3-118

3-118

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 16 JUIN 2005 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Hugo Vandenberghe au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur «l'absentéisme dans les services de police» (nº 3-896)

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Volgens de cijfergegevens van de minister bedraagt het ziekteverzuim bij de federale politie op jaarbasis 8 procent, terwijl het Belgische gemiddelde voor mannen 5,21 procent is en voor vrouwen 8,19 procent.

Recente berekeningen stellen dat één procent minder ziekteverzuim per jaar 285 agenten extra oplevert. Om dat doel te bereiken stelt de minister voor met behulp van controles door een privé-partner de hoge absenteïsmecijfers terug te dringen, naar analogie met de controles in het Vlaams Onderwijs. Waar in 2001 nog 5,04 procent van het personeel in het onderwijs ziek was, daalde het percentage door de nieuwe manier van controleren in 2003 naar 4,2 procent.

Uit de analyse van de minister blijkt dat de medische dienst van de politie te centralistisch werkt. Zieke agenten moeten zich in het huidige systeem zelf bij de controlearts melden. De minister stelt het omgekeerde voor. Binnen de 24 uur wordt een controledokter gestuurd naar de agent die zich ziek heeft gemeld.

De huidige medische dienst van de politie wordt aangepast en zal zich moeten bezighouden met de analyse van de ziektegevallen. Op die manier zal kunnen worden uitgemaakt welke ziektes het meest voorkomen en in welke eenheden. Dit alles moet resulteren in een preventieve gezondheidszorg bij de politie.

De reactie uit politiehoek is niet uitgebleven. Volgens de politie is het relatief hoge ziekteverzuim onder meer te verklaren door het hoge aantal arbeidsongevallen wegens de aard van het werk en door het gebrek aan motivatie van veel agenten als gevolg van de politiehervorming.

Volgens een van de vakbonden loopt de minister bovendien vooruit op een onderzoek naar absenteïsme, dat nog volop bezig is.

Een van de vakbonden stelt voor om politieagenten die met pensioen gaan en nog veel ziektedagen hebben openstaan, een premie te geven en hen verder te laten werken. Dit dossier zal ongetwijfeld ter sprake komen bij de verdere bespreking van het politiestatuut.

Acht de minister het aangewezen het onderzoek naar absenteïsme bij de politie af te wachten alvorens verdere stappen te doen?

Wat is de houding van de minister aangaande het hierboven aangehaalde voorstel van één van de vakbonden om politieagenten met veel ziektedagen een premie te geven en verder te laten werken?

Is de minister van plan rekening te houden met het aantal arbeidsongevallen bij de politie die door de specifieke aard van het werk hoger liggen dan bij andere beroepen?

Wat is de geraamde kostprijs voor de uitbesteding van de controle van zieke agenten door een privé-firma?

Welke taken blijven weggelegd voor de medische dienst van de politie?

Zullen door een privatisering bij de medische dienst personeelsleden afvloeien?

Mme Sfia Bouarfa (PS). - À la suite du constat d'un taux d'absentéisme trop élevé au sein des forces de police, que vous chiffrez à 8%, vous avez décidé de recourir aux services d'une société privée afin de contrôler la légitimité de ces absences. Cette décision me laisse perplexe à plusieurs égards.

Tout d'abord, comme le rapportent les syndicats de la police, il n'existe pas de statistiques officielles en la matière. C'est pour cette raison que l'inspection générale s'est vue confier une enquête sur le taux d'absentéisme dont le rapport est attendu dans le courant du mois de septembre. Pourquoi, dès lors, ne pas attendre les conclusions de ce rapport ?

Ensuite, il vaudrait mieux s'attaquer à la cause principale du mal-être policier avant d'envisager des mesures répressives, à savoir le manque d'effectifs, lui-même responsable des surcharges de travail, du stress et des dépressions.

Enfin, j'insisterai sur le danger spécifique que constitue l'appel aux services du privé dans un cadre aussi délicat que celui de la police. En effet, des contrôles réalisés par des médecins méconnaissant les caractéristiques de la profession pourraient être perçus comme vexatoires par les policiers.

À l'heure actuelle, c'est le service médical de la police qui se charge du contrôle de l'absentéisme. Ce service manque cruellement d'effectifs depuis les réformes de la police, le nombre d'agents sous sa responsabilité ayant sensiblement augmenté. Ne serait-il donc pas préférable d'augmenter d'abord les effectifs avant de faire appel à des services extérieurs ? Dans cette dernière hypothèse, quel serait le sort réservé au service médical de la police ? Pourquoi ne pas essayer de résoudre ce problème avec les syndicats de la police, ce qui permettrait d'accoucher d'un compromis tenant compte des difficultés inhérentes au métier ? En outre, les syndicats affirment avoir déjà présenté des propositions permettant une diminution d'environ 2% du taux d'absentéisme.

Par ailleurs, les policiers sont confrontés à des situations de stress extrême du fait de leurs contacts quotidiens avec la violence, petite et grande criminalité et toxicomanie, par exemple. Des services sont-ils actuellement prévus pour les aider à combattre et à gérer ce stress avant que celui-ci ne devienne source de problèmes plus graves ? Sinon, pourrait-on envisager de créer un tel service ?

De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Het feit dat ik een accurate medische controle nastreef, staat los van de evaluatie van het statuut. Met de huidige organisatie en capaciteit van de medische controle is het niet mogelijk elk personeelslid binnen de 24 uur te controleren. Door dit gebrek aan controle kan elk onderzoek slechts fragmentair genoemd worden. Systematisch controleren van zieke personeelsleden heeft trouwens niet alleen tot doel na te gaan of de betrokkene wel degelijk ziek is. Een medische controle moet ook een correcte opvolging en fenomeenanalyse mogelijk maken.

Het NSPV heeft inderdaad een voorstel gedaan om de ziektedagen om te zetten naar prepensioendagen of naar een premiesysteem. Dit voorstel is rechtstreeks verbonden aan de evaluatie van het statuut, maar er werd wel met de vakbonden afgesproken dat over de evaluatie van het statuut vanaf het najaar 2005 zal worden onderhandeld in het onderhandelingscomité voor de politiediensten. Ik wil hierover vandaag dan ook geen standpunt innemen, al vind ik het wel een beetje merkwaardig dat men voor opgespaarde ziektedagen een premie zou moeten krijgen.

Daar het uiteraard niet de bedoeling is om zieke of gekwetste personeelsleden tot elke prijs aan het werk te stellen, is het evident dat men zal rekening houden met alle mogelijke externe factoren die afwezigheid kunnen veroorzaken. Zoals gezegd is het in kaart brengen van de oorzaken van ziekteverzuim één van de bekommernissen bij het omvormen van het systeem.

Een juist beeld van de kostprijs is afhankelijk enerzijds van het resultaat van een aanbesteding en vergelijking van de prijs van de verschillende mogelijk gespecialiseerde bedrijven en anderzijds van het aantal noodzakelijke controles.

In elk geval moet de medische dienst van de politie blijven instaan voor de wettelijk en statutair verplichte opdrachten. Ik denk hier bijvoorbeeld aan de specifieke noden m.b.t. de medische selectie, de arbeidsgeneeskundige verplichtingen, de statutair voorziene herkeuringscommissies en een beperkt aantal teams voor medische ondersteuning tijdens specifieke politieoperaties.

De hele politiehervorming is gekenmerkt door een behoud van tewerkstelling. Het ligt dus niet in de bedoeling om personeelsleden te laten afvloeien. Wel kan, zoals dat trouwens voor tal van personeelsleden het geval was, een herschikking het gevolg zijn.

Ik zweer dus noch bij het ene, noch bij het andere systeem. Ik denk dat men natuurlijk een eigen geneeskundige dienst moet behouden en waar nodig zelfs kan versterken. De inschakeling van een privaat bedrijf is complementair bedoeld. Het kan dan vooral instaan voor de controles, terwijl de eigen geneeskundige dienst eerder de preventieve taken op zich moet nemen. Er wordt dus een partnerschap nagestreefd tussen de publieke en de private sector. Mijn voorstel is niet ideologisch ingegeven. Over de mogelijkheid om een private instelling in te schakelen is onderhandeld en ze is uitdrukkelijk voorzien in het statuut van de geïntegreerde politie.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - We gaan het hele debat niet opnieuw voeren, maar een punt waarop wel moet worden teruggekomen is de uitoefening van controle op de openbare macht door privé-firma's omdat ik zou willen weten binnen welk kader dit gebeurt en met welke parameters. Ik zie toch een groot verschil tussen het controleren van het ziekteverzuim in de onderwijssector en in een overheidssector zoals de politie. Ik begrijp niet waarom de politiediensten zelf die controle binnen de 24 uur niet kunnen verrichten, aangezien ze een betere kennis zouden moeten hebben van het maatschappelijke veld en van de psychologie van die mensen.

De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Als men een dergelijke opdracht uitbesteedt, spreekt het vanzelf dat er bepaalde kwalitatieve criteria in aanmerking moeten worden genomen. De keuze wordt gemaakt na een grondige prijsvergelijking. We moeten er ook van uitgaan dat er effectief controle wordt uitgeoefend en dat willekeur uitgesloten is. Bij mij komt het erop aan dat het op een efficiënte manier gebeurt. Ik denk dat het huidige systeem te wensen overlaat. Het is dus geen ideologische keuze, maar veeleer een samengaan van de deskundigheid van de eigen geneeskundige dienst met het kunnen van de private sector. Het verbaast mij dat collega Vandenberghe de private sector in deze een beetje wantrouwt.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik wantrouw veel meer de paarse meerderheid dan de private sector.