3-1274/1 | 3-1274/1 |
1 JULI 2005
Dit voorstel tot wijziging van het reglement van de Senaat wil een Deontologische Code instellen die de betrekkingen regelt tussen de senatoren en de instellingen en openbare diensten betreffende individuele dossiers, en een procedure om de naleving ervan af te dwingen. Het verbiedt onder meer de inmenging van een politicus in een individueel dossier.
De procedure verloopt als volgt : de voorzitter van de Deontologische Commissie, die binnen de Senaat wordt ingesteld, wordt op de hoogte gebracht van klachten betreffende overtredingen van de Deontologische Code.
Voor de betrekkingen met de gerechtelijke instanties, brengt de Hoge Raad voor de Justitie de klacht onmiddellijk voor de Commissie. Voor de betrekkingen met het bestuur, zijn het de bevoegde ombudsmannen die de klacht voor de Commissie brengen.
Wanneer de Commissie een overtreding van de Deontologische Code vaststelt, kan zij een verslag uitbrengen waarin zij de aard van de inbreuk beschrijft en aanbevelingen formuleert, en waarover in de plenaire vergadering gestemd wordt.
De Deontologische Code trekt verschillende soorten krijtlijnen.
1. Ieder optreden dat ertoe strekt stappen te ondernemen bij gerechtelijke instanties, een procedure te bespoedigen, informatie in te winnen over de voortgang van een individueel dossier, of informatie te verstrekken in een lopend individueel dossier, is uitgesloten.
2. Wat de betrekkingen met de openbare besturen betreft, moeten de senatoren de onafhankelijkheid van de diensten eerbiedigen en de objectiviteit van de procedures in acht nemen.
Ze kunnen dus de verzoeken en de klachten die ze ontvangen doorspelen aan de bevoegde openbare of privé-diensten met het oog op een oplossing van de aangekaarte problemen, of aan de betrokken bemiddelingsdienst.
3. Wat betreft hun optreden naar aanleiding van een indienstneming in de openbare sector, moeten de senatoren zich beperken tot het doorgeven van de informatie, de kandidaturen en de curriculum vitae die zij ontvangen hebben. Politieke partijen en hun componenten (1) worden, voor de toepassing van het huidige voorstel, niet beschouwd als openbare diensten.
Natuurlijk kunnen de senatoren bovendien informatie inwinnen en doorgeven omtrent de voorwaarden en de organisatie van examens, vergelijkende examens en bekwaamheidstests. Ook kunnen zij burgers inlichten over procedures inzake indienstneming, benoeming en bevordering, en kunnen zij de kwaliteit en de objectiviteit van examens, vergelijkende examens en bekwaamheidstests controleren.
Senatoren mogen echter geen stappen ondernemen bij een selectie- of evaluatiedienst om de kansen op indienstneming, aanstelling of bevordering te vergroten. Ook mogen zij, indien zij lid zijn van een selectieorgaan van de overheid, geen rekening houden met andere criteria dan de vereiste bekwaamheden of de behaalde resultaten voor het examen, het vergelijkend examen of de bekwaamheidstest.
Deze Deontologische Code en de bijhorende procedure hebben tot doel het optreden van de senatoren beter af te bakenen en hun betrekkingen met de burgers en de openbare diensten te verduidelijken.
| Christian BROTCORNE. Francis DELPÉRÉE. Clotilde NYSSENS. |
Enig artikel
In titel V van het reglement van de Senaat wordt een hoofdstuk IIIter ingevoegd, luidend als volgt :
« Hoofdstuk IIIter. De Deontologische Commissie
Art. 86ter
1. Bij elke vernieuwing van de Senaat benoemt de vergadering, nadat het vast bureau is samengesteld, voor de gehele zittingsperiode uit haar midden een Deontologische Commissie, die belast is met het toezicht op de toepassing van de Deontologische Code tot regeling van de betrekkingen tussen senatoren en de instellingen en openbare diensten betreffende individuele dossiers. Die Code gaat als bijlage bij dit reglement.
2. De commissie telt 17 leden, die worden aangewezen volgens de regels bepaald in artikel 84.
Voor elke lijst van leden worden op dezelfde wijze plaatsvervangers benoemd wier aantal gelijk is aan dat van de leden vermeerderd met een eenheid.
3. De commissie benoemt voor de duur van de zitting een voorzitter, een eerste ondervoorzitter en een tweede ondervoorzitter.
4. De commissie werkt en beraadslaagt overeenkomstig de regels die op de vaste commissies van toepassing zijn.
Art. 86quater
1. De voorzitter van de Deontologische Commissie wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van klachten betreffende overtredingen van de Deontologische Code. Wat betreft de betrekkingen met de gerechtelijke instanties, worden de klachten van magistraten via de Hoge Raad voor de Justitie onverwijld aan de commissie voorgelegd. Wat betreft de betrekkingen met het bestuur, worden de klachten haar door de bevoegde ombudsmannen voorgelegd.
Die informatie wordt onmiddellijk ter kennis gebracht van de betrokken senator. Anonieme klachten zijn onontvankelijk.
2. De voorzitter van de commissie brengt de commissieleden daarvan binnen dertig dagen op de hoogte.
3. De commissie vergadert onverwijld met gesloten deuren om de gegrondheid van de klacht te onderzoeken. Zij hoort de betrokken senator.
Zij spreekt zich uit binnen 60 dagen na het ontvangst van de klacht.
4. De commissie kan met meerderheid van stemmen beslissen dat de klacht ongegrond is en dat aan het dossier geen gevolg wordt gegeven.
Wanneer zij een overtreding van de Deontologische Code vaststelt, kan de commissie een verslag bekendmaken waarin de overtreding wordt vastgesteld en aanbevelingen worden geformuleerd.
Over dat verslag wordt in plenaire vergadering gestemd.
6. Alle beslissingen van de commissie worden onverwijld ter kennis gebracht van de betrokken senator, instelling of openbare dienst, van de Hoge Raad voor de Justitie of de betrokken ombudsman.
7. De voormelde termijnen worden geschorst tijdens het parlementair reces en de periode waarin de Senaat ontbonden is. »
Overgangsbepaling
Zodra deze wijziging van het reglement van kracht is, benoemt de vergadering, voor de eerste maal, uit haar midden en voor de gehele zittingsperiode, de Deontologische Commissie.
11 mei 2005.
| Christian BROTCORNE. Francis DELPÉRÉE. Clotilde NYSSENS. |
Deontologische Code tot regeling van de betrekkingen tussen senatoren en de instellingen en openbare diensten betreffende individuele dossiers
Hoofdstuk I
Algemene bepalingen
Artikel 1
In hun contacten met openbare diensten of instellingen betreffende individuele dossiers, laten de senatoren het algemeen belang voorgaan.
De senatoren onthouden zich van ieder optreden dat ertoe strekt voor burgers die hen daarom vragen gunsten of voordelen te verkrijgen die in strijd zijn met wetten of reglementen.
Artikel 2
Wanneer een burger een verzoek aan hen richt betreffende een individueel dossier, verstrekken de senatoren hem in de mate van het mogelijke alle nodige informatie, wijzen zij hem in voorkomend geval op de te volgen procedures, of geven zij hem voorafgaand juridisch advies.
Indien nodig verwijzen zij hem naar de bevoegde diensten of instellingen, zoals, onder andere, de organisaties en advocaten die juridische eerstelijnshulp verlenen, de balies, de overheden die bevoegd zijn voor de klachtenbehandeling binnen het betreffende rechtsgebied, de Hoge Raad voor de Justitie, de openbare of privé-diensten die bevoegd zijn om de aangekaarte problemen op te lossen, of de officiële ombudsdiensten.
Artikel 3
De senatoren treden alleen op uitdrukkelijk verzoek van de betrokken burger op.
Hoofdstuk II
Betreffende de gerechtelijke instanties
Artikel 4
De senatoren en hun medewerkers mogen zich noch schriftelijk, noch mondeling wenden tot magistraten van ongeacht welk gerecht, noch stappen ondernemen bij deze instanties om te vragen naar de voortgang van een dossier. Ook mogen zij geen stappen ondernemen om een procedure te bespoedigen of informatie door te geven in een individueel dossier.
Zij kunnen wel burgers verwijzen naar advocaten, diensten van de balie en instellingen die bevoegd zijn voor de klachtenbehandeling binnen het betreffende rechtsgebied, of naar de Hoge Raad voor de Justitie wanneer de klacht betrekking heeft op de werking van de rechterlijke orde.
Bovendien kunnen zij aan de procureur des Konings alle informatie verstrekken die in hun bezit is en die relevant kan zijn voor de strafvordering.
Hoofdstuk III
Betreffende de betrekkingen met een openbare instelling of een openbaar bestuur
Artikel 5
Bij hun eventuele optreden eerbiedigen de senatoren de onafhankelijkheid van de ambtenaren en diensten, nemen ze de objectiviteit van de procedures in acht en leven ze de als normaal geldende termijnen na. Bij de behandeling van dossiers vragen ze niet dat voorrang zou worden gegeven aan het dossier van een persoon die daar om verzoekt.
Zij kunnen verzoeken, informatie of klachten die zij ontvangen, doorgeven aan bevoegde openbare of privé-diensten om aangekaarte problemen op te lossen, of aan de betrokken ombudsdienst.
Daartoe kunnen senatoren bij de bevoegde openbare of privé-diensten informatie vragen over de stand van het dossier of blijk geven van hun ongerustheid over een abnormale vertraging.
Hoofdstuk IV
Optreden naar aanleiding van een indienstneming
Artikel 6
Wanneer zij een vraag om werk of aanwerving ontvangen, verwijzen de senatoren de betrokkene in de eerste plaats naar de daarvoor bevoegde diensten. Zij kunnen bijvoorbeeld werkzoekenden die daar om verzoeken werkaanbiedingen in de openbare en de privé-sector meedelen, met de vermelding dat hun rol zich tot deze loutere mededeling moet beperken.
De senatoren mogen geen personen aanbevelen bij de werkgevers uit de openbare sector, met uitzondering van de politieke partijen en hun componenten, bedoeld in artikel 1 van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen. Ze mogen die werkgevers enkel de sollicitaties, de informatie en de cv's die ze hebben ontvangen, bezorgen.
Zij mogen informatie inwinnen en doorgeven omtrent de voorwaarden en de organisatie van de examens, vergelijkende examens en bekwaamheidstests. Zij mogen de burgers ook inlichten over de procedures inzake aanwerving, benoeming en bevordering.
De senatoren hebben het recht de kwaliteit en de objectiviteit van de examens, vergelijkende examens en bekwaamheidstests te controleren. Daartoe kunnen zij alle mogelijke inlichtingen inwinnen over de evaluatieprocedures en -criteria. Indien wordt vastgesteld of vermoed dat die procedures of criteria niet in acht werden genomen, kunnen zij onverminderd hun interpellatierecht of parlementair controlerecht de benadeelde partij die klacht wenst in te dienen, de bevoegde beroepsinstanties aanwijzen.
De senatoren verbinden zich ertoe geen selectie- of evaluatieinstantie te benaderen met de bedoeling de kansen op aanwerving, benoeming of bevordering bij een overheidsbestuur, een parastatale instelling dan wel in de gerechtelijke sector te verhogen.
Als zij lid zijn van een openbaar selectieorgaan, verbinden zij zich ertoe met geen andere criteria rekening te houden dan met de vereiste bekwaamheid of de resultaten die werden behaald tijdens het examen, het vergelijkend examen of de bekwaamheidstest.
(1) Als bedoeld in artikel 1 van de wet betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.