3-194 | 3-194 |
De voorzitter. - De heer Cornil verwijst naar zijn schriftelijk verslag.
Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - De problematiek vervat in dit voorstel is niet nieuw. Telkens er bijtincidenten voorvallen en daar mediabelangstelling voor bestaat, laait de discussie hoog op en zoekt men naar mogelijkheden om ze te vermijden.
Sta me toe enkele cijfers onder de aandacht te brengen. In ons land zijn er 1,5 miljoen honden, wat betekent dat meer dan een op tien Belgen eigenaar is van een hond. Zowat 1% van de Belgen verklaarde in vroeger onderzoek de voorbije twaalf maanden tijd het slachtoffer te zijn geweest van agressie door een hond. Uit een studie van wijlen professor Kahn bij de spoeddiensten blijkt dat 22 op 1.000 kinderen te maken hebben met agressie door een hond. In 70% van de gevallen is het incident uitgelokt door een verkeerde beweging of een verkeerd begrepen geste van het kind. Alleszins wijzen deze cijfers erop dat hondenbeten niet mogen worden onderschat. Ze berokkenen niet alleen fysiek en psychisch leed, maar betekenen ook economisch schade. Er moet dan ook worden gezocht naar structurele maatregelen om bijtincidenten te voorkomen.
Ons wetvoorstel stapt af van oplossingen die voorheen onder meer door toenmalig minister Pinxten werden voorgesteld naar aanleiding van een incident met een pitbull. Hij definieerde dertien zogenaamd gevaarlijke rassen die in de media vaak met bijtincidenten werden geassocieerd.
In heel wat buurlanden bestaat zo'n rasspecifieke wetgeving, maar onderzoek wijst uit dat men er daar ondanks die normering niet in geslaagd is de bijtincidenten te verminderen. Uiteindelijk kan een labrador of een sint-bernard, die eruit zien als knuffeldieren, heftiger tekeer gaan dan een dobermann, een pitbull of een rottweiler.
Het wetsvoorstel bouwt voort op studies uit de vorige legislatuur, toen het besluit van minister Pinxten vernietigd was en men tot het inzicht was gekomen dat die rasspecifieke definities geen zin hebben. Er werden dan ook verscheidene colloquia georganiseerd, studies gedaan en werkgroepen aan het werk gezet. Op basis daarvan heeft de commissie voor de Sociale Aangelegenheden het debat aangevat.
Er werden diverse wetsvoorstellen ingediend, niet alleen door mezelf, maar ook door leden van de PS, de MR, de CDH en CD&V. Na de hoorzittingen, bestond er in de commissie grote eensgezindheid om een andere weg in te slaan.
De gedragingen van een hond worden immers bepaald door zijn omgeving, door de manier waarop het gezin en de eigenaar met hem omgaan. Soms is ook de genetische aanleg bepalend.
Minister Demotte heeft de voorbije jaren heel wat inspanningen geleverd om aan preventie te doen. Te dien einde werden maatregelen genomen om de consument bewuster te maken van het risico dat hij loopt bij de aankoop van een onaangepaste hond. Andere maatregelen waren dan weer specifiek gericht op kwekers, handelaars, asielcentra en hondenscholen. Ook het parlement heeft een aantal voorstellen om de impulsieve aankoop van een dier tegen te gaan, gestemd. Dit alles moet bijdragen tot primaire preventie.
Minister Demotte heeft trouwens ook maatregelen aangekondigd om de slachtoffers van hondenbeten beter op te vangen. Het is en blijft nu eenmaal een pijnpunt dat wie ooit door een hond gebeten is vaak niet alleen fysische gevolgen draagt, maar eveneens blijft kampen met posttraumatische stresservaringen.
Sinds 1998 heeft ons land een verplichte registratie en identificatie van honden, die wordt georganiseerd door de Belgische Vereniging voor Identificatie en Registratie van Honden. Die gegevensbank bevat alle registratiegegevens en identificatienummers van de hond en zal nu moeten worden uitgebreid met bijkomende gegevens over de eigenaar, de verwanten van de hond, de eventuele verzekering die is afgesloten, de training die een hond, al dan niet verplicht, heeft gevolgd en ook informatie over eventuele bijtincidenten.
Precies de informatie over bijtincidenten ontbreekt vandaag volledig en moet de gegevensbank nuttig maken. Veel kan fout lopen omdat men niet weet dat een hond ooit al eens heeft gebeten. Zoals gezegd is elke hond in onze ogen potentieel gevaarlijk. Vandaag blijkt bij een bijtincident vaak dat het niet de eerste keer is dat een hond iemand bijt, maar dat niemand dat wist. Met onze gegevensbank en het registreren van bijtincidenten willen we dan ook vooral aan secundaire preventie doen.
Daarom voert ons voorstel voor iedere politiezone een meldpunt voor bijtincidenten in. Daar kan iedereen een bijtincident melden. Het is niet de bedoeling daar een zwaar formalistische procedure van te maken. We hebben minister Dewael, die daarvoor bevoegd is, dan ook gevraagd de aangifte ook via elektronische weg mogelijk te maken, net zoals hij dat onlangs ook voor het aangeven van kleine criminaliteit heeft aangekondigd. Het is de bedoeling dat iedereen die beroepshalve met een bijtincident te maken krijgt - hulpverleners, politieagenten, verzekeringsmaatschappijen - dat ook moet aangeven. Het merendeel van de bijtincidenten, 65%, gebeurt in familiekring, tegenover 35% op de openbare weg. Slachtoffers zijn niet altijd geneigd hun eigen hond of een hond die ze kennen, aan te geven. Daarom is het ook belangrijk dat die aangifte eveneens door anderen en via andere kanalen kan gebeuren.
Vroeger kon een eigenaar worden gestraft voor het laten loslopen van gevaarlijke dieren of het toebrengen van onopzettelijke slagen en verwondingen. Sinds die artikelen in 2005 uit het Strafwetboek werden geschrapt, blijft alleen een correctionele procedure mogelijk in geval van overtreding van de artikelen 418, 419 en 420 van het Strafwetboek en dan nog alleen wanneer de eigenaar of bewaarder van de hond een fout heeft gemaakt.
Er zijn op het ogenblik dus nog weinig mogelijkheden om de eigenaar van een hond te bestraffen als hij zijn plicht als eigenaar of bewaarder niet nakomt. In verschillende gemeenten bestaan er wel verschillende politiereglementen, maar daardoor is er ook een gebrek aan uniformiteit en dat geeft aanleiding tot heel wat rechtsonzekerheid. De heer Cheffert heeft ons daarop gewezen. Ook op dat punt hebben we nu een uniforme regeling die voor alle burgemeesters geldt. Vooral zij grijpen immers in bij een incident in hun gemeente.
We moeten echter ook vaststellen dat niet elke burgemeester vertrouwd is met de hondenproblematiek en dat hij of zij vaak niet over voldoende informatie beschikt om de gepaste maatregelen te kunnen nemen. Iedereen kent voorbeelden van burgemeesters die ingrepen en achteraf werden beschuldigd van partijdigheid. Het meest recente geval, uit Dinant, werd gesignaleerd door een van onze collega's uit de Kamer. Daar klaagde de eigenaar van de hond de gemeente aan omdat hij vond dat de burgemeester geen wettelijke basis had voor de maatregelen die hij had opgelegd.
De burgemeester kan zich laten adviseren door een comité van deskundigen. Vandaag kan de burgemeester een beroep doen op een veearts. Voor een veearts alleen is het echter niet zo eenvoudig om in soms moeilijke gevallen te oordelen. Het gaat vaak om een analyse van het gedrag van een hond en de mogelijke risico's ervan. In ernstige gevallen moet de burgemeester advies vragen. In andere gevallen kan advies worden gevraagd aan een comité van deskundigen, dat samengesteld is uit een veearts, een jurist en iemand die gespecialiseerd is in het gedrag van honden. Men moet zeker zijn dat sluitende maatregelen worden genomen. Tegen de beslissing van de burgemeester kan nog altijd beroep worden aangetekend bij de gouverneur.
Onze collega's van CD&V hebben al wereldkundig gemaakt dat weer het zoveelste orgaan wordt gecreëerd dat overbodig is. Het gaat hier echter niet om een logge instelling. We vragen dat de gouverneur over een lijst van personen beschikt die bij een incident kunnen worden opgeroepen om de burgemeester te adviseren. Nu is er al een lijst van dierenartsen waaruit men kan putten als er zich een probleem voordoet.
Een hond die iemand heeft gebeten, moet uiteraard niet in elk geval worden afgemaakt. Bij recidive moet men de eigenaar echter wel verantwoordelijkheidsbesef bijbrengen. We willen recidive voorkomen en een preventief en deskundig optreden van degenen die met de problematiek worden geconfronteerd, in eerste instantie de burgemeester. Bovendien hopen we op grond van de gegevens uit de databank nog andere conclusies te kunnen trekken om het beleid bij te sturen.
De Koning kan voor iedere hond een verplichte verzekering opleggen. Een aantal collega's wensten met dit wetsvoorstel al onmiddellijk een verplichte verzekering op te leggen. Na contacten met de verzekeringssector bleek dit niet zo eenvoudig te zijn. We moeten dit verder onderzoeken.
Dit wetsvoorstel draagt mijn naam, maar het is eigenlijk het werk van alle collega's commissieleden die gelijkaardige voorstellen hebben ingediend. Ik dank in de eerste plaats de collega's van de MR, vooral de heer Cheffert. We hebben samen een amendement ingediend om de tekst te verbeteren. Ik dank ook alle andere collega's voor hun amendementen, alsook alle medewerkers die aan dit voorstel hebben meegewerkt. Ik hoop dat het wetsvoorstel straks in de Senaat wordt goedgekeurd en binnen een haalbare termijn ook in de Kamer, zodat in de toekomst zoveel mogelijk incidenten kunnen worden vermeden, al bestaan er terzake geen mirakeloplossingen.
M. Jean-Marie Cheffert (MR). - J'ai attentivement écouté Mme Van de Casteele et il est exact que nous avons beaucoup travaillé sur la problématique des chiens agressifs et mordants.
J'avais personnellement déposé une proposition de loi qui a, semble-t-il, été mal aiguillée parce qu'elle s'est retrouvée en commission de la Justice alors que les autres propositions, parmi lesquelles l'une émanait de vous-même, madame la présidente, étaient traitées en commission des Affaires sociales.
Nous avons, dès lors, repris la proposition la plus ancienne de Mme Van de Casteele et nous avons rédigé et déposé un amendement global. Il a fait l'objet d'un vote en commission et a été adopté à la quasi-unanimité. Le texte est ensuite retourné en commission pour toilettage à la demande des services afin de régler une question de concordance d'articles. Ainsi, par exemple, on faisait référence aux articles 10 à 13, alors qu'il s'agissait des articles 12 à 15.
Un point était essentiel à nos yeux et Mme Van de Casteele vient d'ailleurs de le rappeler, à savoir l'indemnisation des victimes de morsures de chiens. Il faut savoir qu'une personne mordue par un chien ne sera pas indemnisée si le propriétaire de ce dernier est insolvable et n'a pas d'assurance RC familiale. Nous avions dès lors prévu l'obligation pour les propriétaires de chiens de souscrire une assurance RC familiale.
Ce texte a été adopté et ne devait retourner en commission que pour y subir un toilettage. Or, à la suite de cette opération, Mme Van de Casteele a déposé un amendement qui est, à mon sens, d'ordre politique puisqu'il vise à instaurer, non pas une obligation, mais bien une faculté de s'assurer en RC familiale. S'il ne s'agit plus que d'une faculté, il n'est pas nécessaire d'élaborer un texte, tout un chacun pouvant souscrire une telle assurance RC familiale.
À partir du moment où un texte est adopté en commission et n'y retourne que pour un toilettage à la suite de réserves émises par les services, le règlement du Sénat permet-il que de nouveaux amendements s'éloignant du texte adopté soient déposés ?
En l'occurrence, une assurance RC familiale obligatoire, qui avait fait l'objet d'un vote, est devenue une RC familiale facultative, ce qui vide tout à fait le texte de sa substance.
Ma question est donc très précise sur le plan juridique. Pour le surplus, il s'agit d'une avancée. J'ai collaboré avec Mme Van de Casteele. J'ai ensuite dû m'absenter, suite à un décès dans ma famille, et j'ai été surpris de constater que l'on avait déposé cet amendement lors d'un retour du texte en commission pour toilettage.
Mme la présidente. - Le concept de toilettage n'existe pas en termes législatifs.
Si la discussion n'était pas terminée, des amendements pouvaient encore être déposés.
Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Soms worden er in de commissie heel veel amendementen goedgekeurd en willen we de geamendeerde tekst lezen voordat we er in de plenaire vergadering over stemmen. De heer Cheffert weet heel goed dat er nog enkele inhoudelijke amendementen zijn ingediend omdat uit contacten met de verzekeringssector bleek dat de invoering van een aansprakelijkheidsverzekering niet op zeer korte termijn kon worden georganiseerd. De MR heeft trouwens ook nog inhoudelijke amendementen ingediend. Indien we deze amendementen niet in de commissie hadden ingediend, hadden we ze in plenaire vergadering ingediend en zou het voorstel terug naar de commissie worden gezonden, met hetzelfde resultaat. Elke stap is uiteraard gebeurd met instemming van de commissieleden. De amendementen zijn met een ruime meerderheid goedgekeurd in de commissie.
Mevrouw Jacinta De Roeck (SP.A-SPIRIT). - Dit wetsvoorstel zal eindelijk een oplossing bieden voor een aanslepend probleem. We horen al jaren praten over het probleem van hondenbeten. Ook in de commissie voor de Sociale Aangelegenheden zijn we er al jaren mee bezig. We zijn niet over één nacht ijs gegaan, maar nu is het wetsvoorstel er eindelijk. Dat stemt me tevreden.
Mevrouw Van de Casteele heeft opgemerkt dat de gemeenten dit probleem op verschillende manieren aanpakken en dat er bij burgemeesters, maar ook bij ander instanties, vaak onduidelijkheid is. Dit wetsvoorstel zal, ondanks de onvolkomenheden die het nog bevat, duidelijkheid scheppen.
We hebben heel wat mails gekregen van hondenscholen die opmerken dat ze geen deel uitmaken van het op te richten deskundigencomité. Zij zeggen niet gehoord te worden. Mevrouw Van de Casteele heeft daarnet duidelijk aangegeven dat dit comité via een door de gouverneur opgestelde lijst soepel kan worden ingevuld. Mensen met knowhow zullen kunnen worden gehoord.
Ik juich dit wetsvoorstel toe, ondanks de technische moeilijkheden bij de totstandkoming ervan. Het resultaat bewijst echter dat de Senaat ook aan moeilijke problemen een oplossing kan geven.
De heer Wouter Beke (CD&V). - Deze discussie, die al enige tijd in de Senaat wordt gevoerd, krijgt vandaag wellicht haar beslag. Sommigen vinden het misschien vreemd dat het parlement zich over deze problematiek buigt. Er worden echter zeer veel mensen mee geconfronteerd. Het wetsvoorstel beantwoordt dus aan de bekommernis van velen. Volgens een onderzoek uit 1999 blijkt immers dat jaarlijks 35.000 tot 40.000 mensen door een hond worden gebeten. Twee derde van de bijtincidenten gebeurt in een familiale context, één derde erbuiten. Dat relativeert het belang van het wetsvoorstel. Het staat immers niet vast dat de bijtincidenten die zich voordoen in familiale context met dit wetsvoorstel zullen kunnen worden voorkomen. Dat zal afhangen van de wijze waarop de eigenaar van een hond met die incidenten omgaat.
Toch bevat dit wetsvoorstel verschillende positieve bepalingen. Het kan in ieder geval voor de bijtincidenten buiten de familie, en misschien ook voor de bijtincidenten binnen de familiale context, een oplossing bieden.
De maatschappelijke kost aan vergoedingen bij burgerlijke aansprakelijkheid is niet onaanzienlijk en wordt geraamd op meer dan 21 miljoen euro. Dat cijfer is vandaag misschien al verouderd. Het is bovendien enkel een kostenraming van het materiële leed. Het morele en het esthetische leed worden niet in rekening gebracht.
Diverse landen pakken de problematiek aan door het laten uitdoven van bepaalde hondenrassen door verplichte sterilisatie en door een verbod op het houden en het fokken van bepaalde rassen. In België is er in 1989 een ministerieel besluit uitgevaardigd dat een verplichte registratie oplegde voor dertien hondenrassen. De Raad van State heeft dat besluit echter vernietigd.
Zoals collega Van de Casteele reeds opmerkte, stapt het wetsvoorstel af van de opvatting dat bepaalde rassen gevaarlijk zijn. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat niet alleen het ras, maar ook de opvoeding en de omgevingsfactoren het dierengedrag bepalen. Dit wetsvoorstel bouwt op die inzichten voort en werkt daarmee enkele leemtes in de wetgeving weg. Het plant bijvoorbeeld de oprichting van een gegevensbank over bijtincidenten, wat potentieel gevaarlijke honden kan doen opsporen.
De CD&V-fractie heeft bij dit wetsvoorstel diverse amendementen ingediend, die in de commissie voor de Sociale Aangelegenheden zijn goedgekeurd. We blijven echter bezwaar maken tegen het deskundigencomité. We vrezen namelijk dat dit zal leiden tot administratieve rompslomp en we betreuren ook dat dit comité ad hoc wordt samengesteld. In een aantal gevallen zal het comité de bevoegdheid van de burgemeester beperken, maar wanneer deze daar geen gebruik van maakt of wanneer het te lang duurt voordat het comité zijn advies heeft gegeven, wordt het volkomen overbodig. Via diverse amendementen trachten wij te voorkomen dat het comité de werking van de nieuwe wet hypothekeert en dat het de burgemeester en het lokale bestuur verhindert om slagvaardig op te optreden.
Voor het overige kan de CD&V-fractie zich volkomen scharen achter de bepalingen van dit wetsvoorstel.
M. Jean-Marie Cheffert (MR). - J'ai bien compris que sur le plan juridique, le toilettage n'existait pas.
Cependant, j'insiste à nouveau sur le fait que ce texte a été voté. La discussion était terminée et le vote est intervenu.
La philosophie de cette loi est d'indemniser des victimes. Si on prévoit une faculté plutôt qu'une obligation, l'indemnisation de la victime ne sera pas systématique.
C'est pour cela que j'insiste et non pour en faire un casus belli.
Mme la présidente. - Monsieur Cheffert, nous ne sommes pas dans une procédure orale.
Il est possible d'introduire des amendements en plénière, ce que vient de faire M. Beke.
M. Jean-Marie Cheffert (MR). - Je sais mais je voudrais néanmoins qu'on cite l'article du règlement qui prévoit de faire autre chose à partir du moment où le texte a été voté.
Mme la présidente. - Quand un texte a été voté en commission, il est possible d'introduire des amendements en plénière, possibilité qu'utilisent régulièrement vos collègues.
M. Jean-Marie Cheffert (MR). - Cela ne s'est pas passé ainsi.
Mme la présidente. - Cela peut se passer ainsi.
Si vous avez un amendement à introduire, faites-le maintenant.
M. Jean-Marie Cheffert (MR). - Vous ne me comprenez pas.
Mme la présidente. - Je comprends très bien. Malheureusement, le vote en commission est à présent clôturé. Si vous voulez intervenir, faites-le maintenant.
M. Jean-Marie Cheffert (MR). - Il a été clôturé, puis un amendement est survenu en commission.
Mme la présidente. - Non, Mme Van de Casteele vous a clairement répondu que ce ne fut pas le cas. Vous avez assisté à une première partie mais pas à la partie finale. Vous pouvez néanmoins toujours introduire un amendement en vue du vote en plénière.