3-2014/2 | 3-2014/2 |
23 JANUARI 2007
Nr. 1 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.
Art. 3
In dit artikel, een punt 16bis (nieuw) invoegen, luidende :
« 16bis. « het doctoraat » : de hoogste academische graad, voorbehouden aan diegene die een master of een gelijkaardig diploma of getuigschrift heeft behaald, na het succesvol verdedigen van een proefschrift na minstens twee jaar wetenschappelijk onderzoek; ».
Verantwoording
Bij de definities worden alle graden binnen het hoger onderwijs gedefinieerd (professionele en academische bachelor, master) behalve de doctorstitel.
Nochtans worden ook door de KMS — in samenwerking met andere academische instellingen — doctoraatstitels uitgereikt en zijn er doctors en doctorandi tewerkgesteld binnen het departement Defensie.
Het ligt ook in de lijn van de verwachting dat er voor verschillende disciplines doctors zullen worden aangetrokken of opgeleid, bijvoorbeeld in het snelgroeiende domein van de toegepaste wetenschappen (communicatietechnologie, robots, ...).
Ook in de ons omringende landen dragen doctors bij tot defensiegerelateerd onderzoek en zorgen zij voor de nodige expertise binnen Defensie.
Het is dan ook noodzakelijk in dit wetsontwerp « het doctoraat » te definiëren en voor houders van deze academische graad een statuut en inschaling te voorzien, zowel bij aanwerving op diploma als bij intra- of extra-murosopleiding binnen de militaire loopbaan.
Nr. 2 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.
Art. 5
Paragraaf 1, 4º, van dit artikel, aanvullen als volgt :
« Evenwel zullen zij die de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt hebben, tot de leeftijd van 18 jaar het burgerstatuut behouden ».
Verantwoording
Ons land telt nog altijd een zeventigtal jongeren tussen 16 en 18 jaar met een militair statuut omdat ze als kandidaat-beroepsonderofficieren studeren aan een militaire school.
Omdat België het Facultatief Protocol bij het Kinderrechtenverdrag inzake de betrokkenheid van kinderen in gewapende conflicten geratificeerd heeft, werd in onze nationale wetgeving ingeschreven dat minderjarigen niet kunnen ingezet worden in welke vorm van gewapende operatie dan ook. Niettemin blijven het volgens het internationaal humanitair recht militairen. Dit betekent dat zij in geval van oorlog of een aanval op het Belgisch grondgebied niet als burgers beschermd worden maar zelfs legitieme aanvalsdoelwitten zijn.
De bespreking van het nieuwe statuut voor de militairen is daarom de ideale gelegenheid om de Belgische situatie aan te passen aan het « straight 18-principe ».
Nr. 3 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.
Art. 7
In dit artikel, het derde lid doen vervallen.
Verantwoording
Zie de verantwoording bij het amendement nr. 2.
Nr. 4 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.
Art. 9
In artikel 9, 2º, de woorden « of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese economische ruimte of van de Zwitserse Bondstaat » doen vervallen.
Verantwoording
Dit artikel bepaalt de voorwaarden waaraan een sollicitant moet voldoen om de hoedanigheid van militair te kunnen verwerven. De Belgische Grondwet voorziet in artikel 10, tweede lid, dat behoudens de uitzonderingen die voor bepaalde gevallen door een wet kunnen worden gesteld, alleen Belgen tot militaire bedieningen benoembaar zijn. Van de mogelijkheid tot uitzondering wordt nu gebruik gemaakt om de aanwezigheid van vreemdelingen toe te laten in de Belgische krijgsmacht.
Het advies van de Raad van State is hierover zeer duidelijk :
« Artikel 10 van de GW bepaalt dat alleen Belgen tot de burgerlijke en militaire bedieningen benoembaar zijn, behoudens de uitzonderingen die voor bijzondere gevallen door een wet kunnen worden gesteld. Die grondwetsbepaling beperkt de toegang tot de krijgsmacht dus tot personen met de Belgische nationaliteit, hoewel bij wet van dat principe kan worden afgeweken, maar alleen voor bijzondere gevallen. »
De regering ziet met dit ontwerp af van deze bijzondere gevallen en wil alle soorten betrekkingen binnen de krijgsmacht openstellen voor Europeanen niet-Belgen.
Als dat de bedoeling is, moet eerst artikel 10, tweede lid, tweede zin, van de Grondwet worden gewijzigd.
Het openstellen van de krijgsmacht voor vreemdelingen is trouwens niet alleen in strijd met de Grondwet, maar ook met de Europese regelgeving.
Artikel 39 van het Verdrag van Rome voorziet in het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie maar voorziet evenzeer in een afwijking wanneer het gaat over betrekkingen in overheidsdienst.
Het Europees Hof van Justitie heeft in verschillende arresten hieraan een restrictieve interpretatie gegeven. De afwijking slaat in het bijzonder op betrekkingen bij de krijgsmacht, de politie, de magistratuur en de diplomatie en aldus vallen deze betrekkingen niet onder het beginsel van het vrije verkeer van werknemers.
De conclusie van de Raad van State is zeer duidelijk : « De bepalingen waarbij militaire betrekkingen algemeen worden opengesteld voor niet-Belgen, in het bijzonder voor burgers van de EU, moeten vervallen. »
Nr. 5 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.
Art. 9
Artikel 9, 6º aanvullen als volgt « en de minimumleeftijd van 18 jaar bereikt hebben ».
Verantwoording
Ons land telt nog altijd een zeventigtal jongeren tussen 16 en 18 jaar met een militair statuut omdat ze als kandidaat-beroepsonderofficieren studeren aan een militaire school.
Omdat België het Facultatief Protocol bij het Kinderrechtenverdrag inzake de betrokkenheid van kinderen in gewapende conflicten geratificeerd heeft, werd in onze nationale wetgeving ingeschreven dat minderjarigen niet kunnen ingezet worden in welke vorm van gewapende operatie dan ook. Niettemin blijven het volgens het internationaal humanitair recht militairen. Dit betekent dat zij in geval van oorlog of een aanval op het Belgisch grondgebied niet als burgers beschermd worden maar zelfs legitieme aanvalsdoelwitten zijn.
De bespreking van het nieuwe statuut voor de militairen is daarom de ideale gelegenheid om de Belgische situatie aan te passen aan het « straight 18-principe ». Deze jongeren kunnen we nu het burgerstatuut geven, zoals ook Portugal deed.
Een andere mogelijkheid is om de minimumleeftijd voor toelating tot de militaire scholen te bepalen op 18 jaar, zoals in Duitsland, Denemarken, Finland en Zwitserland. Hierdoor zou België in een comfortabelere positie zetelen in onderhandelingen met landen die wel systematisch met de problematiek van kindsoldaten worden geconfronteerd en zou België ook op Europees niveau een voortrekkersrol kunnen spelen.
Het ontwerp moet in die zin volledig worden aangepast.
Nr. 6 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.
Art. 9
Het tweede lid van dit artikel doen vervallen.
Verantwoording
Zie de verantwoording bij het amendement nr. 4.
Nr. 7 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.
Art. 21
Het tweede lid van dit artikel doen vervallen.
Verantwoording
Zie de verantwoording bij de amendementen nrs. 2 en 4.
Nr. 8 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.
Art. 51
In artikel 51, § 2, het derde lid doen vervallen.
Verantwoording
De mogelijkheid om een militair te schorsen zonder hem gehoord te hebben, is niet in overeenstemming te brengen met de rechten en principes vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Nr. 9 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.
Art. 67
Dit artikel aanvullen als volgt :
« De Koning bepaalt de algemene regels ter zake. »
Verantwoording
De bepaling in het 8e lid is niet in overeenstemming met de wet op de overheidsopdrachten voor zover deze bepaling ertoe strekt een externe dienst aan te wijzen. Voor dergelijke dienstopdrachten voorziet deze wet in een toewijzing van een overheidsopdracht en dus de afsluiting van een dienstencontract. Een dergelijke aanstelling kan niet op een eenzijdige wijze bij koninklijk besluit gebeuren.
Nr. 10 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.
Art. 76
In dit artikel, het derde lid vervangen als volgt :
« De Koning kan, bij besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, het mandaat eenmalig verlengen voor de duur van maximum 1 jaar. »
Verantwoording
Het artikel heeft tot doel het mandaat van de Chief of Defense (CHOD) te verlengen met telkens één jaar en dit zonder beperkingen in de tijd, evenwel rekening houdend met de wettelijke bepalingen inzake op pensioenstelling.
De motivatie kan hiervoor niet zijn dat elke topmanager best dezelfde politieke kleur zou hebben als de bevoegde minister dit met het oog op een goede samenwerking in vertrouwen.
De CHOD heeft een uitvoerend mandaat en moet in staat moet zijn loyaal voor elke minister te werken. Daarom moet deze verlenging, als ze al noodzakelijk is, in de tijd beperkt worden.
Nr. 11 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.
Art. 119
Voor § 1 van dit artikel een nieuwe § invoegen, luidende :
« § 1. De officieren van niveau A die houder zijn van een doctoraat worden van rechtswege opgenomen in de hoedanigheid van hoger officier of hoofdexpert wanneer zij
1º dit diploma hebben behaald in opdracht van Defensie of
2º op diploma lateraal zijn aangeworven ».
Verantwoording
« Doctors » zijn omwille van hun specifieke vaardigheden, kennis en wetenschappelijke onderzoeksgeest gegeerd op de arbeidsmarkt. Om de nodige expertise in te vullen en/of te behouden dient het statuut voor de doctors voldoende aantrekkelijk te zijn.
Nr. 12 VAN MEVROUW de BETHUNE C.S.
Art. 192
In dit artikel, het eerste lid doen vervallen.
Verantwoording
Indien het amendement nr. 5 op artikel 9 wordt aangenomen, waardoor er geen militairen onder de 18 jaar meer zijn, is deze bepaling overbodig.
| Sabine de BETHUNE Wouter BEKE Elke TINDEMANS. |