus 2006 werd op 25 augustus 2006 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.