3-450/14 | 3-450/14 |
2 MAART 2005
Art. 383
In dit artikel na het woord « conclusie » de woorden « neergelegd na de instelling van de jury » invoegen.
Verantwoording
In deze bepaling moet worden gepreciseerd dat de conclusies waarin middelen worden aangevoerd, niet kunnen worden neergelegd voor de jury is ingesteld omdat het hof van assisen pas op dat ogenblik definitief is samengesteld (zie advies Cassatie).
Art. 388
Het tweede lid van dit artikel aanvullen als volgt : « Deze gegevens worden echter niet gevraagd aan getuigen van wie de identiteit verborgen wordt gehouden met toepassing van de artikelen 161 en 162 ».
Verantwoording
Dit is een precisering met betrekking tot de anonieme getuigen.
Art. 390bis (nieuw)
Een artikel 390bis (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 390bis
§ 1. Het hof kan op met redenen omklede vordering van de procureur-generaal beslissen om een bedreigde getuige aan wie de Getuigenbeschermingscommissie een beschermingsmaatregel heeft toegekend of een in het buitenland verblijvende getuige of deskundige wanneer ter zake wederkerigheid is gewaarborgd, met zijn instemming te horen via een videoconferentie, indien het niet wenselijk of mogelijk is dat de te horen persoon in persoon ter zitting verschijnt.
§ 2. Het hof kan op met redenen omklede vordering van de procureur-generaal beslissen om een bedreigde getuige aan wie de Getuigenbeschermingscommissie een beschermingsmaatregel heeft toegekend, met zijn instemming te horen via een gesloten televisiecircuit, indien het niet wenselijk of mogelijk is dat de te horen persoon in persoon ter zitting verschijnt.
§ 3. Bij de te horen persoon bevindt zich een officier van gerechtelijke politie of, wanneer de te horen persoon zich in het buitenland bevindt, een buitenlandse justitiėle autoriteit. Deze stelt de identiteit van de te horen persoon vast en stelt daarvan een proces-verbaal op dat ondertekend wordt door de te horen pesoon.
§ 4. De persoon die via een teleconferentie of een gesloten televisiecircuit is gehoord, wordt geacht te zijn verschenen en aan de oproeping te hebben voldaan.
§ 5. Op met redenen omklede vordering van de procureur-generaal kan het hof beslissen om beeld- en stemvervorming toe te staan. In dat geval kunnen de via de videoconferentie of het gesloten televisiecircuit afgelegde verklaringen slechts in aanmerking genomen worden als bewijs op voorwaarde dat zij in afdoende mate steun vinden in andersoortige bewijsmiddelen. »
Verantwoording
Het huidige artikel 317quarter van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de wet van 2 augustus 2002 betreffende het afnemen van verklaringen met behulp van audiovisuele media, moet worden overgenomen (advies Cassatie).
Art. 390ter (nieuw)
Een artikel 390ter (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 390ter
§ 1. Het hof kan op met redenen omklede vordering van de procureur-generaal beslissen om een bedreigde getuige aan wie de Getuigenbeschermingscommissie een beschermingsmaatregel heeft toegekend of een in het buitenland verblijvende getuige of deskundige wanneer ter zake wederkerigheid is gewaarborgd, met zijn instemming te horen via een teleconferentie, indien het niet wenselijk of mogelijk is dat de te horen persoon persoonlijk verschijnt of gehoord wordt via een videoconferentie of een gesloten televisiecircuit.
§ 2. Bij de te horen persoon bevindt zich een officier van gerechtelijke politie of, wanneer de te horen persoon zich in het buitenland bevindt, een buitenlandse justitiėle autoriteit. Deze stelt de identiteit van de te horen persoon vast en stelt daarvan een proces-verbaal op dat ondertekend wordt door de te horen pesoon.
§ 3. De persoon die via een teleconferentie is gehoord, wordt geacht te zijn verschenen en aan de oproeping te hebben voldaan.
§ 4. De via een teleconferentie afgelegde verklaringen kunnen slechts in aanmerking genomen worden als bewijs op voorwaarde dat zij in afdoende mate steun vinden in andersoortige bewijsmiddelen.
§ 5. Op met redenen omklede vordering van de procureur-generaal kan de rechtbank beslissen om stemvervorming toe te staan. »
Verantwoording
Het huidige artikel 317quinquies van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de wet van 2 augustus 2002 betreffende het afnemen van verklaringen met behulp van audiovisuele media, moet worden overgenomen (advies Cassatie).
Art. 392
Dit artikel aanvullen als volgt :
« Als het gaat om een getuige wier identiteit verborgen wordt gehouden met toepassing van de artikelen 161 en 162, worden de vragen ambtshalve gesteld door de voorzitter ».
Verantwoording
Gezien de delicate aard van het verhoor van een anonieme getuige, stelt de Belgische Vereniging van onderzoeksrechters die bijkomende beschermingsmaatregel voor om te voorkomen dat de getuige in zijn antwoord op een vraag zijn identiteit prijsgeeft.
Art. 405
Dit artikel vervangen als volgt :
« Ingeval de beschuldigde, de burgerlijke partij, de getuigen of een van hen niet dezelfde taal of hetzelfde idioom spreken, benoemt de voorzitter ambtshalve, op straffe van nietigheid, een tolk, ten minste 21 jaar oud, en doet hem, eveneens op straffe van nietigheid, de eed afleggen dat hij trouw het gezegde zal vertalen, dat moet worden overgebracht aan degenen die een verschillende taal spreken.
De beschuldigde, de burgerlijke partij en de procureur-generaal kunnen de tolk wraken, op voorwaarde dat zij de reden van hun wraking opgeven.
Het hof doet uitspraak.
Zelfs met instemming van de beschuldigde, van de burgerlijke partij en van de procureur-generaal kan de tolk niet worden gekozen uit de getuigen, de rechters en de gezworenen, zulks op straffe van nietigheid ».
Verantwoording
Artikel 405 neemt artikel 332 van het Wetboek van strafvordering over, dat evenwel is gewijzigd bij artikel 6 van de wet van 3 mei 2003 tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken wat betreft de vertalingen van de mondelinge verklaringen (advies van de Raad van State, blz. 89 en advies Cassatie).
Art. 406
Dit artikel vervangen als volgt :
« Indien de beschuldigde doofstom is en niet kan schrijven, benoemt de voorzitter ambtshalve tot zijn tolk de persoon die het meest gewoon is met hem om te gaan.
Hetzelfde geschiedt ten aanzien van een doofstomme getuige of van een doofstomme burgerlijke partij.
De overige bepalingen van het vorige artikel zijn van toepassing.
Ingeval de doofstomme kan schrijven, worden de tot hem gerichte vragen en opmerkingen door de griffier op schrift gesteld; zij worden overhandigd aan de beschuldigde, de burgerlijke partij of de getuige, die zijn antwoord of zijn verklaring schriftelijk geeft. De griffier leest alles voor. »
Verantwoording
Artikel 406 neemt artikel 333 van het Wetboek van strafvordering over, dat echter is gewijzigd bij de wet van 3 mei 2003 tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken wat betreft de vertalingen van de mondelinge verklaringen (advies van de Raad van State, blz. 89 en advies Cassatie).
Art. 413
In het eerste lid van dit artikel, de woorden « , met uitzondering van de schriftelijke verklaringen van de getuigen » doen vervallen.
Verantwoording
De schriftelijke verklaringen van getuigen waren uitgesloten vanwege de strikte opvattingen die men had over de mondelinge aard van de debatten voor het hof van assisen. Die stukken vormen in veel gevallen heel belangrijke of zelfs de voornaamste processtukken en er moet dus rekening mee worden gehouden (Advies Cassatie).
Art. 456
In het laatste lid van dit artikel, het cijfer « 3 » vervangen door het cijfer « 4 ».
Verantwoording
Technische aanpassing (Advies Cass.; R.v.St., blz. 90).
Art. 453
In het tweede lid van dit artikel, het getal « 457 » vervangen door het getal « 458 ».
Verantwoording
Technische aanpassing (Advies Cass.; R.v.St., blz. 90).
Art. 452
In het laatste lid van dit artikel, het getal « 3 » vervangen door het getal « 4 ».
Verantwoording
Technische aanpassing (Advies Cass.; R.v.St., blz. 90).
Art. 448
Dit artikel doen vervallen.
Verantwoording
De bepalingen over de doodstraf moeten verdwijnen (Advies Cass.).
Art. 447
Het tweede lid van dit artikel vervangen als volgt :
« Indien het veroordelend arrest de bijzondere verbeurdverklaring inhoudt van zaken die zich buiten het grondgebied van de Belgische Staat bevinden, stelt het openbaar ministerie het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring daarvan in kennis en zendt het haar een afschrift van de relevante stukken van het strafdossier toe. Het centraal orgaan zendt deze afschriften vervolgens toe aan de minister van Justitie ».
Verantwoording
Dit amendement neemt de wijziging over die is aangebracht in artikel 376 van het Wetboek van strafvordering (dat in dit artikel wordt overgenomen) door artikel 5 van de wet van 19 maart 2003 tot wijziging van het Wetboek van strafvordering, de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen en het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken. (Advies Cass.; R.v.St., blz. 90).
Art. 437
Dit artikel doen vervallen.
Verantwoording
Deze bepaling zou moeten worden ingevoegd in artikel 493 (Advies Raad van State, blz. 90).
Art. 432
In dit artikel de woorden « , volgens de onderscheidingen in artikel 91 van het Wetboek van strafvordering gemaakt, » doen vervallen.
Verantwoording
De verwijzing naar dit artikel, dat handelt over de voorlopige maatregelen ten aanzien van rechtspersonen, is zinloos. Een rechtspersoon kan immers niet onder aanhoudingsbevel worden geplaatst.
Art. 429
Het laatste lid van dit artikel doen vervallen.
Verantwoording
In dit amendement wordt rekening gehouden met de goedkeuring van de wet van 8 april 2002 betreffende de anonimiteit van de getuigen.
Art. 425
In het tweede lid van dit artikel, de woorden « artikel 336, eerste lid » vervangen door de woorden « artikel 351, eerste lid ».
Verantwoording
Technische verbetering (Advies Cassatie; Raad van State, blz. 90).
Art. 423
In dit artikel de woorden « , buiten het geval van artikel 118 van de wet van 18 juni 1869 op de rechterlijke organisatie, » doen vervallen.
Verantwoording
De verwijzing naar die bepaling moet worden geschrapt, aangezien het Gerechtelijk Wetboek de wet van 18 juni 1869 heeft opgeheven (Advies Cassatie; Advies Raad van State, blz. 89).
Art. 449
Dit artikel doen vervallen.
Verantwoording
De bepalingen over de doodstraf moeten verdwijnen (Advies Cass.).
Art. 450
Dit artikel doen vervallen.
Verantwoording
De bepalingen over de doodstraf moeten verdwijnen (Advies Cass.).
| Clotilde NYSSENS. |
Art. 418
Dit artikel aanvullen met een derde lid, luidende :
« De beslissing wordt gemotiveerd. ».
Verantwoording
Toepassing van artikel 6 EVRM.
| Hugo VANDENBERGHE. Fauzaya TALHAOUI. Jeannine LEDUC. Nathalie de T' SERCLAES. Luc WILLEMS. |