3-854/3 | 3-854/3 |
27 MAART 2006
Nr. 2 VAN DE DAMES DEFRAIGNE EN de T' SERCLAES EN DE HEER CHEFFERT
Art. 2
Het voorgestelde artikel 21 aanvullen als volgt :
« , maar dan onverminderd de verwijlinterest tegen de wettelijke rentevoet, die verschuldigd zijn van de datum van het beslissende vonnis of arrest tot op de dag van de algehele terugbetaling ».
Verantwoording
Dit amendement stelt een aantal zaken duidelijk in verband met de precieze draagwijdte van het wetsvoorstel.
Het kernidee is ervoor te zorgen dat wanneer de onteigenende overheid een vordering tot herziening instelt, de onteigende — wanneer hij het proces uiteindelijk verliest — niet gestraft wordt met hoge verwijlinteresten die zijn beginnen te lopen bij het instellen van de rechtsvordering. Het gaat er dus om de rechtsplegingsperiode « te neutraliseren » wat de interesten betreft, zodat die niet lopen tijdens de rechtspleging.
Wanneer er evenwel een definitieve gerechtelijke beslissing is, met als resultaat dat de onteigende uiteindelijk een deel van zijn vergoeding aan de onteigenende overheid moet terugbetalen, belet niets dat men naar de normale gang van zaken terugkeert. Dat bepaalt het amendement : de interest is dan verschuldigd op het terug te betalen bedrag, van de dag van het vonnis tot de dag van de algehele betaling.
| Christine DEFRAIGNE. Nathalie de T' SERCLAES. Jean-Marie CHEFFERT. |