Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-68

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Werk

Vraag nr. 3-5105 van de heer Ceder d.d. 12 mei 2006 (N.) :
Nationaal Onderzoeksinstituut voor Arbeidsomstandigheden. — Opmerkingen van het Rekenhof.

Uit het meest recente jaarverslag van het Rekenhof — dat van 2004, goedgekeurd in juni 2005 — blijkt dat het Nationaal Onderzoeksinstituut voor Arbeidsomstandigheden ver achteroploopt met het afleggen van rekeningen. Terwijl voor de meeste openbare instellingen de laatst afgelegde rekening die van het begrotingsjaar 2003 is, is dat voor Nationaal Onderzoeksinstituut voor Arbeidsomstandigheden die van 1999. Een verschil van maar liefst vier jaar.

Hoe verklaart de geachte minister deze achterstand ? Welke maatregelen heeft hij genomen om op dit vlak minstens het niveau van de andere openbare instellingen te bereiken ?

Antwoord : In antwoord op de gestelde vraag, deel ik u mee dat wat het Nationaal Onderzoeksinstituut voor arbeidsomstandigheden betreft, de rekening inzake het begrotingsjaar 2000 op 14 april 2005, en de rekeningen inzake de begrotingsjaren 2001 en 2002 op 3 februari 2006, aan de Federale overheidsdienst Financiën, ter attentie van het Rekenhof, werden overgemaakt.

Krachtens het hoofdstuk IX, artikel 103, van de Programmawet van 2 augustus 2002, wordt het hoofdstuk XI van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen opgeheven op 31 december 2002. Dit artikel bepaalt tevens dat de Koning de modaliteiten voorlegt van de integratie van de opdrachten, het patrimonium en het personeel van het Nationaal Onderzoeksinstituut voor Arbeidsomstandigheden.

Het koninklijk besluit van 1 mei 2006 regelt de integratie van het Nationaal Onderzoeksinstituut voor arbeidsomstandigheden in de federale overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.