3-195

3-195

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 21 DECEMBER 2006 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Staf Nimmegeers aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken over «de aanwezigheid van ernstig zieken en van personen met zwaar psychische problemen in de gesloten centra» (nr. 3-1996)

De voorzitter. - De heer Didier Donfut, staatssecretaris voor Europese Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken, antwoordt.

De heer Staf Nimmegeers (SP.A-SPIRIT). - Uit informatie voortkomende uit bezoeken van de psychologen en artsen van Artsen Zonder Grenzen (AZG) aan personen die zich in de gesloten centra bevinden, blijkt dat één derde van de 140 dossiers die zij tot op heden behandelden dossiers zijn van mensen met zware psychische problemen en van ernstig zieken.

Onder ernstig zieken verstaan zij personen met ernstige aandoeningen waarbij gegronde twijfel bestaat over de toegang tot behandeling in hun land van herkomst of van wie de gezondheidstoestand in die mate ondermijnd is dat een verblijf in een gesloten centrum onverantwoord is. Hieronder bevinden zich onder andere personen die hiv-positief zijn, personen met insulineafhankelijke diabetes, met sikkelcelanemie in een vergevorderd stadium, met Parkinson, colitis ulcerosa, hepatitis en dergelijke.

Onder personen met zware psychische problemen bevinden zich personen met een posttraumatische stressstoornis, een psychose, een majeure depressie en aandoeningen waarvoor opname in een psychiatrische instelling noodzakelijk is.

Om een duidelijker beeld te schetsen van de problematiek lichten we het verhaal toe van E., een man van 32 uit de Democratische Republiek Congo, die hiv-positief is en sinds oktober 2006 in een gesloten centrum verblijft. Reeds bij zijn opname was bekend dat de persoon seropositief was. Toch werd pas een maand later een eerste afspraak gemaakt met een specialist om een diagnose te stellen. Na de eerste week van december was nog steeds geen behandeling uitgewerkt. Een arts van AZG bezocht de man en ging in overleg met de arts van het centrum om de belangen van de patiënt te verdedigen. Het is duidelijk dat een gesloten centrum geen plaats is voor iemand die zo ziek is.

T., een vrouw van 33 uit Kameroen, komt in november 2005 in België aan en wordt meteen van de luchthaven naar een gesloten centrum gebracht. Snel wordt duidelijk dat ze hiv-positief is en een behandeling nodig heeft die niet verkrijgbaar is in het land van herkomst. Er zijn vier lange maanden van detentie nodig voor de vrouw uiteindelijk wordt vrijgelaten om medische redenen, maar wel met een bevel om binnen de maand het grondgebied te verlaten. Haar asielprocedure is afgelopen. Nu, meer dan een jaar later, verkeert ze nog altijd in onzekerheid: ze wacht nog altijd op antwoord en moet maandelijks opnieuw vragen of ze nog in België mag verblijven.

N., een jongeman uit Gabon, kan omwille van zware psychische problemen zichzelf niet handhaven in een groep. Eerst wordt geprobeerd hem naar een ander centrum over te plaatsen. Wanneer zijn gedrag ook daar voor de rest van de groep en voor zichzelf onhoudbaar is, wordt isolatie geprobeerd met een aangepast regime. Dat blijkt geen oplossing te bieden. De patiënt wordt bezocht door een psycholoog van AZG die de ernst van de situatie inziet en de arts ervan tracht te overtuigen verdere stappen te nemen. Na enkele weken contacteert AZG zelf psychiaters in de regio voor een diagnose zodat een behandeling kan worden afgesproken. Middenin dit proces wordt plots beslist tot vrijlating zonder rekening te houden met de psychische kwetsbaarheid van de jongeman. Op een vrijdagavond bevindt hij zich bijgevolg aan de andere kant van de poort, zonder te weten waarheen, met een bevel het grondgebeid binnen de vijf dagen te verlaten. Nu, zeven maand later, is deze persoon nog altijd illegaal en hangt hij af van de zorg van derden.

Uit de dossiers van mensen met psychische problemen komt duidelijk naar voren dat de gesloten centra niet geschikt zijn om met die problematiek om te gaan. De aanwezige psychologen hebben administratieve taken en zijn als lid van de administratie niet onafhankelijk. Ze worden door de bewoners niet gezien als vertrouwenspersonen, waardoor ze geen effectieve hulp kunnen bieden aan de personen die werden opgesloten in de gesloten centra. In de praktijk wordt veel te weinig overgegaan tot een psychiatrische opname. Wanneer het verblijf van de persoon in kwestie te veel problemen oplevert of wanneer die niet in staat is samen te leven in groep, wordt hij vrijgelaten met een bevel het grondgebied te verlaten zonder dat er ook maar enige medische en/of psychische hulp wordt geboden. In België valt psychiatrische hulp ook onder de wetswijziging van 2 juni 2006 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Wat is het budget van de medische diensten? Is dat budget toereikend om te kunnen voorzien in gespecialiseerde hulp voor ernstig zieken en psychiatrische patiënten die zich in gesloten centra bevinden? Welke middelen worden op logistiek vlak beschikbaar gesteld zodat de mensen in gesloten centra effectief en zonder onnodige wachttijden de nodige gespecialiseerde onderzoeken kunnen ondergaan en zijn die middelen toereikend?

In het persbericht van de dienst Vreemdelingenzaken van 19 oktober 2006 werd vermeld dat zwaar zieken en hoogzwangere vrouwen niet worden vastgehouden. Half november getuigde een aantal bewakers uit Vottem in Ciné Télé Revue. Ook AZG stelt vast dat de realiteit anders is en heeft aan de directie en aan het kabinet van de minister gevraagd om deze problematiek met hen te bespreken. Waarom kregen ze nog geen antwoord?

Gezien de veelheid aan psychische en psychosomatische klachten onder de bevolking in de gesloten centra rijst de vraag waarom er in de onafhankelijke medische dienst nog steeds geen onafhankelijke psycholoog aanwezig is om mensen die alleen om administratieve redenen zijn opgesloten, op te vangen en te ondersteunen? We zijn ervan op de hoogte dat de minister meer personeel zal aanwerven voor educatieve ondersteuning. Zal zich hieronder ook psychologisch-medisch geschoold personeel bevinden dat de ondersteuning van de zieken kan garanderen?

De minister wees er al op dat in de gesloten centra geen plaats is voor ernstig zieken. Hoe verklaart hij dan dat er nog steeds ernstig zieken verblijven in de centra en dat hun verblijfsduur zo lang is. Drie à vier maanden is geen uitzondering.

De heer Didier Donfut, staatssecretaris voor Europese Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken. - De wet van 15 september 2006 voorziet in een medisch verblijfsstatuut. Een vreemdeling die zwaar ziek is en voor wie geen adequate behandeling in zijn land van herkomst beschikbaar is, kan een verblijfsmachtiging verwerven.

Vreemdelingen in illegaal verblijf die niet aan die criteria voldoen, dienen overeenkomstig de wet het grondgebied te verlaten. Als zij weigeren vrijwillig gevolg te geven aan een bevel om het land te verlaten, dan dient tot een gedwongen repatriëring te worden overgegaan. Hierbij kan een tijdelijke administratieve vrijheidsberoving in een gesloten centrum vereist zijn.

Als een bewoner tijdens zijn verblijf gezondheidsproblemen heeft, dan kan hij een beroep doen op de medische dienst van het gesloten centrum. Indien de arts van het gesloten centrum oordeelt dat bepaalde aanvullende onderzoeken nodig zijn dan wordt een beroep gedaan op externe gespecialiseerde geneesheren.

Als een beroep op specialisten gedaan wordt, dan gelden de wachttijden die voor elkeen van toepassing zijn en afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van de externe arts wiens hulp men inroept.

In 2005 werd een bedrag van 580.000 euro besteed aan de medische zorgen van de bewoners. Het betreft erelonen, ziekenhuiskosten, aankoop van medicatie en medisch materiaal. De personeelskosten van de verpleegkundigen en de psychologen zijn niet in dit bedrag inbegrepen.

In de begroting van 2007 werden voldoende middelen uitgetrokken om zes extra verpleegkundigen aan te werven. Tevens zal in elk centrum een tweede psycholoog aan de slag kunnen. Die zal geen deel uitmaken van de directie en enkel met een medische opdracht worden belast. De medische omkadering in de gesloten centra zal dus nog verder verbeteren.

Zwaar zieke mensen, die niet kunnen reizen, worden in principe niet in de gesloten centra ondergebracht. Een administratieve vrijheidsberoving is immers slechts mogelijk met het oog op een verwijdering uit het land. Het is evenwel niet uitgesloten dat een medisch probleem pas na de opname in het gesloten centrum wordt ontdekt. Indien dat medische probleem de verwijdering uit het Rijk op korte termijn onmogelijk maakt, dan wordt de vreemdeling in kwestie vrijgesteld. De administratie poogt hierbij steeds de betrokkene in contact te brengen met de bevoegde instanties teneinde een verdere medische opvolging te verzekeren. Een dergelijke houding is niet alleen nodig in het belang van de individuele vreemdeling, doch is evenzeer vereist met het oog op de bescherming van de maatschappij en de algemene volksgezondheid.

Voor mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen is opname in een gespecialiseerde inrichting soms vereist. De beschikbare plaatsen in deze instellingen zijn beperkt, waardoor er soms wachtlijsten ontstaan. Wat deze problematiek betreft, verwijs ik naar mijn bevoegde collega, de minister van Volksgezondheid.

Ingevolge de taalbarrière is een aangepaste medische begeleiding van sommige geesteszieken in België onmogelijk. De dienst Vreemdelingenzaken poogt in dergelijke gevallen alsnog een opvang in het land van herkomst van de betrokken vreemdeling te regelen.

De directeur-generaal van de dienst Vreemdelingenzaken had reeds een onderhoud met de vertegenwoordigers van een aantal niet-gouvernementele organisaties over de situatie in de gesloten centra, naar aanleiding van het verslag dat zij opstelden met betrekking tot de werking van de centra. Er wordt dus wel degelijk een dialoog gevoerd.

Wat de aantijgingen in een tijdschrift betreft, kan ik slechts herhalen dat de verschillende dossiers werden onderzocht. Er werd vastgesteld dat de aangehaalde feiten manifest onjuist waren of uit hun context werden gehaald. Ik wil eens te meer herhalen dat mijn ambtenaren in de gesloten centra een vaak zeer ondankbaar werk verrichten. Zij doen dat met veel inzet en in soms zeer moeilijke omstandigheden. Ik betreur het dan ook ten zeerste dat men voortdurend poogt die mensen in een negatief daglicht te stellen.

De heer Staf Nimmegeers (SP.A-SPIRIT). - Ik dank de staatssecretaris die het uitvoerige antwoord van minister Dewael heeft voorgelezen en heb de indruk dat mijn vragen daarin deels worden bevestigd.

Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat men zich pas onlangs bewust is geworden van de ernst van de situatie van zwaar zieken en van psychologische patiënten in de centra.

Van artsen die vooral administratieve taken moeten vervullen, kan men niet verwachten dat ze de gepaste therapeutische attitude hebben tegenover zwaar zieken en psychisch zieken. De minister is het indirect met me eens aangezien hij medici wil benoemen die gespaard blijven van administratieve taken, zodat ze als geneesheer en therapeut kunnen optreden en het vertrouwen van de patiënt kunnen winnen.

Het was allerminst mijn bedoeling de mensen die in de centra werken een blaam te geven. Uit ervaring weet ik immers dat ze hun taak voortreffelijk doen.

Ik blijf er evenwel bij dat dokters vertrouwensmensen moeten zijn en hun functie als arts niet kunnen cumuleren met administratieve taken. Ik betreur het dat we ons pas onlangs bewust zijn geworden van deze ernstige problematiek, die voor België toch een minpunt betekent.