3-1618/2 | 3-1618/2 |
21 MAART 2006
I. INLEIDING
De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 21 maart 2006.
II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE VERTEGENWOORDIGER VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN ALGEMENE BESPREKING
De vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken legt uit dat het gaat om een Overeenkomst waarbij als algemeen principe wordt gesteld dat de Japanse werknemers die in België werken ook effectief onderworpen zijn aan het Belgisch sociaal zekerheidsysteem. Ze betalen sociale bijdragen en bouwen aldus pensioenrechten op. Hierdoor kunnen de kosten voor Japanse investeerders in België aanzienlijk worden gedrukt en worden Japanse investeringen in België bevorderd met als gevolg een verhoging van de werkgelegenheid in ons land.
Belgische werknemers die in Japan verblijven genieten dezelfde rechten.
Uitzondering op dit principe vormen de zeevarenden en het vliegend personeel die onderworpen zijn aan de wetgeving van de Staat waar de werkgever is gevestigd, omdat zij op verschillende plaatsen werkzaam zijn. Ook de gedetacheerde Japanse werknemers die tijdelijk in ons land verblijven, vallen onder het toepassingsgebied van de Japanse wetgeving.
De voorzitter vraagt hoeveel Japanse werknemers er in België verblijven.
De vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken antwoordt dat het gaat om zo'n 4 000 werknemers die hier voornamelijk tijdelijk verblijven met een werkvergunning.
België is het vierde land na Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika waarmee Japan een dergelijke Overeenkomst afsluit.
Mevrouw Zrihen vraagt of het vliegend personeel en de grensarbeiders in het kader van het akkoord een specifiek statuut hebben.
De vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken verwijst wat betreft de zeevarenden naar zijn inleidende uiteenzetting. Deze Overeenkomst is niet van toepassing op Japanse werknemers die in België wonen maar over de grens, bijvoorbeeld in Frankrijk, gaan werken.
III. STEMMINGEN
De artikelen 1 en 2 alsook het wetsontwerp nr. 3-1618/1 in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.
| De rapporteur, | De voorzitter, |
| Staf NIMMEGEERS. | François ROELANTS du VIVIER. |
De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp (stuk Senaat, nr. 3-1618/1 - 2005/2006)