3-142 | 3-142 |
Mevrouw Fauzaya Talhaoui (SP.A-SPIRIT). - De jongste dagen staan de kranten vol nieuws over arbeidsmigratie uit Oost-Europa en zelfs uit het verre Azië. Computerfabrikanten Hewlett Packard (HP) en Capgemini nemen informatici in dienst uit India. Ze betalen minimumlonen en respecteren dus niet onze loon- en arbeidsvoorwaarden. Bij HP werden 140 Belgische medewerkers gewoon vervangen door Indiërs die hier hetzelfde werk komen doen. Die Indiërs kunnen hier worden tewerkgesteld tegen minimale lonen en sociale voorwaarden, zonder respect voor onze arbeidswetgeving, omdat een constructie werd opgezet waarbij ze op de loonlijst staan van HP in India. Daardoor krijgen ze dus de lonen die in India worden uitbetaald, en niet de lonen die hier gelden. Evenmin worden Belgische feestdagen en vakantiedagen uitbetaald.
Er is ook een probleem met mensen die uit de EU komen. Daarover hebben we een paar weken geleden een debat gehouden. Tot 1 mei 2006 gelden beperkende maatregelen om het vrije verkeer van werknemers uit de nieuwe EU-lidstaten te beperken. Onze partij is echter van oordeel dat het principe van vrij verkeer van personen moet worden gerespecteerd.
Ik heb vernomen dat de minister samenwerkingsverbanden zal opzetten tussen de sociale- en arbeidsinspecties van België en die van de nieuwe lidstaten, zodat kan worden gecontroleerd of de rechten van de werknemers worden gerespecteerd. Graag kreeg ik hierover wat meer informatie.
Onlangs kondigde de staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging aan dat hij de arbeidsvergunningen voor kenniswerkers in de toekomst gaat afschaffen omdat ons bedrijfsleven die mensen hard nodig heeft. De vakbonden protesteerden hiertegen en organiseerden vorige week een protestactie bij de gebouwen van de werkgeversorganisatie Agoria, die blijft zeggen dat een versoepeling noodzakelijk is vanwege het grote tekort aan geschikt ICT-personeel. De vakbonden bestrijden dat. Volgens hen zijn er bijna 2.000 ICT-werklozen in Brussel en omgeving die aan de slag willen, maar de Indiërs zijn natuurlijk veel goedkoper dan Belgische werknemers. Wat denkt de minister hierover?
Wat denkt de minister over het systeem waarbij die Indische werknemers onder het mom van een stage soms voor enkele maanden naar hier worden gebracht, maar in plaats daarvan toch dag en nacht aan het werk zijn als informaticus?
De heer Peter Vanvelthoven, minister van Werk. - Zodra ik via de pers kennis gekregen heb van de gevallen die mevrouw Talhaoui geïnspireerd hebben om deze vraag te stellen, heb ik de inspectie opdracht gegeven om ter plaatse een onderzoek uit te voeren. Er zal worden nagegaan of de betrokken ondernemingen de spelregels met betrekking tot de detachering en de tewerkstelling van buitenlandse arbeidskrachten hebben nageleefd en of de Belgische loon- en arbeidsvoorwaarden worden gerespecteerd. Bij overtreding zal tegen de betrokkene worden opgetreden.
Het federaal coördinatiecomité werkt volop aan samenwerkingsverbanden met inspecties van andere lidstaten. Volgens de beschikbare informatie zijn er contacten met Frankrijk, Duitsland, Nederland, Luxemburg, het Verenigd Koninkrijk, Tsjechië, Estland, Letland en Litouwen. Uiteraard hebben dergelijke samenwerkingsverbanden alleen een kans op succes indien de andere lidstaten daar ook het belang van inzien.
Ik ga uiteraard niet akkoord met constructies die worden opgezet om misbruiken te plegen. Een tewerkstelling via arbeidskaarten veronderstelt bijna per definitie een legale tewerkstelling en de toepassing van de Belgische loon- en arbeidsvoorwaarden en sociale zekerheid. Het probleem zit dus niet zozeer bij de uitreiking van de arbeidskaarten, maar veeleer bij de detacheringen, en in het bijzonder bij de illegale detacheringen.
Om aan controles te ontsnappen doen bedrijven soms een beroep op oneigenlijke detacheringen, bijvoorbeeld omdat de betrokken werknemers niet voldoen aan de basisvoorwaarden voor detachering. Meestal gaat dat dan ook gepaard met ontduiking van sociale zekerheid en fiscaliteit, zowel in het land van herkomst als in het land van tewerkstelling. Dankzij die onwettelijk methoden kunnen de dienstverleners aan de opdrachtgevers diensten aanbieden aan een kostprijs die beneden de normale loonkost voor een gelijkaardige tewerkstelling ligt.
Met die misbruiken kan ik uiteraard geenszins akkoord gaan en daarom heb ik in het verleden opgemerkt dat de hoofdelijke aansprakelijkheid van de opdrachtgever voor de naleving van de sociale wetgeving in België van groot belang is.
Dat is een van de elementen die ook aan bod zullen komen tijdens de discussie over de overgangsperiode, die op 1 mei 2006 eindigt en waarover de Belgische regering een beslissing moet nemen.
Morgen zal de ministerraad een beslissing nemen in het dossier over de administratieve vereenvoudiging bij de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, waaronder ook de kenniswerkers. Daarna moet het dossier nog worden voorgelegd aan de adviesraad Buitenlandse Arbeidskrachten. De vereenvoudiging geeft uitvoering aan de richtlijn 2005/71/EG van de Raad van 12 oktober 2005 betreffende een specifieke procedure voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op wetenschappelijk onderzoek, de zogenaamde richtlijn Busquin.
Er is dus nog geen definitieve beslissing. Het is wel de bedoeling om voor deze groep van kenniswerkers in voldoende garanties te voorzien en misbruiken zo veel mogelijk uit te sluiten. Dat betekent dat de vrijstelling alleen geldt voor de tewerkstelling van onderzoekers bij een universiteit, instelling of onderneming die geregistreerd is bij de POD Wetenschapsbeleid. De vrijstelling is gekoppeld aan de universiteit, instelling of onderneming. Voor tewerkstelling bij een andere werkgever moet een nieuwe vrijstelling of een arbeidskaart worden aangevraagd. De onderzoekers moeten een minimumloon krijgen en de buitenlandse onderzoekers moeten dezelfde lonen krijgen als de Belgische onderzoekers. Er moet een band bestaan tussen het diploma en de aard van het onderzoek. De vrijstelling geldt alleen voor de eigenlijke onderzoeksopdracht. Als de onderzoeker van onderzoeksopdracht verandert of een andere functie krijgt, bijvoorbeeld een administratieve functie, is een nieuwe vrijstelling of arbeidskaart nodig. Het attest van vrijstelling is maar twee jaar geldig. Daarna voeren de gewesten een evaluatie door en kunnen ze mogelijk beslissen geen attest meer uit te reiken.
Gekoppeld aan deze regeling zal ook een elektronisch controle- en monitoringsysteem worden uitgewerkt waarin onder meer elke buitenlandse tewerkstelling wordt opgenomen. De verschillende diensten moeten daardoor een overzicht van de situatie krijgen.
Mevrouw Fauzaya Talhaoui (SP.A-SPIRIT). - Ik ben redelijk tevreden over de strikte voorwaarden die aan buitenlandse kenniswerkers worden opgelegd. Minder tevreden ben ik over het feit dat de samenwerkingsverbanden nog tot stand moeten komen. Daarbij moet onder meer rekening worden gehouden met het vrije verkeer van personen in Europa. Sociale onrust is niet uit te sluiten als onder de dekmantel van high-skilled workers buitenlandse technici en informatici worden aangeworven, terwijl eigen werknemers met dezelfde kwalificaties geen werk vinden. Dit probleem moet in een Europese context worden bekeken. België kan dat niet alleen oplossen. Ik zal de minister daarover later nog ondervragen.