3-1734/4

3-1734/4

Belgische Senaat

ZITTING 2006-2007

21 NOVEMBER 2006


Wetsvoorstel tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER DELPÉRÉE

Art. 2

In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

A. het 1º vervangen als volgt :

« 1º Openbare ruimte : ruimte behorend tot het openbaar domein; »;

B. het 2º doen vervallen;

C. het 3º vervangen als volgt :

« 3º Publiek toegankelijke ruimte : elke ruimte die niet behoort tot het openbaar domein en niet bedoeld is voor bewoning door personen; »;

D. de laatste volzin van het 5º doen vervallen.

Verantwoording

A + B. Om de tekst transparanter te maken en interpretatieproblemen te voorkomen, strekt dit amendement ertoe het onderscheid tussen gemeentelijke en niet-gemeentelijke openbare ruimte op te heffen. Het amendement vervangt beide begrippen door hetzelfde begrip « openbare ruimte ».

C. Herformulering om de tekst begrijpelijker te maken voor de burger.

D. De wet moet op zich kunnen volstaan en het is niet aan de Koning om een definitie aan te vullen die is opgenomen in een wet.

Nr. 2 VAN DE HEER DELPÉRÉE

Art. 3

In dit artikel het laatste streepje van het tweede lid doen vervallen.

Verantwoording

De wet moet op zich kunnen volstaan en het is niet aan de Koning om een definitie aan te vullen die is opgenomen in een wet.

Nr. 3 VAN DE HEER DELPÉRÉE

Art. 4

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Voor de duidelijkheid moet deze bepaling worden geschrapt. Het is niet aan een bijzondere wet om af te wijken van de voorschriften van een algemene wet.

Nr. 4 VAN DE HEER DELPÉRÉE

Art. 5

In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

A. in de Franse tekst van het eerste lid van § 1, het woord « répondra » vervangen door het woord « répond »;

B. in het eerste en tweede lid van § 1, het woord « gemeentelijke » doen vervallen;

C. in het tweede lid van § 1, de woorden « of, wanneer de gemeenteraad niet bevoegd is, door de beheerder van de ruimte » toevoegen na de woorden « de gemeenteraad »;

D. in het derde lid van § 1, de woorden « of de beheerder van de ruimte » invoegen tussen de woorden « de gemeenteraad » en het woord « kan »;

E. In het vijfde lid van § 1 :

1. de woorden « wanneer de gemeenteraad bevoegd is » invoegen na de woorden « de beraadslaging van de gemeenteraad »;

2. de laatste volzin doen vervallen;

F. in het zesde lid van § 1, de woorden « na kennisname van deze adviezen » vervangen door de woorden « na afloop van de termijn van 14 dagen »;

G. in § 2, de woorden « behoudens uitdrukkelijke toestemming van de beheerders van die ruimten » doen vervallen;

H. in § 3, het woord « gemeentelijke » doen vervallen;

I. de laatste volzin van § 4 doen vervallen.

Verantwoording

A. Wetgevingstechnische verbetering.

B. Dit amendement komt tegemoet aan het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, dat een eenvormige procedure voor het plaatsen van bewakingscamera's in een openbare ruimte aanbeveelt.

C. Dit amendement komt tegemoet aan het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, dat een eenvormige procedure voor het plaatsen van bewakingscamera's in een openbare ruimte aanbeveelt.

D. Dit amendement komt tegemoet aan het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, dat een eenvormige procedure voor het plaatsen van bewakingscamera's in een openbare ruimte aanbeveelt.

E.1. Dit amendement komt tegemoet aan het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, dat een eenvormige procedure voor het plaatsen van bewakingscamera's in een openbare ruimte aanbeveelt.

E.2. + F. Volgens het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer is de regeling waarbij een advies « geacht wordt positief te zijn » bij ontstentenis van advies binnen de wettelijk bepaalde termijn, onaanvaardbaar.

G. Deze uitzonderingsregel is onaanvaardbaar wegens het proportionaliteitsbeginsel van de WVP.

H. Volgens het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer is de regeling waarbij een advies « geacht wordt positief te zijn » bij ontstentenis van advies binnen de wettelijk bepaalde termijn, onaanvaardbaar.

I. Omwille van de duidelijkheid van de tekst is het aangewezen om te vermelden wie de beelden mag bekijken.

Nr. 5 VAN DE HEER DELPÉRÉE

Art. 4bis (nieuw)

Een artikel 4bis (nieuw) invoegen, luidende :

« Art. 4bis. — § 1. De in de artikelen 5, 6 en 7 bedoelde bewakingscamerasystemen worden geplaatst door een erkende onderneming voor de plaatsing van bewakingscamera's.

§ 2. Elke natuurlijke of rechtspersoon die erkend wil worden als onderneming voor de plaatsing van bewakingscamerasystemen of die de vernieuwing van dergelijke erkenning wil verkrijgen, richt daartoe een aanvraag bij ter post aangetekende en gehandtekende brief aan de minister van Binnenlandse Zaken.

§ 3. De erkenning die de plaatsingsonderneming wordt verleend, heeft alleen betrekking op het materiaal dat voldoet aan de voorwaarden vastgesteld in artikel 11.

§ 4. De Koning bepaalt welke bescheiden en inlichtingen moeten worden gevoegd bij de aanvraag tot erkenning of vernieuwing van de erkenning van ondernemingen die een exploitatiezetel op het Belgisch grondgebied hebben en van ondernemingen die dat niet hebben. De erkenning wordt verleend voor een periode van vijf jaar en kan voor gelijke termijnen vernieuwd worden.

De aanvraag tot vernieuwing van de erkenning moet ten minste zes maanden vóór de afloop van de erkenning bij de algemene directie van de Algemene Rijkspolitie ingediend worden.

§ 5. Bij de FOD Binnenlandse Zaken wordt een « Commissie voor de erkenning van ondernemingen voor de plaatsing van bewakingscamerasystemen » ingesteld.

De Koning regelt de samenstelling van de erkenningscommissie. De erkenningscommissie kan slechts een geldig advies uitbrengen als de meerderheid van haar leden aanwezig is; het advies wordt uitgebracht bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.

Indien de meerderheid van de leden niet aanwezig is, wordt een nieuwe vergadering belegd binnen een termijn van vijftien dagen. In dat geval beraadslaagt de commissie rechtsgeldig ongeacht het aantal aanwezige leden.

De erkenningscommissie geeft de minister van Binnenlandse Zaken een met redenen omkleed advies over de aanvraag tot erkenning of vernieuwing van de erkenning binnen vijfenzeventig dagen na het indienen van het volledige dossier.

Indien het advies niet binnen de voorgeschreven termijn wordt uitgebracht, wordt het geacht gunstig te zijn.

Na ontvangst van het advies van de erkenningscommissie, neemt de minister van Binnenlandse Zaken een beslissing.

Beslissingen omtrent de aanvragen tot erkenning of tot vernieuwing van de erkenning worden genomen bij ministerieel besluit, waarvan een voor eensluidend verklaard afschrift aan de aanvrager wordt gezonden.

Het ministerieel besluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. »

Verantwoording

In een wet over bewakingscamerasystemen moet ook de erkenning worden geregeld van de ondernemingen die deze systemen plaatsen. Bewakingscamerasystemen dringen binnen in de persoonlijke levenssfeer en mogen dan ook alleen worden geplaatst door competente en verantwoordelijke ondernemingen, zoals dat ook het geval is voor alarmsystemen.

De plaatsers van alarmsystemen moeten eerst een erkenning krijgen van de minister van Binnenlandse Zaken vóór ze hun diensten kunnen leveren. Een erkenningscommissie, samengesteld uit vertegenwoordigers van de beroepsverenigingen van de alarmindustrie, geeft een advies over de wettigheid van de systemen die de ondernemingen op de markt willen brengen. Dit erkenningssysteem biedt privépersonen die van deze diensten gebruik willen maken, de zekerheid dat de betrokken ondernemingen materiaal leveren dat voldoet aan de wettelijke bepalingen.

De openbare instellingen en privépersonen die een bewakingscamerasysteem willen laten plaatsen, moeten die zekerheid ook hebben. Deze erkenningsregeling zal ook bijdragen tot uniforme criteria voor de plaatsing van camerabewakingssystemen.

Nr. 6 VAN DE HEER DELPÉRÉE

Art. 6

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Dit amendement komt tegemoet aan het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, dat een eenvormige procedure voor het plaatsen van bewakingscamera's in een openbare ruimte aanbeveelt.

Francis DELPÉRÉE.

Nr. 7 VAN DE HEER NOREILDE C.S.

Art. 2

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 2. — Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :

1º niet-besloten plaats : elke plaats die niet door een omsluiting is afgebakend en vrij toegankelijk is voor het publiek;

2º voor het publiek toegankelijke besloten plaats : elk besloten gebouw of elke besloten plaats bestemd voor het gebruik door het publiek met het oog op de uitoefening van een dienst ten aanzien van het publiek;

3º niet voor het publiek toegankelijke besloten plaats : elk besloten gebouw of elke besloten plaats die uitsluitend bestemd is voor het gebruik door de gewoonlijke gebruikers;

4º bewakingscamera : elk vast of mobiel observatiesysteem dat tot doel heeft misdrijven tegen personen of goederen of overlast in de zin van artikel 135 van de nieuwe gemeentewet te voorkomen, vast te stellen of op te sporen of de orde te handhaven en dat hiervoor beelden verzamelt, verwerkt of bewaart. »

Verantwoording

Volgens de privacycommissie zullen de gehanteerde definities tot onduidelijkheid leiden.

De nieuwe terminologie is gebaseerd op advies nr. 34/99 van de privacycommissie d.d. 13 december 1999.

Niet-besloten plaatsen zijn per definitie publiek en worden beheerd door de overheid; typische voorbeelden zijn de openbare weg, parken en dergelijke.

Voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen vervullen een publieke rol maar worden niet noodzakelijk beheerd door de overheid. We denken aan handelszaken, loketzalen van banken, bioscopen, restaurants, hotels, stations, toegangsruimtes tot een gebouw of eigendom.

Niet voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen zijn private plaatsen waar enkel bewoners of werknemers toegang hebben, bijvoorbeeld woningen, maar ook kantoorgebouwen, fabrieken, boerderijen en dergelijke.

Tot slot is rekening gehouden met het advies van de Raad van State en wordt de verwijzing naar een uitzonderingsbesluit weggelaten.

Nr. 8 VAN DE HEER NOREILDE C.S.

Art. 3

In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

A. in de eerste zin van het eerste lid de woorden « de plaatsing en » invoegen tussen het woord « op » en de woorden « het gebruik » en het woord « ruimtes » vervangen door het woord « plaatsen »;

B. in het tweede lid het derde gedachtestreepje doen vervallen.

Verantwoording

Het verdient de voorkeur om steeds dezelfde terminologie te hanteren. Daarom wordt naar analogie met het opschrift van dit wetsvoorstel ook verwezen naar de plaatsing van bewakingscamera's en wordt het woord « ruimte » steeds vervangen door het woord « plaats ».

De tweede wijziging houdt rekening met het advies van de privacycommissie.

Nr. 9 VAN DE HEER NOREILDE C.S.

Art. 4

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 4. — De wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens is van toepassing behalve in die gevallen waar deze wet een andersluidende bepaling bevat. »

Verantwoording

De verhouding tot de wet van 8 december 1992 moet worden verduidelijkt.

Nr. 10 VAN DE HEER NOREILDE C.S.

Art. 5

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 5. — De plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's in niet-besloten plaatsen zijn enkel toegelaten indien ze voldoen aan de volgende voorwaarden :

1º de beslissing tot plaatsing van bewakingscamera's in niet-besloten plaatsen wordt genomen door de verantwoordelijke voor de verwerking. De beslissing kan enkel worden genomen na een positief advies van de gemeenteraad en na een positief advies van de korpschef van de lokale politiezone waarin de niet besloten plaats is gelegen. Uit het advies van de korpschef moet bovendien blijken dat een veiligheids- en doelmatigheidsanalyse is uitgevoerd en dat het voorstel beantwoordt aan de beginselen zoals bepaald in de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;

2º de verantwoordelijke voor de verwerking meldt deze beslissing uiterlijk één dag voor de inwerkingstelling van de bewakingscamera's aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze melding gebeurt door middel van een standaardformulier.

De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de vorm en de inhoud van dit standaardformulier, alsook de wijze waarop het aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt overgemaakt;

3º bij de toegang tot de niet besloten plaats geeft een pictogram aan dat er camerabewaking plaatsvindt. Het model van dit pictogram en de erop te vermelden inlichtingen worden bepaald bij koninklijk besluit waarvan het ontwerp voor advies aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt voorgelegd;

4º bewakingscamera's mogen niet specifiek gericht zijn op plaatsen waarvan men niet zelf de verantwoordelijke voor de verwerking is, behoudens de uitdrukkelijke toestemming van de verantwoordelijke voor de verwerking ten aanzien van die plaatsen;

5º het bekijken van beelden in real time is enkel toegelaten teneinde de politie toe te laten onmiddellijk tussen te komen bij misdrijven, overlast of ordeverstoring en hun optreden optimaal te sturen. Dat gebeurt steeds, onder regie van de politie. Een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, waarvan het ontwerp voor advies aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt voorgelegd, duidt aan welke andere personen hiervoor bevoegd kunnen zijn en aan welke voorwaarden zij dienen te voldoen;

6º het opnemen van beelden is enkel toegelaten teneinde bewijzen te verzamelen van feiten die een misdrijf of overlast opleveren, en daders of ordeverstoorders, getuigen of slachtoffers op te sporen en te identificeren;

7º indien de beelden geen bijdrage kunnen leveren tot het bewijzen van een gepleegd misdrijf, overlast of de identiteit van een dader of ordeverstoorder, getuigen of slachtoffers mogen zij niet langer dan een maand bewaard worden. »

Verantwoording

Ingevolge de nieuwe definities worden de voorwaarden aangepast en geharmoniseerd. Op die manier wordt de wet duidelijker en overzichtelijker.

Nr. 11 VAN DE HEER NOREILDE C.S.

Art. 6

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 6. — De plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's in voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen zijn enkel toegelaten, indien ze voldoen aan de volgende voorwaarden :

1º de beslissing tot plaatsing van bewakingscamera's in voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen wordt genomen door de verantwoordelijke voor de verwerking;

2º de verantwoordelijke voor de verwerking meldt deze beslissing uiterlijk één dag voor de inwerkingstelling van de bewakingscamera's aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en aan de korpschef van de lokale politiezone waarin de voor het publiek toegankelijke besloten plaats is gelegen. Deze melding gebeurt door middel van een standaardformulier. Uit dit standaardformulier moet blijken dat het gebruik van camera's beantwoordt aan de beginselen als bepaald in de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de vorm en de inhoud van dit standaardformulier, alsook de wijze waarop het aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de korpschef van de lokale politiezone waarin de voor het publiek toegankelijke besloten plaats is gelegen, wordt overgemaakt;

3º bij de toegang tot voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen geeft een pictogram aan dat er camerabewaking plaatsvindt. Het model van dit pictogram en de erop te vermelden inlichtingen worden bepaald bij koninklijk besluit waarvan het ontwerp voor advies aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt voorgelegd;

4º bewakingscamera's mogen niet specifiek gericht zijn op plaatsen waarvan men niet zelf de verantwoordelijke voor de verwerking is;

5º het bekijken van beelden in real time is enkel toegelaten teneinde misdrijven, overlast of ordeverstoring op te sporen of vast te stellen;

6º het opnemen van beelden is enkel toegelaten teneinde bewijzen te verzamelen van feiten die een misdrijf of overlast opleveren, en daders of ordeverstoorders, getuigen of slachtoffers op te sporen en te identificeren;

7º indien de beelden geen bijdrage kunnen leveren tot het bewijzen van een gepleegd misdrijf, overlast of de identiteit van een dader of ordeverstoorder, slachtoffer of getuige mogen zij niet langer dan een maand bewaard worden. »

Verantwoording

Ingevolge de nieuwe definities worden de voorwaarden aangepast en geharmoniseerd. Op die manier wordt de wet duidelijker en overzichtelijker.

Nr. 12 VAN DE HEER NOREILDE C.S.

Art. 7

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie amendement nr. 11. Indien dit amendement wordt aangenomen, dienen de volgende artikelen te worden vernummerd.

Nr. 13 VAN DE HEER NOREILDE C.S.

Art. 8

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 8. — De plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's door de verantwoordelijke voor de verwerking in niet voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen zijn toegelaten, indien ze voldoen aan de volgende voorwaarden :

1º de beslissing tot plaatsing van bewakingscamera's in niet voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen wordt genomen door de verantwoordelijke voor de verwerking;

2º de verantwoordelijke voor de verwerking meldt deze beslissing uiterlijk één dag voor de inwerkingstelling van de bewakingscamera's aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en aan de korpschef van de lokale politiezone waarin de niet voor het publiek toegankelijke besloten plaats is gelegen. Deze melding gebeurt door middel van een standaardformulier. Uit dit standaardformulier moet blijken dat het gebruik van camera's beantwoordt aan de beginselen als bepaald in de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de vorm en de inhoud van dit standaardformulier, alsook de wijze waarop het aan die commissie en de korpschef van de lokale politiezone waarin de niet voor het publiek toegankelijke besloten plaats is gelegen, wordt overgemaakt.

De melding bij de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer geldt niet voor bewakingscamera's die door een natuurlijke persoon worden geplaatst en gebruikt in het kader van persoonlijke of huishoudelijke doeleinden;

3º bij de toegang tot niet voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen geeft een pictogram aan dat er camerabewaking plaatsvindt. Het model van dit pictogram wordt bepaald bij koninklijk besluit waarvan het ontwerp voor advies aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt voorgelegd;

4º bewakingscamera's mogen niet gericht zijn op plaatsen, waarvan men niet zelf de verantwoordelijke voor de verwerking is;

5º in geval van bewaking van een private ingang die grenst aan een niet-besloten plaats of aan een voor het publiek toegankelijke besloten plaats, wordt de bewakingscamera zo georiënteerd dat de opname van die plaatsen tot het strikte minimum beperkt wordt;

6º indien de beelden geen bijdrage kunnen leveren tot het bewijzen van een gepleegd misdrijf, overlast of de identiteit van een dader of ordeverstoorder, slachtoffer of getuige mogen zij niet langer dan een maand bewaard worden. »

Verantwoording

Ingevolge de nieuwe definities worden de voorwaarden aangepast en geharmoniseerd. Op die manier wordt de wet duidelijker en overzichtelijker.

Verder beoogt dit amendement een uitzondering op de aangifteplicht bij de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze uitzondering is gebaseerd op artikel 3, § 2, van de wet tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens die bepaalt dat verwerking van persoonsgegevens die door een natuurlijke persoon worden verricht in het kader van persoonlijke of huishoudelijke doeleinden buiten de werkingssfeer van deze wet valt.

Nr. 14 VAN DE HEER NOREILDE C.S.

Art. 9

In dit artikel het woord « ruimte » vervangen door het woord « plaats ».

Verantwoording

Het verdient de voorkeur om steeds dezelfde terminologie te hanteren. Daarom wordt het woord « ruimte » steeds vervangen door het woord « plaats ».

Nr. 15 VAN DE HEER NOREILDE C.S.

Art. 10

In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

A. in het eerste lid het woord « beheerder » vervangen door de woorden « verantwoordelijke voor de verwerking » en de woorden « van de publiek toegankelijke of private ruimte » vervangen door de woorden « inzake voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen of niet voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen »;

B. in het tweede lid de woorden « beheerder van de ruimte » vervangen door de woorden « verantwoordelijke voor de verwerking »;

C. in het derde lid de woorden « de beheerder van een publiek toegankelijke of private plaats » vervangen door de woorden « de verantwoordelijke voor de verwerking inzake voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen of niet voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen »;

D. in het derde lid, 2º, het woord « ruimte » vervangen door het woord « plaats ».

Verantwoording

Het verdient de voorkeur om steeds dezelfde terminologie te hanteren.

Nr. 16 VAN DE HEER NOREILDE C.S.

Art. 10

In het derde lid, 2º, van dit artikel tussen de woorden « gerechtelijk mandaat » en het woord « wordt » invoegen de woorden « in het kader van een opsporingsonderzoek of gerechtelijk onderzoek ».

Verantwoording

De privacycommissie merkt op dat er verwarring kan rijzen bij het begrip gerechtelijk bevel. In het amendement wordt voorgesteld dat middels een gerechtelijk bevel zowel in het kader van een opsporingsonderzoek als in het kader van een gerechtelijk onderzoek beelden gemaakt door een bewakingscamera kunnen worden opgeëist.

Nr. 17 VAN DE HEER NOREILDE C.S.

Art. 12

In dit artikel de woorden « een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit » vervangen door de woorden « een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, waarvan het ontwerp voor advies aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer is voorgelegd ».

Verantwoording

Conform het advies van de privacycommissie zal de commissie haar advies kunnen formuleren.

Nr. 18 VAN DE HEER NOREILDE C.S.

Art. 13

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 13. — Gefilmde personen hebben een recht van toegang tot de beelden.

Zij richten hiertoe een gemotiveerd verzoek aan de verantwoordelijke voor de verwerking conform de artikelen 10 en volgende van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. »

Verantwoording

In haar advies preciseert de privacycommissie dat in overeenstemming met de bepalingen van de privacywet en de richtlijn 95/46 het recht van toegang in de eerste plaats via de verantwoordelijke voor de verwerking moet worden uitgeoefend. Pas wanneer de verantwoordelijke voor de verwerking weigert de beelden vrij te geven kan aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer worden gevraagd om te bemiddelen tussen de twee partijen.

Nr. 19 VAN DE HEER NOREILDE C.S.

Art. 14

In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

A. de cijfers « 8, 10 en 12 » vervangen door de cijfers « 9 en 10 »;

B. de cijfers « 2 tot 7, 9, 11 en 13 » vervangen door de cijfers « 5, 6, 7 en 8 ».

Verantwoording

Ingevolge de hernummering moeten ook de verwijzingen worden aangepast.

Stefaan NOREILDE
Philippe MOUREAUX
Berni COLLAS
Ludwig VANDENHOVE.

Nr. 20 VAN DE HEER DELPÉRÉE

(Subamendement op amendement nr. 5)

Art. 4bis (nieuw)

Paragraaf 3 van dit artikel vervangen als volgt :

« § 3. De erkenning wordt alleen verleend aan plaatsingsondernemingen die camerabewakingsmateriaal plaatsen dat voldoet aan de voorwaarden vastgesteld in artikel 11 ».

Verantwoording

Verbetering van de voorgestelde tekst.

Nr. 21 VAN DE HEER DELPÉRÉE

(Subamendement op amendement nr. 7)

Art. 2

Dit artikel aanvullen met een 5º, luidende :

« 5º verantwoordelijke voor de verwerking : de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, de feitelijke vereniging of het openbaar bestuur die alleen of samen met anderen het doel en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens bepaalt; ».

Nr. 22 VAN DE HEER DELPÉRÉE

(Subamendement op amendement nr. 9)

Art. 4

In dit artikel het woord « uitdrukkelijk » invoegen tussen de woorden « deze wet » en de woorden « een andersluidende bepaling ».

Nr. 23 VAN DE HEER DELPÉRÉE

Art. 5

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 5. — § 1. De beslissing tot het plaatsen van een of meer bewakingscamera's in een niet-besloten plaats wordt genomen door de verantwoordelijke voor de verwerking.

§ 2. De in § 1 bedoelde beslissing wordt genomen nadat de gemeenteraad van de betrokken gemeente en de korpschef van de betrokken politiezone een positief advies hebben gegeven.

Uit het tweede advies moet blijken dat een veiligheids- en doelmatigheidsanalyse werd uitgevoerd en dat de plaatsing beantwoordt aan de in de wet van 8 december 1992 bepaalde beginselen.

§ 3. De verantwoordelijke voor de verwerking deelt de in § 1 bedoelde beslissing mee aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Hij doet dat uiterlijk de dag vóór die waarop de bewakingscamera of -camera's in gebruik worden genomen.

De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de vorm en de inhoud van het standaardformulier dat bij die gelegenheid moet worden ingevuld, alsook de wijze waarop dit formulier wordt overgezonden aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

De verantwoordelijke voor de verwerking plaatst bij de toegang tot de niet-besloten plaats een pictogram dat aangeeft dat er camerabewaking plaatsvindt. Het model van dat pictogram en de erop te vermelden inlichtingen worden door de Koning bepaald, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

De verantwoordelijke voor de verwerking ziet erop toe dat de bewakingscamera of -camera's niet specifiek gericht worden op een plaats waarvoor hij niet zelf de gegevens verwerkt, tenzij hij daarvoor expliciet de toestemming heeft van de verantwoordelijke voor de verwerking van de betrokken plaats.

§ 4. Het bekijken van beelden in real time is uitsluitend toegestaan onder toezicht van de bevoegde overheid opdat de politiediensten onmiddellijk kunnen ingrijpen bij misdrijven, schade of ordeverstoring en in hun optreden optimaal kunnen worden gestuurd.

Een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, waarvan het ontwerp voor advies is voorgelegd aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, bepaalt de voorwaarden waaronder personen bevoegd kunnen zijn om deze beelden te bekijken en wijst deze personen aan, die handelen onder toezicht van de politiediensten.

Het opnemen van beelden is uitsluitend toegestaan teneinde bewijzen te verzamelen van feiten die een misdrijf opleveren of schade veroorzaken en daders, ordeverstoorders, getuigen of slachtoffers op te sporen en te identificeren.

Indien de beelden geen bijdrage kunnen leveren tot het bewijzen van een misdrijf of van schade of tot het identificeren van een dader, een ordeverstoorder, een getuige of een slachtoffer, worden zij niet langer dan één maand bewaard. »

Nr. 24 VAN DE HEER DELPÉRÉE

Art. 6

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 6. — § 1. De beslissing tot het plaatsen van een of meer bewakingscamera's in een voor het publiek toegankelijke besloten plaats wordt genomen door de verantwoordelijke voor de verwerking.

§ 2. De verantwoordelijke voor de verwerking deelt de in § 1 bedoelde beslissing mee aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de korpschef van de politiezone waar die plaats zich bevindt. Hij doet dat uiterlijk de dag vóór die waarop de bewakingscamera of -camera's in gebruik worden genomen.

De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de vorm en de inhoud van het standaardformulier dat bij die gelegenheid moet worden ingevuld, alsook de wijze waarop dit formulier wordt overgezonden aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de korpschef van de politiezone waar die plaats zich bevindt. Dit formulier bevestigt dat het gebruik van de camera of camera's in overeenstemming is met de in de wet van 8 december 1992 bepaalde beginselen.

De verantwoordelijke voor de verwerking plaatst bij de toegang tot de voor het publiek toegankelijke besloten plaats een pictogram dat aangeeft dat er camerabewaking plaatsvindt. Het model van dat pictogram en de erop te vermelden inlichtingen worden door de Koning bepaald, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

De verantwoordelijke voor de verwerking ziet erop toe dat de bewakingscamera of -camera's niet specifiek gericht worden op een plaats waarvoor hij niet zelf de gegevens verwerkt.

§ 3. Het bekijken van beelden in real time is uitsluitend toegestaan om onmiddellijk te kunnen ingrijpen bij misdrijven, schade of ordeverstoring.

Het opnemen van beelden is uitsluitend toegestaan teneinde bewijzen te verzamelen van feiten die een misdrijf opleveren of schade veroorzaken en daders, ordeverstoorders, getuigen of slachtoffers op te sporen en te identificeren.

Indien de beelden geen bijdrage kunnen leveren tot het bewijzen van een misdrijf of van schade of tot het identificeren van een dader, een ordeverstoorder, een getuige of een slachtoffer, worden zij niet langer dan één maand bewaard. »

Nr. 25 VAN DE HEER DELPÉRÉE

Art. 8

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 8. — § 1. De beslissing tot het plaatsen van een of meer bewakingscamera's in een voor het publiek niet toegankelijke besloten plaats wordt genomen door de verantwoordelijke voor de verwerking.

§ 2. De verantwoordelijke voor de verwerking deelt de in § 1 bedoelde beslissing mee aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de korpschef van de politiezone waar die plaats zich bevindt. Hij doet dat uiterlijk de dag vóór die waarop de bewakingscamera of -camera's in gebruik worden genomen.

De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de vorm en de inhoud van het standaardformulier dat bij die gelegenheid moet worden ingevuld alsook de wijze waarop dit formulier wordt overgezonden aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de korpschef van de politiezone waar die plaats zich bevindt. Dit formulier bevestigt dat het gebruik van de camera of camera's in overeenstemming is met de in de wet van 8 december 1992 bepaalde beginselen.

De beslissing hoeft niet te worden meegedeeld aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de korpschef van de politiezone waar die plaats zich bevindt, wanneer de bewakingscamera of -camera's door een natuurlijke persoon worden aangewend voor persoonlijk of huiselijk gebruik.

De verantwoordelijke voor de verwerking plaatst bij de toegang tot de voor het publiek niet toegankelijke besloten plaats een pictogram dat aangeeft dat er camerabewaking plaatsvindt. Het model van dat pictogram en de erop te vermelden inlichtingen worden door de Koning bepaald, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

De verantwoordelijke voor de verwerking ziet erop toe dat de bewakingscamera of -camera's niet specifiek gericht worden op een plaats waarvoor hij niet zelf de gegevens verwerkt. In geval van bewaking van een privé-ingang tegenover een niet-besloten plaats of een voor het publiek toegankelijke besloten plaats, worden de bewakingscamera of -camera's zo gericht dat de opnamen op die plaats tot het strikte minimum worden beperkt.

§ 3. Indien de beelden geen bijdrage kunnen leveren tot het bewijzen van een misdrijf of van schade of tot het identificeren van een dader, een ordeverstoorder, een getuige of een slachtoffer, worden zij niet langer dan één maand bewaard. »

Francis DELPÉRÉE.