3-200

3-200

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 25 JANUARI 2007 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Elke Tindemans aan de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen over «het personeelsbeleid bij de federale beleidsorganen en de ministeriële secretariaten» (nr. 3-1382)

Mevrouw Elke Tindemans (CD&V). - In het begin van de week publiceerde het Rekenhof een kritisch verslag over het personeelsbeleid bij de federale beleidsorganen en de ministeriële secretariaten. Het Rekenhof heeft tijdens zijn onderzoek verschillende pijnpunten vastgesteld. Het Rekenhof wijst in de eerste plaats op een gebrek aan doorzichtigheid op het vlak van de begroting. Ook is er in de dagelijkse werking geen respect voor het onderscheid in het takenpakket van de beleidscellen en de secretariaten. Verder zouden kredieten op een oneigenlijke wijze worden aangewend en zou de interne controle ontoereikend zijn. Tot slot blijken enkele gewezen ministers gunsten te genieten die niet conform de regelgeving zijn.

Is de minister het eens met de vaststellingen van het Rekenhof?

Welke maatregelen zal de minister nemen om de regelgeving af te dwingen?

De voorzitter. - Ik feliciteer mevrouw Tindemans met haar maidenspeech.

De heer Christian Dupont, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen. - Ik wil de opmerkingen van het Rekenhof niet betwisten, maar wens ze wel in hun juiste context te plaatsen.

Gedetacheerde federale ambtenaren blijven voor hun wedde ten laste van de dienst waar ze oorspronkelijk aangeworven zijn en enkel hun premie valt ten laste van het betrokken beleidsorgaan. Zo probeert de regering om een beroep op de interne expertise van de federale ambtenaren aantrekkelijk te maken.

In grote lijnen wordt de opdeling van het personeel tussen de diverse beleidscellen en secretariaten in acht genomen. Het kan soms wel gebeuren dat in sommige dossiers, omwille van de noodzaak aan polyvalentie, de activiteiten elkaar tijdelijk doorkruisen, maar dat gebeurt zeker niet op structurele wijze.

De interne controle ter zake wordt uitgevoerd door de kanselarij van de eerste minister, die de nodige initiatieven neemt om indien nodig bij te sturen. De kanselarij heeft daartoe in september een werkgroep opgericht die de vaststellingen van het Hof moet analyseren en, waar nodig, de reglementering kan aanpassen. De conclusies van die werkgroep zullen binnenkort voor beslissing worden voorgelegd aan de politieke instanties.

Ik wijs erop dat het Rekenhof in een aanbeveling in fine van het verslag stelt dat `zo de huidige administratieve context niet toelaat om de in het rapport aangehaalde essentiële voorwaarden in acht te nemen, men zich de vraag moet stellen of men niet veeleer de regelgeving moet aanpassen aan de vastgestelde praktijk'.

Mevrouw Elke Tindemans (CD&V). - Ik dank de minister voor het antwoord. Wat wij vrezen en waar we zeker niet mee akkoord kunnen gaan is precies dat laatste, namelijk dat de regelgeving wordt aangepast aan een situatie nadat er inbreuken zijn vastgesteld en omdat het sommigen zo beter uitkomt.