3-1330/2 | 3-1330/2 |
25 OKTOBER 2005
I. INLEIDING
Volgende vijf wetsontwerpen werden aan de Commissie voor de Buitenlandse Zaken en voor de Defensie voorgelegd :
Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling tussen het Koninkrijk België en Anguilla, ondertekend te Brussel op 5 oktober 2004 en te Anguilla op 17 november 2004 (stuk Senaat, nr. 3-1330/1)
Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden tussen het Koninkrijk België en de Turks en Caicos Eilanden, ondertekend te Brussel op 5 oktober 2004 en te Grand Turk op 16 december 2004, 5 september 2005 (stuk Senaat, nr. 3-1331/1)
Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden tussen het Koninkrijk België en het Overzeese Gebied Montserrat van het Verenigd Koninkrijk, ondertekend te Brussel op 5 oktober 2004 en te Montserrat op 7 april 2005 (stuk Senaat, nr. 3-1332/1)
Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden tussen het Koninkrijk België en de Britse Maagdeneilanden, ondertekend te Brussel op 5 oktober 2004 en te Tortola op 11 april 2005 (stuk Senaat, nr. 3-1333/1)
Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden tussen het Koninkrijk België en de Cayman-Eilanden, ondertekend te Brussel op 5 oktober 2004 en te Grand Cayman op 12 april 2005 (stuk Senaat, nr. 3-1334/1)
De commissie heeft deze wetsontwerpen besproken tijdens haar vergadering van 25 oktober 2005.
II. UITEENZETTING DOOR DE VERTEGENWOORDIGER VAN DE MINISTER VAN FINANCIEN EN ALGEMENE BESPREKING
Mevrouw Zrihen zou graag weten waarom een overgangsregeling werd uitgewerkt voor drie landen, te weten België, Luxemburg en Oostenrijk. Tijdens een beperkte periode kunnen deze drie landen in plaats van een informatie-uitwisseling een bronheffing toepassen volgens de bepalingen van richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie. Pas wanneer de overgangsperiode verstrijkt, dienen deze drie landen het systeem van informatie-uitwisseling toe te passen. Waarom worden niet alle landen gelijk behandeld ? Waarom is er een apart akkoord afgesloten voor België, Luxemburg en Oostenrijk ?
Mevrouw de Bethune stelt vast dat de richtlijn 2003/48/CE van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie reeds van kracht is op 1 juli 2005, terwijl deze vijf wetsontwerpen houdende overeenkomsten nu slechts ter bespreking worden voorgelegd. Hoe is deze overbrugging geregeld ?
Spreekster is er niet tegen dat deze wetsontwerpen houdende de vijf overeenkomsten worden gebundeld maar op deze wijze is er is geen debat ten gronde mogelijk. Zou er hierover geen gedachtewisseling moeten plaats vinden in de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden van de Senaat ?
De voorzitter stelt voor advies in te winnen bij de Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden van de Senaat.
Mevrouw Van de Casteele antwoordt dat het debat ten gronde reeds gevoerd is in aanwezigheid van minister van Financien (stuk Senaat, nr. 3-1167/2). Bovendien is er ook een parlementair debat gevoerd in de Kamer van volksvertegenwoordigers. Spreekster pleit ervoor dat de wetsontwerpen betreffende deze overeenkomsten op een zo efficiënt mogelijke wijze zouden worden aangepakt.
In verband met deze overgangsperiode antwoordt de vertegenwoordiger van de heer Didier Reynders, vice-premier en minister van Financiën, dat op Europees niveau al een twintigtal jaar besprekingen worden gevoerd. In die lange tijd is gebleken dat elk land een belastingparadijs is voor de inwoners afkomstig uit andere landen. Daarom heeft Europa voorzien in twee mogelijkheden : een heffing bij de bron of uitwisseling van informatie. Een aantal landen heeft gevraagd dat Zwitserland het voortouw zou nemen om te vermijden dat er roerende goederen zouden worden overgebracht. Intussen is de Europese Unie uitgebreid. Zwitserland heeft gevraagd dat Andorra, Liechtenstein, Monaco en San Marino hier ook bij worden betrokken. Van de 30 landen zullen er 22 informatie uitwisselen. De andere landen zullen tijdens een overgangsperiode een bronheffing 15, 20 en 35 % toepassen. De belastingplichtige heeft de kans meteen te vragen om een uitwisseling van informatie voor een periode van 3 jaar. In dat geval is er geen sprake van een bronheffing, maar wel een uitwisseling van informatie.
Er waren tien overeenkomsten nodig met derde landen en gebieden die afhangen van Nederland of het Verenigd Koninkrijk. De Senaat heeft al voor vijf van deze overeenkomsten haar instemming verleend en nu liggen de laatste vijf ter instemming. In verband hiermee verwijst spreker naar het verslag van de heer Galand (stuk Senaat, 3-1167/2). Richtlijn 2003/48/EG moest aanvankelijk van kracht worden op 1 januari 2005, maar als gevolg van vertragingen is deze datum verschoven naar 1 juli 2005. De laatste overeenkomsten die bij de Senaat werden ingediend, werden ondertekend in april 2005. Om de periode te overbruggen tussen 1 juli 2005 en de effectieve inwerkingtreding van de verdragen, heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers op 26 mei 2005 een wetsontwerp aangenomen houdende bepalingen die gelijkwaardig zijn aan de bepalingen waarin, wat België betreft, is voorzien in de overeenkomsten betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden, die werden gesloten tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden met betrekking tot de Nederlandse Antillen enerzijds en Aruba anderzijds, en tussen het Koninkrijk België en respectievelijk Guernesey, het eiland Man, Jersey, Anguilla, de Britse Maagdeneilanden, Montserrat en de Turks- en Caicoseilanden (stuk Kamer, nr. 51 1791/001).
De voorzitter vraagt of deze tien overeenkomsten wel degelijk alle belastingparadijzen omvatten.
De vertegenwoordiger van de heer Didier Reynders, vice-premier en minister van Financiën, antwoordt dat dit op Europees niveau het geval is.
III. STEMMINGEN
Wetsontwerp nr. 3-1330/1
De artikelen 1 tot en met 3 alsook het wetsontwerp nr. 3-1330/1 in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van het verslag.
Wetsontwerp nr. 3-1331/1
De artikelen 1 tot en met 3 alsook het wetsontwerp nr. 3-1331/1 in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van het verslag.
Wetsontwerp nr. 3-1332/1
De artikelen 1 tot en met 3 alsook het wetsontwerp nr. 3-1332/1 in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van het verslag.
Wetsontwerp nr. 3-1333/1
De artikelen 1 tot en met 3 alsook het wetsontwerp nr. 3-1333/1 in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.
Wetsontwerp nr. 3-1334/1
De artikelen 1 en 2 alsook het wetsontwerp nr. 3-1334/1 in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van het verslag.
| De rapporteur, | De voorzitter, |
| Staf NIMMEGEERS. | François ROELANTS du VIVIER. |
Wetsontwerp nr. 3-1330/1
De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp (zie stuk Senaat, nr. 3-1330/1 - 2004/2005)
Wetsontwerp nr. 3-1331/1
De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp (zie stuk Senaat, nr. 3-1331/1 - 2004/2005)
Wetsontwerp nr. 3-1332/1
De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp (zie stuk Senaat, nr. 3-1332/1 - 2004/2005)
Wetsontwerp nr. 3-1333/1
De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp (zie stuk Senaat, nr. 3-1333/1 - 2004/2005)
Wetsontwerp nr. 3-1334/1
De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp (zie stuk Senaat, nr. 3-1334/1 - 2004/2005)