Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-69

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen (Ambtenarenzaken)

Vraag nr. 3-5099 van de heer Ceder d.d. 12 mei 2006 (N.) :
Copernicushervorming. — Opmerkingen van het Rekenhof.

De hervorming van de federale overheidsdiensten, het zogenaamde Copernicusplan wordt verder uitgevoerd, maar het Rekenhof wijst erop dat er nog steeds geen beleidsraden zijn opgericht, zodat de optimale samenhang tussen het politieke en het administratieve niveau, nog niet kan worden gewaarborgd. Nochtans was dat één van de doelstellingen van het Copernicusplan. Bovendien was eind 2005, toen het 162e « Blunderboek » van het Rekenhof werd gepubliceerd, nog bij geen enkele FOD een interne auditdienst opgericht die beantwoordde aan de nieuwe reglementering.

Zijn er bij de FOD's intussen al beleidsraden en internetautditdiensten opgericht, die conform zijn aan de nieuwe regelgeving ? Welke FOD's zijn daarmee reeds in orde, en welke niet ? Tegen welke datum zullen alle FOD's een beleidsraad en een interne auditdienst hebben ?

Antwoord : Ik wens het geachte lid erop te wijzen dat de optimale samenhang tussen het politieke en het administratieve niveau in de eerste plaats wordt bewerkstelligd door de werking van de zogeheten « beleidscellen » binnen de FOD's, waar de leidende ambtenaren en het hoofd van de beleidscel op geregelde tijdstippen samenkomen om de opvolging van de strategische en operationele doelstellingen binnen de FOD bij te houden en de beleidslijnen voor de werking van de FOD uit te stippelen.

In de Copernicushervorming was het de bedoeling dat met het installeren van beleidsraden ruimte zou worden gecreëerd voor externe expertise in een formeel opgericht beleidsorgaan.

Het merendeel van mijn collega's en ook ikzelf trachten deze doelstelling te realiseren door de hiervoor voorziene kredieten aan te wenden voor het werven van experten die met bepaalde deelmateries vertrouwd zijn en waarop bestendig beroep kan gedaan worden. Dit lijkt een veel soepeler formule die beter beantwoordt aan de beoogde doelstelling dan het op gezette tijdstippen bijeenroepen van een formeel organisme, waarbij het ten andere vaak moeilijk is om interessante kandidaten te vinden.

Wat anderzijds de interne auditdiensten betreft kan ik stellen dat mijn diensten binnen de FOD P&O hebben samengewerkt met de diensten van de FOD B&B om de regelgeving inzake de interne auditdiensten aan te passen. In dit kader werden twee ontwerpen van koninklijk besluit klaargemaakt : het ene is een grondige, allesomvattende versie, die op het merendeel van de punten afwijkt van het bestaande koninklijk besluit van 2 oktober 2002, het ander ontwerp daarentegen houdt maar een gering aantal aanpassingen in van het bestaande besluit.

Deze twee ontwerpen liggen thans ter eindstudie bij mijn collega van Begroting, die hieromtrent overleg pleegt met de korpschef van het interfederaal korps van de Inspectie van Financiën, vermits het aangewezen is dat deze laatste instelling haar standpunt terzake kenbaar zou maken. Het is pas wanneer de regelgeving inzake de interne audit in deze of gene zin zal zijn aangepast dat kan begonnen worden met de volwaardige uitbouw van de auditdiensten binnen de FOD's.