3-1574/2

3-1574/2

Belgische Senaat

ZITTING 2005-2006

21 FEBRUARI 2006


Wetsontwerp tot instelling van het algemeen kader voor de wederzijdse erkenning van beroepsopleidingen


Evocatieprocedure


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER WILLEMS C.S.

Art. 2

In punt a), 1º, van dit artikel, het woord « Belgische » doen vervallen.

Verantwoording

Het gaat uiteraard niet om diploma's afgegeven door een bevoegde Belgische autoriteit. Het gaat daarentegen wel om diploma's afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten. Het woord « Belgische » moet derhalve worden geschrapt.

Nr. 2 VAN DE HEER WILLEMS C.S.

Art. 4

In de Nederlandse tekst eerste lid, a), van dit artikel, de woorden « artikelen 92/51/EEG » vervangen door de woorden « richtlijn 92/51/EEG ».

Luc WILLEMS
Jean-Marie DEDECKER
Jan STEVERLYNCK.

Nr. 3 VAN DE HEREN WILLEMS EN DEDECKER

Art. 5

Dit artikel aanvullen met het volgende lid : « De aanvrager heeft de keuze tussen een aanpassingsstage van ten hoogste drie jaar en een proeve van bekwaamheid. Voor juridische beroepen kan België evenwel van de aanvrager verlangen dat die een aanpassingstage of een proeve van bekwaamheid aflegt ».

Luc WILLEMS
Jean-Marie DEDECKER.

Nr. 4 VAN DE HEREN WILLEMS C.S.

Art. 7

In het eerste lid, b), tweede streepje, van dit artikel, de woorden « die hem op de uitoefening van dat beroep hebben voorbereid » doen vervallen.

Verantwoording

De woorden « die hem op de uitoefening van dat beroep hebben voorbereid » zijn, in deze bepaling, niet alleen taalkundig onjuist, maar moeten zelfs als geheel worden geschrapt. Het is immers niet de studie- of beroepsopleidingscyclus die de houder op de uitoefening van dat beroep moet hebben voorbereid, maar wel de opleidingstitel.

Dat blijkt uit :

1) artikel 5, eerste lid, b, van de richtlijn 92/51/EG, waarvan deze bepaling de omzetting is;

2) artikel 7, eerste lid, b, inleidende zin, van het wetsontwerp, waarin (terecht) reeds sprake is van « een of meer opleidingstitels die hem op de uitoefening van dat beroep hebben voorbereid »;

3) de vergelijking met artikel 8, eerste lid, b, van het wetsontwerp, waarin alleen sprake van de opleidingstitels die hem op de uitoefening van dat beroep hebben voorbereid, en niet van een studie- of beroepsopleidingscyclus die hem op de uitoefening van dat beroep heeft voorbereid.

Nr. 5 VAN DE HEER WILLEMS C.S.

Art. 8

In de Nederlandse tekst van dit artikel, eerste lid, b) en c), de woorden « gedurende een zelfde periode » vervangen door de woorden « gedurende een gelijkwaardige periode ».

Verantwoording

Het gaat niet over « een zelfde » periode, maar over een « gelijkwaardige » periode. In het Frans is terecht sprake van « une période équivalente à temps partiel ». « Een zelfde » periode is een periode van twee jaar, een gelijkwaardige periode moet proportioneel worden berekend (bijvoorbeeld vier jaar voor een halftijdse uitoefening van het beroep).

Ook in artikel 6, eerste lid, b, van de richtlijn 92/51/EG, waarvan dit artikel de omzetting is, is sprake van een « gelijkwaardige » periode.

Zie ook artikel 4, eerste lid, b, tweede streepje, waarin telkens terecht het begrip « gelijkwaardig » wordt gebruikt.

Nr. 6 VAN DE HEER WILLEMS C.S.

Art. 13

In § 3 van dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

a) In de Franse tekst de woorden « en Belgique » invoegen tussen de woorden « est réglementée » en de woorden « par une association »;

b) In de Nederlandse tekst het woord « attest » vervangen door het woord « certificaat ».

Nr. 7 VAN DE HEER WILLEMS C.S.

Art. 14

In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

a) In het eerste lid van de Nederlandse tekst de woorden « 4 en 11 » vervangen door de woorden « 4 tot 11 »;

b) In het tweede lid van de Nederlandse tekst, de woorden « de bevoegde rechterlijke autoriteit » vervangen door de woorden « een nationale rechterlijke instantie ».

Luc WILLEMS
Jean-Marie DEDECKER
Jan STEVERLYNCK.