3-1947/2

3-1947/2

Belgische Senaat

ZITTING 2006-2007

30 JANUARI 2007


Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Republiek Albanië inzake politiesamenwerking, ondertekend te Brussel op 22 maart 2005


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING UITGEBRACHT DOOR

DE HEER NIMMEGEERS


I. INLEIDING

De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergaderingen van 23 en 30 januari 2007.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE VERTEGENWOORDIGER VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

Dit verdrag sluit aan bij de verdragen inzake politiesamenwerking die sedert 1996 zijn afgesloten met de landen van Centraal en Oost- Europa, waarvan een deel ondertussen lid zijn geworden van de Europese Unie. Als derde land geniet Albanië sinds 2004 van een partnerschap met de Europese Unie, waarvan onder meer een luik gewijd is aan justitiële en politionele samenwerking in de strijd tegen de georganiseerde misdaad. Het gaat hier om een aangelegenheid die behoort tot de derde pijler van de Europese Unie en dus enkel via bilaterale verdragen tot uitvoering kan worden gebracht.

Door dit verdrag kan de strijd tegen de georganiseerde misdaad beter worden aangepakt en kan het genoemde partnerschap beter worden ontwikkeld.

III. ALGEMENE BESPREKING

De heer Nimmegeers wenst het statuut van de verbindingsofficier te kennen waarvan sprake in artikel 10 van het verdrag. Het statuut werd in 1992 gecreëerd door een beslissing van de Ministerraad. Wat zijn de ervaringen van onze verbindingsofficier aldaar ?

De vertegenwoordiger van de minister van Binnenlandse Zaken antwoordt dat de federale politie hiervoor bevoegd is. De informatie is strikt vertrouwelijk en de administratie beschikt niet over die informatie. Het statuut van de verbindingsofficier is vastgelegd bij Omzendbrief van 12 maart 2003. Hij heeft geen operationele bevoegdheden maar staat in voor de verbetering van de samenwerking tussen overheden, regering en de politiediensten.

De heer Nimmegeers wenst toch algemene informatie hierover te krijgen.

De vertegenwoordiger van de minister van Binnenlandse Zaken antwoordt dat de Senaatscommissie zich hiervoor moet wenden tot de commissaris-generaal van de federale politie.

IV. STEMMINGEN

De artikelen 1 tot 2, alsook het wetsontwerp in zijn geheel, worden eenparig aangenomen door de 13 aanwezige leden.


Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het uitbrengen van dit verslag.

De rapporteur, De voorzitter,
Staf NIMMEGEERS. François ROELANTS du VIVIER.

De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp (zie stuk Senaat, nr. 3-1947/1 - 2006/2007)