(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
Criminelen die werden veroordeeld tot een levenslange vrijheidsbenemende straf, kunnen, wanneer zij voldoen aan de wettelijke vereisten, voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld. Volgens artikel 2, 1º, c), van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, moeten deze gedetineerden minstens tien jaar van hun straf hebben ondergaan, of minstens veertien jaar indien zij zich in staat van wettelijke herhaling bevonden.
1. Hoeveel gedetineerden, die tot een levenslange vrijheidsbenemende straf werden veroordeeld, werden in 2004 voorwaardelijk in vrijheid gesteld en hoeveel bedroeg telkens hun daadwerkelijke detentieduur ? Bevonden zich hierbij personen in staat van wettelijke herhaling ?
2. Uit cijfers blijkt dat in 2002 en 2003 respectievelijk 30 en 28 levenslang veroordeelden voorwaardelijk in vrijheid werden gesteld, wat haast neerkomt op een verdubbeling ten opzichte van de voorgaande jaren. Kan de geachte vice-eerste minister mij verklaren waaraan die opmerkelijke stijging te wijten is ?
3. Kan de geachte minister mij cijfergegevens verstrekken over het aantal personen van de huidige gevangenispopulatie dat werd veroordeeld tot een levenslange vrijheidsbenemende straf, en dit gegroepeerd per aantal jaren gevangenisstraf dat zij reeds achter de rug hebben ? Welk aandeel nemen zij in tegenover de volledige gevangenispopulatie en hoeveel van hen bevinden zich in staat van wettelijke herhaling ?
4. Hoeveel levenslange veroordelingen werden sinds 1990 tot en met 2004 jaarlijks door de verschillende hoven van Assisen uitgesproken, en dit per gerechtelijk ressort ?